Dark
Light

África de las Heras, de Spaanse spionne voor de Sovjets

5 minuten leestijd
Recent werd África de las Heras in Rusland nog geëerd met een postzegel.
Recent werd África de las Heras in Rusland nog geëerd met een postzegel.

Montevideo staat bekend als een kosmopolitische en vrolijke stad, waarvan maar weinigen de charme kunnen weerstaan. In het centrum van de Uruguayaanse hoofdstad herinneren nog maar weinig bouwwerken aan de koloniale tijd, maar de juweeltjes van Art-Deco die men er kan aantreffen maken wat dat betreft veel goed. Weliswaar heeft deze stad nooit zo uitbundig in de schijnwerpers gestaan als het tweehonderd kilometer verderop gelegen Buenos Aires, voor de bewoners is dat geen reden voor een minderwaardigheidscomplex. Eens speelde zich hier een spannende geschiedenis af die zich goed zou lenen voor een filmscript. De hoofdpersoon hierin was een vurige communiste die nergens voor terugschrok. Haar naam was África de las Heras (1909-1988).

África de las Heras kwam in 1948 met een duidelijke opdracht naar Montevideo. Ze moest er de neutrale status van Uruguay benutten voor het opzetten van een spionagenetwerk dat uiteindelijk het hele continent van Amerika zou moeten bestrijken. Bepaald geen geringe opgave, maar ze was dan ook geen beginneling. Integendeel, África was één van de meest beruchte Sovjetspionnen die onopvallendheid als grote kracht bezat. Niemand kon namelijk vermoeden dat deze op het eerste gezicht zo bescheiden vrouw die in een conservatieve Spaanse familie was opgegroeid een zó bewogen verleden had.

Haar vreemde voornaam had ze te danken aan het feit dat ze op dat continent ter wereld was gekomen, namelijk in de Spaans-Marokkaanse enclave Ceuta. Van jongs af aan was ze een rebel, schopte tegen de gevestigde orde en had een aangeboren antenne voor sociale onrechtvaardigheid. Dit bracht haar naar Madrid, waar ze in 1930 lid werd van de Spaanse communistische partij, hetgeen tot een breuk leidde met haar familie. Nadat ze in 1934 al had deelgenomen aan een gewelddadige staking in Asturië, vocht ze in 1936 aan Republikeinse zijde tegen de militaire opstandelingen van generaal Franco (1892-1975) in wat spoedig uitmondde in de Spaanse Burgeroorlog.

Ruimte in de villa in Mexico waar Leon Trotski op 20 augustus 1940 met met een ijsbijl werd vermoord.
Ruimte in de villa in Mexico waar Leon Trotski op 20 augustus 1940 met met een ijsbijl werd vermoord. (CC BY-SA 3.0 – fabioj – wiki)
Terwijl Franco gesteund werd door Hitler en Mussolini, konden de republikeinen rekenen op Stalin. Die stuurde echter niet alleen wapens en militaire adviseurs, maar ook spionnen van zijn geheime dienst NKVD (voorloper van de KGB) om politieke tegenstanders binnen de republikeinse gelederen uit te schakelen. Daarvoor rekruteerden ze onder andere África de las Heras omdat ze was opgevallen door haar moed en meedogenloosheid bij moordaanslagen en folteringen. Het was de NKVD-agent Pavel Sudoplatov (1907-1996) die haar ontdekte en in 1937 naar Moskou stuurde om daar de fijne kneepjes van het vak te leren. Niet meer om in Spanje ingezet te worden, maar in Mexico waar Stalins politieke tegenstander Leon Trotski (1879-1940) zijn toevlucht had gezocht. Daar slaagde ze erin om te infiltreren in diens team van beschermelingen en als secretaresse direct toegang tot hem te krijgen. Zo kon ze de NKVD op de hoogte houden van Trotski’s contacten en zelfs een gedetailleerde plattegrond van het tot vesting omgebouwde woonhuis doorspelen. De moordaanslag die Trotski op 20 augustus 1940 het leven kostte werd uiteindelijk gepleegde door Ramón Mercader (1913-1978). Hoewel África toen Mexico inmiddels verlaten had, zal het geen onbekende voor haar zijn geweest want diens moeder Caridad Mercader (1892-1975) was de minnaar van Pavel Sudoplatov en eveneens werkzaam voor de NKVD.

Uruguay

Kort na haar terugkeer in Moskou raakte de Sovjet-Unie in 1941 in oorlog met Hitler-Duitsland. África werd opgeleid tot radiotelegrafiste en met een geheim parachutistencommando in Oekraïne gedropt om achter de Duitse linies vijandelijke communicatie te onderscheppen. Ze bleef deze rol in samenwerking met diverse partizanengroepen ruim twee jaar vervullen, totdat eind 1944 de Duitsers grotendeels uit het land verdreven waren. De geheime dienst, inmiddels KGB, was zich toen al aan het voorbereiden op het volgende conflict waarin de Verenigde Staten de vijand zouden worden en daarmee de hele westerse wereld. Een spionagecentrum in Noord-Amerika was onhaalbaar, maar Zuid-Amerika met haar uiteenlopende regimes bood mogelijkheden en África met haar Spaanse achtergrond was de aangewezen persoon om dit op te gaan zetten.

De Uruguayaanse schrijver Felisberto Hernández
De Uruguayaanse schrijver Felisberto Hernández
Tijdens een verblijf in Parijs leerde ze in 1946 de Uruguayaanse schrijver Felisberto Hernández (1902-1964) kennen, waarmee ze een liefdesrelatie aanknoopte. Dit bood een uitstekende gelegenheid om haar doel te bereiken, want door in 1948 met hem te trouwen, slaagde ze erin om een verblijfsvergunning voor Uruguay te krijgen. Bovendien was haar echtgenoot een goede dekmantel voor haar spionagewerk aangezien hij een bekende anticommunist was. Hernández had onder de naam El Spectader zelfs een eigen radioprogramma waarin hij waarschuwde voor het kwaad van het communisme. Daardoor was het voor iedereen ondenkbaar dat hij gehuwd was met een KGB-spionne.

Het paar betrok in Montevideo de bovenste etage van een chique appartementsgebouw, niet ver verwijderd van haar naaiatelier. Als kleermaakster voor de betere klassen kon ze zich zonder enige argwaan door de hele stad verplaatsen en maakte gebruik van een boekhandel voor het uitwisselen van geheime boodschappen met andere KGB-agenten. Dankzij Felisberto kwam ze in contact met tal van invloedrijke politici en kon op die manier veel informatie verzamelen. Vaak vroeg hij haar om er bij te komen zitten als er over politiek gesproken werd en hoewel ze zich dan van de domme hield door op te merken dat ze niet eens de naam van de president van het land kende, wist ze in werkelijkheid precies waar het over ging en wat er van belang was voor haar superieuren in Moskou. Als ze van huis was trof ze mysterieuze onbekenden: KGB-spionnen die door haar van valse papieren voorzien moesten worden. Daardoor kregen ze de identiteit van mensen uit Montevideo die al jaren geleden gestorven waren. Met die documenten konden de spionnen zich voordoen als Uruguayanen en daardoor ongehinderd over de hele wereld reizen, zelfs tot in de Verenigde Staten aan toe.

Varkensbaai-incident

Omslag van een boek van Raul Vallarino over África de las Heras
Omslag van een boek van Raul Vallarino over África de las Heras, 2008
Jarenlang leverde ze Moskou zo waardevolle inlichtingen en pas na het einde van de Sovjet-Unie en de openbaarmaking van de KGB-archieven ervoer men in het westen welke rol África de las Heras in werkelijkheid gespeeld had. Zo informeerde ze het Castro-regime in Havanna in 1961 over de op handen zijnde invasie vanuit de VS, hetgeen van beslissende betekenis bleek te zijn. Daardoor kon de landing van tegenstanders van Castro in de Varkensbaai worden verijdeld. Deze mislukking was een groot succes voor het Sovjet-kamp. De zwakke schakel in het anti-Castro-complot bleek Howard Hunt (1918-2007) te zijn, één van de meest beruchte CIA-agenten. Hij had een tijd lang in Montevideo gewoond en dacht daar de situatie volledig onder controle te hebben, maar in feite was het África de las Heras die dat had.

Gesterkt door dit succes zette ze haar werk voort. Zo reisde ze op enig moment zelfs door de VS, zonder dat de CIA enige verdenking tegen haar koesterde. Nadat ze de KGB twintig jaar trouw gediend had, beëindigde ze haar carrière in Moskou. Daar werd ze als een heldin ontvangen en met hoge ordes onderscheiden. Af en toe gaf ze nog gastcollege aan KGB-spionnen in opleiding. Eén van hen zou een zekere Vladimir Poetin geweest zijn.