Bruegel en “De Toren van babel” én de spraakverwarring

De grote toren van Babel – Pieter Bruegel de Oude, 1563
“De toren van Babel”, ook wel “De grote toren van Babel” genoemd, is misschien wel het bekendste werk dat Pieter Bruegel de Oude ooit geschilderd heeft. Hij heeft meer Babelse torens geschilderd. De kleinste, die op ivoor geschilderd was, is spijtig genoeg verloren gegaan. “De kleine toren van Babel” bevindt zich in het Museum Boijmans Van Beuningen te Rotterdam. Het werk is gesigneerd, noch gedateerd.

“De toren van Babel” maakte ooit deel uit van de verzameling van keizer Rudolf II die te Wenen resideerde. Is het verwonderlijk dat het er samen met een tiental andere werken van Bruegel in het Kunsthistorisches Museum te bezichtigen is?! Het is met olieverf op hout geschilderd. Het is ongeveer twee keer zo groot als de Boijmans Van Beuningen-toren en meet 114 bij 155 centimeter. Het is geschilderd in M.CCCCC.LXIII ofwel 1563. Bruegel heeft aangeduid dat hij het geschilderd heeft: BRVEGEL FE. FE staat voor het Latijnse fecit wat “hij heeft gemaakt” betekent.

“De toren van Babel” is zeer herkenbaar. Het werk wordt volledig beheerst door een onaf gebouw dat conisch is. Wie Rome van bezoeken of zelfs maar van afbeeldingen kent, weet dat het Colosseum model gestaan heeft. Het is niet onbelangrijk om te weten dat Bruegel in de eerste helft van de vijftiger jaren van de zestiende eeuw een reis naar het Italiaanse schiereiland gemaakt heeft. In 1553 verbleef hij te Rome.

- advertentie -
Nimrod op ‘De grote toren van Babel’

Bruegel heeft met zijn typische zin voor werkelijkheid en details het megalomane van het bouwproject enigszins proberen te temperen. De aandacht voor het gebouw dat de lucht letterlijk in tweeën snijdt, wordt door simpele dingen afgeleid. Links onderaan staat de bouwheer in dure en luxueuze kledij afgebeeld. Het is de legendarische Nimrod die in de bijbel niet met naam genoemd wordt. Een architect geeft hem uitleg over het bouwverloop. Enkele steenhouwers betuigen hem knielend eer terwijl anderen met hun werk verder gaan. Erboven vallen de daken van een ommuurde, dus eerder belangrijke Middeleeuwse stad met verschillende kerken, waarin weinig bedrijvigheid waar te nemen is, op. Dat contrasteert met de havenwijk rechts van de toren en aan zee waar tal van schepen voor anker liggen. Is de haven speciaal aangelegd voor het aanvoeren van voor de bouw benodigde grondstoffen?

Die toren ligt er onafgewerkt bij. Bruegel heeft de bouw ervan subtiel afgebeeld. Verscheidene bouwfases zijn weergegeven. De linkerkant is mooi afgewerkt. De bouw van het middelste gedeelte is verder gevorderd dan die van het rechtse. Daar moet nog een deel van de rots waarrond en waarop de toren gebouwd is, weggehakt worden. Bruegel heeft aandacht voor details gehad.


De grote toren van Babel – Pieter Bruegel de Oude, 1563

Tijdens zijn zwerftochten rond Brussel waar hij de laatste jaren van zijn leven woonde, kwam hij geregeld te Dilbeek in het Pajottenland waar nu een openluchtmuseum met reproducties van een aantal werken is. Daar bevonden zich steengroeves waarvan de zandsteen gebruikt is om onder meer de kathedraal van Brussel en het stadhuis van Leuven mee te bouwen. De werktuigen die de steenhouwers gebruiken, zijn naar werkelijkheid weergegeven.

Tijdens zijn verblijf te Antwerpen heeft hij de werking van de haven die toen dé wereldhaven was, kunnen observeren. In de havenwijk vallen kranen die ook op verschillende verdiepingen van de toren te zien zijn, opslagruimtes en zeewaardige schepen op.

De zestiende eeuw werd net als de veertiende en vijftiende gekenmerkt door een enorme bouwwoede: kathedralen en andere kerken, stadhuizen en patriciërswoningen werden doorlopend gebouwd. Steden moeten op enorme bouwwerven geleken hebben. Steigers rezen de hoogte in.

Bruegel heeft het tijdsbeeld nauwgezet, waarheidsgetrouw zelfs, weergegeven. De elementen die Bruegels werk kenmerken, vallen op: het dagelijkse leven op Vlaamse bodem, water en bergen. Bruegel zou echter Bruegel niet geweest zijn indien hij niet zijn eigen visie op de maatschappij aan bod had laten komen. Zijn maatschappijkritische boodschap kan niet ontkend worden.

Gravure van de babylonische spraakverwarring – Gerard Hoet, 1728

Het centrale thema, de toren dus, is ontleend aan Genesis waarin verslag over de bouw en wat ermee samengaat, uitgebracht wordt. Ondanks de zondeval en de zondvloed leven Adams en Eva’s nakomelingen in harmonie: Nog sprak heel de aarde eenzelfde taal en dezelfde woorden. De mensen deden er alles aan om het leven draaglijk te maken. Nu zeiden ze tot elkander: Komt, laat ons stenen maken, en ze hard bakken in vuur. Die tichels moesten hun tot bouwsteen dienen (…). Ze hadden het nuttige voor ogen: Komt, laat ons een stad voor ons bouwen.

Met het geloof in het eigen kunnen kwam echter de overmoed. Ze wilden immers een stad voor ons bouwen met een toren, waarvan de spits tot in de hemel reikt. Ze wilden als het ware naar de hemel waar hun god woonde. Niet voor niets bevindt de top van de toren zich in de wolken. Kortom, ze tartten en trotseerden god. Was het bewust? Was het een daad waarbij niet nagedacht werd? Feit is dat ze door het bouwen van de toren verantwoordelijk waren voor de tweede zondeval. Blijkbaar leert de mens niet uit zijn fouten.

God was met het vreemde menselijke gedrag niet tevreden: Jahweh daalde neer, om de stad en de toren eens te bezien, die de mensenkinderen bouwden. Wat hij zag, stemde hem niet gelukkig: En dit is nog maar het begin van hun doen; later zal men niets meer kunnen beletten, van al wat ze van plan zijn.

Hij besloot om in te grijpen: laat ons (…) daar beneden hun spraak in verwarring brengen, zodat ze elkanders taal niet meer verstaan. Het resultaat mocht er zijn: ze staakten immers de bouw der stad. Daarom noemt men haar Babel.

Babel is afgeleid van het Hebreeuwse babal dat verwarring betekent. Het heeft in het Nederlands zelfs een plaats verworven. “Babylonische spraakverwarring” betekent door elkaar praten zodat men elkaar niet meer begrijpt. Bij uitbreiding kan het ook verwijzen maar het feit dat men elkaar niet begrijpt omdat men een andere taal spreekt en de taal van de medemens niet begrijpt of niet wil begrijpen.

De link met de Oudheid wordt niet alleen gelegd door naar het oude testament terug te grijpen. Het schilderij wordt beheerst door een Colosseumachtig gebouw. Bij nader toezien zijn er echter veel verschillen met dat Romeinse gebouw. Zou men de toren zoals Bruegel hem geschilderd heeft, niet eerder kunnen vergelijken met een ziggurat, een soort van tempeltoren die reeds in het vierde millennium vóór het begin van onze tijdrekening gebouwd werd? Voorzichtigheid is aan de orde. Bruegel is immers nooit in het meest-westelijke en aan de Middellandse Zee grenzende deel van Azië geweest. Hij kan dan ook nooit zo’n toren gezien hebben.

Kardinaal Granvelle – Potretgemaakt door Anthonis Mor, 1549

Bruegel is in zijn kunst steeds een mens van zijn tijd geweest. Hij was iemand die rondkeek en analyseerde. Hij was iemand die ontleedde en bekritiseerde. Hij kende zijn leefwereld door en door. Hij zag wat er fout ging.

Er was een vorm van geestelijke spraakverwarring. Na het oosterse schisma was er sinds het begin van de zestiende eeuw ook sprake van een schisma binnen de kerk van Rome. Rome en de paus, gekend als de hoer van Babylon, hadden afgedaan. De westelijke christelijke kerk was uiteen gevallen in rooms-katholicisme, lutheranisme, calvinisme, anabaptisme, anglicanisme, …

Er was een vorm van politieke en letterlijke spraakverwarring. Die was begonnen op 25 oktober 1555 toen Karel V zijn bevoegdheden als heer van de Nederlanden overgedragen had aan zijn zoon Filips II. Die sprak slechts Castiliaans. In plaats van die dag zelf het woord te voeren liet hij die taak over aan kardinaal Granvelle.

Deze spirituele en wereldse spraakverwarringen zouden leiden tot de scheiding van de Noordelijke en Zuidelijke Nederlanden.

Als Vlaming zie ik een vage link tussen Bruegels toren en Vlaanderen. Was Bruegel een ziener? Heeft hij de problemen in wat ooit de Zuidelijke Nederlanden waren en nu België genoemd wordt, voorspeld? Nee, natuurlijk niet. Er is sprake van taalverwarring en taalproblematiek: problemen tussen Nederlands- en Franstaligen en zelfs Duitssprekenden. Of heb ik het verkeerd voor en hebben die problemen met meer dan taalstrijd te maken?!

De kleine toren van Babel – Pieter Bruegel de Oude, 1563

O ja, net als dé toren van Bruegel dateert “De kleine toren van Babel” uit het Museum Boijmans Van Beuningen, hoewel het werk niet gedateerd is, uit 1563. Ik veronderstel dat het werk iets na “De toren van Babel” geschilderd is.

Waarom? De bouw van de toren is verder gevorderd: toch is hij niet afgewerkt. Er is geen spoor meer van opdrachtgever Nimrod en werklui. In tegenstelling met de wolken op “De toren van Babel” dreigen ze. Kortom, er is verwarring. Taalverwarring, met als gevolg een enorm communicatieprobleem dat ervoor gezorgd heeft dat de bouw stopgezet is.

De citaten uit het oude testament heb ik ontleend aan: DDAA. De Heilige Schrift. Vertaling uit de grondtekst met aantekeningen in opdracht van de apologetische vereniging “Petrus Canisius” ondernomen met goedkeuring van de hoogwaardige bisschoppen van Nederland. Uitgeverij Het Spectrum, Utrecht/Antwerpen. 1973.
Rik Wouters
Toeristische gids voor Vlaanderen, Barcelona
en gidsingen op aanvraag én maat
e-mail: rik.wouters@pandora.be
In de voormalige fabriek van Oskar Schindler, een nazi die tijdens de…
De Engelsen houden huis in de Bretonse stad St.…

Dit atikel is afkomstig van online geschiedenismagazine www.historiek.net

Meer van dit soort berichten? Like ons dan!

Gelijk naar geschiedenisboeken over:
Ook adverteren op Historiek?
Goede keus! Klik hier