Pau Carles Salvador Casals i Desfilló, Pablo voor Castiliaanssprekenden, kan worden beschouwd als een van de belangrijkste cellisten uit de muziekgeschiedenis. Hij werd te El Vendrell in Catalunya in Spanje geboren op 29 december 1876. Hij overleed in San Juan (Puerto Rico) op 22 oktober 1973.

Zijn vader Carles Casals i Ribes was zelf musicus. Zijn moeder was Pilar Desfilló i Amiguet de Casals uit het Amerikaanse Puerto Rico. Ze hadden twaalf kinderen. Pau kwam al zeer jong met muziek in contact. Vanaf zijn vijfde jaar leerde hij piano, viool en fluit spelen en trad voor de eerste keer in het openbaar op. Hij heeft viool leren spelen op een tot viool omgebouwde kalebas die in zijn geboortehuis, het huidige Museu Casa Nadiua de Pau Casals, te El Vendrell bewaard wordt. Op zesjarige leeftijd componeerde hij ter gelegenheid van de feestdag van zijn vader zijn eerste muziekstuk. Toen hij negen was, koos hij voor de cello.
Zijn muzikale loopbaan samenvatten is niet zo moeilijk.
Opleiding

Broodwinning
Hij vestigde zich opnieuw in Barcelona waar hij als leraar aan de Escuela Municipal de Música en het Conservatorio del Liceu werkte. Hij speelde tevens cello bij het Gran Orquesta del Gran Teatro del Liceu. In 1897 speelde hij met de altviolisten Mathieu Crickboom en Josep Rocabruna en violist Rafael Gálvez als cellist bij het “Quartet Crickboom”. Hij reisde met Enrique Granados en Mathieu Crickboom door Spanje.
Solist
In 1901 begon zijn solocarrière. Hij speelde in Europa, Noord- en Zuid-Amerika, Afrika en Azië. In 1928 zou hij de laatste keer als solist optreden, een aantal gastoptredens buiten beschouwing gelaten.
In 1905 richtte hij het “Trio Cortot-Thibaud-Casals” met altviolist Jacques Thibaud en pianist Alfred Cortot op. In 1915 werden de eerste vinylplaten opgenomen door de Columbia Gramophone Company die tussen 1915 en 1925 meer dan vijftig door Casals gespeelde stukken opnam.
In 1919 richtte hij met zijn broer Enric, die viool speelde, het “Orquesta Pau Casals” op. Het eerste optreden vond plaats in het “Palau de la Música Catalana”, een werk van de Modernist Lluís Domènech i Montaner, een van dé muziektempels ter wereld. Vanaf 1926 werkte het “Orquestra” samen met de door Casals opgerichte “Associació Obrera de Concerts” met als doel om de kloof tussen arbeiders en klassieke muziek te verkleinen.

De opmars van het fascisme in Europa en vooral in Duitsland, Italië en Spanje zou het leven van Casals grondig veranderen. Hij verafschuwde het fascistische geweld in het algemeen en in het bijzonder het regime van Franco, dat hem dwong Catalonië voorgoed te verlaten. Steeds koos hij voor vrede en verdraagzaamheid. Het is dan ook niet verwonderlijk dat hij verklaarde dat zijn verzet tegen dictatoriale regimes de cello en het dirigeerstokje zijn. Dit mag niet als een goedkope daad van verzet geïnterpreteerd worden: bij kunstenaars liggen woord (of een andere kunstvorm) en daad immers dicht, zeer dicht bij elkaar: kunst als daad van verzet.

In 1933 weigerde hij om in Nazi-Duitsland met de Berlijnse Filharmonica op te treden. Op 19 oktober 1938 trad hij voor het laatste in Catalunya, meer bepaald in Barcelona, op om nogmaals zijn steun aan de republiek te betuigen. Nooit nog zou hij op het Iberische schiereiland spelen. Op 28 maart 1939, vier dagen vóór het einde van de Spaanse Burgeroorlog, trad hij in de Royal Albert Hall te Londen op ten voordele van uit Spanje gevluchte kinderen. In 1945 weigerde hij de eredoctoraten van de universiteiten van Oxford en Cambridge wegens de steun van Groot-Brittanië aan het Francoregime.
In 1958 werd hij voor zijn financiële en morele steun aan de Catalaanse en Spaanse vluchtelingen als gevolg van de Spaanse Burgeroorlog en zijn houding tegen dictaturen overal in de wereld voorgedragen voor de Nobelprijs voor de Vrede. Uiteindelijk greep hij ernaast. De prijs ging ironisch genoeg naar de Belgische pater Dominique Pire, lid van de katholieke kerk, die vanaf het begin van de Guerra Civil dictator en massamoordenaar Franco en zijn fascisme gesteund had.
Op 24 oktober 1971 ontving hij uit de handen van U-Thant, voorzitter van de UNO, de Medaille van de Vrede van de UNO.
Casals stierf op 22 oktober 1973 in San Juan (Puerto Rico). Het zou nog duren tot de dood van Franco in 1975 vooraleer zijn lichaam naar Catalunya werd overgebracht. In zijn testament stond bepaald dat dat pas na de dood van Franco mocht gebeuren. De gelijkenis met de halve Catalaan Pablo Picasso en zijn “Guernica” is treffend. Casals lichaam werd op 9 november 1979 op het kerkhof van El Vendrell bijgezet.
De herinnering aan Casals wordt levendig gehouden
Er zijn muziekfestivals die jaarlijks georganiseerd worden: het “Festival Pau Casals” te Prades in Frankrijk sinds 1950, het “Festival Casals de Puerto Rico” in Puerto Rico sinds 1956 en het “Festival Internacional de Música Pau Casals” te El Vendrell sinds 1981.

Het is merkwaardig dat de eerste twee standbeelden reeds in 1976 of nauwelijks één jaar na de dood van Franco opgericht werden: hét bewijs dat Casals in Catalunya door muziekliefhebbers en vijanden van het fascisme niet vergeten was.
Er zijn musea: het “Museu Casa Nadiua de Pau Casals” in zijn geboortehuis te El Vendrell, het “Vil.la Museu Pau Casals” te El Vendrell, “Espace Pau Casals” te Prades in Frankrijk en het “Museo Pablo Casals” te San Juan de Puerto Rico.
In 1972 werd de “Fundació Pau Casals” opgericht. De zetel bevindt zich in het “Vil.la Museu Pau Casals” te El Vendrell. In 1981 werd te El Vendrell het “Auditori Pau Casals” in gebruik genomen.

Zoals uit de opsomming blijkt, is de aandacht die tijdens en na zijn dood aan Pau Casals besteed is, niet van voorbijgaande aard gebleken. Zonder enige twijfel mag Casals beschouwd worden als de bekendste en misschien wel beste cellist ooit.
Het bekendste lied dat Casals tal van keren heeft uitgevoerd, is “El Cant dels Ocells” of het gezang van de vogels. De Catalaanse componist is niet bekend. Het lied is meer dan driehonderd jaar oud. Het laat het verhaal horen van de blijdschap van de natuur op de dag van de geboorte van Christus.
Sinds zijn ballingschap in 1939 begon Casals al zijn optredens met met “El Cant dels ocells”. Het is dan ook uitgegroeid tot een lied vol vrede en vrijheid, een soort van Catalaans symbool en een officieuze Catalaanse hymne. In uitvoeringen door Casals klinkt vaak een zekere triestheid en heimwee door, van een man die wist dat hij zijn geboortestreek mogelijk nooit zou terugzien.
Casals blijft in zijn geboortestreek Catalunya zeer bekend en geliefd. Wie naar werken van Casals vraagt, krijgt vaak “Sant Martí del Canigó” en “El Cant dels Ocells” als antwoord. Niet zelden zelfs zal de aangesprokene de liederen kunnen neuriën. Beide stukken zijn zelfs bewerkt zodat ze door coblas of muziekgroepen die sardanas of de Catalaanse volksdans begeleiden, gespeeld kunnen worden.
Robert Moog – Amerikaanse instrumentenmaker
Volkslied van Tsjechië – Kde domov můj
Songfestival herinnert aan etnische zuivering Krim-Tataren
‘Love Me Do’, de eerste hit van The Beatles