//

Een arts in het oude China

24 uur in het oude China. Het dagelijks leven van de Chinezen – Yijie Zhuang
24 uur in het oude China. Deel van de cover
24 uur in het oude China. Deel van de cover
In het recent verschenen boek 24 uur in het Oude China beschrijft dr. Yijie Zhuang vierentwintig uur van vierentwintig inwoners van de stad Chang’an in het jaar 17. De Han Dynastie is op zijn hoogtepunt en de hoofdstad van het Chinese rijk vormt het bruisende middelpunt, zowel op economisch als cultureel gebied. De stad en zijn inwoners profiteren van de vele uitvindingen op agrarisch gebied, en ook de kunstnijverheid speelt een belangrijke rol. Het is een dynamische en spannende tijd, maar de bevolking worstelt met de gebruikelijke problemen van werk, geld en familie. Op Historiek een fragment dat begint rond middernacht, wanneer de dokter op weg is naar een patiënt.


De dokter schrijft een recept uit

Guang staat op om de lamp te doven en naar bed te gaan. Ineens wordt er zo hard op de deur gebonkt dat het hele huis trilt. Zijn vrouw is hem voor en doet open. Hij hoort een stem waarin paniek doorklinkt. De vrouw die hij even later ziet staan kijkt zo wanhopig dat hij haar met moeite herkent, het is de vrouw van zijn achterneef. Ze is buiten adem en langs haar voorhoofd parelen dikke zweetdruppels omlaag. Terwijl ze naar adem hapt vertelt de vrouw dat haar man vanmiddag onwel is geworden en nu ligt te ijlen van de koorts.

Guang maakt zich gereed om met de vrouw van zijn achterneef mee te gaan. Hij pakt de kleine gelakte dokterskist die hij altijd klaar heeft staan en die hij na gebruik meteen weer aanvult. Alles zit erin, stelt hij tevreden vast.

Eerder op de avond had hij een patiënt bezocht die klaagde over rillingen en zweten. Guang had hem gemberpoedertabletten gegeven, in te nemen met een paar slokjes wijn. Thuisgekomen had hij direct de symptomen en de behandeling van de patiënt genoteerd en uit de ijzeren ketel op de lage tafel bij de open haard nieuwe tabletten gepakt. Hij gebruikt de ketel af en toe om medicijnen te bereiden, maar vooral als handige bergplaats voor doosjes pillen, bosjes kruiden en andere medicijnen die teveel plek innemen om permanent in zijn draagbare kist te bewaren. De medicijnkist is intensief gebruikt sinds Guang naar zijn geboorteplaats terugkeerde om er een praktijk te beginnen. Het is zelfs al zijn tweede kist, nadat de eerste was gesneuveld toen hij tijdens zijn zoveelste nachtelijke visite misgreep. Hij heeft weleens het gevoel dat mensen expres tot midden in de nacht wachten voordat ze hem laten komen, maar hij mag tenminste komen.

Kaart van het Han-rijk, ca. 87 v.Chr. met in het midden Chang’an. (CC BY-SA 3.0 – Yu Ninjie. – wiki)
Vlak na Guangs terugkeer in zijn geboortedorp hadden de mensen hem argwanend bekeken, op het vijandige af. Kennelijk waren degenen die hem waren voorgegaan – net als veel artsen die Guang had ontmoet – arrogante praatjesmakers die hun patiënten eerder minachtten dan genazen. Het had even geduurd voordat men ontdekte dat Guang uit ander hout was gesneden. Om te beginnen had hij zijn bul niet aan zijn afkomst en allerlei kruiwagens te danken. Hij was arts geworden omdat geneeskunde hem oprecht interesseerde. Toen hij bij hem in de buurt niemand kon vinden van wie hij het vak kon leren, had hij rondreizende artsen aangeklampt en gevraagd of hij met hen mee mocht reizen. Zo had hij stukje bij beetje zijn medische kennis en vaardigheden bij elkaar gesprokkeld. Guang had het geluk dat een oude arts niet alleen zijn interesse zag, maar ook zijn aanleg voor het vak herkende. De man was zijn praktijk aan het afbouwen en had geen kinderen die het van hem over konden nemen. Hij was blij dat hij in Guang iemand had gevonden aan wie hij zijn jarenlange ervaring en waardevolle kennis kon overdragen. De vier volgende jaren had Guang van de ervaren geneeskundige geleerd wat hij kon. Na de dood van zijn mentor had hij nog enkele jaren gereisd om zich verder te bekwamen in de geneeskunst en kruidengeneeskunde.

Het hof

‘Het zit hem niet lekker dat hij met al zijn kennis niet heeft kunnen voorkomen dat de gezondheid van zijn patiënt langzaam maar gestaag achteruit is blijven gaan’

In 5 v.Chr. liet de keizer een decreet uitgaan waarin artsen en kruidengeneeskundigen werden opgeroepen om aan het hof te komen werken. Guang, die inmiddels een gerespecteerd huisarts was, had vijf jaar aan het hof doorgebracht en daar van zijn medeartsen veel opgestoken. Tussen zulke ervaren artsen werken beviel hem goed, en als hofarts stond hij in hoog aanzien, maar Guang wist dat dit niet de geneeskunde was waar zijn hart naar uitging.

Uiteindelijk besloot hij terug te keren naar zijn geboorteplaats en zich daar als arts te vestigen. Hij moest lang opboksen tegen de beroerde reputatie die zijn voorgangers het beroep van arts hadden bezorgd, maar Guang had één groot voordeel ten opzichte van de artsen die hem waren voorgegaan: de patiënten die hij behandelde werden vaak beter. Zijn huidige patiënt, zijn achterneef, heeft hij zelfs al meerdere malen het leven gered.

De arme jongen had een aangeboren spijsverteringsstoornis, wist Guang. Het was een familiekwaal, en een van de redenen waarom hij arts was geworden. Jaren geleden had hij hulpeloos moeten toezien hoe zijn broer en een neef aan soortgelijke chronische maagproblemen leden, en er uiteindelijk aan waren overleden. Guang was vast van plan zijn achterneef te redden, of op zijn minst langer in leven te houden. Hij wilde zijn broers enige zoon niet kinderloos zien sterven.

‘Inwendig vervloekt hij het ‘festival’ van het Koude Eten, dat in de loop der jaren verschillende van zijn oudere en kwetsbare patiënten het leven heeft gekost’

Terwijl hij met grote passen door het dorp loopt, en de vrouw van zijn achterneef hem op een drafje probeert bij te houden, stelt Guang bezorgd vast dat hij deze tocht al te vaak heeft moeten maken. Het zit hem niet lekker dat hij met al zijn kennis niet heeft kunnen voorkomen dat de gezondheid van zijn patiënt langzaam maar gestaag achteruit is blijven gaan. In plaats van een geleidelijke verslechtering is nu echter sprake van een acute crisis. Guang weet dat zo’n crisis, hoe plotseling ook, niet zomaar ontstaat. Er moet een directe oorzaak zijn. Op nogal scherpe toon ondervraagt hij de naast hem rennende vrouw.

Ze vertelt dat ze die middag met haar man naar een feestmaal was gegaan. Hij had alleen wat varkensvlees gegeten en zich tijdens het eten kiplekker gevoeld, maar had ongeveer een uur na hun thuiskomst overgegeven. Zonder vaart te minderen laat Guang haar boodschap op zich inwerken. ‘Wanneer nam hij varkensvlees en wat had hij daarvoor gegeten?’

‘De afgelopen maand bleef hij tijdens het Hansji-festival [Feest van het Koude Eten] koppig volhouden dat hij wilde vasten. Tot een paar dagen geleden at hij alleen ongekookt voedsel. Daarna begon hij weer meer te eten omdat hij zo verzwakt was door het vasten. Hij heeft vast teveel varkensvlees gegeten. Ik heb nog geprobeerd hem tegen te houden, maar hij heeft gewoon zitten schrokken.’

Vroeg bewijs van medische kennis

De theorie van yin en yang, die nauw verbonden is met klinische symptomen en medische diagnose was in de Han-periode al ver ontwikkeld. Twee goed bewaard gebleven medische geschriften over de elf bloedvaten die men in de yin en yang-theorie onderscheidt, werden aangetroffen in graftombe 3 van Mawangdui, een van de bekendste begraafplaatsen voor aristocraten uit de vroege Westelijke Han-periode. Een van de indrukwekkende voorbeelden van conservering van lichamen die op Mawangdui zijn aangetroffen is het gemummificeerde stoffelijk overschot van Xin Zhui, de markiezin van Dai. In de teksten staan ook uiteenlopende geneeswijzen beschreven. Een andere belangrijke ontdekking, op de Laoguanshan begraafplaats, was de vondst van een groot aantal klassieke leerstellingen van de door Bian Que (overleden in 310 v.Chr.) gestichte invloedrijke medische stroming en een gelakte figuur waarop bloedvaten en acupunctuurpunten staan aangegeven. Deze ontdekkingen zijn belangrijke aanwijzingen voor het toen al aanwezige begrip van de bloedsomlooptheorie en de toepassing ervan bij de diagnose en genezing van kwalen.

Het gebalsemde lichaam van Xin Zhui
Het gebalsemde lichaam van Xin Zhui (Publiek Domein – wiki)

De arts zegt niets, omdat hij de vrouw niet nog bezorgder wil maken, maar inwendig vervloekt hij het ‘festival’ van het Koude Eten, een onzinnig ritueel dat in de loop der jaren verschillende van zijn oudere en kwetsbare patiënten het leven heeft gekost. Oké, de beroemde Jie Zitui (overleden in 636 v.Chr.) kwam inderdaad om bij een bosbrand nadat hij had geweigerd de hertog van Jinwen (671-628 v.Chr.) te dienen, maar moeten daarom eeuwen later nog altijd mensen sterven? Toch herdenkt een groot deel van de Han-bevolking deze gebeurtenis nog altijd door van de winterzonnewende tot vroeg in het voorjaar te vasten. Ze eten dan alleen koud voedsel, zonder acht te slaan op de schade die ze hun gezondheid toebrengen.

Tegen beter weten in valt hij uit tegen de vrouw. ‘Ik heb jou en je man nou al ik weet niet hoe vaak gezegd dat regelmatig, op tijd en met mate eten de enige manier is om de vijf organen gezond te houden. En dat vet vlees en wijn funest zijn voor je ingewanden.’ Guang beseft te laat dat hij zijn pas moet inhouden en zachter moet praten. De vrouw begint te huilen.

‘Ik weet nog dat u dat zei, oom, maar de onnozelaar weigert naar me luisteren. U weet hoe koppig hij is. Hij had toch al een kort lontje, maar het lijkt wel of het elke keer erger wordt. Ik heb nu al geen leven meer!’ Tot Guangs grote opluchting zijn ze bij het huis van de patiënt aangekomen en hoeft hij zich niet over de paniekerige vrouw te buigen. Haar snikkende gestalte ontwijkend gaat hij het huis binnen en loopt direct door naar de slaapkamer, waar hij de bijna bewusteloze patiënt rillend onder een laken aantreft. Guang loopt naar het bed, pakt de rechterpols van de jonge man en voelt zijn polsslag. Hij stelt de inmiddels binnengekomen vrouw een reeks vragen en onderbreekt haar als ze te uitvoerig antwoord geeft. Hij stelt vast dat de patiënt de afgelopen twee nachten heeft liggen zweten, maar nadat het braken was begonnen nog sterker is gaan zweten. Hij heeft helemaal geen dorst, terwijl hij normaal gesproken ’s avonds vrijwel altijd een flinke beker water drinkt.

De arts knikt en verplaatst zijn vingers van de pols naar de bloedvaten in de nek. Met zijn andere hand beklopt hij ondertussen zachtjes de borstkas en rug. De vrouw volgt zijn handelingen aandachtig en vertelt dat er van rugpijn geen sprake is geweest, maar dat ze haar man een paar keer aan zijn buik heeft zien krabben. Ze is nog niet uitgesproken of haar echtgenoot doet zijn tot spleetjes opgezwollen ogen open en krabt aan zijn buik.

Gouden acupunctuurnaalden uit de in Mancheng gelegen graftombe van keizer Liu Cheng (ca. 33-37 v.Chr.)
Gouden acupunctuurnaalden uit de in Mancheng gelegen graftombe van keizer Liu Cheng (ca. 33-37 v.Chr.). Uit: 24 uur in het oude China
Terwijl de hartslag bij de halsslagader normaal aanvoelt, is hij bij de pols abnormaal traag en onregelmatig. Guang besluit dat er van een aan yang-energie gerelateerd uitwendig probleem geen sprake kan zijn. Dat houdt in dat hij hier te maken heeft met een aan yin-energie gerelateerd probleem in de inwendige organen, veroorzaakt door een slechter wordende maag. De langzame pols, het braken, de buikpijn en de geringe dorst passen stuk voor stuk bij de kenmerkende symptomen van een gebrek aan yang-energie – een voor de hand liggende diagnose omdat Guang de symptomen bij deze patiënt al eerder heeft waargenomen. Gelukkig is het gezicht van zijn achterneef, hoewel hij al in een acuut stadium van zijn chronische kwaal zit, geel in plaats van zwart, en zijn zijn ogen nog niet wit geworden. Het varkensvlees heeft forse schade toegebracht aan de zwakke maag van de patiënt, maar zijn toestand is nog te genezen. Iets van die strekking zegt Guang tegen de vrouw, die de boodschap met een enorme zucht van opluchting begroet.

Acupunctuur

Als de arts zijn dokterskist opent, glippen er enkele koperen naalden en bianshi-stenen naar buiten. Bij het zien van deze hulpmiddelen hapt de vrouw naar adem. Ze weet dat haar man niet goed op acupunctuur reageert, maar weet ook dat de arts dat weet en denkt daarom dat hij een wanhoopspoging gaat doen. Guang heeft inderdaad al een paar keer zonder resultaat acupunctuur toegepast bij zijn achterneef, maar dat was telkens min of meer een experiment geweest.

Het probleem is hier dat inwendige organen oververhit kunnen raken, en Guang behoort tot de denkrichting die gelooft dat acupunctuur in zulke gevallen meestal moet worden afgeraden. Terwijl sommige artsen uit de Qin-school vinden dat acupunctuur in vrijwel alle gevallen moet worden toegepast, denkt Guang dat het de patiënt soms alleen maar sterker belast. Hij geeft de voorkeur aan geneesmiddelen en kruiden, met acupunctuur als aanvullende behandeling.

Kaneelstokjes. Bron: pixabay / weinstock
Kaneelstokjes. Bron: pixabay / weinstock
Terwijl de vrouw verwachtingsvol over hem heen gebogen staat, in de hoop op een prognose en een behandeling, overweegt Guang de mogelijkheden. De ziekte heeft een lastig stadium bereikt waarin geneeskrachtige mengsels de kwaal mogelijk kunnen genezen, maar de patiënt ook het leven kunnen kosten. De gezondheid van zijn patiënt is momenteel zo kwetsbaar dat elk krachtig medicijn hem fataal zou kunnen worden. Uiteindelijk pakt Guang een snuifje wilde gember, een kaneelstokje en een takje van de Cang Zhu, de grijze Atractylodes (Atractylodes lancea) en doet de ingrediënten in zijn kleine vijzel.

Na de kruiden tot poeder te hebben vermalen schept hij het met een klein lepeltje uit de vijzel, geeft het aan de vrouw en vertelt haar hoe de patiënt het moet innemen. Hij blijft staan kijken om te zien of de patiënt alles binnenkrijgt en hoe hij erop reageert.

Pas als hij zijn achterneef het poeder zonder veel moeite heeft zien doorslikken is hij gerustgesteld dat de toestand van de jonge man zich heeft gestabiliseerd. Het medicijn waar zijn patiënt nu het meest behoefte aan heeft is tijd om te herstellen, want zodra de maag een medicijn kan binnenhouden kunnen de andere inwendige organen meeprofiteren. De maag is een onmisbare schakel, aangezien een lege maag de andere organen uitput.

Dokter Chunyu Yi

Chunyu Yi
Chunyu Yi (CC BY 4.0 – Wellcome Images – wiki)
Chunyu Yi (ca. 215-140 v.Chr.), ook wel bekend als Canggong, was voordat hij arts werd directeur van een graanopslag van de overheid. Hij stond bekend om zijn trefzekere polsslagmeting en diagnose, en de doeltreffende medicijnen die hij zijn patiënten voorschreef. In het boek Zhenji (diagnostisch compendium) worden vijfentwintig kenmerkende ziektegevallen beschreven. Van elk geval noteerde Chunyu Yi de naam, het geslacht, beroep, geboorteplaats, diagnose, symptomen, oorzaken van de ziekte, het verloop van de symptomen (pathogenese), remedie, genezing, enzovoort. De vijfentwintig beschreven patiënten waren afkomstig uit verschillende lagen van de bevolking en hadden elk een ander klachtenbeeld. In dertien van de vijftien met succes behandelde gevallen was de patiënt genezen door voorgeschreven medicijnen, terwijl vier gevallen met behulp van acupunctuur werden opgelost. In tien andere gevallen was Chunyu Yi, ondanks de nauwkeurige diagnose die hij stelde, niet in staat de patiënt te genezen. Ondanks dat deed Chunyu Yi ook van deze ‘mislukte’ gevallen waarheidsgetrouw verslag. De Zhenji werd door latere geleerden geprezen om zijn gedetailleerde weergave die een helder beeld geeft van de toenmalige medische opleiding en praktijk.

Terwijl Guang zijn medicijnkist weer inpakt, geeft hij de vrouw opdracht erop toe te zien dat de patiënt voldoende eet, maar wel mondjesmaat. Door haar jarenlange ervaring met de ziekte van haar echtgenoot weet de vrouw welk voedsel geschikt is en wat niet, en ze oppert dat ze dit keer dunne rijstepap zou kunnen koken, met acht delen water op één deel rijst. Van granen gekookte pap wordt als zeer bevorderend voor de genezing beschouwd, aangezien het lichaam de aan de pap ontleende qi-energie aan de andere inwendige organen doorgeeft, en dus stemt Guang in, maar hij stelt wel voor om de pap nog eens dubbel zo dun te maken. Hij geeft de vrouw opdracht de pap ofwel op een houtvuur te koken of door heet gemaakte stenen in de kookpot te doen. Terwijl de vrouw aan de slag gaat neemt Guang afscheid.

24 uur in het oude China – Yijie Zhuang
Bij zijn achterneef thuis had de arts geprobeerd een professionele houding uit te stralen terwijl hij zijn diagnose stelde en zijn medicijn bereidde. Pas als hij de kille nacht in stapt voelt hij dat zijn rug kletsnat is van het zweet. Zou het kunnen, vraagt hij zich af, dat het huis zelf zijn achterneef ziek maakt? Zowel in zijn vroege studiejaren als toen hij met andere geneeskundigen aan het hof samenwerkte had Guang zich de populaire shushu-berekeningen, feng shui, en de kunst van de dodenbezwering eigen gemaakt. Bij feng shui gaat men ervan uit dat tal van aspecten van een huis de gezondheid van de mensen die er wonen kunnen beïnvloeden – de ligging, de bouwmaterialen, de vloer en de hoogte van de wanden zijn stuk voor stuk factoren om rekening mee te houden. Terwijl Guang door de donkere straten terug naar huis loopt, laat hij de constructie en de indeling van het huis van zijn achterneef aan zijn geestesoog voorbij trekken en bedenkt hij welke dingen hij misschien anders zou ontwerpen of veranderen. Misschien zouden ingrepen aan het huis de gezondheid van de patiënt kunnen helpen herstellen – misschien ook niet, bedenkt hij, maar ze zijn zeker het overwegen waard.

~ Dr. Yijie Zhuang

Boek: 24 uur in het oude China – Dr. Yijie Zhuang
Meer China

Bekijk dit boek bij:

Bekijk dit boek bij Historiek Geschiedenisboeken

Bekijk meer over:

China, Geneeskunde, Voorpublicaties

Categorieën

Vorige verhaal

Getrouwd en verliefd op een Chinees uit Nederlands-Indië

Volgende verhaal

Wat doen we met de spullen? Leven in een tijd van overvloed