De ‘foute’ oom van de Soldaat van Oranje

NSB-kopstuk en als rechter lid van de Germaanse SS
/
3 minuten leestijd
Willekeurige afbeelding van een WA-parade in Utrecht
Willekeurige afbeelding van een WA-parade in Utrecht (Fotodienst der NSB)

Wie de naam Hazelhoff-Roelfzema hoort, denkt meteen aan Erik Hazelhoff-Roelfzema, de man die model stond voor Soldaat van Oranje, de man over wie een prachtige film is gemaakt door Paul Verhoeven, de verzetsheld over wie nu al jaren een druk bezochte musical draait. Maar in het verhaal wordt jammer genoeg niet verteld dat de dappere Erik binnen de familie een geduchte tegenpool had: zijn oom Wouter Ubbo Hazelhoff-Roelfzema, tuchtrechter en opperbanleider van de WA, die tot aan het eind van de oorlog nog vurig geloofde in de totale nazificatie van het gerechtelijke en politionele apparaat.

“Wouter Ubbo was een van de kopstukken van de WA en de NSB.”

Op 5 april 1945 werd Wouter Ubbo gearresteerd. Bijna anderhalf jaar later, op donderdag 28 november 1946, haalde men hem uit het Bewarings- en Verblijfskamp te Marum om terecht te staan voor het Tribunaal Groningen. Hem werd ten laste gelegd dat hij als NSB-er, lid van Rechts Front, begunstigend lid van de Germaanse SS, tuchtrechter van de WA en vrederechter ernstig had gecollaboreerd met de vijand. Bovendien werd hem verweten dat hij op ontoelaatbare wijze een jodenwoning in Groningen had weten te bemachtigen. Bij de laatste tenlastelegging ging het om de woning van de weduwe S.C. Leopold-Hamburger, een joodse die gemengd gehuwd was. De Duitsers hadden verordonneerd dat mensen uit een joods gemengd huwelijk bij elkaar moesten intrekken en zo gebeurde het dat mevrouw Hamburger haar biezen moest pakken en Wouter Ubbo zijn tenten opsloeg in haar huis. Het tribunaal kwam dan wel tot de conclusie dat hij nooit iemand had verraden omdat hij ‘teveel mensch was om iemand aan te brengen’, maar een joodse weduwe uit haar huis jagen – dat was toch een sinister kantje in het karakter van Wouter Ubbo.

Ongebreidelde steun

Het Tribunaal Groningen veroordeelde hem tot drie jaar gevangenisstraf. Wouter Ubbo was een van de kopstukken van de WA en de NSB. Hij hield zich bezig met de structuren en de discipline binnen deze bewegingen. Hij erkende tijdens de rechtszitting alle tenlasteleggingen maar voegde daar wel aan toe dat de eed van Trouw die hij aan Mussert had afgelegd, niet in strijd was met het huis van Oranje, met welk huis hij voor de oorlog contacten had. Volgens het tribunaal was hij als vrederechter ‘tekort geschoten in objectiviteit, toch het sieraad van de rechterlijke macht, en had hij uit het hem omringende onrecht geen consequenties getrokken‘. Voorts werd hem verweten dat hij ongebreideld steun had verleend aan het Nationaal-Socialisme.

Schijnregering

Terwijl Erik Hazelhoff-Roelfzema – soldaat van Oranje dus – in Londen gezellig aan de Earl Grey zat met koningin Wilhelmina en naderhand in rokkostuum het bezette Scheveningen op de motor binnenraasde, zaten zijn neefjes, de kinderen van Wouter Ubbo, bij de Jeugdstorm.

Op 21 januari, zo’n vier maanden voor de bevrijding van Nederland, schreef Wouter Ubbo aan een vriend van de familie:

‘In september jl. werd hier zeer dringend het advies gegeven om vrouwen en kinderen te doen evacueren. Op zichzelf zag ik in de oorlogstoestand nog niet zozeer reden daartoe, evenmin was ik erg bang voor optreden van ondergrondse organisaties hier, maar wij wilden niet ondisciplinair zijn en het zekere voor het onzekere nemen, vooral omdat Ems in october haar bevalling verwachtte.’

Ems, de vrouw van Wouter Ubbo, beviel in een speciaal voor NSB-ers ingericht kamp in Duitsland van het jongetje Roderick. Wouter Ubbo’s zoon Hus zat bij de Marine Jeugdstorm. Samen met zijn kameraden brachten zij in scheepjes voedsel naar Amsterdam. Wouter Ubbo schrijft:

‘Het is lang geen ongevaarlijk werk, zeker niet voor jongens van 16 en 17 jaar, want zij worden niet alleen beschoten door vliegtuigen, vooral op de Zuiderzee, maar bovendien worden ze ook aangevallen vanaf de wal, door goede Nederlanders, die op bevel van de schijnregering in Londen niet willen dat andere evengoede Nederlanders te eten krijgen, zij zijn soms slaags met de ondergronders. Gelukkig kan ik constateren dat ook onze tegenstanders, voorzover het eerlijke mensen zijn, daarover even verontwaardigd zijn als wij.’

Overwinning

Of Wouter Ubbo als vurig nationaal-socialist zelf ook gevaar heeft gelopen, is niet bekend. Maar hij had wel een pistool. Volgens zijn verklaring tegenover het tribunaal omdat er vanuit de bosjes op een avond door iemand op hem was geschoten. Dat hij bijna tot op het eind de nazi’s bleef steunen, wordt duidelijk uit een brief die hij op 2 januari 1945 schreef:

‘Moge dit jaar de overwinning brengen van Europa, moge de Führer behoed worden en moge hij nader tot zijn doel komen.’

Erik Hazelhoff Roelfzemam, beter bekend als de ‘Soldaat van Oranje’ (Nationaal Archief)
Erik Hazelhoff Roelfzemam, beter bekend als de ‘Soldaat van Oranje’ (CC0 – Nationaal Archief)
Hoe Erik Hazelhoff-Roelfzema na de bevrijding tegen zijn oom heeft aangekeken, is niet bekend. Is het voor hem misschien een drijfveer geweest om er als verzetsman nog harder tegenaan te gaan en zo de naam van zijn familie van alle blaam te zuiveren? Feit is dat hij altijd over dit nationaal-socialistische familielid, deze broer van zijn vader, heeft gezwegen. De straf die Wouter Ubbo kreeg, was volgens sommigen veel te licht voor ‘deze volkomen niet bekeerde nationaal-socialist’. Tegen Johannes Jacobus Schrieke, tijdens de bezetting secretaris-generaal van het departement van justitie, zou Wouter Ubbo zijn plannen hebben ontvouwd om te komen tot volkomen nazificatie van politie en justitie, compleet dus met Gestapo. Ernstig werd ‘overwogen te dezer zake een nieuwe dagvaarding tegen Hazelhoff-Roelfzema uit te brengen.’ Dat is nooit gebeurd. Dat is vreemd. Maar of Wouter Ubbo misschien protectie genoot, is niet bekend.

Wel was bekend dat hij voor de oorlog als secretaris in het uitvoerend comité voor het Nationaal Huwelijksgeschenk aan koningin Juliana en prins Bernhard had gezeten. Hij werd zelfs uitgenodigd voor de bruiloft van het koninklijk paar. Net als zijn neef Erik Hazelhoff Roelfzema had hij dus contacten gehad met de koninklijke familie, dat wil zeggen: voor de oorlog, toen hij nog niet recht sprak wat krom was.

~ Cees van Hoore
Eerder gepubliceerd in het Leidsch Dagblad

Vorige verhaal

De stormtroepen van de moefti

Volgende verhaal

Joods meisje op iconische foto na 80 jaar geïdentificeerd

×