Frits Elzas, vicevoorzitter van de Joodse Raad in Utrecht

//
8 minuten leestijd
Frits Elzas
Frits Elzas (foto uit ‘De Joodse Raad van Utrecht’)

Frits Elzas (1914-1944) van de Joodse Raad van Utrecht is een bekend persoon geworden in Nederland. Dat komt door Ad van Liempts boek Aan de Maliebaan en de theatervoorstelling en tv-serie De Maliebaanmonologen, die daarop zijn gebaseerd. Hij is een van de zes hoofdpersonen daaruit. In mijn boek De Joodse Raad van Utrecht staan voor het eerst foto’s van hem en is voor het eerst in detail zijn lot te lezen.

De sociaalvaardige Frits Elzas komt vanaf midden 1942 in Utrecht bijna dagelijks op het politiebureau om de belangen te behartigen van gearresteerde joden. De officiële reden is om te voorkomen dat zij onvoorbereid op transport – naar Amsterdam en verder – worden gezet. Elzas merkt dat als hij rechercheur Jan Smorenburg geld biedt, hij joden vrij kan krijgen. “Ik boks met die lui toch nog wel wat bij elkaar”, zegt hij in die tijd.

Alex de Haas
Alex de Haas
Bij de eerste omkoping – in de herfst van 1942 – gaat het om 500 gulden, herinnert Joodse Raad-voorzitter Alex de Haas zich na de oorlog. “Elzas betaalt Smorenburg ook voor het geven van tips van op handen zijnde arrestaties.” Frits Elzas bouwt al wheelend en dealend een band op met Smorenburg. Hij spreekt hem soms grappend aan met ‘hé, landverrader!’, dat Smorenburg beantwoordt met ‘hé, smerige rotjood!’. Na de oorlog verklaart Smorenburg dat hij “zeer goed bevriend was” met Elzas.

Frits Elzas rijdt regelmatig met Smorenburg mee in de auto naar Amsterdam om (financiële) zaakjes te regelen. Die autoritjes krijgen vaste vorm als het joden wordt verboden om te reizen. Secretaresse Froukje de Lange van de landelijke Joodse Raad ziet Elzas wekelijks in het gebouw aan de Nieuwe Keizersgracht. Ze werkt op de eerste verdieping van het pand voor voorzitter Cohen.

Ik kende hem goed. Elzas kwam bijna elke week in ons gebouw om verschillende zaken betreffende joden te bespreken. Hij was dan meestal in gezelschap van een man. Eén keer vertelde Frits dat hij met de auto van de politie is gebracht, terwijl hij minderjarige joodse kinderen bij zich had.

Frits Elzas heeft (ook) een vertrouwelijke band met een andere jodenjager op kamer 14 van de politie: Kees van Tricht. Tegen hem durft hij te vertellen waar zijn ouders ondergedoken zitten en onder welke schuilnaam. Mogelijk geeft hij Van Tricht daarbij geld om hen niet op te pakken. De bescherming werkt in elk geval.

Van Tricht krijgt in februari 1944 op het hoofdbureau bezoek van Jaap Schipper, die net eigenaar is geworden van een pension op Oudegracht 297. Schipper vertelt dat hij als NSB’er de plicht heeft te melden dat de bewoners van een kamer, ene meneer en mevrouw Hansen, niet meer in hun ruimte zijn geweest sinds hij eigenaar is. Hij vraagt de politie om een onderzoek. Van Tricht weet meteen om wie het gaat, de ouders van Frits Elzas, en zorgt dat met de tip niets gedaan wordt.

Maar ondanks de vriendelijkheden in het directe contact is Frits Elzas in eigen kring zeer kritisch over de agenten op kamer 14. Een getuige:

Elzas placht te zeggen: na de oorlog moeten we iedereen ophangen, maar Smorenburg aan een laag boompje of met een zijden koord.

Agenda’s met dagboeknotities van Marianne Straus
Agenda’s met dagboeknotities van Marianne Straus (foto: Jim Terlingen)

April 1943

Als alle joden uit Utrecht moeten vertrekken, mogen twee leden van de Utrechtse Joodse Raad legaal blijven met hun families: voorzitter Alex de Haas en Frits Elzas. In het najaar van 1943 woont Frits Elzas samen met zijn ouders in bij het gezin van de joodse Maurits Straus en zijn katholieke vrouw Maria Straus-Huefnagels op Oudkerkhof 15 bis. Dit blijkt uit dagboekaantekeningen van de oudste dochter van het gezin, Marianne.

Marianne Straus, dan 23 jaar, raakt daar hevig verliefd op de zesenhalf jaar oudere Frits. Ze helpt hem af en toe met administratieve klussen in verband met zijn werk voor de Joodse Raad. Verder gaan ze met regelmaat samen de straat op en bezoeken ze de Utrechtse boekhandels Bijleveld en Broese, plekken waar Frits Elzas graag komt.

In september 1943 wordt Elzas’ politiecontact Jan Smorenburg gearresteerd. Dat is voor Frits Elzas een angstige ontwikkeling. Hij is zijn Utrechtse beschermheer kwijt en duikt onder. Smorenburg verklaart na de oorlog: “Toen ik werd vastgezet, dook Frits onder. Toen ik loskwam, kwam Frits ook weer boven water.” Jan Smorenburg kent zijn adres. Frits’ moeder Sarah na de oorlog: “Ik heb bij ons thuis rechercheur Smorenburg meerdere malen in mijn woning gesproken.”

Meerdere politieagenten van kamer 14 weten dat Frits daar woont. Marianne Straus, na de oorlog: “Ze kwamen wel eens aan de deur om een tip te geven van een op handen zijnde arrestatie.” Straus schrijft in haar oorlogsdagboek dat een buurvrouw op het Oudkerkhof deze situatie zo verdacht vindt dat ze iedere keer als ze Frits Elzas tegenkomt, denkt:

“Jij lelijkerd, jij heult en werkt met ze samen.”

Frits Elzas
Frits Elzas (foto uit ‘De Joodse Raad van Utrecht’)
In 1944 wordt de vrijgelaten Smorenburg aan de tand gevoeld. Daarover vertelt hij na de oorlog: “Ik moest mij in Den Haag tegenover hoofdcommissaris Fransen verantwoorden omtrent mijn connecties met Frits. Kort daarop werd hij opgepakt.” Dat is op maandag 28 augustus. Twee Amsterdamse politiemannen gaan dan naar het Oudkerkhof in Utrecht. Ze pakken daar in het huis van de familie Straus Frits Elzas en zijn ouders op en brengen ze dezelfde dag over naar het politiebureau in Velp.

Marianne Straus schrijft die avond:

Zwarte dag. Waarom is het vreselijke toch gebeurd! Ik ben wanhopig.

Uit wat Marianne later (wederom geëmotioneerd) in haar dagboek aan Frits schrijft, valt te reconstrueren dat de twee agenten eerst met vader Herman Elzas spraken en dat toen Frits zich bij hen voegde.

Waarom had je zo’n haast naar beneden te komen? Kon je niet afwachten wat ze tegen je vader zeiden? Toen had je direct de deur uit moeten stappen en weggaan. (…) Frits, je zult je zelf nu ook wel de haren uit je hoofd trekken.

Vanaf het politiebureau in Velp stuurt Frits op 28 augustus nog een briefje naar Marianne. Vermoedelijk staat erin dat hij denkt dat hij binnen zes of acht weken terug zal zijn. In latere dagboekaantekeningen haalt Marianne dit meerdere keren aan. De volgende dag, op 29 augustus, komen mannen aan de deur op het Oudkerkhof, blijkt uit Mariannes notities:

11 uur, 2 rotkerels. Jullie hadden een prettige reis gehad.

Later die dag worden Frits en zijn ouders naar Westerbork gebracht, waar ze bij elkaar in barak 70 terechtkomen. In Westerbork zitten op dat moment ook Anne Frank, haar zus Margot en haar ouders. De familie Straus probeert van alles om invloed uit te oefenen. Op 1 september schrijft Marianne:

’s Middags naar A’d. Roelof was er al. Sluzker gespr. 500,- gegeven. Pak gestuurd wat Frits gevraagd had.1

Theresienstadt - Toegangspoort tot een deel van de verblijven van de gevangenen
Theresienstadt – Toegangspoort tot een deel van de verblijven van de gevangenen (CC BY-SA 3.0 – Aurevilly – wiki)
Vijf dagen later horen Frits en zijn ouders dat ze de volgende dag, op maandag 4 september, mee zullen gaan met het transport van Westerbork naar Theresienstadt. Dit bericht komt ook aan in Utrecht. Op zondag 3 september schrijft Marianne:

Half tien telef. van mr. De Haas. Papa direct naar de Springweg. Wij om 12 uur. Het vreeslijke gaat gebeuren. Iedereen is doodongelukkig.

De volgende dag vertrekt het transport XXIV/7 naar Theresienstadt, met daarin Frits Elzas en zijn ouders. De trein heeft 45 wagons, waarin in totaal 2087 mannen, vrouwen en kinderen zitten en staan.Marianne Straus noteert later die dag:

We hebben nog steeds de hoop dat je kunt vluchten. Was je toch maar hier. Je had toch niet mee moeten gaan. Wat zijn we toch onverstandig geweest. Ik geloof niet dat ik verder kan leven. Maar ik moet. Ik wil het vertrouwen hebben dat je terugkomt.

Voor de familie Straus treedt daarna een grote stilte in. Ze moeten gissen wat er met Frits en zijn ouders gebeurt. Marianne stuurt meerdere keren kaarten en brieven naar Theresienstadt, maar krijgt geen directe reactie. Op 9 september noteert Marianne iets opmerkelijks. Politieagent Kees van Tricht is aan de deur om tegen Frits te zeggen dat die middag nazi-agent Willem Sijpkens is doodgeschoten.

Van Tricht kwam het vertellen. Hij wou jou, lieve Frits, iets leuks zeggen. Hij wist niet wat hij hoorde. Waarom zijn we niet bij hem geweest? Hij had aangeraden te duiken. Misschien was hij iets te weten gekomen.

Transportkaart van Frits Elzas, 29 september 1944
Transportkaart van Frits Elzas, 29 september 1944

Het kan natuurlijk waar zijn dat Van Tricht dan van niets weet, maar de optie dat hij zich mooier voordoet dan hij is moet ook serieus worden genomen. Enkele dagen eerder, op dinsdag 6 september – Dolle Dinsdag – breekt onder Duitsers en NSB’ers paniek uit omdat ze vermoeden dat de oorlog gauw voorbij zal zijn. Velen vluchten. Op 16 september komt ook Jan Smorenburg langs bij de familie Straus.

Jan Smorenburg hier. Erg onder de indruk. Hij is op het matje geroepen.

Op 7 december hoort Marianne dat Frits en zijn ouders op 15 september een kaart vanuit Theresienstadt hebben gestuurd naar een oom van Marianne. Eind november is deze aangekomen. “Ze maken ’t alle drie goed”, hoort ze van haar vader, die dit bericht speciaal aan haar komt vertellen in de apotheek waar ze werkt.

De gelukkigste dag sinds 28 augustus. (…) Ik heb gehuild van blijdschap.

De Joodse Raad van Utrecht - Jim Terlingen
De Joodse Raad van Utrecht – Jim Terlingen
Frits is eind september, drie weken na aankomst in Theresienstadt, doorgestuurd naar Tsechowitz-Vacuum. Dat is een pas opgericht nevenkamp van Auschwitz, waar gevangenen moeten werken voor de Vacuum Oil Company. Van dit oorspronkelijk Amerikaanse oliebedrijf hebben de nazi’s de Poolse bedrijfsonderdelen ingepikt.

In het kamp werken driehonderd Poolse joden, allen afkomstig uit het getto van Łodz, en driehonderd gevangenen uit Theresienstadt, waaronder dus Frits Elzas. Ze worden ingezet bij het ontmantelen van fabrieksgebouwen die tijdens luchtaanvallen zijn beschadigd. Ze moeten ook grond-, metsel- en betonwerk doen, wegen aanleggen en spoorlijnen repareren. De gevangenen slapen in een oude boerderij. Volgens getuigen heerst er een streng regime.

In december 1944 overlijdt Frits in Tsechowitz in een ziekenhuis. De oorzaak van zijn dood is onbekend. Frits Elzas is 30 jaar geworden.

~ Jim Terlingen
Aangepaste versie van een hoofdstuk uit het net verschenen boek De Joodse Raad van Utrecht

Boek: De Joodse Raad van Utrecht
Ook interessant: Het dilemma van de Joodse Raad
…of: De Maliebaan. Een Utrechts machtscentrum

Bekijk dit boek bij:

Bekijk dit boek bij Historiek Geschiedenisboeken

Noten

1 – De Oostenrijkse advocaat Edwin Sluzker is hoofd van de afdeling Expositur van de Joodse Raad in Amsterdam. ‘Expo’ zoals de afdeling in de volksmond heet, onderhoudt de contacten met de Zentralstelle für jüdische Auswanderung.