Geschiedenis van het vaktijdschrift

Het professionele tijdschrift in de transitie van de Nederlandse maatschappij, 1850-2020
/
10 minuten leestijd
Het professionele tijdschrift in de transitie van de Nederlandse maatschappij, 1850-2020
Het professionele tijdschrift in de transitie van de Nederlandse maatschappij, 1850-2020. Fragment uit de cover
De Nederlandse samenleving heeft in de afgelopen anderhalve eeuw een diepgaande transitie doorgemaakt. In alle maatschappelijke sectoren zijn de resultaten van de snelle ontwikkeling van wetenschap en techniek doorgedrongen. Die ontwikkeling was onder meer mogelijk dankzij de inzet van professionals met een gedegen wetenschappelijke vorming. Het recent verschenen boek Het professionele tijdschrift in de transitie van de Nederlandse maatschappij, 1850-2020 (AUP) beschrijft hoe redacties en uitgevers van professionele tijdschriften zich inspanden om hun rol als informatiemakelaar goed te vervullen. Op Historiek een fragment over de ontwikkeling van vaktijdschriften vanaf de zeventiende eeuw.


Het professionele tijdschrift in zijn maatschappelijke context

Nu was er voor goed gebroken met dat tijdperk van weekelijkheid en verslapping, van ijverloosheid en gebrek aan energie, waardoor zich het nationaal gevoel beleedigd achtte. De kreet naar vrijheid, alom gehoord, was ook tot Nederland doorgedrongen; voortaan zouden de kluisters worden afgeworpen waaronder handel en nijverheid te onzent nog zuchtten. Een vrijzinnig bestuur, ondersteund door ware volksvertegenwoordigers, door wetenschap en kennis voorgelicht, op openbaarheid rustend, omdat waarheid het doel was, zou de bepalingen der gewijzigde Grondwet in leven en werking brengen. Volksgeest en burgerzin, nu niet meer van invloed beroofd, zouden bewerken wat geen doode letter van reglementen, geen pogen van enkele bevoorregten bewerken kon. Het eens zoo krachtige Nederland, in doodslaap verzonken, zou uit die sluimer worden opgewekt.

Een breuk met het verleden

Het openingscitaat is van Jan Heemskerk Bzn (1811-1880), een liberaal rechtsgeleerde en parlementslid, die in 1849 als redacteur van het vooraanstaande tijdschrift De Gids een artikel schreef waarin hij de verwachtingen van de nieuwe tijd formuleerde, maar ook zijn teleurstelling uitsprak over het feit dat zoveel factoren de realisatie ervan leken te verhinderen. Hij kon toen niet voorzien dat de belemmeringen geleidelijk zouden worden weggenomen en de Nederlandse maatschappij een fundamentele verandering zou ondergaan.

Welke rol speelden de vertegenwoordigers van beroepen die wetenschappelijke kennis omzetten in een verbetering van de beroepspraktijk in deze transitie? En welke functie hadden de professionele tijdschriften, die de communicatie tussen deze beroepsgenoten onderhielden?

(…)

De trits lezer-redactie-auteur; de verschuivende rol van tijdschriften

Voor 1850: geleerden en genootschappen

Advertentie voor de eerste ESB
Advertentie voor de eerste ESB (Bron: Delpher)
Vanaf de zeventiende eeuw ontstonden overal in de ontwikkelde wereld vormen van protowetenschappelijke/professionele tijdschriften. Zij kwamen naast de oudere vormen van kennisoverdracht van auteur naar lezer, zoals de brief en het boek. In deze nieuwe vorm stond de rol van de samensteller of redacteur centraal. De meeste van deze vroege tijdschriften hadden doelgroep en formule nog niet helder geformuleerd en de periodiciteit was meestal laag. Sommige waren gericht op geleerden, andere meer op de koopman, weer andere waren kranten met een breed nieuwsaanbod voor een groot publiek. Sommige gaven alleen artikelen, andere beperkten zich tot boekbesprekingen of samenvattingen. Maar een enkele had al de formule gevonden die latere tijdschriften ook zouden hanteren: een evenwichtige combinatie van al deze informatiecategorieën, die op gezette tijdstippen werd gepresenteerd aan abonnees.

In de achttiende en negentiende eeuw kwamen er tijdschriften van geleerde genootschappen en maatschappijen bij. Zij schreven prijsvragen uit waarin verzocht werd een bepaald probleem te omschrijven en er oplossingen voor aan te dragen. Verder organiseerden ze bijeenkomsten en studieclubs. Kennis- en informatie-uitwisseling was voor hen een belangrijk instrument en ze bevorderden dan ook de oprichting van tijdschriften. Daarnaast werden veel initiatieven ontplooid tot oprichting van gespecialiseerde tijdschriften (medisch, juridisch, theologisch) door (groepen) ‘verlichte’ burgers. Vooral in de negentiende eeuw waren dat professionals, maar hun publicaties verschenen vaak onregelmatig, waren kostbaar en lastig toegankelijk. De reikwijdte van deze periodieken en hun impact bleven hierdoor beperkt.

Nederlandse Tijdschrift voor Geneeskunde (1857)
Nederlandse Tijdschrift voor Geneeskunde (1857) (Publiek domein/wiki)
De meeste van deze tijdschriften bestonden maar kort. Voor een commercieel aanvaardbare exploitatie waren ongeveer vijfhonderd abonnees nodig. Bovendien moest er een minimaal aantal interessante auteurs beschikbaar zijn. In de grote ons omringende landen kon aan die voorwaarden relatief gemakkelijk worden voldaan, en daar ontstonden dan ook al vroeg tamelijk gespecialiseerde wetenschappelijke en beroepsgerichte tijdschriften. In het kleine Nederland bleek dat moeilijker en waren er gemiddeld maar enkele tientallen van zulke tijdschriften actief die het langer dan vijf jaar uithielden. Een van de factoren die Nederlandse initiatiefnemers parten speelde, was het kosmopolitische karakter van de maatschappij; men richtte zich vrij eenvoudig tot de buitenlandse gespecialiseerde periodieken.

1850-1914: de opkomst van professionele tijdschriften

Door de snelle ontwikkelingen op technologisch, economisch en maatschappelijk terrein in de tweede helft van de negentiende eeuw ontstond een sterke dynamiek in de informatiesector. Naast de initiatieven van genootschappen, verenigingen, boekhandelaren en burgers kwamen uitgevers/drukkers met concepten waarvoor ze een markt zagen. Aanvankelijk waren de nieuw opgerichte tijdschriften met een wetenschappelijke, professionele of vakinhoudelijke doelstelling nog kwetsbaar, met over het algemeen beperkte oplagen, terwijl de markt en het aanbod versnipperd waren.

‘De wetenschapsbeoefening is in deze periode sterk gegroeid en heeft zich strakker georganiseerd rondom universiteiten en onderzoekcentra.’

In de late negentiende eeuw veranderde de situatie ingrijpend. De vraag naar gespecialiseerde tijdschriften steeg door de voortdurende groei van het aantal academisch gevormde beroepsbeoefenaren. Ze werd verder gestimuleerd door een significante prijsverlaging, mogelijk gemaakt door vijf factoren. Allereerst was er de mechanisering van veel drukprocessen, waardoor drukkerijen sneller en goedkoper drukwerk in hoge oplagen konden afleveren. Vervolgens werd in 1869 het dagbladzegel afgeschaft, een belasting op dag- en weekbladen waartegen uitgevers al jaren fel protesteerden. Verder werd de aantrekkelijkheid verhoogd doordat vanaf 1880 goede en goedkope methodes beschikbaar kwamen om foto’s en andere illustraties af te drukken.

Ook namen de verspreidingsmogelijkheden toe door de verbetering van de postdiensten. Ten laatste werd een belangrijke bron van inkomsten aangeboord met de ontwikkeling van het advertentiewezen. Er ontstonden gespecialiseerde bedrijven die zich op het bemiddelen van advertenties richtten, zoals het Algemeen Advertentiebureau van Nijgh & Van Ditmar in Rotterdam.

De Ingenieur 15e Jaargang, (1900) No 50, 15 dec 1900
De Ingenieur 15e Jaargang, (1900) No 50, 15 dec 1900. Koninklijk Instituut van Ingenieurs. (Publiek domein/wiki)
De wetenschapsbeoefening is in deze periode sterk gegroeid en heeft zich strakker georganiseerd rondom universiteiten en onderzoekcentra. Als gevolg daarvan heeft het wetenschappelijke tijdschrift zich verbijzonderd. Zo ontstond een onderscheid in drie typen. Het puur wetenschappelijke tijdschrift richtte zich op de wetenschapsbeoefenaren, dat wil zeggen op de hoogleraren en wetenschappelijke staf van de universiteiten. Het professionele tijdschrift richtte zich op alle geledingen van de universitaire gemeenschap: wetenschappelijke staf, studenten en afgestudeerden. En vaktijdschriften richtten zich op beoefenaren van een vak waarvoor geen universitaire opleiding was vereist.

1914-1945: voortgaande specialisatie

In het Interbellum verschenen nieuwe tijdschriften op terreinen die eerder nog niet werden bestreken. Daarnaast werden binnen de disciplines tijdschriften opgericht die oudere vervingen, waarvan de formule niet voldeed aan de eisen van een professionele doelgroep. Zo begon de tendens tot specialisatie momentum te krijgen, niet alleen in tijdschriften, maar ook in geleerde (beroeps)verenigingen. Op alle terreinen ontstond druk om gespecialiseerde verenigingen met een eigen blad op te richten. De dreigende versnippering probeerde men tegen te gaan door verenigingen onder te brengen in federatieve structuren en gespecialiseerde rubrieken te introduceren in bestaande, breder georiënteerde tijdschriften.

Tijdschriften kregen het moeilijk in de Tweede Wereldoorlog. De vrijheid van journalisten en auteurs werd beknot; joodse auteurs werd het publiceren helemaal onmogelijk gemaakt. Grondstoffen werden ook schaars en de bezetter controleerde scherp de toewijzing van papier aan boeken, tijdschriften en kranten. Bovendien was de verzending problematisch, maar uiteindelijk overleefden de meeste titels deze moeilijke periode.

1945-1975/1980: hoogtij ondanks toegenomen concurrentie

Na de oorlog hadden professionele tijdschriften de wind mee. Diverse factoren droegen daaraan bij, zoals de hoge economische groei, de snelle wetenschappelijke, technologische en maatschappelijke veranderingen, hogere inkomens en bestedingen, meer vrije tijd en een toegenomen opleidingsniveau van grotere groepen in de maatschappij. Als gevolg daarvan konden veel nieuwe tijdschriften ontstaan en floreerden bestaande tijdschriften. Door uitbreiding van doelgroepen ontstond een groei van het aantal abonnementen en door groei van het aantal advertenties (de krappe arbeidsmarkt zorgde voor veel personeelsadvertenties) ontstond financiële ruimte. De rendementen stegen, deels ook omdat nieuwe technieken kostenverlagend werkten. Het aantal nieuw verschenen tijdschriften steeg daardoor explosief.

Het Tijdschrift voor Diergeneeskunde heeft een aantal moderniseringen ondergaan die vergelijkbaar zijn met de veranderingen die alle tien onderzochte tijdschriften in de loop der tijd hebben doorgemaakt. Van sober met veel tekst naar kleurrijk en met enkel sterke koppen. Uit: Het professionele tijdschrift
Het Tijdschrift voor Diergeneeskunde heeft een aantal moderniseringen ondergaan die vergelijkbaar zijn met de veranderingen die alle tien onderzochte tijdschriften in de loop der tijd hebben doorgemaakt. Van sober met veel tekst naar kleurrijk en met enkel sterke koppen. Uit: Het professionele tijdschrift
Voor de vooroorlogse professionele en toegepast-wetenschappelijke tijdschriften met een brede lezerskring was de situatie overigens niet alleen maar positief. Twee factoren begonnen hun positie te ondermijnen: specialisatie en Europeanisering maakten dat veel vakgenoten zich afwendden van de Nederlandstalige tijdschriften en zich richtten op de specialistische Europese of internationale concurrentie. Het groeiend aantal vakgenoten op een specifiek gebied maakte zulke veranderingen ook economisch haalbaar.

Wat de specialisatie betreft kan de juridische wereld als voorbeeld dienen. Daar zijn in de loop der jaren gespecialiseerde tijdschriften en verenigingen opgericht voor uiteenlopende rechtsgebieden als openbaar bestuur, landbouw, arbeid, handel, bouw, familie en jeugd, gezondheid, milieu, procesvoering en informatica. Een mooi voorbeeld van Europeanisering biedt de medische sector. Een korte zoekactie op internet met als zoekterm ‘European Journal of…’ leverde een veertigtal titels op van medische tijdschriften (de meeste verbonden aan een vereniging van specialisten) die tussen 1945 en 1975 op de markt kwamen.

1975/1980-2000: minder lezers en vertrek van adverteerders

Rond 1980 was de langdurige groei tot stilstand gekomen. De oplagen hadden hun hoogtepunt bereikt, waarna zich een dalende tendens inzette. Door de economische omslag liepen niet alleen de oplagecijfers, maar ook de advertentie-inkomsten sterk terug. Professionele tijdschriften kregen het extra moeilijk door de toegenomen concurrentie van andere media. Die kwam bijvoorbeeld van dagbladen, waarvan de weekendbijlagen inhoudelijk gingen overlappen met professionele weekbladen. Bovendien kwamen nieuwe media op (internet) en besteedde men minder tijd aan lezen, van tijdschriften in het bijzonder. Ondanks deze verslechterde omstandigheden verschenen toch nieuwe titels, meestal door de verzelfstandiging van een specialisme.

Nieuwe en bestaande tijdschriften hebben gepoogd deze moeilijkheden te overwinnen door nieuwe vormen van uitgeven te introduceren. Een en ander is goed verwoord voor de publiekstijdschriften.

Door vergroting van efficiency […] en door bladen aan een continue restyling te onderwerpen slaagt de tijdschriftenwereld er toch in de markt gezond te houden. Ook produceren redacties speciale bijlagen, bedoeld om advertenties aan te trekken. Lucratief blijkt ook de (mede-)organisatie van grootschalige evenementen. Informatie over al deze activiteiten is te vinden op de website, waarvan elk zichzelf serieus nemend tijdschrift er tegenwoordig een bezit. Tijdschriften worden merken. Het gaat niet meer alleen om de papieren uitgave, maar om een merk met verschillende uitingen, zoals specials, websites, […] boeken.

“In het verleden was het succes van gedrukte media gebaseerd op draagbaarheid, reproduceerbaarheid en houdbaarheid.”

Maar ook veel professionele tijdschriften hebben de tekenen van de tijd al vroeg verstaan en zijn gaan experimenteren met andere verschijningsvormen voor het leveren van informatie aan verschillende segmenten van hun doelgroep. Door de verminderde inkomsten uit abonnees en advertenties ontstond er een sterke druk op de rentabiliteit. Om die reden werd gezocht naar mogelijkheden tot kostenvermindering. Gelukkig kwamen nieuwe technieken en software op de markt, die het redactie- en drukproces aanmerkelijk vereenvoudigden (tekstverwerking met geïntegreerde grafische toepassingen).

2000-2020: zoeken naar antwoorden op de technologische uitdaging

De veranderingen op tijdschriftengebied in het laatste tijdvak van de vorige eeuw hebben zich in de huidige eeuw in verscherpte vorm doorgezet. De komst van internet en de verschuiving van print naar digitaal veroorzaakten zelfs een ware revolutie. Om de draagwijdte daarvan te begrijpen, is het goed de voordelen van de verschillende communicatievormen in kaart te brengen. In het verleden was het succes van gedrukte media gebaseerd op draagbaarheid, reproduceerbaarheid en houdbaarheid. Al deze voordelen gelden ook voor digitale media, maar die zijn bovendien gemakkelijk doorzoekbaar, nemen weinig ruimte in, zijn eenvoudig verder te verwerken en goedkoop te distribueren. Ook professionele tijdschriften zijn om deze redenen (meestal geleidelijk) overgestapt van print op digitaal.

Nederlands juristenblad, 2015, nummer 11
Nederlands juristenblad, 2015, nummer 11
Internet heeft de relatie van media (inclusief professionele tijdschriften) tot hun vraagzijde flink gewijzigd. Van een model waarin de lezer via een jaarabonnement betaalt voor een geheel tijdschrift gaan tijdschriftuitgevers geleidelijk over op een model waarin een gebruiker incidenteel voor de content betaalt. En liever nog verkrijgt deze de nodige informatie gratis. Daarmee is een sterke disintermediation opgetreden: veel lezers/gebruikers denken dat ze een redactie niet meer nodig hebben. Inderdaad is veelal informatie die men in het dagelijks en het professionele leven nodig heeft op internet vrij beschikbaar. Het betreft bijvoorbeeld nieuws (wie heeft de Nobelprijs voor natuurkunde gekregen?), feitelijkheden (welke uitspraken heeft het Europese Hof van Justitie op dit stuk gedaan?) en verwachtingen (hoe gaan financiële markten reageren op een wijziging van de rentestand door de Europese Centrale Bank?). Daarbij lijkt het onderscheid tussen serieuze en gecontroleerde informatie (die gestructureerd en in context wordt aangeboden) en informatie die haar verspreiding vindt via blogs en allerlei vormen van sociale media minder belangrijk te worden. Dit wordt versterkt door de omstandigheid dat de juiste informatie soms moeilijk vindbaar is: zoekfuncties als die van Google leiden vaak niet naar de betrouwbare informatiebronnen, zoals tijdschriften waarvoor betaald moet worden. En zelfs als die serieuze, betaalde bronnen wel worden gevonden, heeft de gebruiker de neiging ze te vermijden, omdat hij gewend is geraakt aan gratis informatie.

Aan de aanbodzijde heeft internet net zo’n snelle en structurele verandering in gang gezet. Met de huidige gebruiksvriendelijke en hoogwaardige softwarepakketten is het niet zo moeilijk meer om informatie rechtstreeks en op een aantrekkelijke manier aan gebruikers te presenteren. Daarvoor heb je eigenlijk geen tijdschrift meer nodig. Op de publieksmarkt (kranten en opiniebladen, maar ook special interest-bladen) wordt de rol van journalisten daardoor beperkter. En in het beroepsgerichte en wetenschappelijke segment van de markt is elektronische zelfpublicatie een groeiende tendens. Artikelen worden door de auteurs op hun eigen website gezet (en zelfs op Facebook of LinkedIn) en ze hopen een breed publiek te bereiken door te bevorderen dat de informatie met zo veel mogelijk anderen wordt gedeeld. Deze vorm van disintermediation is vaak ook gemotiveerd door de wens van auteurs om langdurige onzekere selectieprocedures en hoge tijdschriftkosten te ontwijken – problemen die bij (vooral grote) uitgevers wel spelen.

Het professionele tijdschrift in de transitie van de Nederlandse maatschappij, 1850-2020
Het professionele tijdschrift in de transitie van de Nederlandse maatschappij, 1850-2020
Veel tijdschriftredacties hebben gereageerd op de veranderingen aan de vraagzijde, de aanbodzijde en de tussenschakel door hun strategie aan te passen. Zij zijn meer toegevoegde waarde gaan leveren, waarbij gebruiksgemak het uitgangspunt vormde. Het aanbod van content werd bijvoorbeeld verbreed met een hulp bij het zoeken naar informatie en de correcte interpretatie daarvan of het geven van overzichten met mogelijk relevante gerelateerde informatie. Daarnaast bood men de mogelijkheid tot doorlinken naar een discussieplatform op gerelateerde websites en konden trainingen en congressen met korting worden gevolgd.

Productspecificatie en prijsdiscriminatie werden eveneens belangrijker. Een tijdschrift is inhoudelijk een divers product. Veel gebruikers zijn onvoldoende geïnteresseerd in bepaalde onderdelen om de kosten daarvan via een abonnement te rechtvaardigen. Zij zijn wel geïnteresseerd in content die een antwoord geeft op hun specifieke vraag. Dus wordt het tijdschrift zo veel mogelijk opgeknipt en hoeft de gebruiker alleen nog te betalen voor het deel waarin hij is geïnteresseerd. Misschien een artikel dat wordt gedownload, maar het kan ook een speciaal nummer zijn dat op basis van bestaande info door de redactie wordt samengesteld. Een dergelijk aanbod zal gemakkelijker tot ontwikkeling komen als de uitgever vertrouwd is met de marketing van de inhoud van databases.

~ Willem Molle

Boek: Het professionele tijdschrift in de transitie van de Nederlandse maatschappij, 1850-2020 – Willem Molle
Ook interessant: Vier eeuwen tijdschriften online

Bekijk dit boek bij:

Bekijk dit boek bij Historiek Geschiedenisboeken

Vorige verhaal

De Mongoolse bezetting van Rusland

Volgende verhaal

‘Voor de revolutie zijn flinke porties hartstocht en lef nodig’

×