Grieken en Carthagers op Sicilië

Sicilië. Eiland in het midden – Dirk Vlasblom
//
7 minuten leestijd
Marsala, Museo Baglio Anselmi, zaal met de resten van een Fenicisch schip Foto: Sicilië. Eiland in het midden
Marsala, Museo Baglio Anselmi, zaal met de resten van een Fenicisch schip Foto: Sicilië. Eiland in het midden
Bij uitgeverij Sidestone Press verschijnt volgende week het boek Sicilië. Eiland in het midden. In dit boek vertelt journalist-schrijver Dirk Vlasblom in zestien hoofdstukken het fascinerende verhaal van 2.500 jaar Sicilië, een eiland tussen Afrika en Europa. Op Historiek publiceren we een fragment uit het begin van zijn boek, waarin de strijd tussen Carthagers en Griekse kolonisten centraal staat.


Een Fenicische haven ‘tegenover Libië’

Marsala, een provinciestadje in het verre westen van Sicilië, is een en al versteende geschiedenis. Tussen stadsmuren uit de Spaanse tijd wandelen stedelingen en bezoekers in met natuursteen geplaveide straatjes, tussen paleizen, musea en kerken. Middeleeuwen en Renaissance achter Barokke gevels. Of ze genieten van de koppige wijn die de naam draagt van deze stad.

Italianen kennen Marsala vooral uit hun schoolboeken. Hier gingen in mei 1860 Garibaldi’s Duizend Roodhemden aan land om Sicilië te bevrijden van de Bourbon-koning in Napels. En hier begon dat vrijwilligerslegertje zijn lange mars, die zou leiden tot de aansluiting van Sicilië en Zuid-Italië bij het verenigde koninkrijk Italië. De straat die van de haven naar de zuidelijke stadspoort loopt, heet Via dei Mille (Straat van de Duizend), de poort heet Porta Garibaldi en aan zee staat een monument in de vorm van een gestileerd zeilschip, met, geponst in staal, alle duizend namen.

Sporen van een veel verder verleden zijn te vinden buiten de westelijke stadspoort, de Porta Nuova. Daar ligt Kaap Boèo, de uiterste westpunt van Sicilië, met de resten van Lilybaeum, een door Feniciërs gestichte stad aan zee. Langs de rotsige kustlijn van de kaap loopt een boulevard, en binnen die halve cirkel ligt achter beschermende muren de Area Archeologica. Het is een openluchtmuseum met Fenicische en Romeinse overblijfselen van de oude havenstad. Lilybaeum was het laatste bolwerk op Sicilië van de Carthagers, die eeuwenlang heer en meester waren in de westelijke Middellandse Zee.

Deel van het monument met de duizend namen
Deel van het monument met de duizend namen (CC BY-SA 4.0 – Civa61 – wiki)

Aan hun taaie verzet tegen aanstormende Grieken en Romeinen herinneren de laatste stukjes van de Fossato Punico, de Fenicische stadsgracht. Omdat de stad aan twee kanten werd beschermd door de zee, groeven de Feniciërs aan de landzijde een brede gracht, waarvan de twee armen haaks op elkaar stonden. Tegenwoordig vormen de met het puin van eeuwen gedempte overblijfselen op de plattegrond van Marsala een winkelhaak van groenstroken. Deze gracht en de allang verdwenen vestingmuren zorgden ervoor dat Lilybaeum nooit stormenderhand is ingenomen.

Lilybaeum speelde als vestingstad en marinebasis een hoofdrol in de bloedige titanenstrijd tussen Carthago en Rome.

In het archeologische park aan de kaap staat ook het Museo Baglio Anselmi, in de negentiende eeuw een wijnmakerij, nu de behuizing van een historisch pronkstuk: de resten van een Fenicisch schip uit de derde eeuw voor Christus. Het werd, samen met het wrak van een tweede, even oud schip, in 1969 gevonden door de bemanning van een Italiaanse baggermolen. Die stuitte op antiek hout in de bodem van de lagune van Mozia (het oude Motya), een paar kilometer van Marsala. In 1971 begon de berging van het best bewaarde van de twee schepen onder leiding van de Britse maritieme archeologe Honor Frost. Het is het enige Fenicische oorlogsschip dat ooit is geborgen. Op de planken van de achtersteven staan merktekens in Fenicisch schrift, die de volgorde aangaven waarin ze gemonteerd moesten worden. Verbluffende antieke efficiëntie. Van de Feniciërs, zeevaarders bij uitstek, leerden de Romeinen oorlogsschepen bouwen en zij modelleerden hun vloot naar die van Carthago.

Lilybaeum speelde als vestingstad en marinebasis een hoofdrol in de bloedige titanenstrijd tussen Carthago en Rome. Die werd tussen 265 en 141 v.Chr. uitgevochten in drie rondes, die door historici de ‘Punische Oorlogen’ zijn genoemd. Inzet: de hegemonie in het westelijke Middellandse Zeegebied.

Schakel met Carthago

Na de verwoesting van de Griekse kolonie Selinus in 409 v.Chr. (uitvoerig beschreven in het eerste hoofdstuk, red.) gaat de krachtmeting tussen Carthagers en Grieken om de heerschappij over Sicilië gewoon door. In het jaar 397 v.Chr. maakt Dionysius de Oudere, tiran van (de Griekse kolonie, red.) Syracuse, Motya, de allereerste Fenicische vestiging, met de grond gelijk. De overlevenden wijken uit naar het zuiden, naar Kaap Lilybaeum. Die naam is waarschijnlijk een latinisering van de Fenicische (Semitische) woorden ‘Le Luboe’, tegenover Libië, in de Oudheid de benaming voor de noordkust van Afrika. Andere auteurs denken dat de naam is afgeleid van het Grieks (‘kijkt uit op Libië’). Beide lezingen komen op hetzelfde neer: de kaap in kwestie ligt hemelsbreed maar 135 kilometer van Cap Bon in Noord-Afrika en vormt zo een natuurlijke schakel met de Fenicische moederstad Carthago.

Positie van Lilybaeum
Positie van Lilybaeum (CC BY-SA 3.0 – Nzeemin – wiki)
Om het verlies van Motya goed te maken bouwden de Feniciërs aan deze kaap een versterkte stad met dezelfde naam, Lilybaeum. Die zou uitgroeien tot dé militaire basis en marinehaven van Carthago in het westen van Sicilië. De stad had een rechthoekige plattegrond en grensde aan de zuid- en westkant aan zee. Aan de landzijde stonden 6 meter dikke muren en daarvoor lag de al genoemde gracht, 1900 meter lang, 28 meter breed en 10 meter diep, die diende om belegeringswerktuigen op afstand van de muren te houden. Het heeft gewerkt, anderhalve eeuw lang.

De eerste veldheer die zich stukliep op de vesting Lilybaeum was Dionysius de Oudere. Hij probeerde in 368 om ook die stad in te nemen, maar trok zich onverrichterzake terug. De oude tiran gaf toen voorgoed zijn droom op om de Carthagers van Sicilië te verdrijven en het hele eiland in zijn macht te krijgen. Een jaar later stierf hij, opgevolgd door zijn zoon Dionysius de Jongere. Die sloot een vredesverdrag met Carthago, maar raakte aan het thuisfront betrokken in een burgeroorlog.

In het jaar 344 waren er in de Griekse steden van Sicilië en Zuid-Italië alom revoluties gaande en was er niet langer sprake van een functionerend bestuur. In Syracuse was Dionysus II afgezet, maar hij verschanste zich met zijn getrouwen in de citadel van de stad. Toen vroegen burgers aan Corinthe, de moederstad van waaruit Syracuse vier eeuwen eerder was gesticht, om de tiran te helpen verdrijven. Eenzelfde beroep deden ze op Carthago. Dat reageerde onmiddellijk; het zag hierin een gouden kans om vaste voet te krijgen in de belangrijkste Griekse kolonie. In 342 voer de oorlogsvloot uit vanuit de haven van Lilybaeum, richting Syracuse. De endemische burgerstrijd in Grieks Sicilië had de deuren geopend voor een definitieve verovering van het hele eiland door Carthago, zo leek het.

Munt uit Syracuse met daarop de beeltenis van Timoleon
Munt uit Syracuse met daarop de beeltenis van Timoleon (CC BY-SA 3.0 – Classical Numismatic Group – wiki)
Maar zover kwam het niet, want Corinthe snelde zijn dochterstad te hulp met een leger ervaren huurlingen, aangevoerd door ene Timoleon. Hij bleek een behendig machtspoliticus, die Dionysus en zijn tegenstanders tegen elkaar uitspeelde en vervolgens zelf de macht in de stadstaat overnam. Hij besloot de door jaren oorlog uitgedunde stadsbevolking aan te vullen en bood Grieken in het thuisland grond aan als zij zich wilden vestigen op Sicilië. Zo’n 60.000 gaven daar gehoor aan.

Intussen bond Timoleon de strijd aan met Carthago. Aan de rivier de Crimisus (de Freddo in het noordwesten van Sicilië) wist hij in 339 een Carthaagse legermacht te verslaan. Nog datzelfde jaar werd een vredesverdrag gesloten waarbij ook andere Griekse steden zich aansloten. De grens tussen Carthaags en Grieks gebied bleef de rivier de Halycus (de Plátani in de provincie Agrigento, die bij Eraclea Minoa in zee stroomt).

Na de dood van Timoleon in 337 raakten de Syracusanen opnieuw slaags over de vraag wat de beste regeringsvorm was, een oligarchie, zoals aristocraten voorstonden, of een democratie. Overwinnaar in die machtsstrijd was een generaal die ooit een verklaard voorstander van democratie was geweest, maar die in 316 met een bloedige coup de absolute macht greep: Agathocles. Met een leger huurlingen onderwierp de nieuwe tiran in korte tijd de steden Akragas, Gela en Messana, waarmee een einde kwam aan hun onafhankelijkheid. Hij lokte zelfs een oorlog uit met Carthago, maar werd in 311 verslagen bij Himera, waarna de Carthagers het beleg sloegen voor Syracuse.

Agathocles nam toen een geweldige gok. In Augustus 310 voer hij met een aantal schepen weg van Sicilië en viel Noord-Afrika binnen. Daar boekte hij een spectaculaire overwinning die hij vooral te danken had aan een gewezen officier van Alexander de Grote, Orphellas, die zichzelf met de hulp van een huurlingenleger had uitgeroepen tot heerser van Cyrenaica in het huidige Libië. De twee sloten een overeenkomst: in ruil voor de inzet van zijn troepen zou Orfellas gouverneur van Carthago worden. Maar al snel liet Agathocles zijn nieuwe bondgenoot vermoorden en voer hij terug naar Sicilië. In 306 sloot hij een vredesverdrag met Carthago, dat hem de controle gunde over heel Sicilië ten oosten van de Halycus.

Sicilië. Eiland in het midden
Sicilië. Eiland in het midden
Agathocles, intussen alleenheerser over Grieks Sicilië, liet zich inspireren door de Hellenistische generaals die zich na de dood van Alexander de Grote in 323 hadden laten uitroepen tot koning: Ptolemeus in Egypte, Antigonus in Macedonië en Seleucus in Syrië. Hij deed hetzelfde. Om zijn koninklijke status te bevestigen huwde hij een stiefdochter van Ptolemeus en zijn dochter Larissa trouwde met koning Pyrrhus van het Griekse Epirus. Agathocles, de meest geduchte en effectiefste tiran die Grieks Sicilië ooit gekend heeft, wilde niet dat zijn zonen hem zouden opvolgen en in 288, op zijn sterfbed, herstelde hij de democratie in Syracuse. Na de dood van deze potentaat werd Sicilië een speelbal van andere machten: Epirus, Carthago en… Rome.

~ Dirk Vlasblom

Boek: Sicilië. Eiland in het midden

Bekijk dit boek bij:

Bekijk dit boek bij Historiek Geschiedenisboeken

Abonneer
Stuur mij een e-mail bij
guest
0 Reacties
Inline feedbacks
Bekijk alle reacties
Eerder gepubliceerd

Marx’ wilde niet teruggrijpen op het verleden

Hierna verschenen

De Politieke Partij Radikalen (1968-1990) – Macht uit het zadel

0
Reageren op dit bericht?x