De geschiedenis van Zwitserland (1273-1513)

21 minuten leestijd
De Bondsbrief van 1291
De Bondsbrief van 1291

In de periode van 1273 tot 1513 groeit de Zwitserse Confederatie van kantons uit tot een machtige eenheid die keer op keer de druk van buitenlandse mogendheden – met name de Habsburgers – weet te weerstaan. Die weerstand tegen bedreigingen van buiten is dan ook zo ongeveer het enige dat de kantons samensmeedt. Onderling zijn de verschillen groot en er doen zich geregeld conflicten voor.

De geboorte van de Zwitserse Confederatie

Vanaf 1273 heerst koning Rudolf I van Habsburg over het Duitse Rijk. Zijn pogingen om de formeel tot het Heilige Roomse Rijk behorende Zwitserse gebieden volledig onder controle te krijgen stuiten op heftig verzet van de lokale bevolking die tot dan toe weinig last heeft gehad van Habsburgse bemoeienissen. Na de dood van Rudolf in 1291 groeit het besef in de kantons, Uri, Schwyz en Unterwalden (een samenwerkingsverband tussen de kantons Obwalden en Nidwalden), dat het wenselijk is om zich gezamenlijk te verdedigen tegen de machtige Duitse vorsten. Op 1 augustus 1291 is het zover en wordt een alliantie beklonken tussen de drie Waldstätte (Woudkantons) met de zogeheten Bundesbrief waarmee zij een Eidgenossenschaft (Eedgenootschap) tot stand brengen, een broederschap van mensen verbonden door een gemeenschappelijke eed.

Negentiende-eeuws schilderij van het ontstaan van het 'Eidgenossenschaft' (Eedgenootschap) op de weide de Rütli aan het meer van Luzern.
Negentiende-eeuws schilderij van het ontstaan van het ‘Eidgenossenschaft’ (Eedgenootschap) op de weide de Rütli aan het meer van Luzern. – Jean Renggli
De alliantie van 1291 is hoogst waarschijnlijk niet het begin van gezamenlijk verzet tegen de Habsburgse agressie, maar veeleer de bestendiging van reeds eerder ontstane samenwerking tussen de Waldstätte die wellicht teruggaat tot in de twaalfde eeuw. In de Bundesbrief wordt gerefereerd aan een eerdere verbintenis:

‘[….] zij hebben een plechtige eed gezworen om dit zonder bedrog in stand te houden, en daarmee de oude vorm van de alliantie, eveneens bekrachtigd door een eed, te doen herleven.’ 1

Van een dergelijke – oudere – overeenkomst is nooit een document gevonden, maar dat de bewoners van de Alpendalen zich verzetten tegen de opdringerige Habsburgers is duidelijk. Dat geldt zeker voor de inwoners van het kanton Uri die aan het eind van de twaalfde eeuw erin slagen om de Schöllenschlucht van de rivier Reuss te overbruggen dat het verkeer tussen Centraal-Zwitserland en Italië via de Gotthardpas vergemakkelijkt. Met konvooien van muilezels wordt een economische slagader tot stand gebracht waar de Habsburgers op azen, iets waartegen de bevolking zich met hand en tand en succesvol verzet. In de Bundesbrief van 1291 zijn bepalingen opgenomen met betrekking tot ordehandhaving, misdaad en straf en met name de gemeenschappelijke verdediging indien een van de kantons wordt aangevallen door een buitenlandse macht:

‘[….] hebben in goed vertrouwen beloofd elkaar te helpen [….] met man en macht tegen iedereen die elk van hen geweld, overlast of onrecht aandoet of kwaad in de zin heeft tegen hun mensen of goederen.’ 1

Zwitserse confederatie van 1291
Zwitserse confederatie van 1291 (Kaart: Willem Peeters)

Op geen enkele manier is de Bundesbrief bedoeld om het gezag van de Habsburgse vorsten te ondermijnen, maar de Zwitsers accepteren het niet dat rechters en gouverneurs van buiten de regio worden benoemd. Ook menen zij dat onderlinge geschillen gezamenlijk dienen te worden beslecht.

De opvolgers van Rudolf I bevestigen de aloude rechten van de Zwitserse kantons, neergelegd in de zogeheten Freibriefe die keizer Frederik II in 1240 naar Schwyz, Uri en Unterwalden stuurde en waarin hij de onafhankelijkheid van de Zwitsers erkent in ruil voor de levering van troepen. Onafhankelijkheid in die zin dat de bevolking van deze kantons slechts verantwoording dienen af te leggen aan het keizerlijke gezag en aan niemand anders. Toch worden de Zwitsers onder druk gezet door deze gezagsdragers en dat leidt tot een gewapend conflict. Op 15 november 1315 treffen de Oostenrijkse en Zwitserse legers elkaar in een nauwe pas nabij de berg Mortgarten waarbij de Oostenrijkers een vernietigende nederlaag lijden. Het wordt overal in Europa gezien als een sensatie. Enkele weken later, op 9 december, wordt de alliantie van 1291 herbevestigd als een defensief samenwerkingsverband met name gericht tegen de Habsburgers.

Opmerkelijk is de nieuwe clausule dat aan de afzonderlijke kantons van de embryonale Confederatie het recht ontzegt om zonder toestemming van de anderen allianties aan te gaan met buiten de confederatie liggende kantons of landen. Voor het eerst geven de samenwerkende kantons formeel een stukje vrijheid op ten behoeve van een gemeenschappelijk belang.

De Slag bij Morgarten, verbeeld in de Tschachtlanchronik uit 1470
De Slag bij Morgarten, zoals verbeeld in de Tschachtlanchronik uit 1470

Uitbreiding met Luzern, Zürich, Glarus, Zug en Bern

In de slag bij Mortgarten kiest Luzern partij voor de Habsburgers en valt Schwyz aan vanaf het Aegerimeer, maar na de strijd krijgen de anti-Habsburgers de overhand in het kanton en in op 7 november 1332 sluit Luzern zich aan bij de de Waldstätte. Dit is uiteraard tegen het zere been van de Duitse heersers en de Confederatie, bang voor een nieuwe oorlog, besluit tot verdere uitbreiding om haar positie te verstevigen. Dat leidt tot een alliantie met de belangrijke stad Zürich op 1 mei 1351, waarna de Habsburgers een aantal keren de stad belegeren, wat echter niet tot gevolg heeft dat Zürich de band met de Walstätte verbreekt. Zowel Luzern als Zürich verkrijgen het recht hun bestaande overeenkomsten met anderen te behouden of nieuwe aan te gaan en erkennen de keizer van het Heilige Roomse Rijk als hun soeverein.

Op 4 juni 1352 sluit ook het aan de oostkant gelegen kanton Glarus een overeenkomst met de Waldstätte. De Habsburgers hebben nooit veel greep gekregen op de inwoners van dit kanton die zeer gesteld zijn op hun onafhankelijkheid en waar iedereen gelijk is voor de wet. Rond die tijd weten de Habsburgers zich meester te maken van ten noorden van de Waldstätte gelegen stad Zug, maar als de strijd om Zürich is geluwd, weten Zwitsers de stad in te nemen waarna op 27 juni het gelijknamige kanton toetreedt tot de Confederatie.

De stad Bern, gesticht in 1191, kent een heel andere sociale structuur dan Glarus. Van oudsher heersen er een aantal aristocratische families en vanaf het begin van de dertiende eeuw wordt de stad een belangrijke voorpost voor de Oostenrijkers. Al in 1218 ontvangt Bern een freibrief van keizer Fredrik II waarmee hij de stad koninklijke rechten toekent. Diens opvolger Rudolf I van Habsburg herbevestigt dit, maar verstevigt zijn greep op de stad wat anti-Habsburgse sentimenten genereert. Als in de veertiende eeuw Bern expansie nastreeft in het gebied tussen de Rijn en de Rhône komt zij in conflict met regionale landheren en een oorlog is onvermijdelijk.

Slag bij Laupen van 21 juni 1339
Slag bij Laupen van 21 juni 1339 – Diebold Schilling de Oude

In de slag bij Laupen op 21 juni 1339 weet Bern met hulp van de Waldstätte de tegenstand van deze heersers te breken. De stad geniet vanaf dat moment veel aanzien en zij kan het zich veroorloven om zowel met de Oostenrijkers als met de jonge Confederatie een vriendschapsverdrag af te sluiten. Nadat Bern in de strijd om Zürich de Oostenrijkers heeft gesteund, acht zij het uit strategisch oogpunt verstandig de band met de Walstätte steviger aan te halen. Op 6 maart 1353 treedt Bern toe tot de Confederatie die daarmee grenst aan Aargau, een gebied dat behoort tot de bezittingen van de Oostenrijkers, waardoor de spanningen tussen de Habsburgers en de Confederatie toenemen. In 1386 verovert Luzern de stad Sempach op de Habsburgers, wat een regelrechte bedreiging vormt voor hertog Leopold III van Oostenrijk die de opstandige Zwitsers met harde hand tot de orde wil roepen. Op 9 juli van dat jaar vertrekt hij met zijn leger richting Sempach, maar weer worden de Oostenrijkers verslagen. Leopold komt om in het strijdgewoel. Twee jaar later proberen de Oostenrijkers Glarus van de Waldstätte af te af scheiden, maar ook dan blijken de Zwitsers te sterk. De oorlog komt ten einde met het op 16 juli 1394 gesloten twintigjarig vredesverdrag tussen Oostenrijk en en de Zwitserse Confederatie.

Slag bij Sempach. Herdenkingsfresco in een kapel bij Sempach
Slag bij Sempach. Herdenkingsfresco in een kapel bij Sempach (CC BY-SA 3.0 – Roland Zumbühl – wiki)
Op dat moment telt de Confederatie acht leden die een conglomeraat vormen met een zeer ingewikkelde samenwerkingsstructuur, waarbij in feite de gezamenlijke verdediging tegen externe vijanden het enige is dat zij gemeen hebben. Een belangrijk element daarin vormt de Sempacher Brief uit 1393 die een eerste poging inhoudt tot de vaststelling van een krijgswet, een serie afspraken waaraan ook het kanton Solothurn zich verbindt. Het gaat om formulering van een stringente militaire discipline, regels met betrekking tot plundering en verdeling van de buit, bescherming van vrouwen, kinderen en kerkelijke gebouwen en de bestraffing van deserteurs. In geen enkel opzicht is de Sempacher Brief een onafhankelijkheidsverklaring aan het Heilige Roomse Rijk, maar wel een verklaring van de interne onafhankelijke status binnen de grenzen van het keizerrijk in termen van autonomie met betrekking tot belastingheffing en de inrichting van een justitieel stelsel. Met deze brief verklaren de acht leden van de Confederatie zich ook tot gezamenlijke opposanten van het huis van Oostenrijk. Met haar kern gelegen rond de Vierwaldstättersee (Uri, Schwyz, Unterwalden en Luzern) dat een belangrijke transport-as is, vormt de Confederatie een mengelmoes van vrije steden, landbouw- en bosgemeenschappen, boeren, vrije burgers en velen uit de lagere adelstand.

Een geografisch gezien compact samenwerkingsverband gelegen in het gebied dat begrensd wordt door Rijn, Rhône, Jura en Alpen. Het gebied waar ten tijde van Julius Caesar ooit de Helvetii heersten. Rond 1300 telt het gebied ongeveer zeshonderdduizend inwoners, een aantal dat ten gevolge van de oorlogen en de uitbraak van de pestepidemie een eeuw later niet veel groter is. Elk kanton heeft zijn eigen munt, wat uit economisch oogpunt heel vervelend is, maar het zal nog tot 1850 duren eer hieraan een einde komt. Gevolg van dit Babylonische geldstelsel is dat er veel ruilhandel plaatsvindt.

Allianties met Appenzell en het gevecht om Bellinzona

Tegen het eind van de veertiende eeuw sluit Bern een alliantie met Wallis en in het oosten trachten de Waldstätte greep te krijgen op het tot het Duitse rijk behorende Raetia. Belangrijker echter dan deze bewegingen zijn de verbintenissen die de Confederatie aangaat met Appenzell en Sankt Gallen. Daarin speelt de abt van de Abdij van Sankt Gallen (gesticht in 854) een belangrijke rol. Hij is een Duitse prins en zijn woord is wet in het gebied, waarmee hij in conflict komt met de burgers van de gelijknamige stad. In de elfde eeuw is het gebied dat nu bekend staat als Appenzell eigendom van de abt. Om te voorkomen dat de inwoners van Sankt Gallen en de Appenzellers samenspannen tegen zijn bewind, sluit de abt een overeenkomst met de Oostenrijkers. Bevreesd voor een conflict met Oostenrijk, gaat Appenzell in 1401 een defensieve alliantie aan met de stad Sankt Gallen en in 1403 een vergelijkbare overeenkomst met het kanton Schwyz.

Slag bij Vögelinsegg
Slag bij Vögelinsegg – Afbeelding in de Spiezer-kroniek, 1465 – Diebold Schilling de Oude
De abt trekt op met zijn leger tegen de Appenzellers en hun nieuwe bondgenoten, maar lijdt een gevoelige nederlaag in de slag bij Vögelinsegg op 15 mei 1403. Er komt een vredesverdrag tot stand, maar als hertog Frederik IV van Oostenrijk zich ermee gaat bemoeien, loopt het weer mis. Samen met de abt wil hij de Appenzellers een lesje leren maar vechtend in een nauwe bergpas, glibberig van de regen zijn zij geen partij voor de Appenzellers. Daarop verzoekt Appenzell de keizer om het gebied onder diens direct beheer te stellen en sluit het op 14 november 1411 een overeenkomst met de Confederatie. Dat geldt ook voor Sankt Gallen dat een jaar later een alliantie aangaat waarbij het – net als Appenzell – beperkte lidmaatschapsrechten wordt toegekend. Voorwaarde is dat de nieuwkomers geen oorlog mogen voeren zonder toestemming van de Confederatie. Het duurt tot respectievelijk 1513 en 1803 voordat Appenzell en Sankt Gallen als volwaardig lid toegelaten worden tot de Confederatie.

Ook ten zuiden van de Gotthardpas (een belangrijke schakel in het economisch verkeer) in het Hertogdom Milaan, willen de Zwitsers hun territorium uitbreiden. In 1403 wordt de Leventinavallei zonder moeite in bezit genomen waarna zij het oog richten op de stad Bellinzona, toentertijd in handen van de Freiherren Von Sax, die bereid zijn de stad te verkopen. Drie jaar later doen de Milanezen op hun beurt een bod op de stad waar de Zwitsers niet op ingaan, waarop de hertog van Milaan toeslaat en Bellinzona met militair geweld onder zijn controle brengt. In 1422 komt het tot een bloedig treffen tussen beide kemphanen in de slag bij Arbedo. Aan beide zijden worden enorme verliezen geleden, maar de overwinning is aan de Milanezen, waarmee voor lange tijd de expansie van de Zwitsers in zuidelijke richting een halt wordt toegeroepen.

Leventinavallei vandaag de dag
Leventinavallei vandaag de dag (CC BY-SA 3.0 – Dmitry A. Mottl – wiki)

Nieuwe veroveringen en interne strubbelingen

Van 1378 tot 1417 verhit het schisma in de rooms-katholieke kerk de gemoederen in Europa. Twee pausen in Rome en Avignon betwisten elkaar, een strijd waaraan door het concilie van Pisa in 1409 schijnbaar een eind wordt gemaakt door de benoeming van een derde paus, Alexander V, die nog geen jaar later overlijdt en wordt opgevolgd door Johannes XXIII. De Duitse keizer Sigismund weet tijdens het Concilie van Konstanz de knoop te ontwarren. Pausen en tegenpausen worden gedwongen tot aftreden en 1417 volgt de benoeming van paus Martinus V. Maar tot woede van Sigismund wenst de hertog van Oostenrijk niets te weten van de abdicatie van Johannes XXIII, waarop het huis van Oostenrijk door Sigismund in de ban wordt gedaan en daarmee vogelvrij wordt verklaard. Daarvan profiteren de Zwitsers die Aargau binnenvallen om zich meester te maken van Habsburgse bezittingen aldaar. Nadat zij hun slag hebben geslagen toont hertog Frederik berouw, verzoening met Sigismund volgt die de Zwitsers beveelt te vertrekken, maar zij vertikken dat in de wetenschap dat de vorst in geldnood zit en hen niet gemakkelijk kan verdrijven. Later ziet Frederik – in naam van zichzelf en zijn opvolgers – af van al zijn aanspraken op de door de Zwitsers veroverde gebieden.

In 1436 breekt er een strijd los tussen de kantons Zürich en Schwyz over de zogeheten Toggenburggebieden. Graaf Toggenburg overlijdt kinderloos in dat jaar en beide kantons worden het niet eens over de verdeling van de gebieden die de graaf nalaat. Bemiddeling door de Confederatie mag niet baten en in 1440 verklaart Schwyz Zürich de oorlog.

Aanval op Zürich tijdens de 'Alter Zürichkrieg' (1440-46)
Aanval op Zürich tijdens de ‘Alter Zürichkrieg’ (1440-46)

De Schwyzers verwoesten delen van Zürich dat zich tot Oostenrijk wendt om hulp. Formeel kunnen zij dat doen, de in 1351 gesloten alliantie met de Confederatie verbiedt dit niet, maar het is natuurlijk wel in strijd met de geest ervan. Voor Frederik III van Oostenrijk-Habsburg betekent een overeenkomst met Zürich een gouden kans om een oude rekening tussen de Oostenrijkers en de Waldstätte te vereffenen. In 1440 wordt Frederik gekroond tot keizer van het Heilige Roomse Rijk en verwijst hij alle in de loop der tijden verleende rechten aan de Zwitsers naar de prullenmand. Het is duidelijk dat hij de Confederatie wil vernietigen. De keizer dringt erop aan dat Zürich de Confederatie de rug toekeert. Als Zürich het dringende verzoek van de overige kantons om de alliantie met Oostenrijk op te zeggen naast zich neerlegt, wordt zij van alle kanten aangevallen door haar Confederatiegenoten die opnieuw vreselijke verwoestingen aanrichten. In mei wordt de stad Zürich omsingeld en belegerd. Uiteindelijk is het de Franse koning Karel VII die ingrijpt, met een enorm leger zijn buurland binnenvalt en de Zwitsers een gevoelige nederlaag toebrengt in de slag van St. Jacob an der Birs. Niet alleen zijn de Fransen numeriek in de meerderheid, maar ook zijn de Zwitserse pieken en hellebaarden niet opgewassen tegen de vuurwapens die de Fransen tot hun beschikking hebben. Het beleg van Zürich wordt opgeheven, waarna de Fransen zich terugtrekken. In oktober 1444 wordt de vrede getekend in Ensisheim. Gaandeweg bloeit de vriendschap op tussen Frankrijk en de Zwitserse kantons en in juni 1446 vindt verzoening plaats in Konstanz tussen Zürich en haar Confederatiegenoten, waarbij Zürich een eind maakt aan de overeenkomst met Oostenrijk en de door Schwyz veroverde gebieden terugkrijgt.

Slag van St. Jacob an der Birs, 1444
Slag van St. Jacob an der Birs, 1444

Rond het midden van de vijftiende eeuw vergroot de Confederatie haar invloed aanzienlijk door het aangaan van associatieve verdragen met aangrenzende gebieden. In 1454 sluit Sankt Gallen een verdrag met enkele naburige Zwitserse kantons, maar verwerft nog altijd niet het volledig lidmaatschap van de Confederatie. Ook worden de banden aangehaald met Appenzell en Schaffhausen. De expansie voltrekt zich langzaam maar zeker in de richting van de Rijn, de rivier die de Zwitsers zien als hun natuurlijke noordgrens. Dit gevoel krijgt meer vorm en inhoud als Appenzell grote delen van de Rijnvallei aankoopt en de Confederatie in 1461 het kanton Thurgau in handen krijgt dat beschouwd wordt als een gezamenlijk kantonnaal bezit. Ook in het westen breidt de Confederatie haar macht uit. Fribourg scheidt zich af van Oostenrijk in 1452 en gaat – weliswaar in een ondergeschikte rol – een verbintenis aan met Bern.

De Bourgondische Oorlog

In juni 1467 overlijdt Filips de Goede, hertog van Bourgondië en wordt opgevolgd door zijn zoon Karel de Stoute die niets liever wil dan de status van het hertogdom opvijzelen tot een koninkrijk. De enige die dat kan doen is de toenmalige keizer van het Heilige Roomse Rijk, Frederik III uit het huis van Habsburg. Diens neef, hertog Sigismund van Oostenrijk sluit diverse overeenkomsten af met de Bourgondiërs die daarvoor diep in hun royale buidel tasten. In mei 1469 wordt het verdrag van St. Omer gesloten waarbij Karel de Stoute Sigismund belooft hem te steunen in zijn pogingen zich de lastige Zwitsers van het lijf te houden. Vanaf dat moment zien de Zwitsers Bourgondië als hun voornaamste vijand en menen te weten dat de Franse koning Lodewijk XI niets moet hebben van de Bourgondische ambities. Uiteraard geniet hertog Sigismund de volle steun van zijn keizerlijke neef.

Lodewijk XI van Frankrijk
Lodewijk XI van Frankrijk
Dan duikt er in Zwitserland een kundig staatsman op: Niklaus von Diesbach die veel gereisd heeft en een fervent supporter is van het Franse hof. Afkomstig uit het Berner Emmental droomt hij van een machtig Zwitserland met Bern in de hoofdrol. In die zin is hij de evenknie van Karel de Stoute die dezelfde verwachtingen heeft van Bourgondië. Opgestookt door Diesbach begint Lodewijk XI plannen te ontwikkelen om Karel de Stoute ten val te brengen, waarbij hij de Zwitsers denkt te kunnen gebruiken als een belangrijke pion in zijn spel. Maar de Zwitsers voelen er niets voor om zich door een buitenlandse mogendheid tot een oorlog te laten verleiden, zelfs niet als het om Bourgondië gaat. Diesbach ziet het gevaar dat Bourgondië kan vormen en pleit voor een steviger relatie zussen de Zwitsers en de Franse koning. Dat leidt tot een neutraliteitsovereenkomst tussen beide landen die getekend wordt op 13 augustus 1470 waarbij de partners elkaar beloven geen enkele steun te zullen verlenen aan Bourgondië mocht dit hertogdom met een van beide in een conflict verzeild raken.

Bevreesd voor toenemende agressie en een eventuele oorlog, initieert hertog Sigismund van Oostenrijk diplomatiek overleg met de Zwitsers die wel voelen voor een permanent vredesverdrag met Oostenrijk en besloten wordt om besprekingen daarover te voeren onder toeziend oog van koning Lodewijk van Frankrijk als mediator en als eindverantwoordelijke voor de redactie van het verdrag. De tekst die Lodewijk uiteindelijk op tafel legt is niet echt naar de zin van Oostenrijk, maar Lodewijk heeft daar maling aan.

Op 11 juni 1474 wordt de zogeheten Ewige Richtung beklonken waarbij tot verbazing van de Zwitsers hun aartsvijand zich verplicht tot in de eeuwigheid vreedzame relaties te onderhouden met de Confederatie en beide partijen elkaar zullen steunen wanneer een van hen wordt aangevallen door een andere mogendheid. Twee weken nadat de Ewige Richtung is getekend verwijst Sigismund het verdrag van St. Omer naar de prullenmand, wat hem bevrijdt van de verplichting Bourgondië, dat duidelijk uit is op oorlog, bij te staan. Sigismund verwacht dat Frankrijk neutraal zal blijven in een eventuele oorlog waarin de Bourgondiërs en Zwitsers tegenover elkaar zullen komen te staan. Intussen probeert Karel de Stoute de keizer over te halen zich neutraal op te stellen door hem voor te stellen zijn zoon Maximiliaan te laten huwen met Karels dochter, Maria van Bourgondië onder voorwaarde dat het hertogdom wordt opgewaardeerd tot koninkrijk met Karel als eerste monarch. Het huwelijk wordt gesloten, maar de kroning van Karel tot koning gaat niet door. Teleurgesteld over de gang van zaken dirigeert Karel zijn legers richting Elzas in een show van machtsvertoon.

Slag bij Murten, 1476
Slag bij Murten, 1476 – Diebold Schilling de Jonge
Onder pressie van Diesbach bereidt ook de Confederatie zich voor op een oorlog. Er wordt een verdrag gesloten met Frankrijk om de Zwitsers bij te staan, in ruil van levering van Zwitserse huurlingen voor de campagnes van Lodewijk XI. Dan rukken de Zwitsers op richting Rhônedal en bereiken in oktober het meer van Genève. Deze Zwitserse agressie verontrust de keizer en hij besluit vrede te sluiten met Bourgondië. Ook de Franse koning maakt zich zorgen en verbreekt de overeenkomst met de Zwitsers. Sigismund van Oostenrijk krijgt gelijk, er is oorlog gaande met Bourgondië en de Confederatie als enige belligerenten. Uiteindelijk verslaan de Zwitsers hun vijand op 22 juni 1475 in de slag om Murten dat door de Bourgondiërs is belegerd. Karels manschappen vluchten in paniek, kunnen geen kant uit en velen verdrinken in de Murtensee. Dat weerhoudt Karel er niet van opnieuw de strijd aan te binden met de Zwitsers. In de winter van 1476-77 komt het andermaal tot een treffen. Het Bourgondische leger wordt in de pan gehakt en Karel komt om in de strijd. Hij wordt opgevolgd als hertog door zijn schoonzoon Maximiliaan van Oostenrijk die op voorspraak van de Franse koning het hertogdom van Bourgondië in ongeschonden staat in handen krijgt. Begin 1477 wordt de vrede tussen Maximiliaan en de Zwitsers getekend waarbij de hertog gedwongen wordt tot het voldoen van hoge geldbedragen aan zijn vijand. Oorlogvoeren, zo beseffen de Zwitsers, is een lucratieve bezigheid.

De waarschuwing van Broeder Klaus

Vanaf de vijftiende eeuw doen er zich regelmatig conflicten voor tussen de stedelijke kantons en de agrarische Waldstätte. Een belangrijk punt van geschil betreft de verdeling van oorlogsbuit. De stedelijken menen dat een verdeling naar rato van het aantal inwoners een eerlijke is, terwijl de dunbevolkte Waldstätte pleiten voor een gelijke verdeling over alle kantons waarbij zij zich erop beroepen dat zij het waren die de Confederatie hebben gesticht en langdurig met hun eigen bloed verdedigd. In 1404 wordt de tegenstelling tussen stad en platteland op de spits gedreven als de boeren van Zug de hoofdstad van het kanton willen verplaatsen naar een ruraal district en met hulp van een groot aantal Schwyzers hun wensen door middel van geweld willen afdwingen. De boeren uit beide kantons belegeren de stad Zug wat de confederale oorlogsraad ertoe beweegt troepen te zenden vanuit Luzern om een eind te maken aan deze provocatie. De boeren trekken aan het kortste eind en Schwyz krijgt een flinke boete aan de broek. Dit voorval leert dat voor veel Zwitsers klassensolidariteit zwaarder weegt dan het belang van de Confederatie als geheel.

Niklaus von Flüe, Broeder Klaus
Niklaus von Flüe, Broeder Klaus
In 1484 leidt deze tegenstelling bijna tot een burgeroorlog als Bern, Luzern en Zürich zich sterk maken voor toelating van nog eens twee stedelijke kantons (Fribourg en Solothurn) tot de Confederatie, iets dat niet naar de zin is van de Waldstätte. Beide partijen maken zich op om ten strijde te trekken nabij Stans, iets ten zuiden van de Vierwaldstättersee, maar dan verschijnt de priester van de stad ten tonele. Hij brengt aan de kemphanen een boodschap over van de door iedereen gewaardeerde heremiet Niklaus von Flüe, beter bekend als Broeder Klaus die maant tot eenheid en wederzijds begrip en waarschuwt:

‘Raak niet betrokken in de zaken van vreemde mogendheden. Kom als broederlijke Orte elkaar te hulp als er zich een binnenlandse onenigheid voordoet.’ 2

Deze raad wordt ter harte genomen en op 22 december worden Fribourg en Solothurn toegelaten tot de Confederatie met de ondertekening van de Stanser Verkommnis.

Stanser Verkommnis
Stanser Verkommnis – Bundesbriefarchiv, Zwitserland

Imperiale oorlog tegen Zwitserland

In 1493 overlijdt keizer Frederik III en wordt opgevolgd door zijn zoon Maximiliaan I die behept is met romantische opvattingen en houdt van traditionele pracht en praal. Uiteraard kost dat het een en ander en daartoe introduceert hij de zogeheten gemeiner Pfennig in het gehele keizerrijk.

Keizer Maximiliaan I - Albrecht Dürer
Keizer Maximiliaan I – Albrecht Dürer (Publiek Domein – wiki)
Dat is tegen het zere been van de Zwitsers die niet van plan zijn extra belasting te betalen aan een imperiale troon die hen niet heeft gesteund in de oorlog tegen Bourgondië. De Confederatie sluit in 1495 een verdrag met de Franse koning Karel VIII die twaalf jaar daarvoor zijn vader Lodewijk XI is opgevolgd. Frankrijk krijgt de beschikking over de voor zijn militaire campagnes noodzakelijke huurlingen en betaalt daarvoor in goud. Als de keizer niet lang daarna verzoekt om achtduizend Zwitserse huurlingen met de bedoeling hen te zetten tegen de Fransen, wordt dit verzoek afgewezen. In juni 1497 breekt er een oorlog uit tussen Oostenrijk en een aantal oostelijk gelegen Zwitserse gebieden verenigd in de Gotteshausbund. De Habsburgse Oostenrijkers veroveren het klooster van Münster, vragen de eveneens Habsburgse keizer en de Zwabische Stedenliga om hulp waarmee in 1499 de Zwabische Oorlog begint waarbij keizer Maximiliaan I zich persoonlijk aan het hoofd van de troepen stelt. Hij doet zijn tegenstanders in de ban en roept op tot een imperiale oorlog tegen de Zwitsers. Eind mei steekt de keizer met een leger van zestienduizend man – voornamelijk Nederlanders en Walen – de Rijn over en belegert de Solothurnse vesting Dornach.

Slag bij Dornach, 1499
Slag bij Dornach, 1499

Op 22 juli naderen de goedbewapende en gemotiveerde Zwitsers Dornach, terwijl op deze mooie dag veel van de vijandige soldaten een verfrissend bad nemen in de Birs. De Zwitsers aarzelen geen moment, vallen aan en de imperiale troepen worden vernietigend verslagen. De keizer beseft dat alles verloren is en sluit op 22 september te Bazel een vredesverdrag met de Zwitsers. De gemeiner Pfennig verdwijnt van tafel. De Zwabische oorlog heeft een staartje. Op 9 juni treedt Bazel toe tot de Confederatie gevolgd door Schaffhausen dat op 10 augustus het lidmaatschap verwerft. Appenzell sluit zich aan op 17 december 1513.

De Zwitserse schande

Ook in het zuiden is het in de laatste decennia van de vijftiende eeuw oorlog wat de klok slaat, in weerwil tot de waarschuwingen van Broeder Klaus om zich niet te mengen in buitenlandse oorlogen. De Zwitsers, met name uit het kanton Uri, heersen over de Leventinavallei, maar Bellinzona is nog altijd in handen van de hertog van Milaan. In december wordt hij vermoord en zijn weduwe sluit een overeenkomst met Uri waarmee zij het bezit van de Zwitsers over Leventina erkent en hen een flinke som geld toezegt. Maar dit alles is de strijdlustige Zwitsers niet genoeg en in de winter van 1478 slaan zij een beleg om Bellinzona. Na gevechten in de bittere kou intervenieert Frankrijk en wordt de vrede getekend zonder dat er eigenlijk iets aan de situatie verandert. Op dat moment zijn er in Italië vier machtige staten: het koninkrijk Napels, de Pauselijke Staat, de Republiek Venetië en het Hertogdom Milaan. Karel VIII van Frankrijk maakt aanspraken op de Napolitaanse troon en probeert dit koninkrijk met geweld in handen te krijgen. Zijn legermacht omvat achtduizend Zwitserse huurlingen waarvoor hij in goud betaalt. In 1495 weet hij zijn doel te bereiken, maar wordt al snel tot terugtrekking gedwongen onder druk van de zogeheten Heilige Liga.3

Zwitserse confederatie van 1513
Zwitserse confederatie van 1513 (Kaart: Willem Peeters)

Karel VIII overlijdt in 1498 en wordt opgevolgd door Lodewijk XII die rechten doet gelden op het Hertogdom Milaan, dat steun zoekt waartoe de Zwitsers en vooral het kanton Bern bereid zijn die te geven. De Fransen rukken op richting Milaan, verslaan het Italiaanse leger en Lodewijk verklaart zich de nieuwe heerser over het hertogdom. De Zwitsers maken er vervolgens een schaamteloze vertoning van door in de lente van 1500 zesduizend huurlingen te leveren aan de Italiaanse regent Ludovici Moro. Moro slaagt erin het hertogdom op de Fransen te heroveren die op dat moment tienduizend Zwitserse huurlingen op de loonlijst hebben staan.

In april treffen beide legermachten elkaar bij Novara, iets ten westen van Milaan. Maar dan grijpt de landdag van de Confederatie in en probeert te bemiddelen. Ook de Zwitserse huurlingen zelf begrijpen dat het elkaar afslachten de Zwitserse belangen ernstig schaadt. Over de hoofden van de legerleiding weten zij tot overeenstemming te komen en Lodewijk XII biedt de onder Moro’s commando staande huurlingen de gelegenheid ongehinderd Milaan te verlaten. De manier waarop de Zwitsers hun huurlingen aan de meestbiedende verkopen wordt wijd en zijd als een schande beschouwd.

~ Willem Peeters

Noten & Literatuur

Noten

1 – Vertaling uit: https://en.wikisource.org/wiki/Federal_Charter_of_1291
2 – Luck, J. M., History of Switserland, The Society for the promotion of Science and Scolarship, Palo Alto California 1985 p. 106.
3 – Karel VIII van Frankrijk verovert in februari 1495 het koninkrijk Napels. Om de macht van de Fransen in te dammen sluit paus Alexander VI een bond-genootschap met de republiek Venetië, keizer Maximiliaan I, Ferdinand II van Aragón en Ludovico Sforza, de hertog van Milaan: de Heilige Liga oftewel de Liga van Venetië. De slag bij Fornovo tussen Frankrijk en de Liga eindigt in feite onbeslist en Karel VIII trekt zich terug.

Literatuur

-Bonjour, E., Swiss Neutrality, Its History and Meanings, Allen Unwin Ltd., London 1952.
-Church, C. H. & Head, C., A Concise History of Switserland, Cambridge University Press 2019.
-Luck, J. M., History of Switserland, The Society for the promotion of Science and Scolarship, Palo Alto California 1985.

Bekijk meer over:

Zwitserland

Alle onderwerpen