Kerstmis in het eerste oorlogsjaar

De moeilijkste jaren van de bezetting moesten nog komen
WOII-kenner Kevin Prenger publiceert al enkele jaren historische kerstverhalen op Historiek. Recent verscheen van zijn hand het boek Kerstmis onder vuur. Prenger beschrijft daarin de omstandigheden waaronder tijdens de Tweede Wereldoorlog kerst werd gevierd, door militairen, burgers en kampgevangenen. Te midden van het oorlogsgeweld bleef Kerstmis volgens de auteur een hoopvol baken van westerse beschaving. Op Historiek publiceren we een fragment uit zijn boek over het eerste oorlogsjaar. Hoe werd er in Nederland toen Kerst gevierd?

Kerstmis 1940

Op kerstavond zat het gezin van een Achterhoekse dokter in hun woning gekluisterd aan de radio die afgestemd was op Radio Oranje. De zender was het officiële kanaal van de Nederlandse regering in ballingschap en zond via de BBC uit vanuit Londen. De Duitse bezetter stond het luisteren naar deze ‘stem van strijdend Nederland’ niet toe, dus om de beurt stonden twee oudere zoons buiten op wacht, gewapend met een gummistok. ‘Ook in onze gemeente sluipen N.S.B.-verraders rond,’ noteerde de doktersvrouw de volgende dag in haar dagboek, ‘die ‘s avonds aan de huizen luisteren of de verboden zender aanstaat. Ik geloof dat het Paul en Rob erg speet dat er geen was. Zoo heel graag zouden zij zoo iemand eens te lijf willen!’

Kerstmis onder vuur
Kerstmis onder vuur – Kevin Prenger
Dicht bij elkaar luisterden ze naar een uitvoering van ‘Daar is uit ‘s werelds duist’re wolken’, het favoriete kerstlied van koningin Wilhelmina. Op de ochtend van 23 december was het nog voor de naar Londen uitgeweken vorstin gezongen op een kerstviering met haar ministers en Nederlandse militairen en ambtenaren in haar residentie aan Eaton Square 82. Het lied maakte een diepe indruk op het staatshoofd en ook op het Achterhoekse gezin, dat echter vooral had afgestemd op Radio Oranje om de stem van hun koningin te horen, die haar volk zou toespreken. ‘Ik denk niet,’ aldus de dagboekschrijfster, ‘dat er veel Nederlanders zijn geweest, die nu niet luisterden.’

Met haar karakteriserende statige, hoge stem sprak de koningin bemoedigende woorden tot haar onderdrukte onderdanen. ‘Uw standvastigheid, uw eensgezindheid, uw vastberaden, lijdelijke weerstand onder de dwingelandij, die u wordt opgelegd, geven mij grote voldoening en vervullen mij met rechtmatige trots’, zei ze plechtig.

‘Wees verzekerd, dat ik mij rekenschap geef van al uw moeilijkheden en beproevingen en dat ik daarin voortdurend met u medeleef.’

Wilhelmina sloot haar toespraak af met een woord van troost voor elke Nederlander die het moeilijk had, waaronder diegenen die dierbaren moesten missen omdat ze omgekomen of afgevoerd waren door de Duitsers.

De woorden van Wilhelmina vervulden de doktersvrouw en haar gezin van nieuwe hoop. ‘Wat klonk die stem helder en duidelijk’, schreef de Achterhoekse in haar dagboek.

‘Heel duidelijk voelde men de innige bewogenheid, die, wat zij sprak, zoo’n levende, warme tint gaf. […] Haar heele Kerstrede was als een gebed van onze landsmoeder voor al haar onderdanen, een innig smeekgebed tot God en een innig diep geloofsvertrouwen, wat zij ons allen wil meegeven.’

Koningin Wilhelmina spreekt tot het volk via Radio Oranje (zomer 1940)
Koningin Wilhelmina spreekt tot het volk via Radio Oranje (zomer 1940)

De doktersvrouw en haar man en kinderen genoten vervolgens ook van het Wilhelmus dat na de rede op de radio werd ingezet.

De volgende dag om 5:00 uur zette de vrouw de radio opnieuw aan om te luisteren naar de nachtmis uit de St. Dominicuskerk te Amsterdam. Ze zette alle deuren open en de radio hard. ‘De kinderen werden natuurlijk wakker,’ schreef ze,

‘maar bleven stil luisteren en telkens dommelden we weer in. ‘t Is prachtig Kerstweer. Het heeft gesneeuwd en ‘t is erg koud, droge fijne sneeuw. Het ziet er ongeloofelijk mooi uit buiten.’

Op tweede kerstdag aten ze in hun met kerstmandjes versierde woning het kerstdiner. Ondanks de door de bezetter opgelegde rantsoenering was de maaltijd veel minder sober dan op gewone dagen. Met tomatensoep, ‘croquetten’, kalkoen, vruchtencompote, doperwten, gebakjes en appels en noten op het menu leek het alsof er geen oorlog was.

Las je De Telegraaf van 25 december dan zou je welhaast hetzelfde denken. De krant telde maar weinig berichten over oorlogsontberingen, maar des te meer artikelen over schaatswedstrijden, door het ijs gezakte kinderen en feestkledij voor vrouwen. Foto’s van ijsvissers op de rivier de Linge en van de kerstviering van de Deense koninklijke familie waren al even luchtig. Brei-instructies voor een kindermanteltje ‘met kabouterkap en wantjes’ en een kerstprijsvraag complementeerden de vrolijke kersteditie van het dagblad.

Bezuinigen op lichtjes

Een dag eerder voorspelde diezelfde krant dat Kerstmis in Den Haag ‘ingetogener en meer huiselijk’ zou worden gevierd. Toch waren vrijwel alle tafels in de Haagse restaurants met de kerstdagen gereserveerd en ook de schouwburgen en bioscopen verwachtten drukke dagen. Op kerstboommarkten was het minder druk dan gewoonlijk, maar de correspondent van de krant vernam dat ‘het aantal verkochte Kerstboomen nog altijd vrij groot’ was, hoewel de verkochte bomen kleiner waren dan voorgaande jaren. ‘De schaarschte aan kaarsen en de rantsoeneering van electriciteit hebben gemaakt,’ vervolgde het bericht, ‘dat men heeft moeten bezuinigen op het aantal lichtjes, dat gewoonlijk den boom siert.’ Zowel aan veel eettafels bij mensen thuis als in de restaurants werd vlees geserveerd als onderdeel van het kerstdiner, hoewel het moeilijker te verkrijgen was dan anders.

‘Nu evenwel kip, eend en kalkoen weer op het menu mogen prijken, terwijl reebout en andere speciale Kerstgerechten eveneens voorhanden zijn, hebben de Haagsche restaurants, ondanks de abnormale omstandigheden, hun gasten toch een behoorlijke spijskaart kunnen aanbieden.’

In dezelfde bijdrage werd voorspeld dat de kans op een witte kerst twijfelachtig was. Er kon echter wel worden geschaatst op natuurijs, wat ‘toch ook een zekere Kerststemming teweeg [brengt]’.

Volgens de definitie van het KNMI (een gesloten sneeuwdek in De Bilt op beide kerstdagen) was er toch sprake van een witte kerst, de enige tijdens bezettingstijd. Verder verliepen de kerstdagen grotendeels zoals voorspeld. Op 27 december berichtte een verslaggever van De Telegraaf vanuit Amsterdam dat kerst in de Nederlandse steden door de verduistering en de avondklok in stilte gevierd was. ‘Als op de vorige dagen waren na elf uur de cafés gesloten’, aldus de journalist. ‘Om twaalf uur waren de allerlaatste stedelingen van de straat, behalve de enkeling, die voor zijn beroep nog passeeren kon.’ Velen brachten de kerstdagen in huiselijke kring door, maar ook de Amsterdamse restaurants en schouwburgen waren, zoals was voorspeld, drukbezocht. Bij de mensen thuis brandden in de kerstbomen meer kaarsjes dan verwacht, aangezien kaarsen ‘nog in overvloed te koopen waren.’

Terwijl er in de hoofdstad op de grachten geschaatst werd, was het ook in de winkelstraten druk. ‘Op Dinsdag, den dag voor het Kerstfeest,’ aldus De Telegraaf, ‘hebben kerstboomhandelaars en bloemisten goede zaken gemaakt. Seringen en chrysanten zijn in overvloed verkocht. Ook sommige andere zakenlieden hadden het druk: zoo werden op den tweeden Kerstdag in banket en sigarenwinkels heel wat inkoopen gedaan.’ Veel cadeaus onder de kerstboom zullen er niet gelegen hebben, want het uitdelen van presentjes aan kinderen was vooral de taak van de Goedheiligman op 5 december. In december hadden in De Telegraaf wel advertenties gestaan voor kerstcadeaus voor volwassenen, onder andere voor stofzuigers van E.F.A. en een radio van Philips. Wie verrast werd met laatstgenoemde cadeau, zou het tweeënhalf jaar later moeten inleveren, toen de bezetter particulier radiobezit verbood.

Broederschap

Het contrast tussen Wilhelmina’s zorgelijke toespraak vanuit haar ballingsoord Londen en de berichtgeving van De Telegraaf in het bezette Nederland was groot. Genegeerd kan niet worden dat de Nederlandse pers onder Duitse controle stond, maar het is ook een feit dat de moeilijke jaren van de bezetting nog moesten komen. De Duitsers, onder aanvoering van rijkscommissaris Arthur Seyss-Inquart, voerden een beleid dat erop gericht was zich niet te vervreemden van het Nederlandse ‘broedervolk’. Er werd zoveel mogelijk samengewerkt met de Nederlandse autoriteiten die vanuit Londen de instructie hadden gekregen om het dagelijkse bestuur zo goed mogelijk door te laten gaan, ook al moest daarvoor samengewerkt worden met de bezettingsmacht.

Poster Winterhulp Nederland,  collecte 22 en 23 december (CC0 - Netwerk Oorlogsbronnen - wiki)
Poster Winterhulp Nederland, collecte 22 en 23 december (CC0 – Netwerk Oorlogsbronnen – wiki)
De feestdagen boden de bezetter een goede gelegenheid om nog eens de broederschap tussen Nederlanders en Duitsers te benadrukken. Daarom gingen op 27 en 28 december collectanten de straat op om geld op te halen voor Winterhulp Nederland, het equivalent van het Duitse Winterhilfswerk. De opbrengst kwam net als in Duitsland ten goede van hulpbehoeftige landgenoten. Naar buiten toe presenteerde de organisatie zich als neutraal, maar in werkelijkheid was de liefdadigheidsinstelling in het leven geroepen door Seyss-Inquart ter vervanging van bestaande goede doelen. Collectanten waren veelal pro-Duitse burgers of NSB’ers. In de loop der bezettingsjaren kreeg de NSB een steeds dominantere rol binnen de organisatie. Populair zouden de collectes nooit worden, argwanend als men was dat giften doorvloeiden naar de schatkist van de bezetter.

‘Het kleinste knoopje van mijn gulp is nog te goed voor Winterhulp’

…luidde een bekende slogan van critici van de actie. Opvallend was wel dat de loterijen van Winterhulp meer succes kenden; als er iets te winnen viel, waren Nederlanders blijkbaar minder principieel.

In een artikel van De Telegraaf van 27 december bleek niets van de weerstand die de collectes voor Winterhulp Nederland opriepen. In het avondblad werd verkondigd dat die ochtend 2.500 collectanten de straat op waren gegaan om in Amsterdam huis-aan-huis geld op te halen. Ze hadden een mandje met speldjes van sprookjesfiguren bij zich om uit te delen aan de gulle gevers. Volgens de krant werd er ‘met gulle hand geofferd voor het doel’. ‘Wij hebben eenige collectanten op hun weg door de stad eenigen tijd vergezeld’, rapporteerde de krant, ‘en het viel op met hoeveel vriendelijkheid zij aan de deuren der woningen en in de kantoorlokalen in de binnenstad werden ontvangen.’ Vermeld werd ook dat er op de avond van tweede kerstdag met succes gecollecteerd was in restaurants en cafés in de hoofdstad. Collectanten hadden zich verkleed als sprookjesfiguren. De kledij werkte

‘stimuleerend op de offervaardigheid van hen, die genoten hadden van hun Kerstdiner en van de gezellige stemming in de lichte en vroolijke restaurants. Met zware bussen, waarin zich ook veel bankpapier bevond, kwamen de collectanten terug, vol verwachting ten aanzien van het resultaat van vandaag en morgen.’

Die opbrengst stelde in werkelijkheid veel minder voor dan het krantenbericht deed geloven. Was er bij een eerdere collecte in november nog 521.000,- gulden opgehaald, dit keer was het amper de helft. De komende jaren zou de opbrengst alleen maar verder dalen.

Pruisische houthakker

Kerstboom in Huis Doorn (CC BY-SA 3.0 - Terry van Elk - wiki)
Kerstboom in Huis Doorn (CC BY-SA 3.0 – Terry van Elk – wiki)
Winterhulp Nederland mocht dan wel het bijna-monopolie hebben op liefdadigheid, een bejaarde Pruisische houthakker in Doorn in de provincie Utrecht trok zich daar niets van aan. Onder arme huishoudens in het dorp werden in zijn opdracht deze kerst geschenken uitgedeeld. De 81-jarige grijsaard met zijn kenmerkende puntbaardje en snor met gekrulde punten had in 1920 Huis Doorn betrokken. Bij het kasteel hoorde zestig hectare bos, waar vanwege de hobby van de man – houthakken – na verloop van tijd weinig van overbleef. Voorheen ging hij door het leven als Keizer Wilhelm II, maar na zijn aftreden na het verlies van de Eerste Wereldoorlog was hij een Duitser in ballingschap. In 1918 was hij per trein in Nederland gearriveerd, waar hij eerst kasteel Amerongen betrok en vervolgens in 1920 Huis Doorn, waarheen hij 59 wagonladingen haalde met bezittingen uit zijn kastelen in Berlijn en Potsdam. Tijdens de bezetting bleef hij hier wonen, als relikwie van een vergane monarchie die door Hitler niet hersteld zou worden.

Kerstmis 1940 vierde de oude man in het gezelschap van zijn tweede echtgenote, prinses Hermine. Zijn kleinzoon, Karl Franz Joseph, was ook van de partij, samen met zijn vrouw Henriette, de jongste dochter van de tweede vrouw van zijn vader. ‘De bejaarde ex-monarch presenteerde op zijn gebruikelijke wijze cadeaus aan de Nederlandse medewerkers in zijn kasteel’, meldde Associated Press op 24 december…

‘en aan zijn Duitse hofhouding, inclusief Duitse bewakers die hier geposteerd waren op Adolf Hitlers bevel. Wilhelm las het kerstverhaal voor aan een kleine, godsvruchtige groep.’

Hoewel hij in 1940 nog in goede gezondheid verkeerde, zou het zijn laatste kerst zijn. Op 4 juni 1941 overleed Wilhelm II op 82-jarige leeftijd aan wat achteraf een longembolie bleek te zijn.

~ Kevin Prenger

Boek: Kerstmis onder vuur – Kerst tijdens de Tweede Wereldoorlog: aan het front, thuis en in de kampen

Bestel dit boek bij:

Bekijk ook onze uitgebreide onderwerpenlijst of het personenregister

1001 vrouwen in de 20ste eeuw - Els Kloek Napoleon - De man achter de mythe (Adam Zamoyski) De rechtvaardigen - Hoe een Nederlandse consul duizenden Joden redde (Jan Brokken) Reconquista - Miquel Bulnes Leonardo da Vinci - Sprekende gezichten De bokser - 
Het leven van Max Moszkowicz (Biografie) 80 jaar oorlog - Gijs van der Ham / NTR Het goede leven - Annegreet van Bergen Hitlers Derde Rijk in 100 voorwerpen - Roger Moorhouse De Zonnekoning - Glorie en schaduw van Lodewijk XIV (Johan Op de Beeck)
Gelijk naar geschiedenisboeken over: