Levensverhalen van Duitse Arnhem-veteranen

Binnenkort verschijnt bij uitgeverij Fagus het boek Weggemoffeld! van Ingrid Maan. In dit boek staan de persoonlijke belevenissen van de Duitse oorlogsveteranen centraal. Veteranen die met elkaar gemeen hebben dat ze allemaal in Arnhem waren tijdens de Slag om Arnhem; de laatste slag die de Duitsers nog wonnen. Het zijn de verhalen die velen van hen door de decennia heen wegmoffelden. Het zijn de herinneringen die ze alleen konden vertellen wanneer er lotgenoten bij waren, mannen die het ook meegemaakt hadden. Een impressie:

Weggemoffeld!

In Weggemoffeld! worden geen uitgebreide militair-historische uiteenzettingen over het slagveld opgenomen. Het is oral history: de verhalen zoals de Duitse veteranen die beleefd hebben; het is hun eigen waarheid en niets anders.

Weggemoffeld! - Ingrid Maan
Weggemoffeld! – Ingrid Maan
De veteranen Otto Litzner, Bernd Honermann, Alfons Lackenbrink, Heinrich Brune, Hans Kürten, Fritz Brosch, Karl-Heinz Henschel en Werner Krüger vertellen hun verhaal. De mannen van de Reichsarbeitsdienst kregen in 1943 allemaal hun oproep en gingen gezamenlijk de oorlog in, maar kwamen er totaal verschillend uit. De soldaat van de 116. Panzer-Division ꞌWindhundꞌ treurt nog altijd om zijn gesneuvelde kameraden, maar wist zijn leven na de oorlog wel weer goed in het gareel te krijgen. Een andere Wehrmacht-soldaat kwam in Siberië terecht, maar wist na een paar vluchtpogingen zijn Russische gevangenschap te overleven. Tot op de dag van vandaag is hij op zoek naar zijn grote oorlogsliefde Trude. Twee SSꞌers van de 9. SS-Panzer-Division ꞌHohenstaufenꞌ hebben beide moeite met hun verleden. De één kwam gedwongen bij de Waffen-SS en woonde na de oorlog in de DDR. Hij heeft nog altijd grote moeite met het spreken over zijn beladen oorlogsverleden. De ander heeft op zijn vijftiende ‘vrijwillig’ voor de wapens gekozen. Al tijdens zijn eerste inzet in Rusland kwam hij erachter hoe verkeerd deze keuze voor het avontuur was.

Strammstehenmet de spade bij de Reichsarbeitsdienst 6/212. Collectie B. Honermann. Foto: onbekend | 1943
Strammstehenmet de spade bij de Reichsarbeitsdienst 6/212. Collectie B. Honermann. Foto: onbekend | 1943

“We werden gedwongen!”

RAD-Abteilung 6/212

- advertentie -

De arbeidsmannen Bernd Honermann en Otto Litzner brachten hun oorlogstijd samen in een stelling door. Bij de Reichsarbeitsdienst werden ze aan een zoeklicht opgeleid en kwamen in het voorjaar van 1944 naar Nederland. Ze werden gestationeerd in Eindhoven en Gilze Rijen. In Venlo moesten ze V1-bommen onder Heinkel 111 vliegtuigen monteren. Daarna werden ze naar Westervoort gecommandeerd waar ze onder hevige beschietingen kwamen te liggen.

“Toen de bommenjagers ons met fragmentatiebommen begonnen te bestoken, riepen mijn kameraden: “Bernd, laat je vallen! In voller Deckung!” Ik kon alleen niet zo snel in mijn schuttersput komen en had me toen ter plekke laten vallen. Ik lag in een kleine kuil en de volgende dag zei Otto tegen me: “Je uniform is kapot!” Ja, ik had een kleine scheur vlak onder de koppelriem. Er was een scherf doorheen gegaan.”

Na Arnhem verloren de twee jonge mannen elkaar uit het oog. Honermann raakte in Amerikaans gevangenschap en Litzner wist via halsbrekende toeren zonder gevangenschap thuis te komen. In de zestiger jaren van de vorige eeuw zijn beide heren hun toenmalige kameraden gaan opzoeken en sindsdien komen ze nog elk jaar bij elkaar. Over de oorlog wordt allang niet meer gesproken.

Kameradenbijeenkomst RAD 6/212. Collectie en foto: I. Maan | 2010
Kameradenbijeenkomst RAD 6/212. Collectie en foto: I. Maan | 2010

“De oorlog heeft mijn jeugd verpest”

RAD-Abteilung 6/212

Arbeitsmann Alfons Lackenbrink werd bij de Reichsarbeitsdienst fietsenmaker en kwam net als zijn kameraden via het zuiden van Nederland naar Raum Arnheim waar hij aan de Oosterbeekse uiterwaarden bij de Batteriebefehlsstelle terechtkwam. Als wielrenner werd hij nog in 1943 kampioen van Westfalen, maar zijn oorlogsinzet betekende voor hem een breuk in zijn wielercarrière. Op 17 september 1944 zag hij in de verte de geallieerde luchtlanding en kreeg het bevel zich naar Westervoort te begeven.

Hij keek mij seconden lang doordringend aan, schoof toen naar het puntje van zijn stoel, boog zich voorover en beet mij min of meer toe:

‘We hebben, dat zeg ik heel eerlijk, we hebben angst gehad! Als je zo’n overmacht aan oorlogstuig ziet en hoeveel vliegtuigen die hebben en dat daar dan tussen die vliegtuigen geschoten wordt….nee!’

De veteraan leunde weer achterover, kwam vervolgens nogmaals naar voren en keek mij bezwerend aan:

- advertentie -

‘Als iemand zegt, dat hij op die dag geen angst heeft gehad, die zeg ik in zijn gezicht dat hij liegt, ja! Ik ben niet de enige die bang is geweest, ze hebben allemaal angst gehad! Als je die materiaalslachting ziet en die hoeveelheid vliegtuigen! De angst marcheert voor altijd met je mee, voor altijd!’

Lackenbrink overleefde de oorlog zonder gevangenschap en pakte als amateurwielrenner zijn oude passie weer op. Hij werkte daarnaast als journalist bij de sportredactie van een krant en verzamelde gesigneerde foto’s van alle beroemde wielrenners. Aan de oorlog dacht hij niet graag terug.

Ik vraag hem wat de oorlog met zijn leven heeft gedaan. Hij fronst zijn wenkbrauwen en ik zie een verbeten blik in zijn ogen komen. Hij geeft aan dat hij het liefst niet aan die tijd wil terugdenken:

‘Es waren kaputte Jahre! Heeft niets gebracht die oorlog! Helemaal niets! In tegendeel, alleen maar nood en ellende. Zeker, een deel van onze jeugd hebben ze kapot gemaakt! Niet? Het waren dode jaren…twee dode jaren!’

Lackenbrink tijdens interview. Collectie I. Maan. Foto: Hans Timmerman |23 november 2010
Lackenbrink tijdens interview. Collectie I. Maan. Foto: Hans Timmerman |23 november 2010

Het was een andere tijd

RAD-Abteilung 6/212

Arbeitsmann Heinrich Brune werd bij de Reichsarbeitsdienst aan het Flakgeschut opgeleid en ging bij de steenoven in de Rosandepolder bij Oosterbeek, vlakbij de Batteriebefehlsstelle, in stelling. Ook hij moest op 17 september hals over kop vluchten. In Westervoort verzorgde hij iedere dag dodentransporten met paard en wagen. De doden moest hij bij een Ehrenfriedhof afleveren. In zijn verdere leven is de oorlog in zijn hoofd blijven zitten. Hij grijpt elke kans aan om zijn verhaal te vertellen of de oorlogsgebeurtenissen aan te halen.

‘Ja, toen kwamen de naoorlogse jaren. De gevangenschap. De bittere ellende. De verdrijvingen begonnen. De treinen, als je de transporttreinen zag, vol met mensen. En ’s nachts reden de treinen voorbij. Met mensen bovenop en aan de zijkant. Dat was een tijd op zich, die vele mensen tot bezinning heeft gebracht. En in de scholen waren er problemen … geen leraar wist meer wat hij mocht zeggen. Als hij er nog was! En de vrouwen, die de positie ingenomen hadden van de mannen, wilden soms niet meer ophouden en om het de mannen gemakkelijker te maken, probeerde men dit door middel van overplaatsingen, de vrouwen werden overgeplaatst. Ja, dat waren allemaal problemen!’

Ehrenfriedhof Zypendaal, Arnhem. Gelders Archief, nr. 1560-4696. Foto: onbekend | 1944
Ehrenfriedhof Zypendaal, Arnhem. Gelders Archief, nr. 1560-4696. Foto: onbekend | 1944

Zijn dochter heeft er grote moeite mee dat haar vader het steeds maar over de oorlog heeft; de oorlogsherinneringen van haar vader hebben een zware stempel op haar eigen leven gedrukt. Ze trekt een vies gezicht wanneer ze uit de grond van haar hart zegt:

‘Ich kann die ewige Schallplatte von ihm nicht mehr hören!’

Geobsedeerd door het oorlogsthema heeft Brune zo’n beetje alle boeken die er over de Tweede Wereldoorlog verschenen zijn, alle krantenknipsels en iedere brochure verzameld. Hij stouwt zijn garage vol met informatie, waar hij de bomen door het bos niet meer lijkt te zien. De veteraan is snel overvraagd en kan kribbig reageren, soms blokkeert hij volledig voor de buitenwereld. Maar tijdens de jaarlijkse kameradenbijeenkomst geniet hij met volle teugen.

‘Nu zijn we zo oud. Zie je Ingrid, dat is het nu juist. Hoe is het mogelijk, na 70 jaar? Maar ik ben er nog. Nu heb ik nog maar één ambtelijke taak in het jaar: de kameradenbijeenkomst. En iedere keer worden het er weer minder, die daar komen. Aber das Erlebte, das gemeinschaftliche Erlebte, dát is het.′

Brune tijdens interview. Collectie I. Maan. Foto: Hans Timmerman | 8 april 2010
Brune tijdens interview. Collectie I. Maan. Foto: Hans Timmerman | 8 april 2010

Ellende en doodslag

116. Panzer-Division ‘Windhund′

Obergefreiter Hans Kürten was Wehrmachtsoldaat bij de 116. Panzer-Division ꞌWindhundꞌ. In Rusland raakte hij gewond, maar zodra hij weer in staat was te vechten, werd hij naar Normandië gecommandeerd. Daar was zijn eenheid al op terugtocht. Hij maakte de verschrikkelijke gevechten bij Valaise mee en kwam in Aachen tegenover de Amerikanen te staan. begin oktober arriveerde hij in Arnhem en ging in Elden in stelling. Op 4 oktober 1944 kreeg hij een Himmelfahrtskommando. Met een handjevol soldaten moesten ze Driel aanvallen. Bij deze aanval raakte Kürten zwaar gewond, maar na de oorlog noemde hij het zijn grote geluk, omdat daarna de oorlog voor hem voorbij was. Hij kwam in Engels gevangenschap, maar na alles wat hij meegemaakt had, ervoer hij de omstandigheden als redelijk goed. Na de oorlog kampte hij nog jarenlang met een ziekte die hij in Rusland had opgelopen en zijn gewonde voet, die niet wilde helen.

Het had de voorafgaande twee nachten voortdurend gesneeuwd en Kürten zucht:

‘Ik weet niet, maar Rusland is een bijzonder geval. Het sneeuwt er onafgebroken. Het houdt helemaal niet meer op. En jij ligt daar buiten in die sneeuw! Je kunt de sneeuw niet snel genoeg uit je hol scheppen, zodat het allemaal weer dicht sneeuwt! Er zit altijd sneeuw in. Maar het mooiste was, je werd niet ziek! Ik was nooit ziek. Behalve toen ik bedorven water had gedronken, maar dat was later.’

In de sneeuw met 7,5 cm Pak in Rusland. Bundesarchiv, nr. 101I-690-0201-28. Foto: Kripgans |januari-februari 1944
In de sneeuw met 7,5 cm Pak in Rusland. Bundesarchiv, nr. 101I-690-0201-28. Foto: Kripgans |januari-februari 1944

Op zijn veertigste werd hij arbeidsongeschikt verklaard en ging hij de politiek in. Hij heeft het nooit kunnen verkroppen dat hij zijn gesneuvelde kameraden geen veldgraf heeft kunnen bezorgen en voelt zich opgelucht nu hij weet dat ze op de soldatenbegraafplaats in IJsselstijn zijn terecht gekomen. Pas na het bezoek aan de graven heeft hij een dikke punt achter de oorlog kunnen zetten.

- advertentie -

Ik besluit dat we maar eens naar een einde moeten toewerken in dit interview en vraag hem, of hij vaak aan de oorlog heeft teruggedacht tijdens zijn drukke naoorlogse leven. Hij kijkt bedenkelijk:

‘Ja. In het begin zeer zeker. Sommige dingen kwamen ook steeds weer terug. Altijd weer ’s nachts. Dat is normaal. Daar heeft ieder mens mee te maken, nietwaar? Maar je verdrong naderhand veel en met de tijd ging het dan wel beter.’

Definitief afscheid van zijn gesneuvelde kameraden; Duitse soldatenbegraafplaats, Ysselsteyn (L). Collectie en foto: I. Maan
Definitief afscheid van zijn gesneuvelde kameraden; Duitse soldatenbegraafplaats, Ysselsteyn (L). Collectie en foto: I. Maan

Je mocht geen nee zeggen!

Stammbatterie 5 / Artillerie-Ersatz-Abteilung 44
IV. Stabsbatterie / Artillerie-Regiment 334
IV. Stabsbatterie / Artillerie-Regiment 352

Oberkanonier en Gefreiter Fritz Brosch kwam als artillerist bij de Wehrmacht en maakte op 6 juni 1944 de invasie van dichtbij mee aan de Calvadoskust van Normandië. Hij raakte betrokken bij de zware gevechten in St. Lô. Op zijn latere terugtocht richting Arnhem vluchtte hij met zijn paarden in een bootje de Seine over, terwijl een hevig bombardement op de brug plaats had. Hij zag veel bekende gezichten voorbij drijven.

Oversteek over de Seine tijdens de vlucht; Brosch in hemd. Collectie F. Brosch. Foto: onbekend | 1944
Oversteek over de Seine tijdens de vlucht; Brosch in hemd. Collectie F. Brosch. Foto: onbekend | 1944

In Arnhem werd hij aan zijn lot overgelaten bij de scheepswerf aan de zuidzijde van de Rijn. Terwijl er aan de overzijde van de rivier in de binnenstad hard gevochten werd, sloeg de verveling bij de soldaten toe. Na de Slag om Arnhem moest Brosch naar het oostfront en raakte in Russisch gevangenschap.

In de kelder hangt nog altijd zijn kampjas uit de Russische goelag. Collectie en foto: I. Maan | 2013
In de kelder hangt nog altijd zijn kampjas uit de Russische goelag. Collectie en foto: I. Maan | 2013
Nadat hij twee keer was gevlucht, kwam hij in een Siberische Goelag en werd te werk gesteld aan de Oka rivier. Hij ruilde van identiteit met een kameraad en werd plotseling vrijgelaten. Een thuis was er voor hem echter niet; zijn moeder was uit haar Heimat verdreven. Het Rode Kruis zorgde ervoor dat moeder en zoon weer herenigd werden. Brosch zoekt nog altijd zijn grote oorlogsliefde Trude.

Een vast onderdeel van het verblijf in het gevangenenkamp vormde het verhoor:

“Wel 30 tot 40 keer per dag werden we verhoord. Overdag had je hard gewerkt en ’s nachts moest je er weer uit en werd je verhoord. Dan was je helemaal niet helder! […] Dan vroeg hij mij hoeveel Russen ik had doodgeschoten. Toen zei ik dat ik ze niet geteld had. Het antwoord beviel hem helemaal niet. Dat had geloof ik in het hele lager nog nooit iemand geantwoord. Toen zei hij tegen me: Waarom heeft u ze niet geteld? Toen zei ik: Weet u, ik zat bij de artillerie en wat zo’n geschut allemaal raakt, kan ik u niet zeggen!”

Brosch' oorlogsliefde Trude. Collectie F. Brosch
Brosch’ oorlogsliefde Trude. Collectie F. Brosch

We zijn er tussenuit geknepen!

9. SS. Panzer-Division ‘Hohenstaufen’

Sanitäter + MG-Schütze I Karl-Heinz Henschel was hulpverpleger bij de 1. Kompanie van de 9. SS-Panzer-Division ꞌHohenstaufenꞌ. In Frankrijk moest hij zwaar gewonde soldaten uit de vrachtwagens naar de operatietafel transporteren; ze stierven in zijn armen. Bij de Slag om Arnhem kreeg hij een gevechtstaak en raakte verzeild in de hevige straatgevechten. In een flits ging het door hem heen dat hij iets moest doen:

‘Ik ging staan, heb gekeken, me afgevraagd wat doe je? Haalde mijn handgranaten uit mijn broekzak en heb ze in de Engelse colonne gegooid. En toen was het vanaf dat moment rustig. Die handgranaten moeten een verschrikkelijke uitwerking hebben gehad.’

Spoorbrug bij Oosterbeek met kapotgeschoten Sonderkraftfahrzeug. Gelders Archief, nr. 1579-15. Foto: D. Renes | 1945
Spoorbrug bij Oosterbeek met kapotgeschoten Sonderkraftfahrzeug. Gelders Archief, nr. 1579-15. Foto: D. Renes | 1945

Dagenlang vocht hij bij de Oosterbeekse spoorbrug en raakte gewond. De kogels van hun machinegeweren ketsten eenvoudig af op de stalen schilden van het antitankkanon. Het maakte de mannen bijna wanhopig:

‘Je was alleen maar bezig met schieten. Alleen al door te schieten verloor je de angst die je voelde opkomen. Ja, ja. We hadden altijd angst. Een beetje spanning hoorde er nu eenmaal bij. Gebeurt er iets? Gebeurt er niets? Komt de Tommy, of komt hij niet? Heb je geluk, heb je geen geluk? Dat moet je zien uit te houden. Je kunt niet anders, je moet gewoon volhouden. Ik heb het overleefd!’

Toen hij hoorde dat de Russen voor de poorten van zijn Heimatstadt Küstrin stonden, besloot hij zijn Heimat te gaan verdedigen. Zonder marsbevel begaf hij zich op weg, maar werd in Berlijn naar zijn eenheid teruggestuurd. Bij die terugtocht werd hij op de hielen gezeten door Russische tanks en Kettenhunde. Op dat moment waren de Russen hun lopen aan het doorladen, maar hadden hun vijand al wel in het vizier:

‘Die Russische Panzerspähwagen stopten onmiddellijk. Eéntje draaide zijn toren met hun Flak op ons rechter Vierlingsflak als doel gericht. Maar onze schutter reageerde sneller. Het Russische pantservoertuig ging in vlammen op. De volgende Panzerspähwagen probeerde meteen een tegenschot te plaatsen, maar ons linker Vierlingsflak schoot van achter ons. Het vuur schoot de hemel in. Dichte, bijtende rook trok door de lucht. Van de Russen kon niemand zich het leven redden. Mijn kameraad was dood. Ik gered. Op een haar na!’

Het werd langzamerhand donker en daarom klopten ze bij een boerderij aan om onderdak te vragen. Ze schrokken echter van het antwoord:

‘Jongens, rijd zo snel als je kunt verder! Weg uit het dorp! De voormalige Poolse dwangarbeiders zijn bewapend en schieten alle Duitse soldaten dood!’

Met veel geluk belandde hij in Engels gevangenschap, maar keerde na zijn vrijlating illegaal terug naar de Russische zone; hij wilde naar huis. Om carrière in het onderwijs te kunnen maken, nam hij na de oorlog dienst als reservist. Zijn oorlogsverleden bij de Waffen-SS heeft hij altijd verzwegen; daar rustte in de DDR een zwaar taboe op. Henschel heeft dan ook grote moeite met het spreken over zijn herinneringen.

Karl-Heinz Henschel tijdens interview. Collectie I. Maan. Foto: Hans Timmerman | 24 maart 2010
Karl-Heinz Henschel tijdens interview. Collectie I. Maan. Foto: Hans Timmerman | 24 maart 2010

Tijdens ons interview heeft Henschel voor het eerst zijn hele verhaal verteld en na afloop zuchtte hij dan ook opgelucht:

‘Nu wij beide dit interview hebben gehad, is het voor mij afgelopen en uit!’

Op zoek naar avontuur

9. SS-Panzer-Division ‘Hohenstaufen’

SS-Sturmmann en Richtschütze Jagdpanzer IV Werner Krüger was als veertienjarige jongen op zoek naar het avontuur en meldde zich vrijwillig aan bij de Waffen-SS. Aan het front kwam hij erachter wat vechten inhield. Jungmann Krüger keek vol ontzag naar al die pracht en praal. Had hij toch ook maar zo’n schitterend uniform! Zijn docenten lieten niet na om hun politieke mening te verkondigen en menigmaal hoorden de Jungmannen:

- advertentie -

‘Oh du! Naar de elitetroepen moet je! Panzer, Waffen-SS, daar gaat het toch uiteindelijk allemaal om! Auch du, ja! Jij kunt ook elitesoldaat worden!’

De veteraan schudt meewarig zijn hoofd:

‘Vandaag zou iedereen zeggen: ‘De idioot! Had er zo makkelijk onderuit gekund!’ Nee. In die tijd waren we zo … tegenwoordig zou men zeggen ‘opgefokt’ door onze docenten.’

Hij werd met de 9. SS-Panzer-Division ꞌHohenstaufenꞌ van het oostfront naar het westfront gestuurd en weer terug. Tijdens de Slag om Arnhem kreeg hij een opmerkelijke opdracht. De wapenstilstand die hij bij De Tafelberg in Oosterbeek meebeleefde, blijft zijn hele leven in zijn geheugen gegrift; een stervende Engelse para heeft een diepere indruk op hem achtergelaten dan al zijn belevenissen daarna.

Krüger vertelt over wapenstilstand bij hotel De Tafelberg. Collectie Airborne Museum. Still uit interviewfilm: Joop Bal | 17 augustus 2010
Krüger vertelt over wapenstilstand bij hotel De Tafelberg. Collectie Airborne Museum. Still uit interviewfilm: Joop Bal | 17 augustus 2010

‘Er heerste doodse stilte. Ik ben bij een groepje gewonden gaan zitten; we hebben met elkaar gesproken. Eén van de para’s wilde nog een sigaret hebben en zei: ‘It was a good hard fighting’. Daarna stierf hij. In mijn bijzijn!’

Werner Krüger. Collectie W. Krüger
Werner Krüger. Collectie W. Krüger
Hij maakte de verschrikkelijke gevechten tegen de Russen rondom Seelow mee, raakte in Amerikaans gevangenschap, vluchtte en werd weer opgepakt, dit keer door de Russische geheime dienst. Hij vluchtte wederom en wist in de Britse zone aan te komen, waar hij onmiddellijk in gevangenschap kwam. Na de oorlog ging hij het onderwijs in. Hij weet wat de mensen van hem zeggen, maar hij heeft nooit spijt gehad. In zijn jeugd koos hij voor het avontuur en heeft het ook gehad; meer dan hem lief was! Hij weet nu hoe fout die keuze was, maar hoe naïef kun je als kind zijn? De veteraan haalt zijn schouders op en zucht:

‘We waren een product van de toevalligheid. Er was immers niets gepland. Niets was planbaar en zoals het kwam, zo werd het genomen. Je was allemaal opgeleid. Dan kreeg je te horen: ‘We hebben een bemanning nodig, du, du, du und du!’ Het waren al helemaal geen politieke redenen die mij ertoe bewogen hebben om me vrijwillig aan te melden. Het lokte me nou eenmaal … elitetroepen, een beetje lust op avontuur en zo ben ik erbij gekomen. En ik heb het ergens ook nooit berouwd. Daar beeld ik mezelf helemaal niets in! Absoluut niet! Ik weet wat de mensen van mij denken. Maar ja, wat wil je? Die onverstandige jeugd! In politiek opzicht heb ik als zeventienjarige knaap een verkeerde keuze gemaakt, maar ik heb gekregen waar ik voor gekozen had: avontuur, meer dan me lief was! Uiteraard heb ik mij uitvoerig met ons Duitse verleden bezig gehouden. In 1940 zijn de Duitsers gewelddadig in ons vredelievend buurland Holland binnen gemarcheerd. Geen wonder dat de Nederlanders niet te spreken waren over die Moffen!’

~ Ingrid Maan

Het boek ‘Weggemoffeld!’ kan besteld worden bij: www.uitgeverij-fagus.nl of bij de auteur (met een handtekening erin) via www.weggemoffeld.nl

Bekijk ook onze uitgebreide onderwerpenlijst of het personenregister

1001 vrouwen in de 20ste eeuw - Els Kloek Napoleon - De man achter de mythe (Adam Zamoyski) De rechtvaardigen - Hoe een Nederlandse consul duizenden Joden redde (Jan Brokken) Reconquista - Miquel Bulnes Leonardo da Vinci - Sprekende gezichten De bokser - 
Het leven van Max Moszkowicz (Biografie) 80 jaar oorlog - Gijs van der Ham / NTR Het goede leven - Annegreet van Bergen Hitlers Derde Rijk in 100 voorwerpen - Roger Moorhouse De Zonnekoning - Glorie en schaduw van Lodewijk XIV (Johan Op de Beeck)
Gelijk naar geschiedenisboeken over: