De Nazca-cultuur is een Zuid-Amerikaanse cultuurvorm die bestaan heeft tussen ongeveer het jaar 200 voor Christus en het jaar 750 van onze jaartelling. De naamgeving van deze cultuur is bedacht door archeoloog Thomas Joyce in 1912. Het begrip Nazca verwijst naar de Nazca-rivier en omliggende Nazca-vallei in het hedendaagse Peru, waar deze cultuur tot bloei kwam.

Algemene kenmerken
De Nazca-cultuur kwam tot bloei nadat de Peruaanse Chavin-cultuur (1700-300 v.Chr.) verdwenen was en de Paracas-cultuur (900-200 v.Chr.) op zijn einde liep. De bloeitijd van de Nazca-cultuur, die zich concentreerde langs de kust en in de dalen van Zuid-Peru, lag tussen 100 v.Chr. en 700 na Chr.
Van een aanzienlijk deel van de nederzettingen uit de Nazca-cultuur is bekend dat ze zijn gebouwd op de resten van nederzettingen uit de Paracas-periode. Op het hoogtepunt van de Nazca-cultuur telde deze beschaving ongeveer 25.000 inwoners, die hoofdzakelijk in kleine dorpjes woonden en in twee grotere steden, namelijk Ventilla en Cahuachi.
Archeologen en onderzoekers verdelen de geschiedenis van de Nazca-samenleving doorgaans in vier episoden:
- de eerste Nazca-tijd ofwel proto Nazca-tijd (100 v.Chr.-100 na Chr.)
- de vroege Nazca-tijd (1-450 na Chr.)
- de middelste Nazca-tijd (450-550 na Chr.)
- en de late Nazca-tijd (550-750 na Chr.).
De laatste periode, de late Nazca-tijd, wordt door sommige archeologen overigens onderverdeeld in twee tijdvakken, met als extra periode de Nasza-Wari, waarmee het aantal periodes dan op vijf komt. Historici en archeologen vermoeden dat de ondergang van het Nazca-rijk rond 750 te maken had met een El Niño (wateropwarming), die wereldwijd grote overstromingen veroorzaakte.

Het Nazca-rijk – dat een oppervlakte van ongeveer 10.750 vierkante kilometer – kende geen officieel centraal politiek bestuurscentrum. Het rijk bestond uit losse nederzettingen die relatief onafhankelijk waren en als een confederatie onderling samenwerkten. Binnen de patriarchale gemeenschappen maakten families, en van hen vooral de ouderen, de dienst uit. Er was sprake van een losse socio-politieke organisatie. De grootste stad in de Nazca-samenleving was Ventilla, dat als hoofdstad functioneerde en een oppervlakte had van zo’n tweehonderd hectare. De stad had veel huizen met terrassen, kleine heuvels en ommuurde binnenplaatsen.
Via een Nazca-lijn en weg door de woestijn was Ventilla verbonden met de tweede stad van het rijk: Cahuachi. Deze stad was een religieus en ceremonieel centrum, met een totaaloppervlakte van zo’n honderdvijftig hectare. In Cahuachi werden volgens bronnen geregeld feesten en rituelen gehouden, met als doel om de goden gunstig te stemmen voor een goede landbouw, voldoende water en vruchtbaarheid. Zo werden er geregeld lama’s en cavia’s aan de goden geofferd. Er zijn geen archeologische bewijzen dat de Nazca-inwoners mensenoffers brachten. Wel was er sprake van een schedelmagie, waarbij schedels ingezet werden als offers, met als oogmerk om zo het land vruchtbaar te houden. De ’troffeeschedels’, zoals deze schedels wel genoemd worden, waren afkomstig van tegenstanders die in een oorlog gestorven waren. De schedels werden als offers begraven in de grond.
Typerend voor de Nazca-cultuur was dat er geen sprake was van territoriale expansiedrift. De focus lag binnen deze cultuur op religie en vrede en niet op het voeren van oorlogen. Interessant is verder het ondergrondse aquaductenstelsel rond de stad Cahuachi. Toen in de loop van de eeuwen de droogte in de regio toenam en een probleem ging vormen voor de watervoorziening, besloten de inwoners onder de grond een watersysteem aan te leggen. Hiermee wisten ze de verdamping van het water door hitte flink te beperken.
Religieuze, sociale en culturele aspecten
Over de religie en rituelen die binnen de Nazca-cultuur gebruikelijk waren, is een en ander bekend. De Nazca’s hadden een soort natuurgodsdienst, waarbij de focus lag op vruchtbaarheid. De stad Cahuachi was het religieuze middelpunt van het rijk. Burgers voerden in Cahuachi allerlei religieuze ceremonies uit en begroeven hier hun doden. De religieuze handelingen en rituelen werden geleid door sjamanen. Zij waren spirituele leiders die, vaak in trance door hallucinerende middelen (gemaakt van extracties uit San Pedro-cactussen), contact zochten met de geestenwereld. Ze voerden hun rituelen uit voor genezingsdoeleinden, vruchtbaarheid of om aan waarzeggerij te kunnen doen.

Op voorwerpen en artefacten van de Nazca-cultuur is door archeologen veel religieuze symboliek teruggevonden, specifiek op bekers en in textiel/stoffen. Hierbij kan gedacht worden aan mythologische wezens, natuurgoden, insecten en landdieren als slangen, apen, leeuwen en andere wilde dieren. Via archeologische opgravingen is verder aangetoond dat Cahuachi een soort pelgrimsplek was, waar gemummificeerde doden met rituelen op een familiebegraafplaats begraven werden.

Economie en voedselvoorziening in het Nazca-rijk
De Nazca-inwoners leefden hoofdzakelijk van de intensieve landbouw. Ze verbouwden onder meer graan, aardappels, pinda’s, peper, mais en bonen en maakten verder gebruik van katoen, kalebassen, riet en bamboe. Goed vruchtbaar land was cruciaal binnen hun agrarische samenleving, en daar lag in alles dan ook de nadruk op. Naast de landbouw boden de grote plaatsen Ventilla en Cauhachi werkgelegenheid in de administratieve en religieuze sector. Ook is bekend dat er veel arbeiders waren, die onder meer ingezet werden voor het maken van Nazca-lijnen (zie volgende paragraaf), woningen en uiteraard voor het vervaardigen van potten, gereedschap en soortgelijke gebruiksvoorwerpen. In de omgeving van Nazca is door archeologen goud gevonden. De metaalbewerkers onder de Nazca-bevolking maakten hier sieraden, decoraties en gezichtsmaskers van. De gouden gezichtsmaskers werden gebruikt door sjamanen tijdens religieuze rites en ceremonies.

Uit archeologische vondsten blijkt ten slotte dat er door de Nazca’s over lange afstanden werd gehandeld, onder meer in keramiek, gebruiksvoorwerpen en sieraden.
De Nazca-lijnen
De Nazca-cultuur is vooral bekend door de fameuze Nazca-lijnen, die door indianen in het zand getekend werden. In de zogeheten Nazca-pampa zijn door onderzoekers veel dierenfiguren (bijvoorbeeld van insecten, landdieren en vogels), bloempatronen, geometrische figuren en rechte lijnen ontdekt, die geregeld tientallen meters lang waren. Doordat de lijnen, motieven en patronen in droog woestijnzand zijn gemaakt, hebben ze de maalstroom van de tijd overleefd. De Naza-lijnen zijn wel eens omschreven als het achtste wereldwonder.

Opvallend is dat de tekeningen vaak enorme afmetingen hebben, waardoor ze alleen vanuit de lucht goed te overzien zijn. De makers konden hun werk dus vermoedelijk nooit in volle omvang aanschouwen. Mede hierdoor is veel gespeculeerd over de achtergrond en betekenis van de lijnen. Dit resulteerde soms in opmerkelijke verklaringen, zoals de suggestie dat de lijnen dienden als landingsbanen voor buitenaardse of goddelijke wezens.
De Amerikaanse archeoloog en antropoloog Anthony Aveni opperde dat de tekeningen — met name de vogel- en dierfiguren — beschermgeesten voorstelden die de toegang tot waterbronnen markeerden. Volgens een andere theorie functioneerden de lijnen als een soort kalender voor de Paracas- en Nazca-volken. Een definitieve en eenduidige conclusie over de achtergrond van de Nazca-lijnen valt tot op heden echter niet te trekken.
Vooral vanuit de lucht zijn de Nazca-lijnen, dierentekeningen en patronen goed zichtbaar:
Veel mensen weten niet dat in dezelfde regio waar de Nazca-lijnen zijn gevonden ook bijzondere steencirkels zijn aangetroffen. Dit komt doordat dit feit in veel wetenschappelijke literatuur niet vermeld wordt en de Nazca-lijnen zo de meeste aandacht trekken. In 1994 kregen de Nazca-lijnen een plek op de UNESCO Werelderfgoedlijst.

Beschadiging door Greenpeace
In 2014 zorgde milieuorganisatie Greenpeace wereldwijd voor ophef door bij wijze van actie een grote tekst te plaatsen naast een van de Nazca-lijnen: Time for Change! The future is renewable. De boodschap was gericht aan de VN-klimaattop in Peru, maar werd door de Peruaanse overheid scherp veroordeeld. Doordat de activisten zonder beschermend schoeisel het kwetsbare gebied betraden, zouden zij schade hebben aangericht aan het eeuwenoude erfgoed. Greenpeace bood later excuses aan.
Gedrukte bronnen
-David M. Jones, De Inca’s. De indrukwekkende geschiedenis, legenden, mythen en cultuur van het Incarijk en de volken van de zon (2e druk; Utrecht: Veltman Uitgevers, 2013 [2008]) 86-87, 110-111.
-Donald A. Proulx, ‘The Nasca Culture: An Introduction‘, in: Judith Rickenbach (ed.), Nasca: Geheimnisvolle Zeichen im Alten Peru (Zürich: Museum Rietberg, 1999) p.59-77.
-Brian Foerster, A Brief History of the Incas. From Rise, through Reign to Ruin (2011).
-God, een geschiedenis – John Bowker (Standaard, 2003) p.30-31
Internet
-https://www.britannica.com/topic/Nazca
-https://courses.lumenlearning.com/suny-hccc-worldcivilization/chapter/the-nazca/
-https://www.worldhistory.org/Nazca_Civilization/
-http://www.destination360.com/south-america/peru/nazca-culture
-https://en.wikipedia.org/wiki/Nazca_culture
-https://whc.unesco.org/en/list/700/
Inca’s en het Inca-rijk: opkomst, bloei en ondergang (1400-1532)
Walter Alva – Archeoloog die de Moche-cultuur op de kaart zette
Tupac Amarú II – Indiaanse vrijheidsstrijder uit Peru
José de Acosta (1539-1600) – Spaanse missionaris