Dark
Light

De Pools-Oekraïense Oorlog (1918-1919)

Auteur:
7 minuten leestijd
Poolse kindsoldaten, de zogeheten Orlęta lwowskie, verdedigen de Łyczaków-begraafplaats tijdens het beleg van Lemberg
Poolse kindsoldaten, de zogeheten Orlęta lwowskie, verdedigen de Łyczaków-begraafplaats tijdens het beleg van Lemberg (Lviv)

De Russische invasie van Oekraïne sinds 2022 vormt een nieuw hoofdstuk in de complexe geschiedenis van de Pools-Oekraïense betrekkingen. Warschau is samen met de Verenigde Staten misschien wel de trouwste bondgenoot van president Zelensky, hoewel er ook scheurtjes zichtbaar zijn. De goede band tussen Polen Oekraïne komt niet uit het niets, maar was ook niet altijd een gegeven. In de nasleep van de Eerste Wereldoorlog vochten beide landen zelfs een heuse broederstrijd uit, bekend als de Pools-Oekraïense Oorlog.

Voorgeschiedenis

Na de Middeleeuwen behoorde het grondgebied van het moderne Polen en Oekraïne grotendeels tot het enorme Pools-Litouws Gemenebest, een unie van het koninkrijk Polen en het grootvorstendom Litouwen. Deze grootmacht raakte in de achttiende eeuw in verval, wat resulteerde in de drie zogeheten ‘Poolse Delingen’. Hierin verdeelden Oostenrijk, Pruisen en Rusland het voormalige gemenebest tussen 1772 en 1795 onder elkaar. Oekraïne werd grotendeels onderdeel van Rusland, maar haar westelijke gebieden kwamen toe aan de Oostenrijkers.

Daar liggen de kiemen van de latere oorlog. In de noordoostelijke provincie Galicië van dit multinationale rijk woonden tijdens de negentiende eeuw zowel Polen als Oekraïners. Gezien het sterke Poolse nationalisme en het daarmee gepaard gaande streven naar onafhankelijkheid van Wenen, steunde Oostenrijk de Oekraïners als tegenwicht. Zo ontstonden er op allerlei terreinen spanningen tussen deze etnische groepen. Als het Oostenrijkse gezag op enig moment zou imploderen, konden deze spanningen gemakkelijk culmineren in een militair conflict.

Nasleep Eerste Wereldoorlog leidt tot conflict

Die implosie kwam er door toedoen van de Eerste Wereldoorlog. Hierin vocht Oostenrijk(-Hongarije) samen met Duitsland, Bulgarije en het Osmaanse Rijk tegen de geallieerden (onder meer Frankrijk, Rusland en Groot-Brittannië). In de herfst van 1918 liep de oude veelvolkerenstaat op zijn laatste benen en verloor de oorlog. Dit leidde tot een veelvoud aan nationalistische opstanden en de ontbinding van het rijk. Op 1 november 1918 werd de ‘West-Oekraïense Volksrepubliek’ uitgeroepen in het oosten van Galicië. Hun hoofdstad zou de stad Lemberg moeten worden, nu bekend onder de naam ‘Lviv’.

Vanwege het uiteenvallen van de Russische, Duitse en Oostenrijkse keizerrijken was de kaart van Centraal- en Oost-Europa op meerdere plekken veranderd. Aanvankelijk hadden de Duitsers en Oostenrijkers aan het Oostfront in de strijd tegen Rusland de overwinning behaald. Ze dicteerden hierna zeer draconische vredesvoorwaarden. Polen, de Baltische staten en Oekraïne werden onafhankelijk van Rusland, maar zouden economische en politieke vazalstaten van het Duitse Rijk worden (Vrede van Brest-Litovsk ). De Duitse nederlaag aan het Westfront maakte deze radicale voorwaarden weer ongedaan, maar de onafhankelijke staten bleven bestaan, nu écht onafhankelijk. Zo ontstond er één onafhankelijk Polen, maar twee Oekraïnes; één voortgekomen uit Rusland en één uit Oostenrijk.

In het nieuwe Polen was men zeer verbaasd over hetgeen zich op 1 november 1918 voltrokken had. Warschau rekende zelf geheel Galicië tot haar grondgebied en erkende de West-Oekraïense Volksrepubliek niet. Toen het Poolse leger zodoende probeerde snel een einde te maken aan de Volksrepubliek begon de oorlog.

Oekraïense  soldaten in Lemberg, 1918
Oekraïense soldaten in Lemberg, 1918

De winter van 1918-1919

De start van het conflict werd gevormd door de Slag om Lemberg (1 november 1918 – 22 mei 1919). De Oekraïners trachtten hun geclaimde hoofdstad in te nemen, maar kregen te maken met tegenstand van zo’n tweehonderd in de stad aanwezige Polen. Na twee weken hevige strijd wist het Poolse leger, dat het verzet in de stad te hulp kwam, door het beleg heen te breken en uiteindelijk de stad in te nemen onder leiding van kolonel Michal Tokarzewski-Karaszewicz. Karaszewicz zou in de Tweede Wereldoorlog één van de leiders van het Poolse verzet tegen de nazi’s worden. Oekraïne zou nog tot mei 1919 proberen de stad te heroveren, zonder succes. De stad zou onder de naam Lwów tot de Tweede Wereldoorlog Pools blijven.

Symon Petliura
Symon Petliura, 1919
Ondertussen had de West-Oekraïense Volksrepubliek zich in januari 1919 via de Akt Zloetky (Akte van Vereniging) bij de uit Rusland voortgekomen Oekraïense Volksrepubliek aangesloten, zij het met behoud van haar eigen regeringsstructuren. Eind 1918 breidde het conflict zich uit naar het noorden van Galicië, het gebied Wolynië. Al in november hadden de laatste Oostenrijkse leiders de soevereiniteit alhier aan Polen overgedragen. Het Oekraïense leger probeerde vanaf december gebieden in Wolynië te veroveren op Warschau. Onder leiding van generaal Symon Petliura marcheerden de troepen van de Volksrepubliek naar de stad Chelm. In maart 1919 werden zij tegengehouden door de Polen onder generaal Edward Rydz-Smigly, de latere opperbevelhebber van de Poolse troepen tijdens Hitlers invasie in het land (1939).

In Oost-Galicië hield Oekraïne ondertussen in de winter van 1918-1919 stand. Zij deden in januari en februari 1919 pogingen om de stad Przemysl te veroveren teneinde Lviv te isoleren, waar Polen gebieden ten noorden van die stad aanviel. Beide operaties mislukten. Gedurende deze fase van de oorlog vonden er ook gevechten plaats in de Karpaten tussen de Oekraïners enerzijds en Hongarije en Tsjechoslowakije anderzijds. De Tsjecho-Slowaken waren na de Eerste Wereldoorlog nog de enigen die de West-Oekraïense Volksrepubliek hadden gesteund. Daarom besloot men medio januari zich hier terug te trekken.

Situatie in maart 1919, met de Poolse doorbraak richting Lemberg (
Situatie in maart 1919, met de Poolse doorbraak richting Lemberg (Lviv) (CC BY-SA 3.0 – wiki)

Pools lenteoffensief en Oekraïens tegenoffensief

In de lente van 1919 begon eigenlijk pas het eerste grote offensief van de oorlog. Het Poolse leger wilde nu snel een einde maken aan de patstellingen in Wolynië en Oost-Galicië. Men zag immers in de Russische Sovjetrepubliek, die inmiddels duidelijk had gemaakt de onafhankelijke Oost-Europese staten niet te erkennen, een veel grotere bedreiging dan in Oekraïne. Het was dus zaak snel een einde te maken aan de Oekraïense Volksrepubliek.

Józef Haller
Józef Haller
De legereenheden voor dit offensief, met een troepensterkte van 60.000 man, werden bijgestaan door de goed getrainde troepen van generaal Józef Haller, die in de Eerste Wereldoorlog nog voor de geallieerden aan het Westfront hadden gediend. De Roemenen voegden zich aan Poolse zijde ook bij de strijd in Oost-Galicië. Eind mei brak men door de Oekraïense linies heen en was men dicht bij het bereiken van het doel. De westelijke geallieerden bewogen Haller echter het offensief tot stilstand te laten komen. Hierdoor konden de Oekraïners in juni 1919 een tegenoffensief beginnen. Dit werd een succes: men behaalde aan beide fronten overwinningen en in Oost-Galicië was de opmars maar liefst 150 kilometer, waarmee Lviv weer in zicht kwam. Logistieke problemen beëindigden het offensief vroegtijdig en verhinderden ook grote territoriale winsten.

Poolse overwinning en wapenstilstand

De Poolse troepen gingen vanaf eind juni weer in de aanval, onder leiding van de bekende maarschalk Józef Pilsudski. Aan het front in Wolynië behaalde men een definitieve overwinning en werden de Oekraïners verdreven. In Oost-Galicië moest men zich terugtrekken tot de Zbrucz-rivier. Het slagen van Pilsudski’s offensief en de hierop volgende wapenstilstand op 18 juli 1919 betekende in feite het einde van de oorlog. Zo’n 25.000 mensen lieten het leven in het conflict.

Nasleep

De Russen in februari 1919 al de oorlog verklaard aan zowel Polen als Oekraïne. De westelijke geallieerden beschouwden het Russisch imperialisme als veel belangrijker dan een tweestrijd over grondgebied tussen de Slavische staten. Op de vredesconferentie in Parijs van 1919 werd de Poolse verovering van de westelijke gebieden van de Oekraïense republieken daarom erkend. Wat betreft Oost-Galicië moest Polen autonomie verlenen aan Oekraïne. Na vijfentwintig jaar zou vervolgens een referendum gehouden moeten worden over de toekomst van het gebied. In december 1919 werden deze twee eisen al teruggedraaid.

De oprichting van een Pools-Oekraïens bondgenootschap in april 1920 tussen Pilsudski en Petliura, teneinde de oprukkende bolsjewistische Russen tegen te houden, bevestigde het einde van de vijandelijkheden tussen de kersverse natiestaten nog maar eens. In het conflict met de bolsjewieken, in de historiografie de Pools-Russische Oorlog (1919-1921) geheten, vochten de twee landen dus aan dezelfde zijde. De uitkomst van deze oorlog betekende echter het verlies van de Oekraïense onafhankelijkheid; West-Oekraïne zou tot de Tweede Wereldoorlog Pools worden en het midden en oosten werd als Oekraïense Sovjetrepubliek een belangrijk onderdeel van de Sovjet-Unie. In de Tweede Wereldoorlog zouden beide landen samen met Belarus het meest lijden onder de verschrikkingen van de nazi’s en de Sovjets.

Na deze oorlog schoven de grenzen van Polen op naar het westen en werd ook het grootste deel van West-Oekraïne in de Sovjet-Unie opgenomen. Pas na het uiteenvallen van die staat in 1991 zou Oekraïne haar onafhankelijkheid terugkrijgen. Om die te behouden zijn Polen en Oekraïne net als honderd jaar geleden bondgenoten tegen een Russische invasie.

Pogroms

Deze synagoge werd tijdens de Lwów-pogrom in brand gestoken
Deze synagoge werd tijdens de Lwów-pogrom in brand gestoken, 1918
Gedurende de Pools-Oekraïense Oorlog vonden aan beide zijden anti-Joodse pogroms plaats. Eén daarvan was de Lwów-pogrom, die na de Poolse inname van Lemberg plaatsvond. De Joodse bevolking van de stad was tijdens de Eerste Wereldoorlog al slachtoffer geweest van een Russisch pogrom. Tussen 21 en 23 november 1918 werden er nu zo’n 340 burgers gedood bij deze door de Polen uitgevoerde pogrom.

Maar ook in de Oekraïense regio’s vonden dergelijke pogroms plaats. In januari 1919 werden in het dorp Ovruch Joodse burgers aangevallen en gedood door regimenten gelieerd aan de Oekraïense Volksrepubliek. Volgens de Franse historicus Nicolas Werth waren Oekraïense troepen ook betrokken bij en verantwoordelijk voor het geweld in Zhytomyr in 1919, waarbij verkrachtingen en plunderingen plaatsvonden en tussen de 500 en 700 joden omkwamen.

Bronnen

-Timothy Snyder, The Reconstruction of Nations: Poland, Ukraine, Lithuania, Belarus, 1569-1999. Yale University, 2004.
-P.R. Magocsi, A History of Ukraine: The Land and Its People. University of Toronto Press, 2010.
-Alexander Prusin, Nationalizing a Borderland: War, Ethnicity, and Anti-Jewish Violence in East Galicia, 1914–1920. University of Alabama Press, 2005.
-Louis Vos & Idesbald Godderis, De strijd van de witte adelaar: Geschiedenis van Polen (966-2004). Acco, 2005.
-Marc Jansen, Grensland: Een geschiedenis van Oekraïne. Van Oorschot, 2014.

Erik Slond (2004) studeert geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam. Hij is tevens redacteur bij Studiecentrum Eerste Wereldoorlog, waar hij artikelen voor schrijft. Erik is vooral geïnteresseerd in de moderne en hedendaagse geschiedenis van Duitsland en Oost-Europa.

×