Het Pools-Litouwse Gemenebest (1573-1795)

//
31 minuten leestijd
Warschau tegen het einde van de achttiende eeuw
Warschau tegen het einde van de achttiende eeuw -Schilderij van

Sinds 1385 bestaat er een personele unie van het koninkrijk Polen en het groothertogdom Litouwen, een unie die in 1573 met de Confederatie van Warschau hechter aangesmeed wordt tot een staatsunie, het Pools-Litouwse Gemenebest. De Confederatie van Warschau is opmerkelijk omdat daarmee godsdienstvrijheid in het gemenebest wordt gegarandeerd, wat voor die tijd zeer opmerkelijk is. Bij deze gelegenheid wordt Oekraïne, dat dan deel uitmaakt van Litouwen, toegevoegd aan het Poolse koninkrijk.

In de ruim tweehonderddertig jaar van haar bestaan wordt het gemenebest geregeerd door elf gekozen vorsten waarvan zeven uit het buitenland komen. Gedurende die hele periode spelen de szlachta een belangrijke rol. De szlachta zijn edelen die een kaste van krijgslieden vormen en een hechte onderlinge solidariteit tonen.

Avontuur met een Fransman

Hendrik van Valois, de eerste verkozen monarch van het Pools-Litouwse Gemenebest
Hendrik van Valois, de eerste verkozen monarch van het Pools-Litouwse Gemenebest
Op 10 mei 1573 verkiezen op een veld nabij Warschau ongeveer 40.000 stemgerechtigde edelen de dan eenentwintig jaar oude Hendrik, hertog van Valois en broer van de Franse koning Karel IX, als koning van Polen en groothertog van Litouwen. De nieuwe koning wordt geacht in het huwelijk te treden met Anna, de zuster van de in 1572 overleden koning Sigismund II, die dertig jaar ouder is dan de haar toebedachte Franse edelman. Hendrik arriveert hartje winter in Polen dat op hem een desolate inruk maakt. Ofschoon hij weinig aanstalten maakt om Anna ten huwelijk te vragen, gedraagt hij zich hoffelijk en is niet onpopulair. Er zit echter een adder onder het gras. Franse vorsten zijn alleenheerser en oppermachtig, maar die status wordt je als monarch in het Gemenebest Polen-Litouwen niet gegund. Daar wordt de vorst op de vingers gekeken door de Sejm, de volksvertegenwoordiging, en heeft niet de koning, maar hebben grootgrondbezitters jurisdictie over de onderhorige boeren.

Als Hendrik medio 1574 verneemt dat zijn oudere broer is overleden en hij de Franse troon erft, maakt hij de Polen duidelijk over beide landen te willen regeren. Die combinatie wordt hem door de szlachta gegund die in de veronderstelling verkeren dat zij de lakens kunnen uitdelen tijdens zijn afwezigheid. Bedoeling is dat Hendrik in het najaar naar Frankrijk vertrekt, maar de koning houdt het eerder voor gezien en ontvlucht Krakau in het geheim te paard richting zijn vaderland. De Polen eisen zijn terugkeer op straffe van het vacant-verklaring van de troon, waarop Hendrik voet bij stuk houdt en te kennen geeft zijn jongere broer tot onderkoning van Polen te willen benoemen. Dat is tegen het zere been van de Poolse senaat die Maximiliaan II, de keizer van het Heilige Roomse Rijk, verkiezen als koning, maar daar gaan de szlachta niet mee akkoord die hun keuze laten vallen op Stefanus Báthory, hertog van Transsylvanië.

Het Pools-Litowse Gemenebest van 1559
Het Pools-Litowse Gemenebest van 1559

Stefanus treedt in het huwelijk met prinses Anna en wordt op 1 mei 1575 te Warschau gekroond. Ofschoon hij zijn echtelijke plichten vervult, leidt het niet tot de komst van nageslacht. Nog maar net op de troon krijgt Stefanus het in 1577 aan de stok met de Russische tsaar Iwan IV die de aan de Baltische Zee gelegen Lijflanden binnenvalt. Litouwse troepen weten de Russen te weerstaan waarop Stefanus besluit om voor eens en altijd een einde te maken aan het conflict met Moskou over dit gebied. Hij krijgt zijn zin en na de Russen in het nauw te hebben gedreven wordt op 15 januari 1582 een verdrag gesloten waarmee de Lijflanden volledig in handen komen van de Poolse monarch.

Stefanus Báthory als koning van Polen
Stefanus Báthory als koning van Polen
Stefanus heeft bij zijn kroning weliswaar trouw gezworen aan de constitutie van het Pools-Litouwse Gemenebest, een grondwet die koninklijke bevoegdheden inperkt, maar van meet af aan staat het voor Stefanus vast niet slechts de rol te willen vervullen als ceremonieel vorst. Aan de Sejm maakt hij duidelijk maximaal gebruik te willen maken van de macht die hem wettelijk is gegeven. Hij weigert de Sejm te hervormen en meer bevoegdheden te geven, wat bij de invloedrijke beweging van de Executionisten – medeverantwoordelijk voor het ontstaan van de grondwet en de kroning van Stefanus – niet in goede aarde valt. Koning Stefanus is kennelijk uit ander hout gesneden dan zijn voorganger Sigismund II Augustus die niet alleen voorzichtig omsprong met de volksvertegenwoordiging, maar ook minder expansieve bedoelingen had. Stefanus is veel agressiever en wil zijn thuisland Transsylvanië en Hongarije bevrijden van het Habsburgse juk. Zelfs speelt hij met de gedachte het op te nemen tegen de Ottomanen en in die zin maakt hij inbreuk op het voorzichtige buitenlandse beleid van zijn voorgangers, de Jagielloonse vorsten.

Als Stefanus in 1584 de Sejm voorstelt opnieuw op te trekken tegen de Russen stuit hij op krachtige weerstand en het is eigenlijk voor de volksvertegenwoordiging een opluchting als de koning in 1586 overlijdt, zij het dat dit de stabiliteit van het land niet ten goede komt.

Zweedse connecties

Sigismund III van Polen / Sigismund Vasa
Sigismund III van Polen / Sigismund Vasa
Opnieuw moet er gezocht worden naar een koning en dit keer gaat de strijd tussen de Habsburgse aartshertog Maximiliaan1 en prins Sigismund Vasa van Zweden. Maximiliaan krijgt de volle steun van zijn machtsbeluste familie – waaronder koning Filips II van Spanje – en de paus die zich geërgerd hebben aan de opdringerigheid van Stefanus. Het is echter Sigismund – zoon uit het huwelijk van koning Johan III van Zweden met Catharina van Polen – die met de eer gaat strijken en in augustus 1587 gekroond wordt tot koning van Polen als Sigismund III. De dan eenentwintigjarige Sigismund is door zijn moeder en Poolse jezuïeten opgevoed in de Jagielloonse traditie. Hij is daardoor overtuigd rooms-katholiek en spreekt vloeiend Pools en Zweeds.2 Zijn geloofsijver botst met de liberale godsdienstopvattingen van de volksvertegenwoordigers in de Sejm die niets willen weten van zijn eis dat kandidaten voor het Poolse koningschap voortaan rooms-katholiek moeten zijn. Bovendien steekt het de Polen dat hij belangrijke functies gunt aan geloofsgenoten. Dit gedrag staat haaks op het motief waarmee de Polen hem verkozen hebben: weerwerk leveren tegen de opdringerigheid van de rooms-katholieke Habsburgers.

Vrijwel zeker is dat Sigismund III door de jezuïeten is opgevoed met het idee hem in te zetten als leider van de contrareformatie in Polen. Zijn huwelijk met de Habsburgse Anna van Oostenrijk en het verdrag van eeuwige vrede dat hij sluit met Wenen zijn tekenen aan de wand en zelfs wordt verondersteld dat hij speelde met de gedachte Polen uit te leveren aan de Habsburgers in ruil voor hun steun aan zijn claim op de Zweedse troon. In 1592 is de maat vol en wordt hij door de Sejm op de vingers getikt voor verraad aan de Poolse constitutie. Sigismund belooft zich te beteren.

In datzelfde jaar overlijdt zijn vader Johan III en Sigismund maakt zich dan op om de Zweedse troon te bezetten. Daarvoor krijgt hij toestemming van de Sejm, mits hij na een jaar terugkeert. Sigismund houdt zich aan zijn belofte, Zweden in handen achterlatend van zijn oom Karel, hertog van Södermanland die zijn kans ruikt en het land naar eigen goeddunken regeert. Als Sigismund in 1598 probeert orde op zaken te stellen komt hij van een koude kermis thuis. De Zweden onttronen hem en zeggen zijn dan driejarige zoon Wladislaus te zullen accepteren als opvolger mits het kind bekeerd wordt tot het Lutheranisme. Sigismund trekt ten strijde tegen zijn oom Karel, inmiddels koning Karel IX, waarbij het beheer over de Lijflanden op het spel staat. Uiteindelijk valt het doek voor de Zweedse koning bij zijn overlijden in 1611 nadat twee jaar eerder door de Litouwers Riga wordt veroverd en de Lijflanden behouden blijven voor de Polen.

Karel IX van Zweden wordt opgevolgd door diens zoon Gustaaf II Adolf die zich ontpopt als een militair genie en in 1612 Axel Oxenstierna – een van de meest getalenteerde en invloedrijke staatslieden uit die tijd – benoemt tot rijkskanselier. Als in 1618 de Dertigjarige Oorlog uitbreekt, treedt het Zweden van Oxenstierna toe tot het kamp der protestanten – de anti-Habsburgers – waartoe ook de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden behoort. Polen kiest formeel voor neutraliteit, maar koning Sigismund III voelt zich sterk verbonden met de rooms-katholieken en stuurt de Habsburgers een eenheid van 10.000 cavaleristen die een niet onbelangrijke rol spelen in hun overwinning in de slag op de Witte Berg in 1620 waarbij de koning van Bohemen – de Winterkoning – het onderspit delft. Met dit gebaar gaat hij in tegen de wens van de Sejm om niet betrokken te raken bij de Dertigjarige Oorlog, maar de volksvertegenwoordiging komt daar niet onderuit als de koning met zijn provocerende actie een aanval uitlokt van de Zweden die concluderen dat Polen niet langer neutraal is en de Lijflanden en Pommeren binnenvallen. Dit conflict wordt na nederlagen voor de Zweden te land en ter zee uiteindelijk in 1635 afgesloten met het vredesverdrag van Stumsdorf.

In conflict met Moskou

Niet alleen is Sigismunds steun aan de Habsburgers in de Dertigjarige Oorlog – een oorlog waarmee het Pools-Litouwse Gemenebest eigenlijk niets te maken heeft – de Sejm een gruwel, maar ook zijn pogingen de Confederatie van Warschau uit 1573 te ontkrachten zetten kwaad bloed bij de volksvertegenwoordiging. Tornen aan godsdienstvrijheid is de Sejm een doorn in het oog. En zo komt het dat vooraanstaande szlachta in 1605 proberen de koning te onttronen, wat uitloopt op de rebellie van Guzów die uiteengeslagen wordt. Deze episode illustreert hoe ongelukkig het politieke systeem van het gemenebest werkt: een Sejm die te weinig grenzen stelt aan een koning die zijn eigen zin probeert door te drijven, maar niet echt greep heeft op de gebeurtenissen.

Gaandeweg worden de szlachta, vooral die in het oosten, steeds machtiger. Zij zijn puissant rijk, bezitten onmetelijke landerijen, heersen over tientallen steden en dorpen en kunnen bij onderlinge twisten milities op de been brengen van 10.000 man of meer. Dergelijke lieden hebben geen koning nodig en Sigismund laat het wel uit zijn hoofd hen te bruuskeren, zij gaan hun eigen gang en mengen zich zelfs af en toe in buitenlandse aangelegenheden. Een persoonlijk avontuur van Jerzy Mniszech, paltsgraaf van Sandomierz, leidt tot een complete oorlog met Moskou.

Valse Dimitri I
Valse Dimitri I
In 1584 komt de Russische tsaar Iwan IV de Verschrikkelijke aan zijn eind en wordt opgevolgd door zijn zoon Foydor. Diens oudere broer Dmitri verkeert in ballingschap waar hij in 1591 wordt vermoord, vermoedelijk door Boris Godoewnov die na het overlijden van Foydor in 1598 de tsarenkroon in handen krijgt. Niet lang daarna wordt Moskou geteisterd door ongeregeldheden ten gevolge van een hongersnood en er doen tal van geruchten de ronde over de wreedheden van Godoewnov. In 1603 verschijnt er een gevluchte monnik, Grishka Otrepiev geheten, in Polen ten tonele die een prachtig verhaal opdist over zichzelf. Hij beweert dat hij Iwans zoon Dimitri is, ternauwernood ontsnapt uit de klauwen van Godoewnov. Jerzy Mniszech neemt de beweringen van de monnik met een korreltje zout, maar ziet direct mogelijkheden om hem voor zijn kar te spannen. Door zijn dochter Maryna aan hem uit te huwelijken verzekert hij zich van de steun van Otrepiev die afreist naar Krakau waar hij zich tot het rooms-katholieke geloof bekeert. Jezuïeten introduceren hem bij koning Sigismund die van de monnik gecharmeerd is en hem in de gelegenheid stelt een leger samen te stellen. Met een leger van 3.000 man, gefinancierd door Mniszech, marcheert hij in 1604 naar Moskou. Tal van steden sluiten zich bij hem aan, evenals vele bojaren en Dmitri arriveert in de Russische hoofdstad net nadat Godoewnov is overleden zonder slag behoeven te leveren. Hij wordt tot tsaar gekroond en Maryna schaart zich aan zijn zijde. In mei 1606 breekt er een opstand uit in de hoofdstad. ‘Dimitri’ wordt vermoord en zijn vrouw opgesloten. De bojaar Vasiliy Shuisky wordt gekozen tot tsaar, maar de geschiedenis herhaalt zich en in 1607 verschijnt er opnieuw een pseudo-Dimitri.3 Hij bevrijdt Maryna die zegt hem onmiddellijk te hebben herkend. Maar dan is de maat vol voor veel Moskovieten en Litouwse edelen.

Tot dan gaat het om private acties, maar als de tsaar in 1609 een defensief bondgenootschap met de Zweedse koning sluit die vervolgens de Lijflanden binnentrekt, groeit er een regelrecht internationaal conflict. De Sejm gaat nog akkoord met het uitdrijven van de Zweden, maar optrekken tegen Moskou is de volksvertegenwoordiging een brug te ver. Sigismund lapt dit aan zijn laars en verzoekt de paus om een actie richting Rusland als volwaardige kruistocht te mogen presenteren, wat hem wordt toegestaan. Na een heftige strijd waarin de Litouwers toeslaan, denken de Russische bojaren Sigismund gunstig te kunnen stemmen door Vasiliy Shuisky te onttronen en Wladislaus, de oudste zoon van Sigismund, tot tsaar te benoemen. Maar dat is Sigismund te gemakkelijk en stelt als voorwaarde dat heel Moskou overgaat tot het rooms-katholicisme alvorens Wladislaus de tsarenkroon kan aanvaarden, een eis waarmee hij zijn hand overspeelt. In 1613 kiezen de Russische bojaren een nieuwe tsaar: Michaël I Fjodorovitsj Romanov.

Strubbelingen in Oekraïne

Wladislaus IV van Polen geportretteerd door Peter Paul Rubens
Wladislaus IV van Polen geportretteerd door Peter Paul Rubens
Sigismund III overlijdt in 1632 en wordt opgevolgd door Wladislaus IV. Onder de nieuwe koning stijgt het aanzien van het Pools-Litouwse Gemenebest in Europa. Zelfs wordt de koning gevraagd een gooi te doen naar de keizerlijke kroon van het Heilige Roomse Rijk als in 1637 Ferdinand II uit het Habsburgse huis zijn laatste adem uitblaast. Maar zover komt het niet. Integendeel, het gemenebest wordt vanaf het midden van de jaren veertig geteisterd door strubbelingen in Oekraïne die het land ernstig verzwakken.

Oekraïne, ooit in bezit genomen door de Litouwers in de dertiende eeuw en met de Unie van Lublin in 1569 toegevoegd aan het Poolse koninkrijk, is in de loop der jaren verworden tot een kruitvat ten gevolge van de botsing van culturele en religieuze tegenstellingen. Het land heeft een eigen, puissant rijke elite van edelen die ooit het vertrouwen genoot van het volk, maar zich laat meeslepen door de verleidingen van de westerse cultuur en gaandeweg beschouwd wordt als verraders van de Oekraïense waarden. Dit proces van vervreemding wordt versterkt door de geloofsijver van jezuïeten die de van oudsher oosters-orthodox-christelijke bevolking proberen in te lijven in de rooms-katholieke kerk. Zonder de gelovigen te raadplegen weten de jezuïeten de Oekraïense prelaten over te halen de paus te erkennen als hun geestelijk leidsman in plaats van de Moskovitische patriarch van de orthodoxe kerk, zij het dat gebruiken als de Slavische liturgie en het priesterhuwelijk in stand kunnen blijven. Een en ander krijgt zijn beslag in de zogeheten Unie van Brest in 1596, waardoor naast de traditionele rooms-katholieke en oosters-orthodoxe kerken de kerkgemeenschap van de Oekraïense grieks-katholieken ontstaat. Deze kerk slaagt er evenwel niet in om het groeiend wantrouwen tussen elite en volk te overbruggen. De edelen, gecharmeerd als zij zijn van de westerse beschaving, bekeren zich tot het rooms-katholicisme, terwijl de bevolking haar thuishaven vindt in de oosters-orthodoxe kerk.

Slag bij Zborów van 1649 - Schilderij van Juliusz Kossak
Slag bij Zborów van 1649 – Schilderij van Juliusz Kossak

Vanaf de incorporatie van Oekraïne in het Poolse rijk vestigen zich tal van szlachta in dit relatief lege land met in hun kielzog niet allen rooms-katholieke priesters, maar ook veel joden die worden aangesteld als herbergier, bemiddelaar of ontvanger van belastingen waarmee zij zich de haat van de lokale bevolking op hun hals halen die zich zowel vernederd voelt door de Poolse indringers als door hun eigen elite. Een elite die Oekraïne beschouwt als een soort van kolonie van Polen en niet als een zelfstandig onderdeel, als een derde natie binnen het gemenebest naast Polen en Litouwen. Onlusten breken uit onder boeren en kozakken die een bloedbad aanrichten onder edelen, priesters, nonnen en joden. Daarbij schuwen de opstandelingen de oude Moldavische gewoonte niet om mensen levend te spietsen. Maar het Poolse leger biedt weerwerk en na de slag bij Zborów medio augustus 1649 worden onderhandelingen geopend die ertoe leiden dat een deel van Oekraïne – de graafschappen Kiev, Bratslav en Tsjernihiv – onder beheer komt van de kozakken. Het is een gebied waarin geen jezuïeten, joden en Poolse militairen worden toegelaten en alle kerkelijke prelaten de oosters-orthodoxe leer moeten zijn toegedaan.

Bohdan Chmelnytsky, met de boentsjoek of strijdknots, het symbool van de onafhankelijkheid van de Kozakken
Bohdan Chmelnytsky, met de boentsjoek of strijdknots, het symbool van de onafhankelijkheid van de Kozakken
Rust keert weer in Oekraïne, maar niet voor lang. In 1650 wordt de belangrijke leider van de opstandelingen, Bohdan Chmelnytsky, door sultan Mehmet IV aangewezen als prins van Oekraïne onder vazalschap van de Ottomaanse heerser. De Polen grijpen in en na de driedaagse slag bij Berestechko in 1651 wordt een nieuw vredesverdrag gesloten waarbij alle Poolse concessies aan de opstandelingen worden teruggedraaid.

Opnieuw in oorlog met Zweden

Voordat de Oekraïense onlusten losbarsten overlijdt in 1648 Wladislaus IV. Zijn broer Jan II Casimir die hem opvolgt, heeft een moeilijk karakter en wordt van meet af aan gewantrouwd door de szlachta en vooraanstaande magnaten. Ook zijn vrouw, Marie-Louise van Gonzaga-Nevers, afkomstig uit het Italiaanse vorstenhuis van Mantua, en eerder gehuwd met Wladislaus IV, is niet geliefd. Onder goedkeurend oog van de machtige Franse kardinaal Mazarin probeert zij het Poolse hof te verfransen, een poging om Polen binnen de invloedssfeer van Frankrijk te brengen die niet in de smaak valt. De afkeer jegens het koninklijk paar gaat bij sommige edelen zover dat zij besluiten tot een samenzwering om Jan II Casimir ten val te brengen. Een van hun leiders, Janusz Radziwiłł, heeft zelfs aspiraties om de troon van Litouwen te verwerven.

De tegenstelling tussen elite en vorst draagt uiteraard niet bij aan de stabiliteit van het land dat ook bedreigd wordt door toedoen van Bohdan Chmelnytsky. In 1654 sluit de kozakkenleider het verdrag van Pereiaslav met de Russische tsaar Alexis I waarbij hij Oekraïne onder protectie stelt van de Russische vorst in ruil voor militaire hulp in zijn strijd tegen het gemenebest. Daarop dringt Alexis Litouwen binnen, verovert een aantal steden en dringt Janusz Radziwiłł in de verdediging. Laatstgenoemde ziet het gevaar op zich afkomen onder het gezag van Moskou terecht te komen en roept de hulp in van de Zweedse koning Karel X Gustaaf die zojuist is aangetreden.

Jan II Casimir
Jan II Casimir
Begin 1655 beginnen de Zweden hun invasie van het gemenebest en veroveren Pommeren en Wielkopolska, waarna van alle kanten Poolse edelen de abdicatie eisen van Jan II Casimir. Zover komt het nog niet, maar de koning ziet zich wel genoodzaakt naar Silezië te vluchten. Op 22 oktober sluit Janusz Radziwiłł de zogeheten overeenkomst van Kėdainiai met de Zweedse vorst waarbij Litouwen een Zweeds protectoraat wordt, los van Polen. Maar dan keren de kansen voor Jan II Casimir. De Polen hebben zeer te lijden van de moord- en roofzucht van de Zweedse troepen en her en der beginnen szlachta guerrilla-activiteiten te ontplooien.

Ook de Ottomanen zien de bui hangen. Als het gemenebest ten val komt, verwachten zij een aanval van de Moskovieten en kozakken op de Krim en vandaar dat sultan Mehmet IV de Poolse koning militaire hulp biedt in de vorm van enkele duizenden manschappen. In januari 1656 begint Jan II Casimir een tegenoffensief waarbij hij ook de steun krijgt van Denemarken en Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. De strijd eindigt met het vredesverdrag van Oliva in 1660 waarbij het Zweedse gevaar voorlopig geweken is en de Poolse vorst afziet van zijn claims op de Zweedse troon.

Ruimte in het klooster van Oliva waar in 1660 het verdrag van Oliva werd getekend
Ruimte in het klooster van Oliva waar in 1660 het verdrag van Oliva werd getekend (Raimond Spekking / CC BY-SA 4.0 – wiki)

Intussen is in 1657 Bohdan Chmelnytsky overleden waarmee de kozakkendreiging verdwijnt. Zijn opvolger, Ivan Vyhovsky, is een gematigd man die met het verdrag van Hadziacz weet te bewerkstelligen dat Oekraïne als derde natie naast Polen en Litouwen figureert binnen het gemenebest. Er worden mooie plannen gemaakt om Oekraïne zowel in financieel als cultureel opzicht uit het slop te halen, maar daar komt niets van terecht. Ivan Vyhovsky wordt uit het zadel gewipt door Yuri Chmelnytsky, de zoon van Bohdan, die opnieuw de vlam in de pan doet slaan. Uiteindelijk weet de Poolse koning het gebied te pacificeren en zich zowel de kozakken als de oprukkende Moskovieten van het lijf te houden. Het is hem duidelijk dat onder invloed van een stokebrand als Yuri Chmelnytsky Oekraïne nooit een stabiel onderdeel kan zijn van het gemenebest. In 1667, met het Verdrag van Androesovo, wordt Oekraïne gesplitst in een Pools en Russisch deel aan weerszijden van de rivier de Dnjepr.

Een ziek land

Het Pools-Litouwse Gemenebest wekt in de zeventiende eeuw de indruk een machtige speler te zijn op het Europese toneel, maar schijn bedriegt. In tegenstelling tot andere staten die een zekere mate van agrarische industriële ontwikkeling doormaken, is en blijft het gemenebest een improductief land dat vooral grondstoffen exporteert en eindproducten importeert. De handel is in buitenlandse handen. Tegen het eind van de zestiende eeuw bestaat de vloot die hout uit Polen vervoert voor de helft uit Nederlandse schepen en het Poolse graan wordt niet in Gdańsk verhandeld, maar in Amsterdam. En de vele oorlogen rond het midden van de zeventiende eeuw maken het voor het gemenebest in economisch opzicht alleen maar erger. De export van hout, graan en vee neemt af, terwijl de import van goederen stijgt. De bevolkingsdichtheid die vanaf 1600 gestaag toeneemt daalt scherp als de Tataren en de Russische Tsaar tallozen deporteren.

Maar het meest heeft de bevolking te lijden van de roof- en vernielzucht van de Zweden die oogsten vernielen, vee wegvoeren en hele dorpen en steden platbranden. Vooral de steden worden getroffen, in de jaren zestig van de zeventiende eeuw daalt de stadsbevolking van het gemenebest met bijna 80%. En dat zijn toch al geen steden die economisch en cultureel floreren vanwege de inertie van de lokale elite en de kerk. Maar ook de rol van de koning speelt mee die als gekozen monarch weinig of geen binding voelt met het volk en zijn in de schoot geworpen onderdanen beschouwt als welkome bron om zijn persoonlijke belangen te dienen.

Koningin Marie-Louise, echtgenote van de Poolse koning Wladislaus IV Vasa
Koningin Marie-Louise, echtgenote van de Poolse koning Wladislaus IV Vasa en koning Jan II Casimir Vasa
Als koning Sigismund III zeker weet dat zijn zoon Wladislaus hem zal opvolgen, verandert er iets en begint hij zich te bekommeren over het economisch lot van het gemenebest. Hij stimuleert de industriële ontwikkeling en moderniseert de mijnbouw. Eenmaal op de troon voert Wladislaus IV, die zich verbonden voelt met de bevolking, in het voetspoor van zijn vader een actief binnenlands beleid. Maar zijn pogingen om een stevige centrale macht op te bouwen – onder meer door invoering van een nieuw belastingstelsel – brengen hem in aanvaring met de szlachta die hun aloude rechten met hand en tand verdedigen. Het ontbreken van een geolied staatsapparaat werkt in hun voordeel en zij blijken in staat de koning te beletten hoge staatsfuncties te bemensen met zijn volgelingen. Deze benoemingen, net als een oorlogsverklaring, het aangaan van bondgenootschappen en tekenen van vredesverdragen vereisen de goedkeuring van de door de szlachta beheerste Sejm die overigens zelf tot weinig initiatieven in staat is. Deze vorm van inertie van de staat wordt wel aangemerkt als een aandoening: morbus comitialis (vallende ziekte).

Het lijkt welhaast onmogelijk om uit deze impasse te komen, een impasse die vooral de steenrijke magnaten in de kaart speelt. Het zijn deze machtige lokale heersers die niets moeten hebben van de hierboven al gememoreerde pogingen van koningin Marie-Louise om het gemenebest in de invloedssfeer van de Franse Bourbons te trekken. Op haar instigatie stelt koning Jan II Casimir voor om nog tijdens zijn leven een opvolger te kiezen, waarmee hij de szlachta tegen de schenen schopt. Marie-Louise overlijdt in 1667 en Jan II Casimir abdiceert. Hij slijt zijn laatste levensdagen in Frankrijk.

Een echte Pool op de troon

De verkiezing van een nieuwe koning verloopt niet zonder kleerscheuren. Er zijn twee serieuze kandidaten: Prins Filips Willem van de Palts, de favoriet van de Habsburgers en Karel, hertog van Longueville die door de Bourbons naar voren wordt geschoven. Maar de szlachta hebben hun buik vol van buitenlandse autocraten en kiezen voor een echte Pool: Michaël Korybut Wiśniowiecki. Hij is de zoon van de kozak Jeremi Wiśniowiecki een ijzervreter en bijgenaamd Hamer van de Kozakken. In 1669 vindt de kroningsplechtigheid plaats.

Kroning van Michaël Korybut Wiśniowiecki
Kroning van Michaël Korybut Wiśniowiecki

Drie jaar later trekt sultan Mehmet IV het gemenebest binnen aan het hoofd van een sterk leger, waartegen de Polen geen verweer hebben. Met het vredesverdrag van Boetsjatsj betalen zij een hoge prijs. Grote delen van het gemenebest – waaronder Oekraïne – worden overgedragen aan de Ottomanen die het gemenebest ook een aanzienlijke jaarlijkse schatting opleggen. Als koning Michaël ernstig ziek wordt maken de Ottomaanse janitsaren zich op Polen binnen te trekken, maar op 10 november 1673, dezelfde dag dat Michaël overlijdt, brengt de Poolse edelman Jan Sobieski de Turken een vernietigende nederlaag toe.

Jan III Sobieski
Jan III Sobieski
Voor de szlachta is het een uitgemaakte zaak. Sobieski wordt gekozen als de opvolger van Michaël en bestijgt de troon van het gemenebest in mei 1674 als Jan III Sobieski. Ofschoon hij Tataars en Turks spreekt en een liefhebber is van de Ottomaanse cultuur, ontpopt hij zich als een fel bestrijder van de in zijn ogen ongelovigen. Hij is er zich overigens van bewust dat het gemenebest er goed aan doet een verstandig buitenlands beleid te voeren en zich te voorzien van bondgenoten om geen speelbal te worden van buurstaten nu het land niet meer zo sterk is als voorheen. In het zuiden en oosten dreigt het gevaar van de Tataren en Kozakken die zich kunnen verenigen met de Turken of Moskovieten en in het noorden zijn er de Zweden die versterkt uit de Dertigjarige Oorlog zijn gekomen. Tenslotte is er het ten westen van het gemenebest gelegen Brandenburg dat met het verdrag van Oliva in 1660 de soevereiniteit heeft verkregen over het hertogdom Pruisen dat daarmee losgekoppeld is van het gemenebest.

Reeds vanaf 1640 heeft Frankrijk getracht Polen in te palmen als mogelijke bondgenoot in de eeuwige strijd die de Bourbons voeren tegen de Habsburgers en in 1675 ziet de Poolse koning zijn kans schoon om een overeenkomst te sluiten met de Fransen. Met het verdrag van Jaworów (nu Yavoriv) zeggen de Fransen toe de Ottomanen ervan te weerhouden om het gemenebest binnen te trekken zodat Sobieski de handen vrij heeft om Pruisen te heroveren. Het gaat echter mis. De sultan valt aan en dat vergt teveel militaire inzet van de Polen in het zuiden om de actie richting Pruisen tot een succes te maken. Jan III Sobieski weet de Turken een halt toe te roepen in de slag bij Zurawno, maar de kansen in het noorden zijn verkeken.

Dan volgt in 1683 een massale aanval van de Ottomanen op de kern van het Habsburgse rijk. Wenen dreigt onder de voet te worden gelopen en de Fransen, die deze aanval op hun concurrent verwelkomen, hebben er wel oren naar om het bondgenootschap met de Polen te hernieuwen in de hoop dat zij een bijdrage kunnen leveren aan de overwinning van de sultan. Maar Jan III Sobieski voelt daar niets voor. Hij kiest de andere kant in de wetenschap dat het bestaan van het gemenebest op het spel staat en de Turken verslagen moeten worden. En terwijl de Ottomaanse legermacht oprukt naar Wenen, sluit Jan III een pact met de Habsburgse keizer en beweegt de Sejm ertoe middelen te fourneren. De koning dirigeert zijn leger richting Wenen waar het zich samenvoegt met milities uit verschillende onderdelen van het Habsburgse imperium. Onder zijn aanvoering worden de Ottomanen nabij de muren van Wenen verslagen. Jan III vervolgt de Turken tot in Hongarije waar hij een poging waagt om het land af te scheiden van het keizerrijk en tot bondgenoot te maken van het gemenebest. Maar hij moet zijn eerste verlies in een veldslag incasseren bij Párkány en hoewel hij zich daarna revancheert, ziet hij de hopeloosheid in van zijn poging, temeer omdat er in zijn thuisland de weerstand tegen de oorlog toeneemt.

Poolse Anarchie

In de laatste decennia van de zeventiende eeuw bereikt de zogenoemde sarmataanse leefwijze in het gemenebest een hoogtepunt. Deze aanduiding verwijst naar de stam der Sarmaten, woeste krijgers die zich in de zesde eeuw vermengen met de oorspronkelijke bewoners, de Polanen, en in hoge mate bijdragen tot het ontstaan van een militaire kaste die de toon zet in Polen en hecht aan de handhaving van oude privileges. Sarmatisme is een weelderige, theatrale en vooral bombastische levensstijl die leidt tot verspilling van middelen in plaats van deze te investeren in moderne productiemethoden. De hardnekkigheid waarmee de szlachta deze levenswijze in stand proberen te houden en hun individuele belangen te laten prevaleren boven het algemeen belang, vertoont anarchistische trekjes en vandaar dat de periode rond de eeuwwisseling wel de Poolse Anarchie wordt genoemd.

August II van Polen
August II van Polen
Jan III Sobieski overlijdt in 1696 en de daaropvolgende verkiezing van een nieuwe koning laat zien hoe erg het gesteld is met de Poolse elite. De drie voornaamste kandidaten zijn Jacobus Sobieski, de zoon van de overledene, Frans Lodewijk van Bourbon-Conti en Frederik August, keurvorst van Saksen. Op 27 juni 1697 kiest de meerderheid van de bij de stemming aanwezige szlachta voor Frans Lodewijk die wordt uitgeroepen tot koning. Maar op de avond van diezelfde dag kiest een kleine minderheid voor Frederik August die aan het hoofd van een leger Polen binnenmarcheert en in Krakau gekroond wordt terwijl de Franse kandidaat nog onderweg is. Bij aankomst ontdekt Frans Lodewijk dat hem een hak is gezet en omdat de Polen een burgeroorlog willen voorkomen pakt hij op verzoek zijn biezen en keert terug naar Frankrijk. En zo wordt de keurvorst van Saksen tevens heerser over het Pools-Litouwse Gemenebest onder de naam van August II van Polen. Zijn bijnaam is August de Sterke, die naar men zegt een hoefijzer met zijn hand kan verbuigen, en niet vies is van overspel. Hij zou meer dan driehonderd kinderen hebben verwekt waarvan hij er slechts acht heeft erkend. Daarnaast staat hij bekend als een notoir drankorgel.

In 1698 besluit August II na een drinkgelag met tsaar Peter I samen met de Russen een oorlog te beginnen tegen de Zweden, een plan waarin ook koning Frederik IV van Denemarken wordt betrokken. August kan dit niet doen als koning van Polen, vandaar dat het een bondgenootschap is van Moskou, Saksen en Denemarken. Het drietal komt echter van een koude kermis thuis als de jonge Zweedse koning Karel XII korte metten maakt met hun legers. August pleit vervolgens voor een vredesovereenkomst, maar de Zweed wil er niets van weten en eist dat August onttroond wordt op straffe van een invasie. Probleem is dat het gemenebest formeel niet in oorlog is met Karel XII en dat een adequaat antwoord op het Zweedse dreigement bemoeilijkt wordt door diepgaande binnenlandse meningsverschillen. Op instigatie van een aantal Litouwse edelen wordt het aartshertogdom onder Zweedse protectie geplaatst waarop Karel XII het land binnentrekt. Anderen doen een beroep op Moskou om het tijd te keren. Maar Karel XII is niet te stoppen, waarop szlachta die loyaal zijn aan de Poolse vorst ervoor pleiten om in bondgenootschap met de Russen de Zweden terug te dringen.

Stanislaus Leszczyński
Stanislaus Leszczyński
Karel XII doet een meesterzet. Hij laat de paltsgraaf van Poznán, Stanislaus Lesczcyński, door de aan hem loyale szlachta tot koning kiezen waarmee Polen twee koningen heeft. Als de Zweedse vorst Saksen binnendringt en bovendien August weet te arresteren, is het afgelopen met de Pool. Hij wordt gedwongen tot abdicatie en Stanislaus I Lesczcyński is daarmee de enige koning van Polen. Karel XII overspeelt echter zijn hand als hij, gesteund door Stanislaus I, het wil opnemen tegen tsaar Peter die een overwinning behaalt op de Zweeds-Poolse combinatie in de slag bij Poltava op 8 juli 1709. De oorlog is ten einde en August II bestijgt opnieuw de Poolse troon, nu niet als gelijkwaardige van de tsaar, maar als een onderhorige die afhankelijk is van steun van de Moskoviet. Het ziet er op dat moment niet goed uit voor het gemenebest, de bordjes in Europa zijn verhangen en het zijn vooral Pruisen en het Russische imperium die een rol opeisen op het politieke toneel.

Als in 1712 de discussies over hervormingsvoorstellen van August II vastlopen in de Sejm, zet de koning zijn wensen kracht bij door troepen uit Saksen te laren komen. Dat irriteert de oppositie die in 1715 een bondgenootschap vormt om tegengas te geven. Tsaar Peter I biedt aan te bemiddelen en arriveert met een legermacht van 18.000 man in de Poolse hoofdstad om de orde te bewaken. In feite wordt het land onder curatele gesteld van de tsaar en heeft de zogeheten Stille Sejm van 1717 het verdrag van Warschau, waarin bepaald wordt dat er permanent Russische troepen zullen worden gestationeerd, maar te slikken.

Hervormingspogingen van de Familia en het ingrijpen van de tsarina

August II de Sterke overlijdt in 1733 ten gevolge van een alcoholvergiftiging en het ziet ernaar uit dat niet zijn zoon August, maar Stanislaus Lesczcyński als zijn opvolger zal worden aangewezen. Stanislaus’ dochter Maria is inmiddels gehuwd met koning Lodewijk XV van Frankrijk en tot vreugde van de Fransen wordt hij unaniem tot koning gekozen. Stanislaus I Lesczcyński zit nog maar net in het zadel als de Russen optrekken richting Warschau, duizend szlachta optrommelen en hen dwingen te kiezen voor August. De Poolse Successieoorlog breekt uit die in 1738 eindigt met het verdrag van Wenen. De Sakser behoudt de Poolse troon als August III en Stanislaus krijgt het hertogdom van Lotharingen als troostprijs.

August III van Polen
August III van Polen
August III is obeet, tamelijk lui en net als zijn vader een drankorgel. Gedurende zijn regeringsperiode die dertig jaar duurt, brengt hij slechts twee jaar door in Polen, een land dat hem kennelijk minder aan het hart ligt dan Saksen. Maar de szlachta zijn daar niet ontevreden mee want August III legt ze geen strobreed in de weg. Hun aloude privileges tast hij niet aan en hij doet geen enkele poging een nationaal staatsapparaat in het leven te roepen. Het zijn vooral de rijke magnaten die profiteren van deze situatie. Zij versterken hun positie ten koste van de minder fortuinlijke szlachta die soms geheel verstoken raken van enig grondbezit. Rond het midden van de achttiende eeuw bezitten driehonderd families landerijen ter grootte van de grootste Britse of Duitse landgoederen en zijn 120.000 szlachta zo ongeveer veroordeeld tot de bedelstaf. Het land verkeert ten gevolge van de vele oorlogen en het gebrek aan investeringen economisch gezien in een precaire situatie en loopt ver achter bij landen als Engeland en Nederland waar oogsten veel harder groeien en handel floreert. Om agrarische opbrengsten te verhogen gaan de Poolse grootgrondbezitters niet over tot mechanisatie van de landbouw, maar persen zij hun boeren uit die formeel weliswaar vrije en onafhankelijke mensen zijn, maar in feite verworden tot slaven. Vooral joden hebben hiervan te lijden. Hun antwoord op deze ellendige en vijandige situatie is het chassidisme, een ultraorthodoxe joodse stroming die ook bekend staat als het Litouwse Jodendom.

Nog altijd houden de szlachta vast aan het idee dat politieke besluiten door consensus in de Sejm bereikt moeten worden en dat het aanvaardbaar is als een minderheid, zelfs een enkele afgevaardigde, de besluitvorming blokkeert door een veto uit te spreken.4 En het zijn niet zelden obscure afgevaardigden uit Litouwen of Oekraïne die gebruik maken van dit instrument om een lokale landeigenaar te plezieren. Dit vetorecht belemmert de ontwikkeling van het gemenebest in de richting van een krachtige, absolutistische monarchie, wat de szlachta goed uitkomt die een centrale overheid kunnen missen als kiespijn. Een dergelijk anarchistische model wordt gaandeweg als vanzelfsprekend beschouwd, als een ideale manier van samenleving. Maar dit ideaal maakt het land kwetsbaar voor de machtswellust van omringende vorsten zoals die van Rusland, Pruisen en Oostenrijk die het Pools-Litouwse Gemenebest zo ongeveer zien als hun achtertuin waarin zij vrijelijk de baas kunnen spelen.

Stanislaus II August Poniatowski
Stanislaus II August Poniatowski
In 1763 overlijdt August III en wordt opgevolgd door Stanislaus II August Poniatowski, een protegee van zijn moeder Konstancja Czartoryska die deel uitmaakt van een machtige kongsi van Poolse edelen en magnaten Deze kongsi staat bekend als de Familia en is uit op hervorming van het verstarde politieke systeem door invoering van belastingen, versterking van het leger en uitbanning van het vetorecht in de Sejm. Vooral tegen dat laatste tekenen de Pruisische koning Frederik II en de Russische tsarina Catharina verzet aan, zij moeten niets hebben van Poolse hervormingen, eisen de ontbinding van de Sejm en het intrekken van het voorstel om het vetorecht te doen sneuvelen. De tsarina – ooit de minnares van de Poolse koning – zet door en onder druk van Russische militairen buigt de Sejm in oktober 1767 voor de eisen van Catharina. In naam van de bescherming van de Poolse vrijheden dwingt zij de volksvertegenwoordiging tot erkenning van een vijftal eeuwige beginselen:

  • vrije verkiezing van de koning
  • het handhaven van het vetorecht
  • het recht om ontrouw te kunnen zijn aan de koning
  • het exclusieve recht van de szlachta op het bezit van landgoederen
  • en de erkenning van het recht van landeigenaren om over hun onderhorigen te kunnen heersen.

Maar er komt verzet. In het kleine plaatsje Bar slaat een aantal Oekraïense edelen de handen ineen en vormen een bondgenootschap dat steun krijgt van Franse zijde. In 1770 wordt een provisorische regering in het leven geroepen en de onttroning van Stanislaus II afgekondigd. Het bondgenootschap slaagt er zelfs in om de koning te kidnappen, maar men laat hem ontsnappen en hij neemt weer bezit van de troon. Geholpen door Russische troepen wordt met harde hand een eind gemaakt aan het bondgenootschap. Vooraanstaande magnaten gaan in ballingschap en duizenden szlachta worden naar Siberië verbannen.

De Poolse Delingen

Als de Fransen hun handen aftrekken van de opstandelingen ziet koning Frederik II van Pruisen zijn kans schoon om het Pools-Litouwse Gemenebest de duimschroeven aan te zetten. Onder zijn leiding verenigen Pruisen, Rusland en Oostenrijk zich in een tripartiet bondgenootschap dat het mes zet in het gemenebest met de zogeheten Eerste Poolse Deling. Pruisen eigent zich een gebied toe van 36.000 km² toe met 580.000 inwoners, Oostenrijk neemt 83.000 km² met 2.650.000 inwoners en Rusland 92.000 km² met 1.300.000 inwoners. Pruisen kaapt weliswaar het kleinste gebied, maar economisch gezien is dat van grote betekenis.

De Poolse Delingen
De Poolse Delingen – Afb: Willem Peeters
Frederik II vergroot zijn land tot bijna de dubbele omvang en met de reductie van het gemenebest tot twee derde van zijn oorspronkelijke omvang is de machtsverhouding in dit deel van Europa grondig gewijzigd. Wanneer Catharina en Frederik eisen dat de Sejm ook deze vernedering formeel ratificeert ontstaat er verzet onder volksvertegenwoordigers en tracht de koning steun te krijgen van landen als Engeland. Maar geen enkele ander mogendheid durft zijn vingers te branden aan deze kwestie.

Ondanks het dictaat van de vijf eeuwige principes doen zich in het gemenebest vanaf 1775 grote veranderingen voor. De vanaf dat jaar regerende Permanente Raad moderniseert het leger, versterkt de politie en het ministerie van financiën en richt de aandacht op verbetering van de fysieke infrastructuur zoals het graven van kanalen die de grote rivieren met elkaar verbinden. Een nieuwe grondwet die aanzienlijke hervormingen inhoudt, rechten van boeren en steden erkent en de decentralisatie van de macht beoogt, haalt het niet door heftig verzet van de szlachta, maar biedt wel een goede basis voor toekomstige hervormingen. Ook in cultureel opzicht treden verschuivingen op. Er verschijnt een Ministerie van Onderwijs dat toezicht houdt op de schoolcurricula en schoolboeken laat uitgeven. De invloed van verlichtingsfilosofen als Voltaire en Rousseau is duidelijk voelbaar.

Omdat veel magnaten inzien dat het voor het land beter is om de fabricage van gebruiksgoederen zelf ter hand te nemen en niet alles te importeren, worden tal van fabrieken geopend. In 1775 bepaalt de Sejm dat het de szlachta voortaan is toegestaan om handelsactiviteiten te ontplooien wat de ontwikkeling van het land in de richting van een moderne, kapitalistische staat bevordert. Van urbanisatie is nog weinig sprake, alleen de hoofdstad Warschau vertoont een sterke groei en telt begin jaren negentig ruim honderdduizend inwoners waarmee het in cultureel en politiek opzicht enigszins begint te lijken op de echte grote steden van het Europa van toen. Het is koning Stanislaus II die met zijn grote belangstelling voor kunst en cultuur voor Warschau van grote betekenis is.

Hoewel de tijd dus niet stilstaat in het gemenebest, groeit onder de jongere generatie het verzet tegen de Russische heerszucht. In de ban van het ontluikende romantisch nationalisme vinden zij dat er een einde moet komen aan het juk van Moskou, om in een vrije natie de broodnodige sociaal-economische modernisering vorm te geven. Onder aanvoering van enkele vooraanstaande families die zich bestempelen als de Patriotten begint er verzet te komen tegen de in hun ogen al te meegevende houding van de koning. De Patriotten zien in dat het tijd wordt om het gemenebest om te smeden tot een krachtig centraal bestuurde staat met een sterk leger en de oude anarchistische idealen te vergeten.

Origineel manuscript van de Poolse Grondwet van 3 mei 1791
Origineel manuscript van de Poolse Grondwet van 3 mei 1791
In 1789 hebben de Patriotten in de Sejm de overhand en wordt door de volksvertegenwoordiging besloten tot het opheffen van de Permanente Raad om zelf het regeringsstokje over te nemen. Vervolgens wordt een inkomensbelasting ingesteld voor de szlachta en de kerk, een novum in de Poolse geschiedenis. Ook wordt uitbreiding van het kiesrecht bepleit. De geest is uit de fles en de koning besluit om zich achter de nieuwe beweging te stellen. Samen met enkele Patriotten begint hij in het geheim aan de formulering van een nieuwe constitutie die een einde zal maken aan tal van oude privileges en dus kan rekenen op flink verzet van veel szlachta. Om dit verzet voor te zijn wordt aan de steden een fikse vertegenwoordiging toegezegd in de Sejm en aan landloze szlachta kiesrecht beloofd. De bevolking van Warschau is dolenthousiast en als op 3 mei 1791 nog tal van afgevaardigden in de Sejm op paasreces zijn, drukken de Patriotten door en de nieuwe grondwet wordt aangenomen onder luide toejuichingen van de inwoners van de hoofdstad.

In de nieuwe grondwet wordt overigens een milde toon aangeslagen. Het rooms-katholicisme blijft staatsgodsdienst, maar ieder burger is vrij om te kiezen voor een andere geloofsrichting. De troon wordt verkiesbaar en in principe langs dynastieke lijn voortgezet. Dat betekent dat wanneer de kinderloze Stanislaus II overlijdt er een ander dynastie aantreedt. De Sejm is het hoogste wetgevende en uitvoerende orgaan in het staatsbestel en besluiten worden genomen bij meerderheid van stemmen. Het vetorecht verdwijnt van tafel. Het dagelijks bestuur van het land komt in handen van de koning, bijgestaan door een koninklijke raad waarin de primaat van Polen, een aantal ministers en secretarissen zitting hebben, allen benoemd door de koning voor twee jaar. Niet echt revolutionair, maar voldoende om hervormingen in te zetten. Onder de leuze: ‘De koning aan de zijde van het volk en het volk aan de zijde van de koning’6 slaat Polen een nieuwe weg in.

De val van de Bastille in 1789 en de gebeurtenissen in Warschau brengen paniek teweeg onder de Russische, Pruisische en Oostenrijkse monarchen en hoewel het er in het begin goed uitziet voor de Polen, neemt de geschiedenis een wending als de tsarina in januari 1792 vrede sluit met de Ottomanen en haar aandacht richt op het revolutionaire buurland waar de eerste algemene verkiezingen een eclatante zege opleveren voor de aanhangers van de nieuwe grondwet. De tsarina dirigeert troepen richting Polen, koopt een aantal ontevreden conservatieven om die op 14 mei in de grensplaats Targowica een bondgenootschap vormen teneinde de luisterrijke vrijheden van de Polen te verdedigen tegen de revolutie. Een paar dagen later trekt een troepenmacht van 97.000 Russen met aan het hoofd de Poolse contrarevolutionairen de grens over. Daar is het Poolse leger niet tegen opgewassen en Stanislaus probeert te onderhandelen met Catharina die van hem verlangt zich aan te sluiten bij het bondgenootschap van Targowica.

De Poolse vrijheidsstrijder Tadeusz Kościuszko
De Poolse vrijheidsstrijder Tadeusz Kościuszko
Een tweede deling van Polen is het gevolg waarbij Catharina 250.000 km² inpikt en de Pruisen als dank voor hun inspanning om de Franse revolutionaire opmars te stuiten aan de westkant nog eens 58.000 km² afknabbelen van het Poolse rijk.7 Een Poolse rompstaat blijft over die eerder fungeert als een Russische bufferzone dan als een zelfstandige natie. En ook nu eist Catharina dat de Sejm de Tweede Poolse Deling ratificeert. Het hardhandige optreden van de tsarina dat het land economisch lamlegt, een enorme werkloosheid veroorzaakt en de woede wekt van het leger, creëert een voedingsbodem voor een opstand.

In maart 1794 trekt generaal Tadeusz Kościuszko op naar Krakau waar hij de Akte van Opstand proclameert. Hij claimt dictatoriale macht en roept het volk op hem te volgen. Bedoeling is om na een geslaagde opstand alle macht weer in handen te leggen van de Sejm. Maar de opstand slaat eigenlijk alleen aan in de steden en de meeste szlachta zijn terughoudend. Op 6 mei wordt het leger van Kościuszko verslagen door de Pruisen die Krakau binnentrekken. In juli begint een Pruisisch-Russische combinatie een beleg van Warschau dat standhoudt, maar als de Oostenrijkers zich mengen in de strijd is het gedaan met de opstand. Kościuszko lijdt in oktober een nederlaag tegen de Russen waarbij hij gewond raakt en gevangen wordt genomen. Medio november valt Warschau en is de opstand definitief ten einde. Met de Derde Poolse Deling waartoe Rusland, Pruisen en Oostenrijk besluiten in 1795 verdwijnt Polen van de Europese kaart. De koning wordt gedwongen tot abdicatie en overlijdt op 12 februari 1798.

~ Willem Peeters

Boek: Poland. A History – Adam Zamoyski

Bekijk ook de twee andere delen over de geschiedenis van Polen:

Bronnen

1 – Het gaat hier om Maximiliaan III, de derde zoon van keizer Maximiliaan II en Maria van Spanje, een dochter van Karel V.
2 – Sigismund III wordt geboren in 1566 in een kerker waar zijn ouders vanaf 1563 zitten opgesloten op last van de Zweedse koning Erik XIV, de geestelijk instabiele halfbroer van Johan III. In 1567 worden zij vrijgelaten.
3 – Rond 1600 doemen er ongeveer veertig pretendenten op die zich voordoen als de vermoorde zoon van Iwan de Verschrikkelijke.
4 – Te vergelijken met de manier van doen in de Amerikaanse Senaat waar een minderheid (superminority) de wil van de meerderheid kan dwarsbomen door inzet van de filibuster.
5 – Zamoyski, A., Poland a History, William Collins, London 2015 p. 194.
6 – Op. cit., p. 209.
7 – Op. cit., p. 213.

Vorige verhaal

De Mongoolse bezetting van Rusland

Volgende verhaal

De Stalinnota van maart 1952

×