///

Poolse exodus naar Afrika tijdens Tweede Wereldoorlog

Onderzoek naar kamp in Zambia
Een man uit Mbala toont het Poolse graf dat buiten het dorp ligt.
Een man uit Mbala toont het Poolse graf dat buiten het dorp ligt. (Foto: Mary-Ann Sandifort)

Tussen 1942 en 1943, zijn tienduizenden Polen uit de goelag vrijgelaten. Een deel van hen kwam via Oezbekistan en Perzië in Afrika terecht in door Britten en Polen opgezette kampen. Eén van die kampen bevond zich in het verlaten noorden van Zambia, bij het stadje Mbala dat vroeger Abercorn heette.

Vlak buiten Mbala is een grafsteen met het Poolse wapen erop te vinden. Een paar honderd meter daarvandaan zijn restanten van een muur waarbij schoenen, kommen en landbouwwerktuigen zijn gevonden; allemaal stille getuigen van het kamp Abercorn dat hier van 1943 tot 1949 was gevestigd en waar zo’n zeshonderd Poolse families tijdens de Tweede Wereldoorlog verbleven.

Resten van schoenen uit het Poolse kamp in Mbala.
Resten van schoenen uit het Poolse kamp in Mbala. (Foto: Mary-Ann Sandifort)

Maysky-Sikorsky

Deze families maakten deel uit van de Poolse gedeporteerden die uit onder meer Siberië werden bevrijd nadat de Sovjet-Unie en de Polen het Maysky-Sikorskypact ondertekenden in Londen – de Poolse regering zat daar in ballingschap. Winston Churchill was nauw betrokken bij de inhoud van dit pact, waarin werd vastgelegd dat de Poolse regering de strijd tegen Duitsland zou steunen.

De Polen wilde echter alleen tekenen als de Sovjet-Unie de gedeporteerden vrijliet die sinds de bezetting van oost-Polen in Russische kampen zaten. Tevens werd afgesproken dat bevrijdde Poolse gezinnen die een man of zoon afvaardigden om te vechten tegen Duitsland, de Sovjet Unie-mochten verlaten.

Oezbekistan

Władysław Anders
Władysław Anders
De families die een gezinslid naar het leger stuurden, moesten naar Oezbekistan waar de Poolse generaal Władysław Anders een leger formeerde. Dit leger begeleidde de vluchtelingen naar Perzië (Iran), dat onder Engels beheer viel. In Perzië werden de families ondergebracht in tijdelijke kampen. Het aantal Polen dat daar zat is niet precies bekend; onder wetenschappers worden cijfers gebruikt tussen de 26.000 en 115.000.

Perzië

Toen de oorlog om de vluchtelingen heen oprukte, moest er een andere plek voor hen worden gevonden. Engeland besloot om de families naar gebieden te brengen, die onder Engels bestuur stonden. De vluchtelingen werden zo naar India, Libanon, Nieuw Zeeland, Palestina en oostelijk en zuidelijk Afrika gebracht. Wie naar Afrika ging, kwam het continent binnen via de haven van Durban in Zuid Afrika, de Keniaanse haven Mombasa, de Tanzaniaanse havens Tanga en Dar es Salaam en de Mozambikaanse havens Beira en Laurenҫo Marques, het huidige Maputo. Daarvandaan gingen ze naar één van de negentien kampen in het huidige Tanzania, Oeganda, Kenia, Malawi, Zimbabwe, Zambia en Zuid Afrika. In 1943 zaten er ongeveer 20.000 Polen in Kenia, Tanzania, Oeganda en Zambia.

Konvooi

In Abercorn werden ongeveer zeshonderd Polen ondergebracht. Eén van hen, Janina Kusio-Lang vertelt op een Pools-Canadese website over de reis die zij maakte van Perzië naar Tanzania:

‘We gingen met een boot over de Arabische zee en daarvandaan over de Indische Oceaan. Omdat het gevaarlijk was, voeren we in een konvooi van ongeveer honderd schepen.‘

Dat het niet veilig was op zee, bleek wel toen de boot van Janina Kusio-Lang op een mijn stuitte, waardoor er een gat in de voorsteven werd geslagen. Gelukkig haalde de boot Dar es Salaam. Vanuit deze haven is Janina Kusio-Lang naar eigen zeggen naar de haven van Juba gebracht en nam ze vervolgens de boot over het meer van Tanganyika naar Mpulungu. Dat kan echter niet, want Juba ligt in Zuid-Sudan. Dit geeft aan dat de mensen eigenlijk niet wisten, en nog steeds niet weten, waar ze precies heengingen.

Een fotoalbum over het kamp. (bron: De Nationale archieven van Zambia)
Een fotoalbum over het kamp. (bron: De Nationale archieven van Zambia)

Archieven

Onderzoek in de archieven in Lusaka en gesprekken met Damson Chizu Simpungwe, die is geboren in 1939 en bij Abercorn woonde als kleine jongen, wijzen uit dat de Poolse vluchtelingen met als bestemming het Abercorn-kamp, via Dar es Salaam met de trein naar Kigoma gingen, met de boot naar Mpulungu en daarvandaan met trucks naar het kamp.

Damson Chizu Simpungwe herinnert zich het kamp goed. Hij ging er vaak heen toen hij klein was, samen met zijn broer en wat vrienden. Meestal hadden ze iets bij zich voor de mensen in het kamp, zoals eieren of noten. Officieel mochten ze het kamp niet in, maar soms glipten ze stiekem naar binnen. Volwassenen hadden wel toegang om de Poolse vluchtelingen te leren hoe ze zelf handvatten konden maken voor de scheppen en bijlen die ze van de Zambianen kochten.

Document uit het archief in Lusaka over het ruilen van kleding door evacués
Document uit het archief in Lusaka over het ruilen van kleding door evacués (Foto: Mary-Ann Sandifort)

Sprinkhanen

Soms verkochten de Polen kleding, die ze hadden gekregen van bijvoorbeeld het Rode Kruis, aan de Zambianen. Of ze ruilden kleren tegen eten. Dat was echter niet toegestaan en als de kampleiding erachter kwam, werden mensen berispt. Toch werd het regelmatig gedaan, want voedsel was in het Abercorn-kamp niet altijd ruim voorradig. De Zambianen leerden de vluchtelingen daarom wat er in de buurt eetbaar was, zoals proteïnerijke sprinkhanen en fruit dat in het wild groeide. Maar ook vogels, zoals parelhoenderen. De Zambianen leerden de Poolse mensen dat ze een val konden maken om die te vangen. Maar ook hoe ze vogels met een katapult uit de boom konden schieten.

Engeland

De Poolse opvangkampen in Afrika - Bron: Kresy Siberia Virtual Museum
De Poolse opvangkampen in Afrika – Bron: Kresy Siberia Virtual Museum
Vanaf januari 1944 gingen de Poolse kampen in Afrika langzaamaan dicht. Uit officiële documenten blijkt dat het aantal Poolse medewerkers vanaf die datum tot een minimum werd teruggebracht. In Zuid Afrika vestigde zich een behoorlijk aantal Polen, in de andere landen werden zij niet geacht te blijven. Velen gingen naar Engeland waar hun mannen werden getraind en cursussen kregen om banen te kunnen vinden in de burgermaatschappij. Anderen gingen naar bijvoorbeeld Canada, Nieuw Zeeland of Australië.

Mecner en Bieronska

In september 1950 waren alle kampen in oostelijk Afrika dicht. In Zambia mochten vluchtelingen met een baan van minimaal zes maanden of met genoeg geld om zichzelf te kunnen bedruipen, blijven en uiteindelijk kregen er 245 een verblijfsvergunning. Vanuit het Abercorn-kamp waren het twee volwassen en een kind; een jonge alleenstaande man, Czwslaw Mecner en een éénouder gezin van wie de vader was vermist in Europa. Dit gezin, Bieronska, bestond uit moeder Josefa, zoon Olgierd en dochter Wanda. Olgierd was piloot en overleed jong toen zijn vliegtuig in Zambia neerstortte. Zijn zus Wanda leeft nog. Zij woonde tot voor kort in Zuid Afrika en nu in Engeland.

~ Mary-Ann Sandifort
Mary-Ann Sandifort is schrijfster. Zij deed onderzoek in Mbala en in de archieven in Lusaka voor haar thesis voor Afrika Studies aan de Leidse universiteit. De thesis van Sandifort is te lezen op: openaccess.leidenuniv.nl. Door haar gemaakte kopieën van archiefstukken uit de kampen zijn te vinden op kresy-siberia.org/museum/

Dit artikel is enige tijd geleden verschenen in het tijdschrift van de Pools-Nederlandse Culturele Vereniging Biuletyn.

Ook interessant: Polen eeuwenlang speelbal van buitenlandse grootmachten
Overzicht van Boeken over de geschiedenis van Polen

Nooit uitgelezen

Historiek is uw online geschiedenismagazine. Ons archief bevat duizenden artikelen. Bekijk hier onze alfabetische onderwerplijst en blijf lezen. Of bekijk onze tips op de voorpagina.

Meer informatie of samenwerken? Klik dan hier. Heeft u zelf een artikel dat u wilt publiceren, mail ons dan.

Doorzoek ons archief: