Week van de koloniale geschiedenis

De CPN en de Praagse Lente (1968)

Communisme met een menselijk gezicht

Op 21 augustus 1968 vielen legereenheden uit de Sovjet-Unie, Polen, Hongarije, Bulgarije en Oost-Duitsland Tsjechoslowakije binnen om daar een eind te maken aan de Praagse Lente, het Tsjechoslowaakse experiment van een ‘communisme met een menselijk gezicht’. De ‘kapitalistische’ hervormingen en de toenemende persvrijheid daar: het ging de leiders in het Oostblok allemaal veel te ver.

De Communistische Partij van Nederland (CPN) veroordeelde de inval in Tsjechoslowakije in scherpe bewoordingen. In een op 26 augustus in de CPN-krant De Waarheid gepubliceerd Manifest verklaarde het partijbestuur nadrukkelijk dat de inval ‘onaanvaardbaar’ was; dit had niets meer met het communisme te maken.

Eerder ingrijpen van de Sovjet-Unie in het Oostblok kon steevast rekenen op de volledige steun van de CPN. Dat gold bijvoorbeeld voor het ingrijpen in Oost-Duitsland in 1953 en in Hongarije in 1956. De vraag is nu: wat was er veranderd sinds 1956? Was de CPN een andere, meer democratisch gezinde partij geworden? Waren de omstandigheden veranderd? Of was het misschien gewoon opportunisme?

Invasie in Tsjechoslowakije (CC BY-SA 3.0 - ALDOR46 - Eigen werk)
Invasie in Tsjechoslowakije
(CC BY-SA 3.0 – ALDOR46 – Eigen werk)

Praagse Lente

Begin januari 1968 kwamen de tot dan toe nogal voorzichtige hervormingen in Tsjechoslowakije in een stroomversnelling nadat de hervormingsgezinde Alexander Dubček werd verkozen tot eerste secretaris van de communistische partij. Eind maart 1968 nam de partij een Actie Programma aan dat streefde naar een communisme met een menselijk gezicht. De Praagse Lente was begonnen. Er kwam meer ruimte voor vrijheid van meningsuiting. Verder nam de druk op de partij toe om democratische hervormingen door te voeren.

Alexander Dubcek, 1968 (Publiek Domein - wiki)
Alexander Dubcek, 1968 (Publiek Domein – wiki)
Dubček hoopte de Sovjet-Unie tevreden te houden door vast te houden aan het machtsmonopolie van de communistische partij en door steeds zijn trouw aan het Warschaupact te belijden. Maar Moskou was bezorgd over de ontwikkelingen in Tsjechoslowakije, en met elke verdere stap naar liberalisering werden de Sovjet-leiders ongeruster. In juli vonden ze dat de gebeurtenissen in Praag uit de hand liepen, dat de communistische partij daar de controle had verloren. Dubček van zijn kant bleef tegen de Russen zeggen dat de hervormingen geen bedreiging waren voor het socialistische systeem.

Na de inval op 21 augustus begon de ‘normalisering’ van Tsjechoslowakije. Toen kwam er snel een einde aan de politieke en economische hervormingen, aan het streven naar een communisme met een menselijk gezicht. Daar kwam weer ouderwetse repressie voor terug.

De Verenigde Staten reageerden nauwelijks op de inval; ze hadden het te druk met de oorlog in Vietnam. In West-Europa werd de inval scherp veroordeeld. Dat deden ook enkele West-Europese communistische partijen, waaronder de CPN.

De CPN in 1968

De jaren vijftig waren voor de CPN een moeilijke tijd; de partij was politiek en maatschappelijk zeer geïsoleerd en haar electorale positie kalfde bij elke verkiezing verder af. In de jaren zestig veranderde dat en wist de CPN toch weer een serieuze maatschappelijke factor te worden. De partij groeide: een nieuwe generatie activisten uit de wereld van het onderwijs, welzijnswerk en gezondheidszorg trad toe tot de partij. En ook electoraal ging het beter: na een voorlopig dieptepunt in 1959 (2,4 procent; 3 zetels) steeg de partij naar 6 zetels (3,8 procent) in 1971.

Paul de Groot was nog steeds de sterke man binnen het CPN-bestuur. De Sovjet-Unie was voor hem het land waar de droom van het socialisme werkelijkheid was geworden. Dat land en de communistische partij daar verdedigde hij zonder voorbehoud. Als hij kritiek had, dan richtte die zich op individuen, nooit op het systeem. Zo had hij na 1956 scherpe kritiek op de koers van de toenmalige Sovjet-leider Nikita Chroesjtsjov, die naar destalinisatie streefde en naar een meer ontspannen relatie met de Verenigde Staten. En na 1963 wilde De Groot geen partij kiezen in het conflict tussen de twee communistische grootmachten, de Sovjet-Unie en China.

In de daaropvolgende jaren benadrukte De Groot de autonomie van zijn partij, in de hoop zo de CPN nieuwe wervingskracht te geven. Hij wilde de CPN neerzetten als een democratische partij die uitsluitend opkwam voor de Nederlandse belangen. En de partij zou niet meer alles wat uit Moskou kwam voor zoete koek slikken.

De CPN en Tsjechoslowakije

In de reactie van de CPN op de inval in Tsjechoslowakije zijn enkele hoofdlijnen te onderkennen:

1. De inval werd scherp afgekeurd

Manifest van de CPN (De Waarheid, 26-8-1968 Delpher)
Manifest van de CPN (De Waarheid, 26-8-1968
Delpher)
In het al genoemde Manifest (van 26 augustus) noemde de CPN de inval ‘onaanvaardbaar’. Die had niets te maken ‘met de communistische beginselen en de communistische politiek’ en schond ‘alle besluiten en verklaringen van de internationale communistische beweging’. Het optreden van de Sovjet-Unie en haar medestanders was ‘de meest schandelijke inbreuk op de principes van het Leninisme, die tot nu toe is gepleegd’. Ook in het Tweede Kamerdebat van 27 augustus veroordeelde de CPN de inval in scherpe bewoordingen; die was…

‘in flagrante strijd met zowel de beginselen als de politieke doelstellingen van het communisme’.

2. De oorzaak lag bij het ‘revisionisme’

Een CPN-folder uit die tijd definieerde het revisionisme als een stap terug in de ontwikkeling naar het communisme, als ‘een terugval in reformistische en sociaal-democratische practijken in de communistische beweging’. De CPN’er Marcus Bakker noemde tijdens het Tweede Kamerdebat van 27 augustus de leiding van de Sovjet-Unie revisionistisch; die week af ‘van alle elementaire beginselen van de arbeidersbeweging’ en had die vervangen ‘door een gedrag dat uitging van een samenspel met de Verenigde Staten op basis van zogenaamde invloedssferen’. De gevolgen van het revisionisme waren groot volgens Bakker:

“De leidende kringen in de Sovjet-Unie keerden zich niet alleen af van de arbeidersbeweging in de kapitalistische landen, zij waren zelfs bereid om die, steunend op hun theorie van de invloedssferen, te benadelen en uiteen te scheuren. Daarbij behoort de grofste inmenging in communistische partijen, ten einde deze naar hun pijpen te laten dansen. Treffend is daarbij overigens hoe men voor deze doeleinden door spreekbuizen van Amerika werd ondersteund.”

De communisten in Tsjechoslowakije probeerden zich volgens Bakker juist aan de funeste invloed van het revisionisme te ontworstelen en verdienden dus alle steun.

3. De ‘imperialisten’ waren sterk betrokken

De Waarheid schreef op 21 augustus dat vanuit het Westen, ook vanuit Nederland, was aangestuurd op een inval in Tsjechoslowakije: ‘Het is bekend, dat in de kapitalistische wereld […] de hele monopolie- en NAVO-pers zich tot het uiterste heeft ingespannen om het conflict te verscherpen en daarmee de eigen inmenging te versterken’. De inval in Tsjechoslowakije had, en de krant betreurde dat, schadelijke gevolgen voor ‘de noodzakelijke strijd tegen het Amerikaanse imperialisme met zijn wrede oorlog in Vietnam’ en die tegen ‘het Westduitse revanchisme’. In het Manifest (van 26 augustus) eiste de CPN de onmiddellijke stopzetting van iedere inmenging in Tsjechoslowakije:

‘zowel door de Westerse imperialisten en hun NAVO als door de regering van de Sowjet-Unie en haar gevolg’.

4. Anti-communistische krachten in eigen land wilden misbruik maken van de situatie.

In een na een vergadering van het CPN-partijbestuur op 24 en 25 augustus 1968 uitgegeven communiqué schreef de partij tegen ‘de huichelarij van reactionaire en anti-communistische krachten’ te zijn. Die wilden de gebeurtenissen in Praag gebruiken voor hun eigen ‘imperialistische en oorlogszuchtige doeleinden, voor afbraak van de democratie en voor hun politiek van bewapening en loonstop’. Het bestuur riep ‘alle werkende mensen op waakzaam te zijn tegenover deze opzet van de rechtse krachten in ons land en in grote eenheid daartegen op te treden’. In het Manifest (van 26 augustus) waarschuwde de CPN dat er ook in Nederland sprake was van een anticommunistische hetze. In het Tweede Kamerdebat (van 27 augustus) tenslotte wees Bakker een versterking van de NAVO na de inval in Tsjechoslowakije af. Verder vreesde hij een reactie van ‘de kapitalisten’ in eigen land:

‘Wij zullen binnenkort nog wel meemaken, hoe Tsjechoslowakije zal worden gebruikt voor zowel aanslagen op onze portemonnaie als voor aanslagen op de bestaande democratische rechten van de Nederlandse werkers’.


Tot slot

Waarom reageerde de CPN zo afwijzend op de Sovjet-inval in Tsjechoslowakije, waar ze eerder dergelijke Sovjet-acties had toegejuicht?

De CPN had veel kritiek op Sovjet-leider Chroesjtsjov: op diens voorzichtige pogingen tot destalinisatie en op diens streven naar een dooi in de Koude Oorlog met het Westen. Nadat het conflict tussen de Sovjet-Unie en China in 1963 in de openbaarheid kwam, wilde de CPN niet kiezen tussen een van beide communistische grootmachten en koesterde ze de eigen autonomie. En dat was waarschijnlijk ook wat de CPN zo waardeerde in de Praagse Lente: de partij was vooral ingenomen met het meer autonome optreden van de nieuwe Tsjechoslowaakse leiders tegenover de Sovjet-Unie. Dat zag ze als een navolging van het eigen goede voorbeeld.

Embleem gebruikt door de CPN tussen 1947 en 1949
Embleem gebruikt door de CPN tussen 1947 en 1949
Daarnaast zal een zekere mate van opportunisme hebben bijgedragen aan de CPN-kritiek op de Sovjet-inval: men wilde niet teveel afstand nemen van de breed gedeelde afschuw over de inval in de Nederlandse samenleving. Men vreesde een herhaling van 1956, toen na de inval in Hongarije in enkele Nederlandse steden dagenlang anti-communistische rellen plaatsvonden. En verder wilde het bestuur waarschijnlijk het verbeterde imago van de CPN van de laatste jaren niet in de waagschaal stellen.

Bij de protesten na de inval hield de CPN overigens wel ruime afstand tot de andere partijen en groepen uit de samenleving. De partij wilde niet meedoen aan de twee minuten stilte op 27 augustus. Ook stemde de CPN als enige partij in de Tweede Kamer tegen een motie die niet veel meer beoogde dan een veroordeling van de inval in Tsjechoslowakije en een betuiging van solidariteit met de bevolking daar. Het bleef lastig voor de CPN om uit het isolement te treden!

In ieder geval was de CPN geen andere, meer democratische partij geworden. De CPN was in 1968 nog steeds een stalinistische partij, met Paul de Groot als de sterke man. De destalinisatie vond pas plaats na De Groots gedwongen vertrek uit het partijbestuur in 1978.

~ Jan de Vetten

Dit artikel maakt onderdeel uit van de serie De CPN in de Koude Oorlog

Lees ook: Communistische Partij van Nederland (CPN) – Een korte geschiedenis
Boek: IJzeren Gordijn – De inlijving van Oost-Europa 1944-1956

Bronnen

Bronnen
– Dijk, Jos van, Ondanks hun dappere rol in het verzet. Het isolement van Nederlandse communisten in de Koude Oorlog (Soesterberg 2016).
– Judt, Tony, Postwar. A history of Europe since 1945 (Londen 2006).
– Verrips, Ger, Dwars, duivels en dromend. De geschiedenis van de CPN 1938-1991 (Amsterdam 1995).

Verder:
– Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis, Archief CPN.
– Stichting Argus, Rapporten BVD: http://www.stichtingargus.nl/bvd/.
– Dagbladen (Delpher): De Waarheid.

Bekijk ook onze uitgebreide onderwerpenlijst of het personenregister

De klassieke wereld in 52 ontdekkingen - Leonard RutgersDe jodenvervolging in foto'sDe keuze - Leven in vrijheidDe Bourgondiërs - Bart Van LooDe geschiedenis van Nederland in 100 oude kaarten
Gelijk naar geschiedenisboeken over: