Twee eeuwen Nederlandse prentkunst in Rembrandthuis

80 werken uit privébezit

Museum Het Rembrandthuis in Amsterdam staat in een nieuwe tentoonstelling stil bij de ontwikkeling van de prentkunst in het Nederland van de zestiende en zeventiende eeuw en Rembrandts rol daarin. Dit aan de hand van een selectie van tachtig prenten die door drie privéverzamelaars ter beschikking zijn gesteld.

Alle werken zijn dus afkomstig uit privéverzamelingen. Het Rembrandthuis:

“Door de mens is altijd verzameld. Vaak zit het er al vroeg in. Volwassen geworden gaat men over op andere gebieden. Eén van de bijna ontelbare mogelijkheden is het verzamelen van prenten. Die rijke traditie van het verzamelen van prenten is al oud, maar nog springlevend.”

Rembrandthuis toont etsen van Rembrandt
Rembrandthuis in Amsterdam
Dat een tentoonstelling van een keuze uit privé- collecties juist in het Rembrandthuis wordt gehouden is volgens het museum niet verwonderlijk.

“Ook Rembrandt was een hartstochtelijk verzamelaar. Voor hem was het echter niet alleen een hobby. Hij gebruikte zijn verzameling ook voor zijn werk. Er was vóór de uitvinding van de fotografie immers geen andere methode om beeldmateriaal in huis te halen.”

De tentoonstelling is geselecteerd uit de collecties van een drietal verzamelaars. Deze collecties zijn bijeengebracht in de laatste 35 jaar. Bijzonder is dat alle drie de verzamelingen gespecialiseerd zijn in grafiek uit de zestiende en zeventiende eeuw. De drie verzamelingen bij elkaar omvatten circa 1300 prenten. De keuze voor deze 80 prenten is gemaakt aan de hand van het verhaal dat het Rembrandthuis wil vertellen.

- advertentie -

Zestiende eeuw

Albrecht Dürer. Portret van Lucas van Leyden. Juni 1521.
Albrecht Dürer. Portret van Lucas
van Leyden. Juni 1521.
De vroegste prenten in de tentoonstelling stammen uit het begin van de zestiende eeuw: houtsneden van Jacob Cornelisz. van Oostzanen en Jan Wellens de Cock en gravures van de beroemde Lucas van Leyden. Antwerpen is de bakermat van de prentkunst. Daar werkte Pieter Bruegel de Oude, wiens inventies in prent werden gebracht en op die wijze voor een breed publiek beschikbaar kwamen.

In die periode ontwikkelde het landschap zich tot een zelfstandig thema. De elegante figuren van Jan Saenredam en Hendrick Goltzius staan echter nog in de traditie van het zestiende-eeuwse maniërisme.

De grotere vrijheid die de etsnaald biedt, bezielde een generatie van Haarlemse kunstenaars onder wie Esaias van de Velde. In Leiden wisten Rembrandt en Jan Lievens de etskunst in korte tijd naar een hoog niveau te tillen. Hun etsen zijn aantrekkelijk door hun schilderachtige effecten. Hun tijdgenoten ontwikkelden zich op velerlei gebied, vooral in de ‘moderne’ categorie van het dagelijks leven, waarbij de mezzotinttechniek een geheel nieuwe weg opende.

Bij de tentoonstelling verschijnt een publicatie met een inleiding van Erik Ariëns Kappers en catalogusteksten van Jaco Rutgers, David de Witt, Jaap van der Veen, Leonore van Sloten en anderen. De expositie Een rijke traditie. Twee eeuwen Nederlandse prentkunst uit privébezit loopt van 1 oktober 2015 tot en met 4 januari 2016.

Openingsafbeeling: Crispijn van de Passe (Arnemuiden 1565-1637 Utrecht) Het gehoor, uit de serie: De vijf zintuigen, 1589-1611, gravure 9,8cm

Boek: Publicatie bij de tentoonstelling

Bekijk ook onze uitgebreide onderwerpenlijst of het personenregister

Dit atikel is afkomstig van online geschiedenismagazine www.historiek.net

Gelijk naar geschiedenisboeken over: