Dark
Light

Verdeeldheid binnen het Indiase nationalisme

De geschiedenis van Zuid-Azië in de twintigste eeuw
5 minuten leestijd
Kaart van Brits-Indië in 1909
Kaart van Brits-Indië in 1909 met daarop de overheersende religies (Publiek domein/wiki)
Zuid-Azië vormt voor een vijfde van de wereldbevolking de thuisbasis. Toch weten we in het Westen maar weinig over de geschiedenis van dit deel van de wereld. Waar wij de wereldoorlogen als de twee belangrijkste kantelpunten van de twintigste eeuw beschouwen, staat in Zuid-Azië de opdeling van het Brits-Indische rijk centraal. Zuid-Azië-expert Joya Chatterji belicht in het boek Schaduw rond het middaguur (Spectrum) de twintigste-eeuwse geschiedenis van dit onderbelichte subcontinent. Op Historiek een fragment uit het boek, over de moeizame weg naar Indiase ‘natievorming’.


Het tijdperk van het nationalisme: rivaliserende visies

In 1907 eindigde de jaarlijkse bijeenkomst van het Indiase Nationale Congres in Surat in chaos. De handelsstad ten noorden van Bombay met zo’n 120.000 inwoners had veel historische drama’s meegemaakt, maar nog nooit zoiets als dit.

Bal Gangadhar Tilak
Afbeelding van Bal Gangadhar Tilak in 1916 (CC No restrictions – wiki)
Op het moment dat de ‘extremist’ Bal Gangadhar Tilak het podium opliep om de ‘gematigde’ leiders van het Congres ervan langs te geven, sprongen hun medestanders op en toonden zij met ‘wilde gebaren, gebalde vuisten en geschreeuw door de zaal’ hun steun aan die leiders.

‘Plots vloog er iets door de lucht, een schoen! – een Mahratta-schoen! – roodachtig leer, spitse neus en beslagen met lood. De schoen raakte de wang van Surendranath Banerjea en schoot toen door naar Sir Pherozeshah Mehta.’

Beide heren waren vooraanstaande leden van het gematigde kamp en stonden onder hun volgelingen bekend als ‘Surrender-not’ (Geen overgave) en ‘Ferocious’ (de Felle).

‘Zodra de schoen op het podium afvloog en neerkwam, kwamen alle mannen met witte tulbanden als één man en […] zwaaiend met lange stokken omhoog.’

De tienduizend aanwezigen gooiden met stoelen ‘als projectielen’, terwijl ‘hun lange stokken trillend tegen elkaar kletsten’. ‘Bloed stroomde uit hoofdwonden.’ Nog geen uur later ‘lag de grote Pandal [tent] er als een verlaten eetzaal bij, de vloer bezaaid met kapotte stoelen, stokken en flarden van kleren’.

Wie had kunnen geloven dat dit een dag uit het leven van ’s werelds machtigste antikoloniale nationalistische beweging was?

Het doel van het nationalisme is eenheid. Maar het zaait even vaak verdeeldheid. Hiermee wil ik niet ontkennen dat er kracht uitging van de verschillende vormen van ingebeelde eenheid in India; ik wil alleen uitleggen waarom het nationalisme daar, ondanks de ontegenzeggelijke kracht, toch steeds weer uit elkaar viel. Waarom had het nationalisme in Zuid-Azië vaker iets van een burgeroorlog dan van een volk dat eensgezind op het doel af marcheerde? Waarom klonk de muziek tijdens de parade op de Dag van de Republiek, waar ik als zesjarige op een mistige januariochtend in New Delhi samen met mijn ouders was, zelfs in mijn kinderoren vals? Natuurlijk, er kwamen een heleboel militairen voorbij, er speelden doedelzakken en er vlogen MiG-gevechtsvliegtuigen over. Om de ‘eenheid in verscheidenheid’ luister bij te zetten, waren er ook praalwagens met dansers in felle kleuren uit vele regio’s. Maar waarom moesten we er in 1970, ruim twintig jaar na de onafhankelijkheid, nog steeds van worden overtuigd dat we één natie waren? Zoals we in het Hindoestani zouden zeggen: daal mein kuchh kala hai – er is iets mis hier (letterlijk: er zit iets zwarts in de linzen). De natie protesteerde te vaak.

En waarom brak India in tweeën toen de onafhankelijkheid een feit was? Hoe had de verdeeldheid zo groot kunnen worden dat er twee landen ontstonden?

‘Het is een vergissing om te denken dat de identiteitspolitiek na de onafhankelijkheid verdween’

Twee kwesties zorgden steeds weer voor verdeeldheid binnen het Indiase nationalisme. De eerste had met de middelen te maken. Met welke middelen moesten de nationalisten hun doel – de hervorming en later het einde van de Britse heerschappij – nastreven? Was geweld geoorloofd, gezien het disproportionele geweld dat de Britten in staat (en bereid) waren tegen ongewapende demonstranten in te zetten? Was het ethisch verantwoord? De bijeenkomst in Surat die uitliep op geweld, was begonnen met een debat waarin de ‘gematigden’ het ‘extremistische’ geweld niet hadden willen goedpraten. Dat soort ironie was schering en inslag in de geschiedenis van het nationalisme.

Het tweede twistpunt ging over identiteit. Veel nationalisten betoogden dat ‘Indisch-zijn’ de identiteit was die uitsteeg boven alle andere collectieve hoedanigheden, zoals geloof, sekte, kaste, afkomst, taal en regio. Feit was echter dat dezelfde modernisering onder het kolonialisme – de verspreiding van technologie, spoorwegen, drukwerk en denkbeelden – die het vraagstuk van de Indiase nationale identiteit had doen ontstaan, ook tot de opkomst leidde van religieuze, regionale, taalkundige, sektarische en op kaste gebaseerde identiteiten.

Pakistaanse soldaten tijdens de Tweede Kasjmiroorlog
Pakistaanse soldaten tijdens de Tweede Kasjmiroorlog in 1965

Een aantal daarvan (zoals die van de Marathi, de Bengaalse hindoes, de hoogste hindoe-kaste of ‘de Tamil-brahmanen’) nestelde zich gemakkelijk, als Russische poppetjes, in de moederpop van het ‘Indischzijn’. Maar dat gold niet voor allemaal. Zo zorgde de frictie tussen de ‘Dravidische’ en ‘Indiase’ identiteit tot vijandige sentimenten aan weerszijden van de scheidslijn. Andere bevolkingsgroepen – met name de ‘Indiase moslims’, ook een identiteit die in deze periode enigszins moeizaam tot stand kwam – stelden dat hun ‘gemeenschap’ veel te groot en belangrijk was om als de zoveelste ‘kleine identiteit’ te worden ondergebracht onder de paraplu van ‘de Indiase natie’. De moslims waren een natie op zich, zo stelden sommige islamitische leiders.

Het is ook een vergissing om te denken dat de identiteitspolitiek na de onafhankelijkheid verdween. Integendeel, die politiek gedijde, ja floreerde zelfs tot het eind van de twintigste eeuw.

Hoe de Indiase nationalisten die verdeeldheid bestreden, is een fascinerend verhaal. Welke strategie voor eenheidsvorming op de voorgrond stond verschilde per periode, en het is even belangrijk om daarnaar te kijken als naar de momenten van geweld, massaal protest en drama. Een van de manieren om de Indiërs als eenheid te presenteren, was te wijzen op hun economische positie (hoe vergezocht ons dat vandaag de dag ook voorkomt). Alle Indiërs werden als producenten en belastingbetalers uitgebuit door het koloniale bewind. Een andere manier om het idee van eenheid te geven, was India te presenteren als een ‘samengestelde natie’, een gelukkige bundeling van kleinere ‘naties’ en ‘volkeren’. Een derde manier ten slotte was om door middel van onderhandelingen en compromissen tot een eenheid te komen. Geen van deze strategieën slaagde volledig. Allemaal leidden zij tot te hoge verwachtingen van de natiestaten die na de Britse Raj kwamen.

Schaduw rond het middaguur - Joya Chatterji
Schaduw rond het middaguur – Joya Chatterji
Tweeëntwintig jaar na de oprichting in Bombay in 1885 kwam het tot een breuk in het Congres. Het was de eerste van de vele openbare en pijnlijke breuken in zijn bewogen geschiedenis. Later, in de twintigste eeuw, zouden er nog meer geschillen opduiken en momentum krijgen. Toen de Union Jack in augustus 1947 eindelijk werd gestreken, waren die geschillen zo hoog opgelopen dat er niet één, maar twee landen ontstonden. Met de radicale deling op grond van het geloof ontstond er echter in geen van beide landen eensgezindheid over wat de prille ‘natie’ inhield, waar ze voor stond of waar ze naartoe moest. Pakistan, dat door zijn stichter ‘mottig’ en ‘beknot’ werd genoemd, maakte nóg een deling door toen in 1971 het oostelijke deel zich afscheidde als Bangladesh. Het is daarom geen wonder dat op het subcontinent het verhaal over nationale eenheid op een gegeven moment werd vervangen door het streven naar ‘natievorming’. Maar ook dat grote project om de diverse volkeren van bovenaf tot homogene staatsburgers om te smeden, verliep met horten en stoten.

Boek: Schaduw rond het middaguur – Joya Chatterji

Joya Chatterji is hoogleraar Zuid-Aziatische Geschiedenis aan de Universiteit van Cambridge en is als fellow verbonden aan Trinity College. Daarnaast is ze hoofdredacteur van het tijdschrift Modern Asian Studies. Van haar hand verschenen al meerdere boeken over Zuid-Azië.

Reageren

Abonneer
Stuur mij een e-mail bij
guest
0 Reacties
Inline feedbacks
Bekijk alle reacties

Gerelateerde rubrieken:

Gratis geschiedenismagazine

Ontvang, net als ruim 52.000 anderen, iedere week de gratis nieuwsbrief van Historiek:
×