Geschiedenis-winkel

Waarom wil de regering onze dochters hebben?

Het eerste transport naar Auschwitz

Dit is het prachtig en liefdevol geschreven gruwelverhaal over het eerste transport naar Auschwitz van 999 meisjes die in maart 1942 vanuit Oost-Slowakije werden gedeporteerd. Schrijfster Heather Macadam baseert haar verhaal op gesprekken met overlevenden van Auschwitz. De belangrijkste getuige is Edith Friedman Grosman met kampnummer ‘1970’. Edith zat drie jaar in Auschwitz en verloor er haar zuster Lea.

Macadam opent haar boek met een bijna lyrische beschrijving van het leven van voor de deportaties. Op zaterdag 28 februari 1942 liggen er bakken sneeuw in het Oost-Slowaakse Humenné, mensen kregen pijn in de rug van het sneeuwscheppen. Kinderen maakten plezier bij het sleeën. De koude wind veroorzaakte barstjes en kloven in lippen en handen. Om bloedneuzen te voorkomen smeerden de jongens en meiden restjes ganzenvet in hun neusgaten. In dat besneeuwde land waar de hoge noordelijke bergen van de Tatra nooit ver weg zijn, ontstond eind februari 1942 een vage onrust.

“Het gerucht begon zoals dat met geruchten gaat. Er was alleen maar een voorgevoel, misselijk gevoel in de maag”.

Jozef Tiso
Jozef Tiso
Bij de open haard zaten vele gezinnen na te denken en te praten over het gerucht. Was het waar, pakte de regering meisjes op? Waarom en hoe lang? Waarom zou de regering hun dochters willen?

De berichtgeving kwam langzaam op gang, zoals alles in die periode en in dat deel van Europa nog relatief langzaam ging. Op die zaterdag deed een stadsomroeper met zijn koperen bellen en trommel een aankondiging. Die gold voor…

‘Alle joodse meisjes van 16 jaar en ouder. Ongetrouwde meisjes dienen naar het aangewezen registratiekantoor te komen. Details van de medische inspectie en het doel van de hele onderneming worden te zijner tijd officieel bekendgemaakt’.

Over data, tijdstip en plaatsen zei de omroeper die dag nog niets. Het gerucht was dus juist en het nieuws verspreidde zich als een lopend vuurtje.

In september 41 had de Slowaakse regering onder leiding van president alias priester Jozef Tiso de Joodse codex opgesteld en daarna waren reeksen maatregelen afgekondigd. Joden moesten zich laten registreren, een lijst van onroerend goed overhandigen; mochten niet meer wonen in hoofdstraten; moesten een gele ster dragen; voor lokale reizen schriftelijk toestemming vragen; juwelen afgeven; geen huisdieren houden; geen radio’s of camera’s bezitten; hun bontjas afgeven; hun motorfietsen, auto’s en vrachtwagens afstaan; geen operaties ondergaan; niet naar de middelbare school toe; geen kerken betreden; geen Ariërs in dienst nemen; na negen uur van straat zijn. En nu wilde de regering de meisjes hebben. Waarom? ‘Waarom zou iemand willen dat tienermeisjes in arbeidsdienst gingen voor de overheid? Waarom niet jongens?’

Avontuur

Het is de schilderachtige en huiveringwekkende opening van dit boek, die het contrast oplevert tussen de liefdevolle thuissituatie en de gruwelijke toekomst. Macadam beschrijft de reacties in de huiskamers op het nieuws, van de meisjes zelf die moeten gaan ‘werken’. Iedereen probeert de aankondiging te plaatsen en te verklaren. De speculaties buitelen over elkaar heen en sommige meiden vinden het zelfs wel een spannend idee, een avontuur, een kans om iets te kunnen betekenen. Ze zijn meestal tussen de 14 en 18 jaar oud, nog geen vrouwen, maar ook geen kinderen meer, Anne Frank-achtige meisjes … meisjes van wie thuis heel erg wordt gehouden; het is een zin die zich in je geheugen grift.

De lezer weet dan al wat er met hen gaat gebeuren, hoe ze van de berg gegooid zullen worden in het inferno van de Endlösung … maar de meisjes zelf weten dat niet, kunnen dat niet vermoeden. Macadam volgt ze stap voor stap, van de eerste confrontatie met het nieuws naar de eerste lokale verzamelplaats nog in Slowakije, waarbij ze zich voor de ogen van de fascistische Hlinka-garde moeten uitkleden voor een onzinnige medische inspectie. Van hun transport naar Auschwitz waar brutale bewakers hen overal op de grofste manier onderzoeken op geld en sierraden. Ze worden ontluisd, ontsmet, kaal geschoren over het hele lijf, daarna krijgen ze de ongewassen kleren van dode Russische soldaten met bloed en ontlastingsvlekken er nog in, maar geen ondergoed. Dan worden de meisjes ingedeeld in werkploegen, in barakken gestopt, waar de luizen ze bespringen om daarna een leven van appèls, werken en sadisme te beginnen dat maar enkelen overleven.

Op de eerste ontmenselijking volgde een reeks die steeds verder werd opgeschroefd totdat deze eerste groep voor een groot deel was vermoord, eerst in Auschwitz I, dan in Birkenau dat in de zomer van 1942 verrees. Een kleine restgroep overleefde omdat ze na maanden kampervaring leerde de selecties te ontwijken, omdat ze posities kregen die enige bescherming boden tegen selecties, experimenten, tegen tyfus en de eeuwige honger en omdat ze simpelweg, bij alle ongeluk toch een korreltje meer mazzel hadden dan anderen.

Auschwitz I - Foto genomen in 2016
Auschwitz I – Foto genomen in 2016 (CC BY 2.0 – Rodrigo Paredes – wiki)

Nepnieuws

Een van de zaken die het boek opnieuw haarscherp naar voren brengt is hoe bedrog en nepnieuws de sleutel vormen voor het succes van de genocide. De Slowaakse aankondigingen hielden in dat meisjes zich moesten melden voor ‘werk’ voor een periode van drie maanden. Documenten verwezen naar contractarbeid. Het idee werd gelekt dat de meisjes zouden gaan werken in een schoenenfabriek, ’Bata’ was in de jaren ’30 al een begrip. Tiso zou in het parlement de deportatie verdedigen door te spreken over herhuisvesting. Zijn regering betaalde de nazi’s 500 Reichsmark per persoon en staakte de deportaties tijdelijk toen dat te duur uitpakte.

De SS maakte filmopnamen in Auschwitz met – verplicht – lachende meisjes die goedgekleed en doorvoed spullen sorteren – en stuurde die naar het Rode Kruis. Deze meisjes zelf zaten dicht bij de gaskamers waar eindeloze stromen gevangenen hen na de selectie zagen zitten. Ze voelden zich als lokeenden bij een eendenkooi. Zyklon B heette in nazi-taal ‘materialen voor joodse herhuisvesting’. ‘Transport’ stond voor de Endlösung; ‘goederen’ voor Joden. De taal stond in dienst van de leugen.

Brieven aan het thuisfront vertelden: het gaat goed met ons. Ingenieuze toespelingen werden niet altijd opgepikt of geloofd. Getuigenissen van de enkeling die wist te ontsnappen niet geloofd. Het bedrog was geraffineerd genoeg om te geloven, ook al omdat de werkelijkheid lang nog ondenkbaar is.

Eerbetoon

Macadam wil met het boek, schrijft ze, een zo ’volledig mogelijk beeld geven van meisjes en jonge vrouwen van het eerste officiële joodse transport naar Auschwitz’. Haar boek komt misschien wel extra hard binnen omdat ze een literair procedé volgt. Ze heeft in aanvulling op de talloze gesprekken die ze voerde met overlevenden en vele geraadpleegde archieven de vrijheid genomen om dialogen toe te voegen die deze scènes completeren. Dat brengt de slachtoffers heel dichtbij.

Het eerste transport - Heather Macadam
Het eerste transport – Heather Macadam
Het boek is een eerbetoon aan de vrouwen en meisjes van de wereld, aldus Macadam en vooral aan deze eerste groep van 999 Joodse meisjes die nooit speciale erkenning zou hebben gekregen voor hun positie. Het tegendeel was zelfs vaak het geval: hoe kon je drie jaar Auschwitz overleven? Wat had je daarvoor moeten doen? Zo kon je je als overlever toch als ‘dader’ neergezet voelen.

Macadam heeft zoveel mogelijk individuele lotgevallen van de meisjes uit deze groep beschreven. Het is moeilijk te zeggen dat dit een prachtig boek is. Lezing is af en toe een worsteling, je moet het boek af en toe wegleggen: te erg, te beestachtig, te confronterend. Maar tegelijk is het een krachtig appèl aan de lezer om nooit te vergeten of te relativeren. Daarom van harte aanbevolen.

~ Joost Eskes

Boek: Het eerste transport – Heather Macadam

Bestel dit boek bij:


Verder speuren:

Bekijk ook onze uitgebreide onderwerpenlijst of het personenregister


Uit het archief:

Meer tips ➱