Rijksmuseumobject: De duikboot van Lipkens

Portret van Antoine Lipkens – Rijksmuseum Amsterdam

Kopje onder met de duikboot van Lipkens

Op 21 december 1906 nam de Koninklijke Marine haar eerste onderzeeboot, de Hr.Ms. O 1, officieel in gebruik. Anderhalf jaar eerder was op de scheepswerf van de Koninklijke Maatschappij De Schelde te Vlissingen de kiel gelegd van deze duikboot, die toen nog luisterde naar de zeer toepasselijke naam Luctor et Emergo (ik worstel en kom boven).


Dit historische moment had evenwel zestig jaar eerder plaats kunnen vinden, zo blijkt althans uit het bestaan van een opmerkelijk scheepsmodel dat zich tegenwoordig in de collectie van het Rijksmuseum bevindt. Het betreft een studie voor een duikboot, uit 1839.

Het idee om onder water te kunnen varen, heeft mensen altijd bezig gehouden. Door de eeuwen heen zijn de meest wilde en fantastische plannen bedacht en een van de eerste succesvolle pogingen is afkomstig van Cornelis Drebbel. Deze Nederlandse uitvinder in dienst van de Engelse koning Jacobus I demonstreerde tussen 1620 en 1624 meerdere malen zijn duikboot op de Theems, “waarin hij vrolijk onder water verdween en zo de Koning, het hof en enkele duizenden Londenaars de adem deed inhouden”.

De Amerikaan David Bushnell bouwde in 1776 een duikboot, de Turtle, om daarmee tijdens de Amerikaanse Onafhankelijkheidsoorlog explosieven aan de wand van Britse marineschepen te kunnen bevestigen die niets vermoedend in de haven lagen. Hoewel de gebrekkige voortstuwing en luchtverversing de actieradius van de Turtle beperkten tot die van een duikersklok, werd het idee dat er achter schuilt om onopgemerkt vijandelijke schepen te kunnen vernietigen wel voldoende onderstreept.

Zo kwam het dat vanaf het begin van de negentiende eeuw, opnieuw in oorlogstijd, de ontwikkeling van de duikboot in een stroomversnelling raakte. In 1801 demonstreerde de Amerikaan Robert Fulton, ook bekend van de stoomboot en de torpedo, zijn met spierkracht aangedreven duikboot Nautilus in de Seine te Parijs. Fulton was opportunistisch genoeg om zijn duikboot en verdere diensten aan zowel de Britten als de Fransen aan te bieden. De avonturier-uitvinder Thomas Johnson bouwde vijf duikboten voor de Britse marine, maar had ook een plan om met een van zijn duikboten Napoleon van Sint Helena te bevrijden. Was dat plan doorgegaan, dan zou dat natuurlijke geweldige reclame voor zijn uitvinding zijn geweest.

De duikboot van Lipkens – Rijksmuseum Amsterdam

Net als Fulton en Johnson, wisten uitvinders de weg goed te vinden naar de koningen, ministers en legerleidingen van Europa om hun ideeën te verkopen of er een patent op aan te vragen. Ook in Nederland. Antoine Lipkens (1782-1847) zag als hoofd van de Octrooiraad meerdere voorstellen voorbij komen, waaronder in 1832 een ontwerp van de in Parijs woonachtige Nederlander Mensing voor een eenpersoons duikboot. Lipkens schreef een rapport waarin hij Mensings plannen afwees als niet oorspronkelijk genoeg voor een octrooi, maar het idee van een “onderwatervaartuig” liet vervolgens ook hem niet meer los.

Vooraanzicht van de duikboot van Lipkens – Rijksmuseum Amsterdam

Vooraanzicht van de duikboot. De verschansing kon worden verwijderd zodat de duikboot onder water niet verstrikt zou raken in netten. (Rijksmuseum Amsterdam)

Lipkens diende opmerkelijk genoeg zelf een alternatief plan voor een duikboot bij de marineleiding in, maar zonder resultaat. Er was geen geld voor de bouw ervan. Wel kreeg Lipkens het in 1835 voor elkaar een studie te mogen verrichten naar de “kunst van het onder water varen”. Samen met de bevriende marine-officier en professioneel duiker Olke Uhlenbeck (1810-1883) werkte Lipkens tussen 1836 en 1839 aan een model van een duikboot.

De duikboot van Lipkens was acht meter lang en bood plaats aan een bemanning van vijf personen. Vier van hen dreven twee pompen aan waarmee de duikboot in het water voortbewoog, de vijfde bestuurde de boot. Mocht nu het idee zijn gewekt dat Lipkens door zijn werk voor de Octrooiraad handig gebruik maakte van de kennis van anderen, hij verwerkte in de duikboot wel degelijk gloednieuwe, eigen vindingen. Zo werkten de centrifugaalpompen als een straalmotor, waarmee het water dat aan de voorzijde van de boot werd ingezogen er onder grote druk aan de achterzijde weer werd uitgestuwd.

Het gedetailleerde interieur van de duikboot – Rijksmuseum Amsterdam

Het gedetailleerde interieur van de duikboot, met links de stuurinrichting en langs de zijden de verrijdbare gewichten. (Rijksmuseum Amsterdam)

Ook voorzag het ontwerp in een grote klacht bij alle vroegere ontwerpen van duikboten, dat van de slechte zichtbaarheid. In Lipkens versie stond de gezagvoerder in de boot en kon door de glazen ruiten naar buiten kijken terwijl hij de duikboot bestuurde met een groot horizontaal stuurwiel. Door gewichten op rails naar voren of naar achteren te rollen kon de duikboot duiken of stijgen. Waarschijnlijk was ook dit systeem een eigen uitvinding. Om aan de oppervlakte te komen, kon een met lood verzwaarde kiel worden afgeworpen. Eenmaal boven konden de watertanks helemaal worden leeggepompt en de kiel weer worden opgetrokken.

Meest in het oog springt het visvormige uiterlijk van de duikboot, breed van voren en smal naar achteren toe. Maar in tegenstelling tot vissen, moet onder water wel voor voldoende zuurstof worden gezorgd. Uit het minutieuze schaalmodel wordt dat niet duidelijk. Zou er gebruik zijn gemaakt van flessen met perslucht of van een lange snorkel? Op deze en één andere vraag blijven we in het ongewisse. Want ook al schreef Lipkens dat de duikboot een geheim en bovenal gruwelijk wapen aan boord kon voeren, is daarvan niets terug te vinden.

De twee centrifugaalpompen onder in de duikboot werken als een straalmotoraandrijving – Rijksmuseum Amsterdam

De twee centrifugaalpompen onder in de duikboot werken als een straalmotoraandrijving (Rijksmuseum Amsterdam)

Zelfs koninklijke belangstelling kon echter niet verhoeden dat het nooit is gekomen tot de bouw van een levensgrote duikboot. De offerte van zestienduizend gulden die de Nederlandse Stoomboot Maatschappij uit Rotterdam voorrekende voor het op stapel zetten ervan, deed bij de Marine definitief de deur dicht. In 1863 verdween het model uiteindelijk als een curiositeit in de Marinemodellenkamer, een verzameling technische modellen en historische objecten van het Ministerie van Marine.

In 1889 werd deze 1600 objecten tellende collectie door het ministerie overgedragen aan het Rijksmuseum. Een aanzienlijk deel daarvan zal vanaf 2013 in het nieuwe Rijksmuseum voor het publiek te zien zijn. De duikboot van Lipkens zal opduiken in een nieuwe Marinemodellenkamer. Zal het dan ook eindelijk al zijn mysteries prijsgeven?

~ Jeroen van der Vliet, conservator marinemodellen in het Rijksmuseum

Dit artikel werd oorspronkelijk gepubliceerd op dinsdag 14 februari 2012

Auteurs

Gerelateerde uitgaven: BETA

Gerelateerde berichten


Verder lezen:

Top