Hondje van de Engelse koning zorgde voor internationale rel

Bertie en de wonderjaren – Mike Hoogveld
///
6 minuten leestijd
Caesar, de favoriete hond van de koning
Caesar, de favoriete hond van de koning (Publiek domein/wiki)
De moderne wereld zoals we die nu kennen is grotendeels ontstaan tijdens de bruisende jaren rond het einde van de negentiende eeuw, waarin een stortvloed aan uitvindingen werd gepresenteerd op maar liefst zeventien wereldtentoonstellingen. In dit tijdsgewricht vol optimisme was een belangrijke rol weggelegd voor Bertie, de latere koning Edward VII. Volgende week verschijnt bij uitgeverij Querido van hem een biografie, Bertie en de wonderjaren. Hierin schetst Mike Hoogveld een uitgebreid beeld van misschien wel het markantste lid van het Britse koningshuis ooit. Op Historiek een fragment over een bijzonder dier dat niet van zijn zijde week, Caesar.


Caesar

Zelfs twee weken na zijn eigen dood toont Bertie zijn niet te evenaren talent om een smakelijk opstootje te ontketenen. En conform zijn markante reputatie is daarbij ook ditmaal niet bepaald sprake van enige discretie. In Londen kunnen op de zonovergoten vrijdagochtend van 20 mei 1910 namelijk zo’n vier miljoen burgers de aanstootgevende kwestie met eigen ogen aanschouwen tijdens zijn begrafenis. En in de dagen erna zien wereldwijd nog eens honderden miljoenen de beelden terug in de kranten en filmjournaals.

Stinky

De meeste toeschouwers hebben de hele nacht in de regen staan wachten om zich te verzekeren van een plekje langs de route van de begrafenisstoet, waarbij duizenden van hen medische verzorging nodig hebben vanwege uitputtingsverschijnselen. Alleen al in Hyde Park staan bijna 300.000 mensen op elkaar gepakt als haringen in een ton. Whitehall, de brede straat die van Trafalgar Square naar het Palace of Westminster loopt en alle regeringsgebouwen huisvest, ziet letterlijk zwart van de mensen in rouwkleding. De stoepen staan zelfs zo vol dat niemand meer kan bewegen. Langs de hele route vormen 35.000 soldaten een aaneengesloten haag en patrouilleren nog eens zesduizend politieagenten om de menigte in bedwang te houden. Duizenden jongens en mannen klimmen in de bomen om zo een glimp van de kist op te vangen.

Kuifje en Bobbie boven een gebouw in de Brusselse Paul-Henri Spaaklaan
Kuifje en Bobbie boven een gebouw in de Brusselse Paul-Henri Spaaklaan (CC BY-SA 4.0 – Stefflater – wiki)
Naast de koning zelf is de hoofdrolspeler in dit postume schandaal tot ieders verrassing deze keer niet zijn zoveelste maîtresse, maar zijn hond. De witte foxterriër in kwestie (die overigens model heeft gestaan voor Bobbie in de Kuifje-strips) is wat je zegt een bevoorrecht dier. Zo beschikt hij over een persoonlijke bediende en is zijn slaapplek een comfortabele fauteuil naast het bed van de koning. Deze is zelfs zo op zijn maatje gesteld dat hij hem overlaadt met cadeaus en hem heeft laten vereeuwigen op diverse schilderijen en in een door Fabergé uit chalcedoon gehouwen beeld dat is ingelegd met goud en robijnen. Die adoratie wordt overigens door niemand gedeeld, want de meesten kunnen het maar weinig waarderen dat de hond tijdens een gesprek steevast fel grommend in hun broekspijp of jurk hangt terwijl zij dit tot groot vermaak van zijn baas trachten te negeren – hun heimelijke bijnaam voor de hond is Stinky. Om eventuele misverstanden te voorkomen over zijn afkomst draagt de viervoeter een luxueuze halsband waarop staat:

‘Ik heet Caesar. Ik behoor toe aan de Koning.’

Niet dat deze informatie echt nodig is, want de twee zijn bijkans onafscheidelijk. Na het overlijden van de koning weigert Caesar dan ook om te eten en ligt hij dagenlang jankend voor de slaapkamerdeur, waarna hij naar binnen weet te glippen en zich onder het bed verstopt.

De begrafenis van Edward VII (met Caesar op 5:16)

Bertie

Die koning is een Engelsman die tot aan zijn kroning in 1902 officieel heet: Albert Edward, hertog van Cornwall, hertog van Rothesay, graaf van Chester, prins van Saksen-Coburg en Gotha, prins van Wales, ridder in de Orde van de Kousenband en ridder in de Orde van de Distel. Gelukkig kan hij zich daarna als monarch beperken tot het eenvoudige Edward VII. Bovendien wordt hij door zijn familie al vanaf zijn geboorte gewoon Bertie genoemd.

Omdat de Europese koningshuizen zich lustig voortplanten en daarbij een voorliefde tonen om hun blauwe bloedlijnen onderling te kruisen, bestaat Berties familie uit een zeer omvangrijk en internationaal gezelschap. Zo zijn de Duitse keizer Wilhelm II, koning Haakon VII van Noorwegen en tsaar Nicolaas II van Rusland volle neven van Bertie (men negeert zelfs de evidente genetische bezwaren om volle neven en nichten te laten huwen; helaas leidt deze inteelt ertoe dat velen lijden aan hemofilie, afkomstig van Berties moeder). Koningin Victoria Eugénie van Spanje en de Zweedse kroonprinses Margaret zijn beiden nichten. Tot zijn zwagers kan hij de koningen Frederik VIII van Denemarken en George I van Griekenland rekenen, terwijl de koningen Albert I van België, Ferdinand van Bulgarije, en Carlos I en Manuel II van Portugal zijn achterneven zijn. De flamboyante en kosmopolitische Bertie spreekt dan ook vloeiend Frans en Duits en is bovendien verzot op reizen.

De negen koningen op de begrafenis van Bertie. Staand, vanaf links: Haakon VII van Noorwegen, Ferdinand I van Bulgarije, Manuel II van Portugal, keizer Wilhelm II van Duitsland (koning van Pruisen), George I van Griekenland, Albert I van België. Zittend, vanaf links: Alfonso XIII van Spanje, George V van het Verenigd Koninkrijk, Frederik VIII van Denemarken. Uit: Bertie en de wonderjaren
De negen koningen op de begrafenis van Bertie. Staand, vanaf links: Haakon VII van Noorwegen, Ferdinand I van Bulgarije, Manuel II van Portugal, keizer Wilhelm II van Duitsland (koning van Pruisen), George I van Griekenland, Albert I van België. Zittend, vanaf links: Alfonso XIII van Spanje, George V van het Verenigd Koninkrijk, Frederik VIII van Denemarken. Uit: Bertie en de wonderjaren

Hierdoor frequenteert hij in zijn rol als koning alle Europese hoven en bewaart zo de eenheid en vrede binnen Europa, wat hem algauw de bijnaam ‘L’oncle de l’Europe’ oplevert. Maar dat is wellicht ook omdat hij er een internationale schare aan maîtresses op na houdt, met waarschijnlijk heel wat niet-onthulde buitenechtelijke kinderen, die hem alleen als ‘oom’ kennen.

‘Wilhelm is niet verdrietig maar woedend’

Tussen al die voorname en harmonieuze familierelaties is er echter ook een die ronduit problematisch is: die met zijn neef Wilhelm II. En helaas voelt deze temperamentvolle Duitser, wiens snorpunten altijd opwaarts zijn gepommadeerd, zich zeer gekrenkt door een incident tijdens de begrafenis. Dat begint allemaal om tien uur die ochtend. Op het New Palace Yard van Westminster Hall hebben de hoofden van zeventig staten, daarmee nog steeds de grootste internationale samenkomst van koningshuizen ooit, zich verzameld om Bertie de laatste eer te bewijzen. De Big Ben luidt zijn eerste van 68 slagen – één voor ieder levensjaar van de overledene – ten teken dat de rouwprocessie vertrekt. De open koets waarop de doodskist ligt, zet zich in beweging en een uiterst exclusief groepje heren maakt zich klaar om deze statig te paard te volgen. Hierin gaat Berties oudste zoon en troonopvolger George V voorop, waarbij keizer Wilhelm II de uitzonderlijk grote eer krijgt om George te flankeren. Dit duo wordt gevolgd door zeven al even voorname ruiters: de koningen van Noorwegen, Denemarken, België, Bulgarije, Griekenland, Spanje en Portugal.

Caesar tijdens de begrafenis van Edward VII.
Caesar tijdens de begrafenis van Edward VII. (Publiek domein/wiki)

Kleinering

De eerzuchtige Wilhelm is bijzonder content met zijn prestigieuze plek, maar zijn positieve stemming raakt helaas algauw wreed verstoord. Vlak voor vertrek moet de keizer tot zijn ontsteltenis toezien hoe de hond Caesar zich aan de lijn van een begeleider voor de negen vorsten invoegt en dus de ultieme eer krijgt om als eerste de grafkist te volgen. In het uur erna begeeft de lange optocht zich traag via The Mall en Hyde Park richting Paddington, waar de koninklijke trein wacht richting Windsor. Onderweg kunnen de meeste toeschouwers hun tranen niet meer inhouden als ze eerst de kist zien en vervolgens Caesar, die trouw zijn overleden baas volgt. Wilhelm is echter niet verdrietig maar woedend: hij noemt zijn oom achteraf een ‘oude pauw’, omdat hij het voorval beschouwt als een publiekelijke kleinering. Het vormt een belangrijk onderdeel van de diplomatieke botsingen binnen Europa die de spanning doen oplopen in de aanloop naar de Eerste Wereldoorlog, waarin Duitsland (samen met Oostenrijk-Hongarije, Bulgarije en de Ottomanen) tegenover Engeland en de andere landen komt te staan. Wilhelm geeft Bertie dan ook postuum de schuld voor het uitbreken ervan.

Graf van het hondje Caesar in Marlborough House
Graf van het hondje Caesar in Marlborough House (CC BY 2.0 – lorelei – wiki)

Caesar is op slag wereldberoemd. Binnen een maand verschijnt het boek Where’s Master?, met daarin een relaas over de dood en begrafenis van Bertie door de ogen van de hond, een regelrechte bestseller, die negen herdrukken beleeft. Steiff, de vermaarde speelgoedfabrikant, brengt een Caesarknuffeldier uit, dat overal binnen de kortste keren uitverkocht is. En hoewel Alexandra, Berties weduwe, altijd een grondige hekel aan Caesar heeft gehad (volgens haar ligt hij alleen maar aan de voeten van de dode koning om zich op te warmen), neemt zij de verzorging nu liefdevol over en verwent hem daarbij voortdurend met een overdaad aan cadeaus.

Bertie en de wonderjaren
Bertie en de wonderjaren -Mike Hoogveld
Na Caesars overlijden in 1914 laat zij zelfs een tamelijk uitbundige grafzerk voor hem vervaardigen. En ze is kennelijk zo aan haar huisdier gehecht geraakt dat zij opdracht geeft hem na haar eigen overlijden in 1925 op te nemen in de sculptuur op het gemeenschappelijke graf van haar en Bertie. In de St George’s Chapel van Windsor Castle ligt Caesar nog altijd vredig aan Berties voeten.

~ Mike Hoogveld

Boek: Bertie en de wonderjaren – Mike Hoogveld
Ook interessant: Sergeant Stubby, meest gedecoreerde hond uit WOI

Bekijk dit boek bij:

Bekijk dit boek bij Historiek Geschiedenisboeken

Vorige verhaal

Principieel bezwaar tegen de Kultuurkamer

Volgende verhaal

Een lelijk eendje – Waar komt deze zegswijze vandaan?

×