De koningssloep was een koninklijke roeisloep die in 1816 voor koning Willem I werd gebouwd en tot 1962 in gebruik bleef. Het rijk versierde vaartuig diende bij officiële gelegenheden en groeide uit tot een opvallend symbool van het Nederlandse koningshuis. Wat was de betekenis van deze koninklijke sloep en hoe werd zij gebruikt?
Deze en andere vragen komen aan bod in het boek De koningssloep (2015). Diverse historici plaatsen de koningssloep in het perspectief van de tijd door haar geschiedenis van het begin tot het eind te volgen. James Kennedy en Elisabeth Spits gaan in op de bredere context van vorstelijke vaartuigen: Kennedy analyseert de betekenis van de koningssloep voor de koninklijke familie en de Nederlandse samenleving, terwijl Spits de geschiedenis van prinsenjachten onderzoekt. Andere bijdragen behandelen de ‘Rotterdamse periode’ van 1816 tot 1853, toen de Koningssloep in Rotterdam aanlag, de onderhoudsgeschiedenis van het schip en de laatste vaartocht van de Koningssloep in 1962. Daarnaast is er in tekst en beeld ruime aandacht voor het ontwerp, zowel interieur als exterieur, van dit letterlijk en figuurlijk royale vaartuig.

‘Niet dan aller nuttigst’
Op 6 april 1816 stuurde de toenmalige minister van Marine, Joan Cornelis van der Hoop (1742-1825), een brief aan koning Willem I waarin hij voorstelde om voor hem een nieuwe sloep te laten bouwen, een roeisloep, omdat, zo schreef Van der Hoop…
…ik het aanwezen van zoodanigen Vaartuig te Rotterdam niet dan aller nuttigst beschouw, en noodig voor den dienst van Uwer Majesteit op derzelver reizen van en naar Brussel gelijk ook bij andere gelegenheden (…), hetwelk gelijktijdig tot een staatsie chaloup zoude kunnen dienen. (27)
Willem I tekende het wetsvoorstel. In 1811 waren er ter ere van de komst van keizer Napoleon ook al twee sloepen gebouwd voor Nederland, in Rotterdam en Amsterdam, maar deze bleken van erbarmelijke kwaliteit te zijn. Nu kon Van der Hoop in april 1816 de opdracht geven om een nieuwe sloep te laten bouwen voor de koning. Het schip werd ontworpen door ‘onderconstructeur’ Cornelis Jan Glavimans (1795-1857).

Liever met de stoomboot

Het zou tot maart 1841 duren, toen Willem II de troon besteeg, alvorens het schip voor het eerst officieel gebruikt werd:
Op 30 maart 1841 was het zover: de Koningssloep werd eindelijk gebruikt waarvoor hij bedoeld was. Koning Willem II bracht na zijn inhuldiging een reeks bezoeken aan een aantal steden. Het enthousiasme in Rotterdam was groot en het koninklijk bezoek was een ideale gelegenheid voor de stad om zich te profileren (…) De tocht in de richting van de Nederlandsche Stoomvaart Maatschappij op Fijenoord verliep alles behalve geruisloos. De diverse oorlogs- en koopvaardijschepen vuurden als saluut hun geschut en aan boord van een boeier speelde het Korps Muzikanten van de Marine zijn melodieën. (57)
Het museum in

Het duurde nog bijna een decennium voordat dit plan uitgevoerd werd. In 1983 was hert dan zover en werd in de Kattenburgerstraat in Amsterdam de sloep in het museum getakeld:
Er werd een muur van het museum uitgebroken en onder grote belangstelling werd de sloep het museum in getakeld. Daarna werd de muur weer dicht gemetseld. De consequentie was wel dat het vanaf dat moment uitgesloten zou zijn om ooit nog met de Koningssloep te varen. (129)
Het schip werd voor het laatst gebruikt bij het zilveren huwelijksfeest van koningin Juliana en prins Bernhard in 1962.
Begin eenentwintigste eeuw werd de koningssloep gerestaureerd om vervolgens opnieuw gepresenteerd te worden bij Het Scheepvaartmuseum in Amsterdam. Sindsdien is het rijk versierde vaartuig, ook wel omschreven als de ‘gouden koets te water’, weer voor publiek te zien. De sloep geldt als een van de opvallendste objecten uit de museumcollectie en vormt een tastbare verbinding met de Nederlandse monarchie sinds Willem I.






Prins Hendrik “De Zeevaarder”
De handtekening van Michiel de Ruyter: een klein reliek van een grote zeeheld
De Vliegende Hollander
De schipbreuk van La Blanche Nef: de Titanic van de twaalfde eeuw