De Rode ‘Taj Mahal’ in India – Monument voor een Utrechtse kolonel

/
4 minuten leestijd
De Rode ‘Taj Mahal’, de tombe van Johan Hessing
De Rode ‘Taj Mahal’, de tombe van Johan Hessing (CC0 - Shriom Gautam - wiki)

De stad Agra in Noord-India wordt gesticht in 1503 en als de mogols er enkele decennia later een residentiestad van maken, is het een belangrijk bolwerk met een groot fort, indrukwekkende paleizen en fraaie tuinen. In de achttiende eeuw wordt Agra een internationale stad waar ook veel Europeanen wonen van wie enkelen met leden uit de lokale bevolking trouwen. In deze internationale gemeenschap spreekt men Perzisch als lingua franca. De Utrechtse kolonel Jan Willem Hessing is een van hen. Na zijn dood laat zijn vrouw een enorme tombe voor hem bouwen, naar voorbeeld van de Taj Mahal.

Een van de indrukwekkendste bewijzen van de liefde ter wereld is te vinden in Agra in het noorden van India: de Taj Mahal. Het mausoleum is gemaakt in 1631 in opdracht van een door verdriet overmande mogol – sjah Jahan – na de dood van zijn geliefde vrouw Mumtaz Mahal. Maar er is nog een monument in deze stad dat is gewijd aan de liefde. Anne Hessing-Deridon liet ook een mausoleum bouwen voor haar liefhebbende echtgenoot, kolonel Jan Willem Hessing uit Utrecht.

Heden ten dage vinden er veel huwelijken plaats tussen mensen van verschillende continenten, maar ook in de achttiende eeuw verkeerde de Nederlandse legeraanvoeder in een internationale kring van mensen met Europese en Indiase roots die onderling Perzisch spraken. De roodstenen tombe voor Jan Willem Hessing staat op Agra’s Rooms-Katholieke Begraafplaats. Als Anne Hessing-Deridon in 1803 weduwe wordt van Jan Willem Hessing, besluit ze een kleiner evenbeeld van de beroemde marmeren Taj Mahal te laten bouwen ter herinnering aan haar man.

Wie is de Utrechtse kolonel Hessing?

Jan Willem Hessing wordt volgens het Utrechtse Gemeentearchief geboren op 16 augustus 1740 in Utrecht in het katholieke gezin van Joannes Hessing en Wilhelmina Pot. Het echtpaar krijgt in totaal zeven kinderen van wie Jan de op een na jongste is. De avontuurlijke Jan sluit zich op zeventienjarige leeftijd aan bij het leger van de VOC en arriveert in 1757 in Sri Lanka. Hij keert enkele jaren later terug naar Nederland en in 1763 vertrekt hij naar India en treedt hij toe tot het leger van de Scindia-dynastie die deel uitmaakt van het Maratha Rijk. Hessing trouwt met de Frans-Indiase Anne Deridon en krijgt met haar drie kinderen, van wie de oudste George William ook kolonel is in Marathanse dienst. Dochter Madeleine trouwt eveneens een militair: John William Sutherland die van Schotse afkomst is.

Zicht op het fort van Agra (1)
Zicht op het fort van Agra (CC BY-SA 4.0 – ASaber91 – wiki)

Onder Hessings gezag wordt in 1795 de heerser van Hyderabad verslagen en in 1798 wordt Hessing bevorderd tot kolonel en enkele jaren later wordt hij gepromoveerd tot gouverneur van het fort van Agra. Tijdens de Tweede Engelse-Maratha Oorlog in juni 1801 is Hessing bevelhebber van vier bataljons tegen de Engelsen die hij glorieus wint. Kort daarna, op 21 juli 1803, overlijdt de Utrechtse kolonel.

De begraafplaats waar zijn grafmonument zich bevindt is begin zeventiende eeuw oorspronkelijk gebouwd voor de Armeense gemeenschap, maar later worden er ook Europeanen begraven: Portugezen, Engelsen, Fransen en Nederlanders. Hessings symmetrische Taj op de katholieke begraafplaats torent hoog boven de andere graven uit. Het vierkante gebouw heeft grote arcadebogen die bekend staan als aivans. Deze geven toegang tot enkele doorgangen en worden aan weerszijden geflankeerd door dubbele alkoven. Op de vier hoeken staan kleine, hoge torens met daar bovenop paraplu-achtige daken die men chhatris noemt. Het hoofdgedeelte heeft een elegante koepel in traditionele mogol-stijl.

Een tombe in de Indo-Perzische traditie

Zicht op de tombe van Jan Willem Hessing in Agra
Zicht op de tombe van Jan Willem Hessing in Agra (CC BY-SA 4.0 – Vishal Sharma – wiki)
Bij de entree staan twee Perzische grafschriften. In de eerste inscriptie beschrijft Anne Hessing haar verdriet en de tweede bevat een chronogram – een traditionele beschrijving op een Indo-Perzische tombe voor leden uit de upperclass – waarop tevens het jaar van Hessings dood vermeld staat. De Welshe avonturier en geschiedschrijver Fanny Parkes (1794-1875) schrijft in haar dagboek dat de tombe gebouwd is onder leiding van een lokale bouwer genaamd Lateef. Er liggen meer Nederlanders op de begraafplaats in Agra zoals de Nijmeegse Henry Uwens (1618-1667). Hij was een jezuïet en was bevriend met sjah Jahans oudste zoon Dara Shukoh die grote, intellectuele nieuwsgierigheid had in diverse religies.

Anne Hessings keuze om een tombe op te richten in mogol-stijl is niet excentriek of ongewoon. Verschillende graven op de katholieke begraafplaats in Agra bevatten inscripties in Perzisch, Latijn en Engels. De inscripties refereren aan nauw verbonden Indo-Europese, culturele tradities en familieverwantschappen in deze periode. Anne is geboren als dochter van majoor Louis Deridon: een Fransman met Indiaas bloed uit Pondicherry aan de oostkust van India, onder Madras. Anne overlijdt in 1831 – achttien jaar later dan haar man – en wordt begraven op begraafplaats Barrackpore bij Calcutta.

Indo-Europese verwantschappen

Tijdens Annes leven zijn er in de provincie verschillende kosmopolitische steden – Aligarh, Lucknow en Agra, waar de Europese en Indiase bewoners onderling relaties aangaan. De Franse militair Benoit de Boigne settelt zich bijvoorbeeld in Lucknow en trouwt een lokaal meisje genaamd Mehr-un-nissa dat wordt geadopteerd door een hooggeplaatste mogol edelman: Najaf Quli Khan. Het is gedurende de achttiende eeuw niet ongewoon om een (half-)Indiase te trouwen aangezien er in deze periode maar weinig Europese vrouwen in Zuid-Azië wonen. In sommige gevallen trouwen Europese avonturiers met Europese vrouwen wier familie al verschillende generaties in India wonen. Een andere Franse avonturier, René-Marie Madec, trouwt een meisje genaamd Barbette wier vader consul is aan het koninklijke hof van Lucknow. De familie van Barbette komt in de eerste helft van de zeventiende eeuw uit Frankrijk en haar voorvaderen hebben zich gesetteld in Agra tijdens het regime van sjah Jahangir, de vader van sjah Jahan.

Het einde van een tijdperk

Annes keuze om een tombe te laten bouwen in de mogol-stijl met Perzische inscripties veronderstelt dat ze zich nauw verbonden voelt met de lokale traditie en zich thuis voelt in die taal. Het is zeer aannemelijk dat Jan Willem Hessing zelf ook het Perzisch en een van de lokale talen machtig was. Echtelijke verwantschappen, Perzische taalvaardigheid en interculturele families stellen avontuurlijke families in staat zich toegang te verschaffen tot de elite in de Indiase gemeenschap van Agra en verschaffen diverse mogelijkheden om sociale en culturele banden aan te gaan. Dit alles verandert met de Britse overheersing in India en het ontmoedigingsbeleid van de Britten voor Europeanen om met Indiërs te trouwen. Langzamerhand sterft deze interculturele manier van leven uit.

Heden ten dage is de Rode Taj van Jan Willem Hessing een vergeten monument dat wordt overschaduwd door het origineel van Mumtaz Mahal. Het mausoleum van Hessing is daarentegen een herinnering aan een voorbije periode en laat ons een vervlogen aspect zien van avontuurlijke Europeanen zoals Hessing die in de achttiende eeuw nauw contact onderhouden met de lokale elite in India. Daarom is Hessings graf een emblematisch voorbeeld van de cultuur van Europese burgers in het Indo-Europese, kosmopolitische Noord-India.

~ Namrata B. Kanchan & Bonny Wassing

Het is bekend dat Rembrandt vertegenwoordigers uit verschillende etnische bevolkingsgroepen heeft geportretteerd en sjah Allam II die regeerde ten tijde van Hessing is geen uitzondering. Een gevelsteen in Zutphen dat het onderschrift De rokende Moor heeft, is geïnspireerd op het portret van Rembrandt.
Vorige verhaal

Kasteel Het Oude Loo – Jachtslot op het Kroondomein

Volgende verhaal

Isolatie en ontbering in afgelegen vuurtorens

×