Een opgelegd pandoer – Betekenis en oorsprong

3 minuten leestijd
Een Oostenrijkse pandoer.
Een Oostenrijkse pandoer.

‘Een opgelegd pandoer’ is een frase die wel eens de revue passeert in kranten, op televisie of in het dagelijkse spraakgebruik van vooral wat oudere mensen terugkomt. Het spelletje pandoeren kennen sommige mensen nog wel. Maar hoe zit het met het gezegde? Wat is de herkomst van ‘een opgelegd pandoer’?

Wat betekent dat: een opgelegd pandoer?

De encyclopedische website Ensie.nl is helder over de betekenis van een opgelegd pandoer. Deze zegswijze betekent dat iets zeker zal gebeuren en dus zonneklaar is. Als er sprake is van een opgelegd pandoer, gaat het om een situatie waar geen twijfel over is. Het gaat om een duidelijke, of vaak zelfs overduidelijke, van tevoren afgesproken zaak. Een alternatieve, tweede betekenis is dat iets een uitgemaakte zaak is en er in de praktijk eigenlijk niks meer mis kan gaan. De zaak is beklonken en niet meer te veranderen…

Een opgelegd pandoer kan dus zwoel een positieve als negatieve bijklank hebben.

Herkomst en oorsprong: waar komt een opgelegd pandoer etymologisch vandaan?

De vroegste bronnen die verwijzen naar ‘pandoer’ dateren, zo meldt Etymologiebank.nl, uit de achttiende eeuw. In 1747 meldde de oudst bekende bron over deze term…

“…soe langh de pandoeren sullen lighgen hier…. [zolang de pandoeren hier zijn gelegerd]”

Pandoeren betekent hier: Hongaarse soldaten. De term werd gebruik voor militairen uit Hongarije die bij de grens met Turkije gelegerd waren. Deze Hongaarse krijgers hadden een slechte reputatie en stonden bekend als wreed en onfatsoenlijk. Omstreeks het midden van de negentiende eeuw kreeg het bekende kaartspel pandoeren zijn naam, waarbij er met kaarten gespeeld werd die figuren toonden die op Hongaarse pandoeren leken. Vermoedelijk heeft deze naamgeving te maken met het feit dat de Hongaarse pandoeren dit spelletje vaak speelden. Natuurlijk om de tijd te doden. Het Oostenrijkse leger kende eerder ook een militaire eenheid waarvan de leden bekend stonden als ‘pandoeren’.

Jan Hagenaar over pandoeren
Jan Hagenaar over pandoeren, 1912 (Delpger)
In het begin twintigste eeuw verschenen boek De Volmaakte kaartspeler stelt Jan Hagenaar dat het kaartspel pandoeren een link had met een vrijkorps (een gewapende burgermilitie die we in Nederland kennen uit de Patriottentijd ) dat actief was tijdens de Zevenjarige Oorlog (1756-1763) en onder aanvoering stand van hertog Franz von der Trenck (1711-1749). De naam pandoer was volgens Hagenaar ontleend aan het Hongaarse begrip pandúr, wat infanterist, bandiet, gangster of politieagent betekent.

Ook zou er een link zijn met andere Slavische talen. Uit het Servisch en Kroatisch kennen we het begrip pandur, dat zoveel betekent als deurwaarder, boodschapper, grensbewaarder of douanier. Tot in de twintigste eeuw noemden studenten in Vlaanderen het lokale politiebureau ‘pandoerenkot’.

Boek: Groot Spreekwoordenboek – Ed van Eeden

Bronnen

Boek
-Riemer Reinsma, Roeien en ruiten? Waar komen onze gezegden vandaan? (Den Haag: Sdu Uitgevers/Onze Taal, 2003) 122-123.

Internet
-https://onzetaal.nl/schatkamer/lezen/uitdrukkingen/opgelegd-pandoer
-https://www.ensie.nl/betekenis/opgelegd-pandoer
-https://etymologiebank.nl/trefwoord/pandoer
-https://www.woorden.org/spreekwoord.php?woord=DAT%20IS%20opgelegd%20pandoer
-https://www.encyclo.nl/begrip/pandoer
-https://resolver.kb.nl/resolve?urn=MMKB18:009067000

Vorige verhaal

Het spoor bijster zijn – Betekenis en herkomst

Volgende verhaal

Vlooienmarkt – Herkomst van het begrip

×