Week van de koloniale geschiedenis

Frimangron en de fundamenten van de vrije Surinaamse gemeenschap

Eigendomsstrijd – De geschiedenis van slavernij en emancipatie in Suriname

Bij uitgeverij Ambo|Anthos verschijnt vandaag het boek Eigendomsstrijd van historicus Karwan Fatah-Black over de geschiedenis van slavernij en emancipatie in Suriname. In de straten, huizen en erfjes van Paramaribo was de controle van de slavenhouder moeilijk vol te houden. Daar begon een vrije groep de fundamenten van een eigen gemeenschap te leggen. Terwijl de slavenhouders streden voor de controle over hun eigendom, zochten in de stad en aan de waterkant de slaven hun wegen naar vrijheid. Op Historiek een fragment uit de inleiding van het boek over een stukje land dat bestemd was voor vrijgemaakte slaven: Frimangron.

Frimangron

Omdat eigenlijk niemand er wilde wonen bleef het stukje land tussen de stad en de eerste plantages lange tijd ongebruikt. Tussen de Drambrandersgracht en het slootje met de toepasselijke naam Limesgracht lag een weiland waar weinig mee gebeurde. Het heette in de volksmond Koeiknie, net als de velden aan de westkant van de stad. Het was er zo drassig dat de koeien er tot hun knieën in de modder wegzakten. Later zou het de naam Frimangron krijgen, vrij vertaald ‘land van de vrije mensen’. De achttiende-eeuwse kaartenmakers waren het er niet over eens of het wijkje Frimangron eigenlijk wel bij de stad hoorde. Soms werd de Pontenwerfstraat die dwars door de wijk liep wel ingetekend, keurig met afgemeten percelen, maar even vaak viel het buiten het rood gearceerde deel waarmee op de kaarten het verstedelijkte gebied werd aangegeven.

Bron: Eigendomsstrijd
Bron: Eigendomsstrijd
Toch woonden er mensen. De bewoners waren een bijzondere groep die eigenlijk geen plek hadden in een samenleving die werd bepaald door slavernij en opgezet was voor de export van plantageproducten. Het Suriname van het midden van de achttiende eeuw was verdeeld tussen vijftigduizend zwarte slaven en tweeduizend witte eigenaren. De inwoners van de Pontenwerfstraat en de rest van Frimangron waren vaak slaven geweest, maar tijdens hun leven vrij geworden. In een samenleving die draaide op het werk van slaafgemaakte Afrikanen en werd voortgedreven door een witte elite stonden mensen van Afrikaanse afkomst die geen slaven waren buiten de orde. Ze waren vaak arm maar vrij.

In stilte verrees er in de marges van de stad en de samenleving een vrije gemeenschap van voormalige slaven en hun nakomelingen. Lang bleef hun bestaan onopgemerkt, maar terwijl meester en slaaf op de plantages een strijd op leven en dood voerden stapten de vrije Afro-Surinamers in de negentiende eeuw uit de coulissen van de geschiedenis. Door de druppelsgewijze vrijlating van enkele slaven bleef de omvang van de vrije groep in Suriname lange tijd beperkt. Het slavernijsysteem van Suriname was hard en de kans op vrijlating was klein. Na honderd jaar slavernij bestond de vrije niet-witte bevolking in Suriname in de jaren 1760 uit niet meer dan driehonderd mensen. Deze ontwikkeling kwam echter ongemerkt in een stroomversnelling.

Rechte lijnen

Weer honderd jaar later, bij de afschaffing van de slavernij in 1863, bestond de vrije niet-witte bevolking uit 15.000 mensen. Er werden dat jaar bij de algehele afschaffing van de slavernij 34.000 mensen vrijgelaten. Terwijl in de negentiende eeuw het aantal slaafgemaakten verder bleef afnemen groeide de vrije niet-witte gemeenschap gestaag verder. Vrijlating voorafgaand aan de afschaffing had, in de woorden van historica Ellen Neslo, het slavernijsysteem al voor 1863 uitgehold. Door onderlinge samenwerking bewerkstelligde deze ontluikende gemeenschap de vrijlating van vele van hun lotgenoten.

Kaart van Suriname. Bron: Eigendomsstrijd
Kaart van Suriname. Bron: Eigendomsstrijd

De meeste vrijen zouden in de stadswijken E en F (Frimangron) komen te wonen, waar ze een eigen gemeenschap vormden. Op initiatief van gouverneur Jan Nepveu werd eerst in 1769 wijk E aangelegd en kwam daar in 1772 wijk F bij. De nieuwe wijken waren voor de gemanumitteerden een vrijmansland waar ze hun eigen leven konden opbouwen en voor een opgeruimde bestuurder als Nepveu een mooie oplossing om de vrijen beheersbaar en buiten het stadscentrum te houden. Meer nog dan wijk E lag Frimangron echt buiten het centrum en werd het wijkje bijna uitsluitend bewoond door vrijgemaakten en hun nakomelingen. De lege ruimte tussen stad en plantage was voor Nepveu een ideale plek om de mensen kwijt te kunnen met wie hij zich eigenlijk geen raad wist. Nepveu was een kind van de Verlichting. Hij wilde als gouverneur graag rechte lijnen trekken, overzichtelijke plannen maken en buitengrenzen afbakenen. Binnenshuis maakte hij alles op orde, daarbuiten heerste chaos en duisternis. Een moeilijk definieerbare groep – ze waren wel zwart maar geen slaven – kreeg van Nepveu dezelfde bestemming als de rommelige scheepswerf waar kleine vaartuigen werden gemaakt en gerepareerd: buiten de stad op ongebruikte grond.

Een vrije gemeenschap

Vanwege het lawaaierige getimmer en het teren en branden van de rompen van schepen en bootjes was de pontenwerf in de achttiende eeuw naar het stukje grond buiten de stad verplaatst. Er liep al wel een weggetje door het modderige weiland van de werf landinwaarts naar de ‘landsgrond’. Die landsgrond was een plantage waar het koloniale bestuur wat voedsel liet verbouwen, maar over het weggetje ernaartoe zal zelden iemand hebben gelopen, zeker niet in de regentijd. Komend vanaf de werf was er in de droge tijd maar weinig bescherming tegen de brandende zon. In de regentijd veranderde het stof in modder. Een oude kaart noemt het stuk langs de rivier geen Koeiknie, maar ‘verdronken land’.

De saramaccastraat. Bron: eigendomsstrijd
De saramaccastraat. Bron: Eigendomsstrijd
Wie na 1772 een stukje land kreeg in de Pontenwerfstraat bouwde er een huisje en plantte er schaduwrijke bomen. Niemand bekommerde zich om wat er op die grondjes gebeurde. Doorgaand verkeer hoefde niet in de straat te zijn. Wie vanuit de stad naar de pontenwerf ging liep langs de rivier en door de Saramaccastraat – de verbindingsstraat tussen het stadshart en de vrije gemeenschap. Naar de landsgrond kon je makkelijker door de daarvoor aangelegde verlengde Domineestraat. De enige reuring was te vinden bij het werfterrein. In de rust van het stedelijke grensgebied rond Paramaribo groeide in straten als de Pontenwerfstraat een vrije gemeenschap die aan het eind van de slavernij in 1863 de stad en de samenleving bleek te hebben overgenomen. Buiten de gewelddadige plantages was een volksklasse gegroeid. Zoals vaker in de geschiedenis kwam de maatschappelijke dynamiek vanuit de marge.

De weg naar vrijheid

De stedelijke buitengrens van de Surinaamse slavensamenleving is zelden op het netvlies van historici. Hoe de eerste vrije mensen de weg naar vrijheid vonden heeft altijd minder aandacht dan de geschiedenis van de plantages en de heldhaftige opstanden. De opkomst van de vrije gemeenschap in de stad is voor velen dan ook een onbekend deel van de geschiedenis. Het is misschien onbelangrijk in de ogen van de mainstream, maar het is cruciaal voor het begrijpen van de slavernij en de tijd na de afschaffing ervan.

De plantages in Suriname. Bron: Eigendomsstrijd
De plantages in Suriname. Bron: Eigendomsstrijd

Slavernij bestond in Suriname bij de gratie van geweld en de berusting van de slaafgemaakten in hun lot, die werd gevoed door een opgelegd geloof in de eigen minderwaardigheid. De dreiging van geweld en de diep ingeprente slavenmentaliteit waren echter niet genoeg om de slavernij in Suriname in stand te houden. Wereldwijd kenden alle slavernijsystemen ontsnappingsroutes. Het vrijlaten van bevoorrechte enkelingen gaf hoop aan degenen die nog in slavernij zaten. Door af en toe een enkeling vrij te laten wekten de eigenaars bij hun slaven het gevoel op dat er een hiernamaals na de slavernij mogelijk was. Maar dan alleen voor diegenen die loyaal waren en (tegelijkertijd) uitblonken. De incidentele vrijlating bevorderde de stabiliteit van het slavernijsysteem, de hoop op vrijheid vergrootte de dienstbaarheid. Het verlichtte ook het bestaan van de eigenaren, slaven vrijlaten gaf hun het gevoel dat zij rechtvaardig heersten over hun slavenmacht.

Verplichte wederdienst

Het banale onderscheid tussen zwart en wit was in al zijn eenvoud een sluitende rechtvaardiging voor het slavernijsysteem en was van levensbelang voor de plantagedirecteuren.

De wetten die vrijlating regelden in Suriname grepen terug op de rechtsregels hierover uit het oude Rome. Het vrijlaten van een slaaf heette manumissie; naar de Latijnse woorden manu (hand) en missie (zenden). Iemand uit de hand wegzenden of loslaten was geen definitieve handeling. De plechtige Surinaamse uitdrukking voor manumissie was ‘het schenken van de onwaardeerbare schat des vrijdoms’. Na die vrijlating hield de eigenaar een band met de mensen die zijn bezit waren geweest. De vrije moest respect betuigen aan de voormalige eigenaar en zelfs aan diens nakomelingen.

De manumissie werd gezien als een geschenk, en zoals alle geschenken verplichtte het de ontvanger tot een wederdienst. Respect voor de voormalige eigenaar was nog het minste wat er van een vrije verwacht werd. Net als in het oude Rome was een vrije verplicht om de voormalige eigenaar bij te staan als deze tot armoede zou vervallen. In Suriname was het een tijdlang zelfs bij wet vastgelegd dat de voormalige slaaf de voormalige eigenaar niet alleen moest helpen als deze in de problemen raakte, maar ook verplicht was om een deel van zijn nalatenschap aan de voormalige eigenaar af te staan. Ondanks deze regels die ervoor zorgden dat de vrije en de voormalige eigenaar een band hielden, ontstond er een onafhankelijke Afro-Surinaamse gemeenschap.

In Suriname, waar slavernij niet alleen op een juridische status duidde maar ook bepaald werd door het raciale onderscheid tussen wit en zwart, vormde de tussengroep een uitzondering. Het bestaan van vrije mensen die zwart waren ondergroef de idee dat wit heerste en zwart diende. Het banale onderscheid tussen zwart en wit was in al zijn eenvoud een sluitende rechtvaardiging voor het slavernijsysteem en was van levensbelang voor de plantagedirecteuren. Zij stonden dag in, dag uit tegenover een grote overmacht van slaafgemaakte Afrikanen. Als die overmacht niet geloofde dat zij minderwaardig was en dat zij niet het recht en de kracht bezat om het slavernijsysteem omver te werpen, dan was het snel afgelopen met de plantage-economie en de kolonie. Het regeren over een slavenmacht stelde de eigenaren keer op keer voor de vraag hoe ze een balans konden vinden tussen de zweep, geestelijke terreur en het vooruitzicht van beloning.

Allesbepalend

Eigendomsstrijd - Karwan Fatah-Black (€ 20.00)
Eigendomsstrijd – Karwan Fatah-Black (€ 20.00)
Kijkend van onderaf, vanuit het perspectief van de slaafgemaakten en gemanumitteerden krijgen we zicht op de gelaagde wereld die de trans-Atlantische slavernij voortbracht. Zelfs in deze gewelddadige wereld vonden sommige mensen wegen om te ontkomen aan slavernij. De mensen die vrijheid wisten te bereiken stroomden soms – vooral als ze de buitenechtelijke kinderen van eigenaren waren – door naar de koloniale elite, maar evenzogoed waren er velen die als ambachtsmensen, timmerlieden, klerken, naaisters, banketbaksters en vroedvrouwen hun bestaan verdienden.

Door in de marges van de plantage-economie hun eigen leven in te richten bepaalden zij op termijn ook hoe de wereld er na de afschaffing van de slavernij uit kwam te zien. In de stad had de vrije Afro-Surinaamse gemeenschap lang voor de officiële afschaffing vorm gekregen. De vrije gemeenschap werd allesbepalend in de jaren nadat de slavernij was afgeschaft.

~ Karwan Fatah-Black

Boek: Eigendomsstrijd – De geschiedenis van slavernij en emancipatie in Suriname
Ook interessant: Paramaribo, hart van koloniaal Suriname

Bestel dit boek bij:

Bestel dit boek bij de Historiek Geschiedeniswinkel

Bekijk ook onze uitgebreide onderwerpenlijst of het personenregister

1001 vrouwen in de 20ste eeuw - Els Kloek Napoleon - De man achter de mythe (Adam Zamoyski) De rechtvaardigen - Hoe een Nederlandse consul duizenden Joden redde (Jan Brokken) Reconquista - Miquel Bulnes Leonardo da Vinci - Sprekende gezichten De bokser - 
Het leven van Max Moszkowicz (Biografie) 80 jaar oorlog - Gijs van der Ham / NTR Het goede leven - Annegreet van Bergen Hitlers Derde Rijk in 100 voorwerpen - Roger Moorhouse De Zonnekoning - Glorie en schaduw van Lodewijk XIV (Johan Op de Beeck)
Gelijk naar geschiedenisboeken over: