GamesGames

Het einde van de megafauna

End of the Megafauna – Ross D.E. MacPhee

De laatste jaren wordt er dankzij verbeterde technieken steeds meer bekend over de vroege geschiedenis van de mensheid. Waar de tijd niet in jaren of eeuwen maar in millennia wordt gerekend, is er sprake van het diepe verleden. Eén van de raadselen waar in populaire werken naar wordt verwezen, is het verdwijnen van ’s werelds megafauna, of grote gewervelden, telkens daar waar de mens ten tonele verschijnt. In zijn boek End of the Megafauna (2019) doet Ross D.E. MacPhee voor het brede publiek het wetenschappelijke debat uit de doeken, en toont ons de vele haken en ogen die aan de verschillende verklaringen kleven.

Als kind van de jaren ’90 was ik dol op voorhistorische monsters, liefkozend ‘dino’s’ genoemd. De een had talloze stekels op z’n kop, de ander een bek vol vlijmscherpe tanden of een eindeloze nek. Ze waren stuk voor stuk groot, gevaarlijk en angstaanjagend. Behalve plastic exemplaren hadden we thuis een dik pak plaatjes waarop deze voorwereldse hagedissen te bewonderen vielen. Er zaten ook beesten bij die er helemaal niet zo dino-achtig uitzagen. Een wild paard. Een harige olifant. Een schubdier ter grootte van een auto. Ik vond dat maar suffe beesten. Het waren zoogdieren, lang niet zo cool als dino’s.

Pas veel later kwam ik tot de ontdekking dat deze zoogdieren juist stukken interessanter waren dan hun koudbloedige collega’s. Waar de dino’s 66 miljoen jaar geleden met een geweldige klap van de aardbodem verdwenen, leefden er tot 4.000 jaar geleden nog mammoeten. Ze deelden de aarde met ons, de mens. Waarom verdwenen ze? En waarom is dat relevant?

Death of the Megabeasts

Kwartaire Uitwissing

In 2019 verscheen van de hand van de Amerikaan Ross D.E. MacPhee het boek End of the megafauna. The fate of the world’s hugest, fiercest, and strangest animals. MacPhee werkt bij het Amerikaanse museum voor natuurhistorie in New York als paleomammoloog, oftewel ‘kenner van oude zoogdieren’. In een museum dat tot de nok toe is gevuld met geraamtes van uitgestorven wezens peutert de onderzoeker DNA uit stokoude botten, reconstrueert de verwantschap tussen antieke luiaardachtigen, en trekt de wereld over om opgravingen bij te wonen. Bovendien schrijft hij zo af en toe een boek, voor ons, niet-paleomammologen.

- advertentie -

Zoals de titel al aangeeft gaat End of the megafauna over het verdwijnen van het merendeel van ’s werelds megafauna –gewervelden van 44 kilogram en zwaarder. Dit verdwijnen, ook wel ‘Kwartaire Uitwissing’ genoemd, is in geologische en biologische termen een recent fenomeen, dat zo’n 50.000 jaar geleden begon. Volgens MacPhee lijkt het in populairwetenschappelijk werk alsof de oorzaak genoeglijk bekend is, terwijl de wetenschappelijke discussie nog in volle gang is. In zijn boek zet hij het debat uiteen, poneert, weegt en verwerpt de verschillende argumenten, en toont hoe natuurhistorische onderzoekers vanaf de achttiende eeuw worst probeerden te maken van de vreemde en verbazingwekkende vondsten die ze deden. Uiteindelijk is het McPhee er minder om te doen om antwoorden te vinden dan het wetenschappelijk debat in kaart te brengen.

Langpotige landkrokodil
Langpotige landkrokodil (CC BY 2.5 – Nobu Tamura – wiki)

Variëteit

Wat moeten we ons nu eigenlijk voorstellen bij die zogenaamde megafauna? Vandaag de dag kennen we ze voornamelijk uit Afrika, als de leeuwen, hyena’s en giraffes die over de savannen zwerven. Zuid Azië heeft met z’n olifanten en tijgers ook nog een aantal soorten in huis. Tot zo’n 50.000 jaar geleden kende vrijwel elk continent z’n eigen unieke verzameling grote gewervelden. Europa had onder andere de holenbeer, sabeltandtijger en wolharige neushoorn. In Australië leefde een uit de klauwen gegroeide hagedis, een langpotige landkrokodil, en verschillende types reuzenkangoeroe, waaronder een omnivoor. Ook de Amerika’s hadden hun unieke fauna. In Dierenpark Emmen viel vroeger bijvoorbeeld het metershoge skelet te bewonderen van de reuzenluiaard. Andere oude Amerikanen waren de olifantachtige mastodont en de glyptodon, een dier dat nog het meest weg heeft van een kruising tussen een cavia en een tank.

De Kwartaire Uitwissing kent een aantal bijzonderheden. Het trof alleen gewervelde landdieren, per locatie voltrok de sterfte zich in relatief korte tijd, Afrika en Zuid-Azië bleven grotendeels gevrijwaard, en de Amerika’s, Australië en ’s werelds eilanden werden het zwaarste getroffen. Sinds het debat in de achttiende eeuw op gang kwam, zijn er grofweg twee stellingen betrokken. De ene keer wordt het klimaat als schuldige aangewezen, de andere keer de mens.

Oorzaken

Al met al leden de megafauna ontstellende verliezen. Des te groter de soort, des te zwaarder hij werd getroffen. Australië verloor meer dan 90% van zijn reuzen, de Amerika’s zo’n 75%. In het laatste geval was daar slechts een millennium voor nodig. Als de mens de oorzaak was, hoe hebben we dat dan aangepakt? Huidige jager-verzamelaargroepen bejagen slechts een beperkt aantal soorten, en niet op een uitputtende manier. Waarom zouden prehistorische jagers dat wel hebben gedaan? En hoe zouden ze in duizend jaar tijd, met zulke kleine groepen en lage organisatiegraad, in zo’n immens en divers gebied als de Amerika’s zoveel soorten over de kling hebben kunnen jagen? Maar als anderzijds het klimaat de oorzaak is, hoe kan het dan dat soorten die honderdduizenden jaren floreerden en tal van IJstijden overleefden, in relatief gematigde tijden plotseling aan hun einde kwamen?

Bewijsmateriaal

Volgens MacPhee kan geen van de huidige hypothesen op het moment onbetwist als oorzaak voor de Kwartaire Uitwissing worden aangewezen. Een moeilijkheid van de paleontologie is de schaarste van het bewijsmateriaal. De datering en timing van gebeurtenissen is essentieel. Arriveerde de eerste mens 40.000 jaar geleden in Australië, terwijl kort daarop de sterfte begon, of was de mens er al 60.000 jaar geleden, zoals sommige vondsten lijken te suggereren? En waarom vond er in Australië 40.000 jaar geleden een sterke verdroging plaats, terwijl dat op dezelfde breedtegraad in Afrika niet het geval was? Heeft dat klimatologische oorzaken, of speelt daar toch weer de mens en z’n beheersing van het vuur de doorslaggevende rol? Kortom, er zijn meer gegevens nodig om tot een heldere slotsom te komen.

End of the Megafauna is een prima boek voor wie meer wil weten over de verdwijning van ’s werelds reuzen. Het boek begint voortvarend maar zakt halverwege een beetje in. De tekst is ter zake, soms wat op het droge af. De prachtige en veelvuldige afbeeldingen van de Australiër Peter Schouten zijn een grote meerwaarde en brengen deze prehistorische wereld meer dan overtuigend tot leven.

- advertentie -

Sluier

End of the Megafauna
End of the Megafauna
MacPhee’s boek leest als een detective: we kennen de uitkomst, maar de dader en het moordwapen blijven schaduwen op de muur. De auteur toont de moeilijkheid van het werken met een beperkte hoeveelheid gegevens om complexe gebeurtenissen in zo’n ver verleden te kunnen verklaren. Hij roept meer vragen op dan hij beantwoord. Tegelijkertijd is het fascinerend om te zien dat we dankzij de snelle ontwikkeling van nieuwe onderzoekstechnieken de sluier die over het diepe verleden ligt stukje bij beetje kunnen oplichten.

Er staat veel op het spel in het debat over de Kwartaire Uitwissing. De wereld van de dino’s is een ver en afgesloten verleden. De mammoet en de glyptodon waren onze tijdgenoten. Als de mens als de oorzaak van hun verdwijnen aangewezen kan worden, wat zegt dat dan over ons? En als klimaatverandering toch de oorzaak blijkt, zijn we dan beter af?

~ Mathijs Eskes

Boek: End of the Megafauna

Ross D.E. MacPhee over zijn boek en het einde van de megafauna


Verder speuren:

Bekijk ook onze uitgebreide onderwerpenlijst of het personenregister


Uit het archief:

Meer tips ➱