In de schaduw van Schindler

Jodenhelpers uit Nazi-Duitsland
//
9 minuten leestijd
Detail van de boekcover
Detail van de boekcover

In zijn recentste boek, In de schaduw van Schindler. Jodenhelpers uit nazi-Duitsland, behandelt WOII-kenner Kevin Prenger andermaal een onderbelicht thema uit de geschiedenis van het Derde Rijk: de Duitse burgers die, vaak op gevaar van eigen leven, hun joodse medemensen in veiligheid brachten, materieel en psychisch bijstonden, of actie voerden om de penibele levensomstandigheden van de vervolgden te verzachten. Niet uit financieel gewin. Niet uit eerzucht of eigenbelang. Maar omdat hun rechtvaardigheidsgevoel hen ingaf dat ze zich in deze specifieke omstandigheid op die manier moesten gedragen. Enkel, zoals de gewezen Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Madeleine Albright in een andere context schreef, omdat het zo hoort:

“…omdat dat nu eenmaal moet, zonder erover te speculeren of dat ergens toe leidt, morgen, overmorgen of ooit”. 1

In 1963 lanceerde Yad Vashem, het Holocaust Onderzoeks- en Herdenkingsinstituut in Jeruzalem, een project, waarbij Rechtvaardigen onder de Volkeren voor hun onbaatzuchtig optreden tijdens de Holocaust onderscheiden en geëerd konden worden. Sindsdien ontvingen bijna 28.000 mensen uit 51 verschillende landen de titel van ‘Rechtvaardige onder de Volkeren’. In absolute aantallen spannen Polen (7.177 Rechtvaardigen), Nederland (5.910), Frankrijk (4.150), Oekraïne (2.673) en België (1.774) daarbij de kroon – in andere landen werden minder dan duizend rechtvaardigen gelauwerd, en achttien landen tellen er minder dan vijf (waaronder elf slechts één).2

Prenger baseert zich voor zijn monografie onder meer op de lijst met Rechtvaardigen die door Yad Vashem werden onderscheiden en op studies die deze lijsten analyseren. Hij schetst hoe het initiatief van Yad Vashem tot stand kwam (hoofdstuk 2), de hulp die Duitsers binnen de Duitse staatsgrenzen en daarbuiten aan joden verleenden (hoofdstukken 3-4) en de evidente risico’s die ze daarbij liepen (hoofdstuk 5). In zes hoofdstukken beschrijft hij vervolgens het levensverhaal van Duitse mannen en vrouwen aan wie tal van joden hun overleven te danken hebben.

Armin Wegner
Armin Wegner
Eén van hen was Armin Wegner, de Duitse jurist en pacifist die tijdens de Eerste Wereldoorlog getuige was van de massamoord op de Armeense bevolking door het Ottomaanse regime. In 1919 richtte hij een open brief tot de Amerikaanse president Woodrow Wilson over de Armeense kwestie en haar gevolgen. In juli 1933 herhaalde hij zijn protestactie met een brief gericht aan Adolf Hitler, waarin hij de vervolging van de Duitse joden aan de kaak stelde. Yad Vashem erkende hem voor zijn gewaagde actie in mei 1967 als ‘Rechtvaardige’.

Die eer viel ook de kapitein van de Saint Louis, Gustav Schröder, te beurt, die in juni 1939 initiatieven ontplooide om de joodse passagiers van zijn schip, die door Cuba en de Verenigde Staten waren teruggestuurd, toch veilig aan land te brengen. 254 van de 619 opvarenden die na een lange zeereis door Nederland, België en Frankrijk werden opgevangen, werden later toch nog door de Duitse bezetter omgebracht. Yad Vashem erkende Schröder in maart 1993 als ‘Rechtvaardige’.

Maria von Maltzan
Maria von Maltzan
Een kwart eeuw eerder was dat ook gebeurd met Hermann Gräbe, die tijdens de oorlog van zijn ondernemingen een veilige haven had gemaakt voor tal van vervolgde joden in de Oekraïne. De blinde fabrikant Otto Weidt en de aristocratische gravin Von Maltzan werden in 1971 en 1987 als Rechtvaardigen erkend, onder meer voor het beschutten van joden in de Berlijnse werkplaatsen en het in veiligheid brengen van Duitse joden in het neutrale Zweden. Ludwig Wörl, tenslotte, was de eerste Duitser die de titel van Righteous among the Nations in ontvangst mocht nemen. Als socialist en overtuigd antinazi was hij in KL Dachau lange tijd in een verduisterde cel opgesloten, in afzondering, vastgeketend aan de grond. Door de vele slagen waren zijn nieren aangetast. Toen hij begin mei 1945 in KL Ebensee door het Amerikaanse leger werd bevrijd, had hij elf jaar in concentratiekampen doorgebracht en ontsnapte hij meermaals op het nippertje aan de dood. In de kampen bracht hij joden in veiligheid in het revier waar hij verplicht tewerkgesteld was en diende ze in de mate van het mogelijke medische zorgen toe. Voor zijn onbaatzuchtig handelen verleende Yad Vashem hem in 1963 de titel van ‘Rechtvaardige’. Wörl overleed vier jaar later, op 61-jarige leeftijd, getekend door het oorlogsleed.

De Duitse jodenhelper

Prenger sluit zijn boek af met twee beschouwende hoofdstukken. In het eerste biedt hij de lezer, op basis van bestaand historisch en psychologisch onderzoek, een prosopografie (of collectieve biografie) van de Duitse jodenhelper aan. Hoewel sommigen zich door hun religie lieten inspireren bij het aanbieden van hulp, lijkt godsdienst als dusdanig hun gedrag niet te verklaren; wellicht deed gevoelloosheid dat evenmin. Experimenteel onderzoek suggereert daarentegen dat hulpvaardigheid afneemt als die in strijd is met opdrachten die snel afgehandeld moeten worden. Hulp wordt vooral verleend, zo geven bijkomende onderzoeksgegevens aan, als men zich bij de hulpbehoevende betrokken voelt, of omdat de hulpverstrekkers het als een sociale plicht beschouwen. Een strenge opvoeding met overmatig straffen heeft daarentegen een negatieve impact op hulpvaardigheid. In de gelegenheid verkeren om mensen veilig op te vangen werkt daarentegen eerder stimulerend.

Schindler's List
Schindler’s List
De grootste groep jodenhelpers bestond uit mannen van veertig tot zestig jaar. Sommigen hielpen om principiële redenen, anderen uit persoonlijke motivatie. De gemiddelde redder was zich bewust van de hulpbehoevendheid van het slachtoffer, had de gelegenheid om te helpen en had vaak het gevoel dat hij de enige was die hulp kon of zou aanbieden. In het laatste hoofdstuk beschrijft de auteur hoe sommige Duitse jodenhelpers na de oorlog door hun landgenoten werden uitgespuwd, ten dele omdat hun gedrag duidelijk maakte dat verzet tegen het naziregime wel degelijk mogelijk was. De omgang van de Duitse bevolking met haar verleden was en blijft een heikel punt. Nu en dan komt die Vergangenheitsbewältigung in een stroomversnelling – films zoals Schindler’s List (Steven Spielberg, 1993) kunnen daarbij volgens de auteur een wezenlijke rol spelen.

Opzet

Het oordeel over de waarde en kwaliteit van Prengers monografie hangt – zoals zo vaak – af van het petje dat de beoordelaar opzet. Als men zich in de toga van de academicus hult, kan men opmerken dat Prenger weliswaar de herkomst van de letterlijke citaten in voetnoot vermeldt, zoals het hoort, maar dat de auteur dat voor beweringen met een feitelijk karakter vaak niet doet. Dat 115.000 joden Duitsland verlieten na de Reichskristallnacht (p. 85), dat het protest van 40.000 demonstranten op 8 mei 1939 door antisemitisme was ingegeven (p. 97), dat honderden met tyfus besmette zieken uit blok 20 van Auschwitz werden vergast, omdat het kamppersoneel infectie met de dodelijke ziekte vreesde (p. 254-255) of dat Ludwig Wörl door de Politische Abteilung van Auschwitz berecht zou zijn voor ‘verhindering van vergassingen’ (p. 260) zijn uitspraken die een bron of een studie vergen, zodat de lezer zich van de herkomst, de context en de waarachtigheid kan vergewissen.

Academici zullen tevens opmerken dat een bron niet enkel een citaat of een parafrase behoeft, maar ook een minutieuze contextualisering en beoordeling – afwegingen die in het boek nu en dan niet op hun scherpst zijn. Zo bestaan meerdere tekstversies van Hitlers toespraak voor zijn generaals (22 augustus 1939) op de Obersalzberg (waarin hij zich volgens één versie retorisch zou hebben laten ontvallen: “Djenghis Khan heeft miljoenen vrouwen en kinderen de dood in gejaagd. Wie spreekt vandaag nog over de vernietiging van de Armeniërs?”), elk met hun eigen overleveringsgeschiedenis en met belangrijke inhoudelijke verschillen, en het vaakst aangehaalde citaat uit één versie (niet helemaal correct geciteerd door de auteur, “Wie heeft het tenslotte tegenwoordig nog over de Armeense genocide,” p. 80, cursivering toegevoegd) is niet per definitie het meest betrouwbare.3 Ook zullen academici zich wellicht de vraag stellen waarom enkele gezagvolle studies over behandelde deelthema’s niet werden geraadpleegd: Jonathan Kirsch’ uitstekende biografie van Herschel Grynszpan (de jongeman, wiens aanslag op Ernst vom Rath aan de basis lag van de Novemberpogrom) uit 2013, Timothy Rybacks monografie van de begindagen van Konzentrationslager Dachau uit 2015, of Ernst Klee’s lexicon van personen die gewild of ongewild de geschiedenis van KL Auschwitz vorm gaven (met daarin een kritisch artikel over Ludwig Wörl) uit 2013.4

Hoewel de historische methode (de heuristiek, de kritiek en de annotatie) dus niet altijd nauwgezet werd gevolgd, dient meteen opgemerkt te worden dat zelfs de hyperkritische muggenzifters het moeilijk zullen krijgen fouten in Prengers relaas aan te wijzen. Wellicht was het ook niet de bedoeling van de auteur om een hermetisch boek vol verwijzingen naar moeilijk terug te vinden vakliteratuur en archivalische documenten neer te pennen voor een selecte club van experts. Wie daarentegen de bril opzet van de breed geïnteresseerde leerling of student, van de leergierige huisvader of de leeslustige bibliotheekbezoeker, die op zoek is naar vlot geschreven, goed onderbouwde en toegankelijke verhalen uit het verleden, naar weinig bekende historische episodes waarin velen van ons zich kunnen (of willen) herkennen, die vindt in In de schaduw van Schindler zeker zijn gading. Ook wie zich beroepshalve over de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog buigt zal moeten erkennen dat de beschreven historische actoren en hun rol in het verleden hem onbekend waren, of hooguit een vaag gevoel van herkenning opriepen. Dit lijkt me dan ook de grote sterkte van Prengers boek en oeuvre: hij richt de schijnwerpers op personages en verhalen die al lang in de vergetelheid zijn geraakt, of die in de schaduw van meer gecommercialiseerde en gemediatiseerde figuren terecht zijn gekomen (zoals de ondertitel terecht aangeeft).

Ook de gebruikte bronnen zullen bij het brede publiek vrijwel onbekend zijn: de memoires van Inge Deutschkron (de jongedame die in de blindenwerkplaats van Otto Weidt bescherming vond), het interview van Douglas Huneke met Hermann Friedrich Gräbe, de brieven van Armin Wegner uit de maanden en jaren kort na de nationaalsocialistische machtsovername, en de herinneringen van Gräfin Maria von Maltzan (2011) en kapitein Gustav Schröder (1949). Prenger wekt de bronnen terug tot leven en vormt ze om tot verhalen die nu eens ontroerend, dan weer spannend, geruststellend of gewoon boeiend zijn. En dat is een bijzondere verdienste op zich.

In de schaduw van Schindler - Kevin Prenger
In de schaduw van Schindler – Kevin Prenger
Eerder dan naar de historische precisie of de leesbaarheid van de verhalen zullen sommige lezers ongetwijfeld vragen stellen naar de boodschap die uit het boek naar voor komt. Als Prengers studie ons iets bijleert over de Duitse jodenhelpers, wat kunnen we daar in de toekomst dan mee aanvangen? Wie de hoed van de moralist of ethicus opzet, zal vooral geïnteresseerd zijn in de lessen die we uit de vertelde verhalen kunnen trekken. Wat zegt het boek ons over basiswaarden, over deugden, over de mens, en over de sociale context die het handelen vormgeeft? Wat blijft over van het concept ‘heldendom’, als we aannemen dat “angstige mensen dapper kunnen zijn, zo[als] slechte mensen ook moedig [kunnen] handelen” (p. 291)? Wat is het statuut van individuele vrijheid, als jodenhelpers in actie kwamen door “een complex samenspel van allerlei omstandigheden en persoonlijke factoren,” zoals de auteur betoogt (p. 296). Hoe geruststellend is de idee dat in elk van ons een altruïst schuilt, als onbaatzuchtig handelen door de maatschappelijke context op zijn minst sterk belemmerd en in een aantal gevallen zelfs onmogelijk gemaakt kan worden?

In ieder geval, stelt Prenger, tonen de initiatieven van de door hem bestudeerde jodenhelpers aan dat verzet ook in erg repressieve samenlevingen mogelijk blijft, en dat niet iedereen zonder meer de ogen sluit of het daderschap verkiest (p. 296-297). Als zijn slotzin enkele lezers, over leeftijdsgrenzen en sociale barrières heen, kan inspireren, dan heeft de auteur zijn doel waarschijnlijk meer dan bereikt:

“De Tweede Wereldoorlog en de Holocaust liggen inmiddels lang achter ons, maar de humanitaire waarden die de Rechtvaardigen uit Duitsland en uit andere landen vertegenwoordigen zijn nog net zo belangrijk en navolgenswaardig als toen” (p. 302).

~ Fabian Van Samang

Boek: In de schaduw van Schindler – Kevin Prenger

Bekijk dit boek bij:

Bekijk dit boek bij Historiek Geschiedenisboeken

Noten

1 – Albright, Madeleine. Praagse winter. Het verhaal van mijn jeugd in oorlogstijd, 1937-1948. Amsterdam: Ambo/Anthos Uitgevers, 2012, 445 p. (citaat p. 395).
2 – “Names of Righteous by Country,” yadvashem.org (statistieken van 1 januari 2021).
3 – Zie: Baumgart, Winfried. “Zur Ansprache Hitlers vor den Führern der Wehrmacht am 22. August 1939. Eine Quellenkritische Untersuchung,“ Vierteljahrshefte für Zeitgeschichte, 16 (1968: 2), 120-149; zie ook: Van Samang, Fabian. „When words kill. Armenians, Jews and the Nature of Genocidal Discourse,“ in: Julian Walker en Christophe Declercq, eds. Multilingual environments in the Great War. Londen: Bloomsbury Publishing, 2021, pp. 213-225.
4 – Kirsch, Jonathan. The short, strange life of Herschel Grynszpan. A boy avenger, a Nazi diplomat and a murder in Paris. New York en Londen: Liveright Publishing Corporation, 2013, 336 p.; Ryback, Timothy W. Hitlers eerste slachtoffers. Hoe de Holocaust begon en door één man bijna voorkomen werd. Amsterdam: Hollands Diep, 2015, 317 p.; “Wörl, Ludwig,” in: Ernst Klee, ed. Auschwitz. Täter, Gehilfen, Opfer und was aus ihnen wurde. Ein Personenlexikon. Frankfurt am Main: Fischer Verlag, 2013, p. 411.
Vorige verhaal

Hoe mevrouw Sapiens haar plaats opeist in de prehistorie

Volgende verhaal

Hoe een “akelig” schilderij uitgroeide tot universele aanklacht tegen oorlog

×