In de uithoeken van de wereld heersten ‘monsterlijke menssoorten en koppensnellers’

De verre uithoeken van de bekende wereld
6 minuten leestijd
De verre uithoeken van de bekende wereld
De verre uithoeken van de bekende wereld, fragment van de cover
Nadat de dichter Ovidius uit Rome was verbannen naar een buitenpost aan de Zwarte Zee, treurde hij over de grimmige en barbaarse omgeving waarin hij was beland. Zoals veel van zijn landgenoten dacht Ovidius dat de beschaafde wereld ophield bij de uithoeken van het rijk. Maar was Ovidius’ ballingsoord werkelijk zo erg als hij beweerde? Dankzij archeologische opgravingen weten we nu dat het bruiste van het leven aan de randen van Egypte, Griekenland en het Romeinse Rijk, met bloeiende handel en culturele uitwisseling. In het boek De verre uithoeken van de bekende wereld. Een nieuwe geschiedenis van de oude beschavingen, dat deze week bij uitgeverij Nieuw Amsterdam verschijnt, neemt Owen Rees de lezer mee op reis naar de uithoeken van de toenmalig bekende wereld. Op Historiek plaatsen we een fragment over de bijzondere verhalen die soms rond gingen.

Voorbij de bekende wereld

Alle Grieken beschouwen u als wijs en u staat in hoog aanzien. Maar als u nog in die verre uithoek van de wereld zou wonen, zou er niet over u gesproken worden.

Zo spreekt de Griekse held Jason tot zijn vrouw Medea, die hij meenam uit de afgelegen streek Colchis nadat zij hem alle middelen had gegeven voor het volbrengen van zijn pogingen om het Gulden Vlies op haar vader, koning Aietes, te veroveren. In deze beknopte passage in de tragedie Medea van de Griekse toneelschrijver Euripides uit de vijfde eeuw v.Chr., verwoordt Jason een hardnekkige opvatting over het leven in de uithoeken van de wereld.

Kaart van Mercator van Colchis, met links de zwarte zee.
Kaart van Mercator van Colchis, met links de zwarte zee.

Volgens veel klassieke auteurs waren die uithoeken het domein van monsterlijke mensensoorten. Libië was het land van Medusa en haar Gorgonenzusters, India was bevolkt met mannen die hun overleden vaders opaten als uiting van respect, en noordelijke landen zoals Gallië en Scythië zaten vol met koppensnellers en kannibalen. Dit waren ook de streken waar de wereldorde werd omgedraaid, waar vrouwen macht hadden en naast de mannen in legers vochten. Het meest extreem in de uithoeken van de bekende wereld waren de Amazonen, vrouwelijke krijgers die mannen uit hun samenleving weerden.

‘Het land Colchis lag tussen twee werelden’

Wat Jason met zijn woorden bedoelt is duidelijk: door Medea mee te nemen uit Colchis, in een uithoek van de toen bekende wereld, had hij haar uit een barbaars leven bevrijd. Ondanks de ontberingen die ze nu moest doorstaan als alleenstaande moeder van Jasons twee zonen, verlaten door haar man die een nieuwe vrouw had gevonden, deed dit geen afbreuk aan de vele voordelen die het haar al die jaren daarvoor had opgeleverd toen hij haar weghaalde uit het paleis van haar vader. Het land Colchis lag aan de oostkust van de Pontus Euxinus, oftewel de Gastvrije Zee, tegenwoordig beter bekend als de Zwarte Zee. Jasons beschrijving van Medea’s thuisland in de uithoek van de wereld is niet zomaar een poëtische overdrijving, maar weerspiegelt eigenlijk een bredere Griekse kijk op de regio. Colchis lag net ten zuiden van het Kaukasusgebergte, waar de oppermachtige god Zeus de titaan Prometheus aan een rots vastbond omdat hij het vuur van de goden had gestolen om aan de mensheid te geven. Elke dag werd zijn lever aangevreten door een adelaar. Het land Colchis lag tussen twee werelden. De rivier de Phasis liep erdoorheen en werd door schrijvers uit de oudheid beschouwd als de natuurlijke grens tussen Europa en Azië, vergelijkbaar met de Nijl die Azië scheidde van Libië − wat we nu als de rest van Afrika zouden beschouwen.

Herodotus (Publiek Domein - wiki)
Herodotus
De bevolking van Colchis was zelf legendarisch. De Griekse dichter Pindarus uit de vijfde eeuw v.Chr. beschreef de Colchiërs als ‘donkerhuidig’ en zijn tijdgenoot Herodotus van Halicarnassus, de ‘vader van de geschiedenis’, heeft het over de gelijkenis tussen de Colchiërs en de Egyptenaren. Herodotus gaat zelfs zover dat hij een verhaal verzint waarbij enkele soldaten uit het leger van de Egyptische farao Sesostris, die op campagne zou zijn geweest tot in Scythië en Thracië, in de regio achterbleven en zo het volk van Colchis werden. Herodotus gebruikt dit nepverhaal om bepaalde karaktertrekken en gewoonten van het Colchische volk te verklaren: hun donkere huid, hun ‘wollige’ haar en hun traditie van de besnijdenis. Historici geloven niets van wat Herodotus hierover zegt.

Eeuwen later beschreef de eerste-eeuwse Romeinse geograaf Strabo de bewoners rond de Zwarte Zee in vage Romeinse termen, maar het beeld dat hij schetst is duidelijk. De ‘Scythen’ zijn een volk dat in andere bronnen uitgebreider beschreven wordt, maar voor nu is het belangrijk om op te merken dat Griekse en Romeinse schrijvers erg inconsequent waren in hun etikettering van stammen en volkeren. Ze groepeerden regelmatig mensen die niet noodzakelijkerwijs een culturele of etnische eenheid vormden zoals wij die definiëren. Zo beschrijft Strabo de Zwarte Zee, vóór de Griekse kolonisatie:

[Hij] werd Axenus [of de ongastvrije zee] genoemd vanwege zijn stormachtige wateren en de woeste aard van de volkeren die er leefden, in het bijzonder de Scythen die vreemdelingen offerden, hun vlees aten en hun schedels als drinkbeker gebruikten.

Scythisch strijders volgens een reconstructie
Scythisch strijders volgens een reconstructie
Voor Strabo waren de Scythen slechts één van de vele volken die rond de Zwarte Zee leefden. Ook al zet hij de Scythen neer als de meest barbaarse van deze gemeenschappen, hij is niet veel vriendelijker voor de andere stammen. De geschiedschrijver Appianus uit de tweede eeuw n.Chr. beschrijft de Colchiërs op soortgelijke wijze door ze aan te duiden als een ‘oorlogszuchtig volk’, wat vaak een code is voor barbaarse samenlevingen, vooral in het noorden.

De ironie is dat er Grieken in Colchis woonden. Ongetwijfeld dachten de schrijvers die de regio beschreven niet aan de Griekse inwoners, maar het roept wel de vraag op: als het land zo geïsoleerd was en de mensen zo barbaars, wat deden de Grieken daar dan? En, nog belangrijker, wat vonden ze van hun buren? Colchis, evenals een groot deel van de Zwarte Zee, zag van de zevende tot de zesde eeuw v.Chr. Griekse kooplieden en kolonisten arriveren. De naam van de belangrijkste rivier in de regio, de Phasis, was ook de naam van een Griekse stad die was gesticht om te profiteren van een netwerk van onderling verbonden rivieren die door Colchis kronkelden. Het gebied was misschien niet puur Grieks, maar er waren zeker nederzettingen met Griekse bewoners die het hun thuis noemden.

Aan het begin van de vierde eeuw v.Chr. trok een Grieks leger van huurlingen, bekend als de Tienduizend, het land Colchis binnen als onderdeel van hun lange terugtocht uit Babylonië na hun nederlaag in de Slag bij Cunaxa (401 v.Chr.). Zoals elk leger in die tijd, begonnen de Grieken met het plunderen van de omgeving voor voedsel en buit. Ze waren gelegerd in het Griekse stadje Trapezus, waar de inwoners probeerden een markt op te zetten waar de huurlingen voedsel en proviand konden kopen. Voor de Tienduizend was het plunderen van het barbaarse Colchis een tweede natuur, daarom zijn de acties van de Grieken van Trapezus bijzonder verhelderend:

En de Trapezuntiërs zetten een markt op voor het leger, ontvingen de Grieken vriendelijk en gaven hun ossen, gerstemeel en wijn als welkomstgeschenken. Ze namen ook deel aan onderhandelingen met de Grieken namens de naburige Colchiërs, die merendeels op de vlakte woonden, en ook van deze mensen ontvingen de Grieken ossen als welkomstgeschenk.

Door op te treden als onderhandelaars, mediators als het ware, tussen het Griekse leger en de niet-Griekse inwoners, benadrukten de mensen van Trapezus de noodzaak van lokale samenwerking. Om zo ver van het Griekse vasteland te overleven, en om handel te kunnen drijven, was het voor de Grieken belangrijk om goed om te gaan met de bewoners ter plaatse. Het huurlingenleger verstoorde het lokale evenwicht. Ze behandelden de regio alsof die in een uithoek van de wereld lag, en de bewoners barbaren waren en geen respect verdienden. Maar de mensen van Trapezus wisten wel beter, en door de Colchiërs met een beetje waardigheid te behandelen, zo vertelt Xenophon, werden de bezoekers beloond met ossen.

De verre uithoeken van de bekende wereld
 
Voor beschavingen die sterk geloofden in hun eigen culturele superioriteit, zoals de oude Egyptenaren, de Atheners en de Romeinen, gold dat hoe verder je verwijderd was van het centrum van die samenleving, hoe verder je verwijderd was van de beschaving zelf. Voor een lid van de Romeinse elite was Rome het kloppend hart van hun wereld, een baken van Romeinse idealen en culturele gebruiken. Hoewel het thuisland in de praktijk zelden aan deze normen voldeed, krijg je sterk de indruk dat weggezonden worden uit Rome op zich al een verschrikkelijke straf was, vooral voor een lid van de Romeinse sociale elite. Net als in het klassieke Athene, waar individuen voor tien jaar konden worden verbannen (ostracisme, of schervengericht), konden ook Romeinse keizers personen die uit de gratie waren gevallen straffen met verbanning.

Vertaling Aad Janssen en Joost Pollmann

Owen Rees is historicus, gespecialiseerd in de klassieke oudheid. Hij was verbonden aan de universiteit van Nottingham en werkt tegenwoordig aan de Birmingham Newman University. Rees is oprichter en hoofdredacteur van BadAncient.com, een online community van experts die wijdverspreide aannames over de oudheid factchecken.

Reageer

Abonneer
Stuur mij een e-mail bij
guest
2000
0 Reacties
Oudste
Nieuwste Meest gestemd
Inline feedbacks
Bekijk alle reacties

Gratis geschiedenismagazine

Ontvang, net als ruim 56.000 anderen, iedere week de gratis nieuwsbrief van Historiek:
0
Reageren?x
×