StudieboekenStudieboeken

Jacob Kats, agitator voor een betere wereld

Omwentelingen en revoltes waren schering en inslag in het Europa van de eerste helft van de negentiende eeuw. De roep om een nieuwe samenleving weerklonk in de kranten, in debatclubs, op meetings, in manifestaties maar ook in theaters en poppenspelen. Eén van de Belgische figuren die de grote trom roerde, was duizendpoot Jacob Kats (1804-1886). Kats was wever, maar ook onderwijzer, tabakswinkelier, schrijver, journalist, toneelauteur, acteur en regisseur. Hij ijverde vooral voor een rechtvaardigere en sociale maatschappij en deed dat zelfs in het Nederlands in die toenmalige Belgique à papa.

Ja, slaven zyn de meeste menschen; zoo als slaven van de edelen, slaven van de priesters, slaven van het bygeloof en slaven van het goud. Wie is dan vry? Helaes, ik ken er geene en evenwel hebben wy in het jaer 1830 voor onze vryheyd gestreden, en wy hebben gewonnen, en in volle victorie de boomen van libertyd in geheel Belgeland mogen planten.

Historisch bly- en Tooneelspel; de vyanden van het licht of de tegenwerkingen van den Maetschappy der verbroedering
Historisch bly- en Tooneelspel; de vyanden van het licht of de tegenwerkingen van den Maetschappy der verbroedering (Google Books)
Zo klinken de eerste zinnen van het Historisch bly- en Tooneelspel; de vyanden van het licht of de tegenwerkingen van den Maetschappy der verbroedering. Jacob Kats pende de klucht in 1836. Het is één van de voorbeelden hoe het Verlichtingsdenken ook Jacob Kats, toch van huize uit geen intellectueel, had ingepakt. De ‘proleet’ was immers een spreekbuis van de progressieve beweging waarover prof. Em. Els Witte het boek De Belgische Republikeinen; Radicalen tussen twee revoluties 1830-1850 schreef.

Jacob Kats (met een K, niet zoals zijn 16e-17e-eeuwse ‘Haagse’ collega-schrijver met een C) werd in 1804 in Antwerpen geboren. Zijn vader was een Nederlandse militair van wie verteld wordt dat hij een duel in zijn vaderland ontvluchtte. Als zesjarig kind zou de jonge Jacob als wever in Lier aan de slag zijn gegaan en later ook in Brussel, waar het gezin zich in 1819 vestigde. In de hoofdstad volgde hij gratis avondlessen en werd hij onderwijzer. Het doorgeven van kennis, de Verlichtingsideeën promoten, is een rode draad in zijn leven. Amper drie jaar na de Belgische onafhankelijkheid richtte hij in 1833 al de Maetschappij der Verbroedering op. In augustus 1836 hield Kats in de herberg Het Wit Peerd in de Fabriekstraat, hartje Brussel, zijn eerste ‘meeting’ voor arbeiders. Daar, in een voormalige vrijmetselaarsloge, had de katholieke priester Charles Helsen een eigen schismatieke kerk opgericht. Hij fulmineerde er tegen de rijkdom van de reguliere religieuze macht en pleitte voor een degelijk bestaan voor de arbeiders. Dat discours viel niet in dovemans oren bij Kats en bij de republikeins-radicalen als Alexandre Gendebien en Lucien Jottrand, mede-aanstichters van de Belgische revolutie.

De sociaaleconomische maar ook de taalkundige mistoestanden in het kersverse België waren terugkerende thema’s in Kats’ meetings. Bijeenkomsten en debatten die – meestal op zondag – drie à vierhonderd luisteraars lokten. Soms was de helft ervan vrouw. Zoals zijn Franstalige advocaat, mentor, financier en sympathisant Lucien Jottrand schrijft:

“Wij werken mee aan de emancipatie van de arbeidersklasse en we willen een tegengewicht bieden aan de macht van de financiers en de grondbezitters die zich ten koste van ons verrijken.” (citaat uit het boek van Els Witte)

Kats vertaalde – letterlijk en figuurlijk – het gedachtegoed van de Belgische republikeinen. Maar hij was ook de eigentijdse woordvoerder van verzuchtingen van het ‘proletariaat’, voor betere werk- en leefomstandigheden, voor stemrecht, voor bestaansrecht.

Populaire protestontmoetingen hield Kats ook in de kroeg ‘In den blauwen Lemmen’ (in het Blauwe Schaap). Dat bierhuis bestaat nog in de Marollen, de Brusselse populaire wijk, nu op de hoek van de dagelijkse rommelmarkt op het Vossenplein, de ‘Oude Markt’ in de volksmond. In haar tijd was die drankgelegenheid gevestigd aan de Kapellekerk. Het was in dat estaminet dat Kats in 1848 mee de Belgische Liga voor het Algemeen Stemrecht oprichtte. Stemrecht voor alle… mannen was de eis van de republikeins-radicalen die aan de basis lagen van de opstand (en de latere onafhankelijkheid) in 1830. Maar zoals die progressieve woelwaters was Kats ontgoocheld in het gebrek aan succes van de revolutie van 1830 en de Europese revoltes van 1848.

“Kats baseert zich op volkssoevereiniteit. Alle macht komt van het volk en moet door het volk uitgeoefend worden. Een koning is dus totaal overbodig en is niets meer dan een eerste ambtenaar.” (citaat uit het boek van Els Witte)

Kats had heftig geijverd voor dat revolutionaire elan, voor gelijkheid en solidariteit en dat via verschillende spreekbuizen: de krant Den Waren Volksvriend die hij tussen 1836 en 1839 uitgaf, nadien Het boek des Volks (1840). In die eerste krant publiceerde hij het vervolgverhaal ‘t Wonderjaer van Hendrik Conscience. Nog een krant kon in 1847 op zijn medewerking rekenen: de Brüsseler Zeitung, de krant met als roemruchte redacteuren… Karl Marx en Friedrich Engels.

Volksontwikkelingswerk

In het ‘Brabants-Nederlands’ – soms met dialectische pointes – roerde Kats zich als ‘een duivel in een wijwatervat’, spetterend met satirische volksliedjes, polemische brochures en volksalmanakken. Hij nam deel aan het Nederlands Letterkundig Congres van 1851 in Brussel. Daar pleitte Kats voor volksbibliotheken en voor een Vlaamse afdeling van de Maatschappij tot Nut van ‘t Algemeen, de organisatie voor volksontwikkelingswerk van de Nederlandse doopsgezinde predikant Jan Nieuwenhuyzen (gesticht in Monnikendam in 1784).

Taal = sociaal, dat was voor Jacob Kats al in het begin van de negentiende eeuw kristalklaar. De emancipatie van de arbeiders en hun sociale strijd waren gekoppeld aan een bewustzijn van hun taalkundige onderdrukking. Zoals hij de bedoeling van een van zijn toneelstukken omschrijft:

“De verdrukking der grooten en de bedriegeryen der priesters aen te toonen; om de oogen van onze arme burgers, boeren en werklieden te openen.”

Maar die arbeidersopvoeding entte zich op burgerlijke deftigheid: geen drankzucht, geen promiscuïteit, wel beheersing en goed gedrag.

“We moeten elkaar tot deugd en matigheid aanzetten of anders zijn we verloren en worden we door de maatschappij verworpen.” (citaat uit het boek van Els Witte)

Prent van Pierlala, één van de belangrijke figuren in het werk van Jacob Kats
Prent van Pierlala, één van de belangrijke figuren in het werk van Jacob Kats – ©cidepasbl = Centre d’Information de Documentation et d’Etude du Patrimoine, Brussel

Toch bekeek de overheid Kats’ bezigheden met argwaan en werden hem stokken in de wielen gestoken: roddels, provocaties, intimidaties van zaalverhuurders en georkestreerde opstoten… Kats werd regelmatig opgepakt en opgesloten in de gevangenis. Na 1848 was de fut er dan ook wat uit maar toch blijft Kats schrijven. Een van die stukken was Pier-la-la Pier-la-la, een kluchtspel met zang in één bedrijf. Met als motto:

“Wie lachend het licht verspreidt, ook het volk tot waarheid leidt.”

Het stuk, gebaseerd op een volkse overlevering uit de late middeleeuwen, vertelt over een snaakse schelm, een soort Tijl Uilenspiegel, die zijn eigen dood in scène zet en dan opnieuw ‘verrijst’. In 1854 werd Kats’ versie met succes gespeeld in Le Théâtre Royal du Parc. Of zoals de krant l’Indépendance belge meldt, de Schouwburg der Warande (De Warande was de plek van de onafhankelijkheidsgevechten van 1830). De uitvoering was in handen van de groep Toneel der Volksbeschaving. Onverbeterlijke Kats had dat genootschap in 1853 gesticht. Hij was er multi-inzetbaar: als auteur, als acteur, als regisseur en als directeur. Peter Benoit was er componist en dirigent. Vier jaar later versmelt het gezelschap met zes andere Brusselse toneelkringen tot Vlaemsch Tooneelverbond, dat geen lang leven beschoren is.

Toneel was voor Kats een probaat middel om zijn maatschappelijke ideeën naar een groot publiek te brengen. Met een mengeling van volkse humor, politieke egalitaire ideeën, volks- en Vlaamsgezindheid en arbeiders als acteurs, kenden zijn opvoeringen behoorlijk wat succes maar er ontstonden ook relletjes, soms uitgelokt door de politie. Kats werd opgepakt. Meermaals. En de Staatsveiligheid volgde hem met argusogen.

Félicien Rops
Félicien Rops (Publiek Domein – wiki)
Desalniettemin heeft Kats ook wel een ‘fanclub’. In de populaire muziek duikt zijn naam her en der op. Pierlala is nog altijd een populaire volksheld op de Gentse feesten, nu gespeeld door Luk De Bruyker. En niemand minder dan de beroemde Waalse grafische kunstenaar Félicien Rops spreekt meermaals zijn bewondering uit voor de Nederlandstalige Kats. Als kind – beweerde Rops – lag hij op zijn buik op het tapijt in de boeken van Kats te bladeren, terwijl zijn vader musiceerde. In zijn satirisch boekje Manneken Pis au Salon (1860) citeert hij Kats:

Het een is goet, het ander slecht
Het een is crom, het ander recht
Het een is dwaes, het ander wys
Het een is fray, het ander vys
Hier comt van als wat uyt den hoeck
Of anders waert gheen grillen BOECK

Maar de grootste inspiratie haalde Rops voor zijn eigen satirische krant Uylenspiegel, waaraan hij in 1856 de erfenis van zijn vader spendeerde. Uilenspiegel was een populaire volksheld in de negentiende eeuw… Tussen 1835 en 1838 had Jacob Kats al een Nederlandstalig zondagsblad Uylenspiegel uitgebouwd, met als achterliggende ‘radicale’ opzet:

Alle menschen zyn broeders en zusters.

~ Eliane Van den Ende
Historicus en cultuurjournaliste

Boek: Belgische Republikeinen; Radicalen tussen twee revoluties 1830-1850 – Els Witte
Ook interessant: Waarom werd België in 1830 geen republiek?


Verder speuren:

Bekijk ook onze uitgebreide onderwerpenlijst of het personenregister


Uit het archief:

Meer tips ➱