Jubelpark in Brussel: geschiedenis, beelden en musea

Parc du Cinquantenaire
7 minuten leestijd
De triomfboog van het Jubelpark (CC BY-SA 3.0 - Ben2 - wiki)
De triomfboog van het Jubelpark (CC BY-SA 3.0 - Ben2 - wiki)

Het Jubelpark in Brussel – in het Frans bekend als Parc du Cinquantenaire (letterlijke vertaling voor ‘vijftigjarige’) – is nauw verbonden met koning Leopold II. Het monumentale stadspark werd aangelegd ter ere van vijftig jaar Belgische onafhankelijkheid en groeide uit tot een belangrijke cultuurhistorische locatie.

Toch is de benaming ‘Jubelpark’ niet de oorspronkelijke naam van deze site. Eén en ander neemt niet weg dat deze groene zone in Brussel ondertussen een culturele trekpleister van formaat is, waar zowel op architecturaal als op kunsthistorisch vlak heel wat te beleven valt.

Tot voor 1875 sprak men over dit terrein, dat nu in toeristische folders en brochures wordt aangeduid als het Jubelpark, van de Linthoutvlakte. Deze vlakte werd in de negentiende eeuw gebruikt als oefenterrein door de Burgerwacht, een semi-militaire organisatie bestaande uit vrijwilligers die naast de relatief kleine reguliere krijgsmacht van het toen nog prille België moest instaan voor de veiligheid van het land. Nadien werd de omgeving meer en meer gebruikt als terrein voor het organiseren van allerlei exposities en zelfs wereldtentoonstellingen, onder meer de nationale tentoonstelling van 1880 en de wereldtentoonstellingen van 1888 en 1897.

Onder impuls van de koning-architect, Leopold II (1835-1909), werd de Linthoutvlakte al heel vlug herschapen in een gigantische bouwwerf. Naar aanleiding van de vijftigste verjaardag van het onafhankelijk België wou Leopold II immers naar analogie van de lichtstad Parijs (zie ook: Architecturale affiniteit tussen Brussel en Parijs) hier een enorme triomfboog bouwen samen met dito hallen en gebouwen in een zowaar eclectische stijl. Het geheel moest de grandeur van België benadrukken en natuurlijk ook, hoe kon het anders, dat van zijn vorst: Leopold II.

Al in 1872 maakte de architect Gédéon Bordiau (1832-1904) de eerste plannen. Zijn ontwerp voorzag naast een monumentale triomfboog, geïnspireerd op het antieke Rome, in twee grote tentoonstellingshallen, naar analogie van het South-Kessington museum in Londen.

Leopold II
Het project kwam echter letterlijk en figuurlijk moeilijk van de grond en in 1880 moest men zich noodgedwongen tevreden stellen met een houten en gipsen constructie van een triomfboog voorzien van slechts één enkele doorgang.

Pas tien jaar later, in 1890, kon Leopold II de eerste steen leggen van het definitieve complex. Initieel moest alles opnieuw klaar zijn voor de geplande wereldtentoonstelling van 1897. Ondertussen was Bordiau oud en ziek geworden en werd hij opgevolgd door de Franse architect Charles Girault (1851-1932) die het ‘Petit Palais’ op de Champs Elysées in Parijs had gebouwd. Girault veranderde de oorspronkelijke plannen van Bordiau drastisch en opteerde om van een triomfboog met één doorgang over te stappen naar één met drie doorgangen.

De triomfboog
450 arbeiders werkten, zeven dagen op zeven, dag en nacht aan de boog. De werf werd ’s nachts elektrisch verlicht, wat op dat moment een unicum was in Europa. Drie rollende hangbruggen, gemonteerd op stellingen, maakten het mogelijk tegelijkertijd op drie verschillende niveaus te werken. Iets wat voor die tijd zeer innovatief was. Zodoende werd de werf zelf als het ware een attractie op zichzelf.

Toch was het geheel pas klaar in 1905. En eigenlijk werd de benaming ‘Cinquantenaire’ dus achterhaald. De bouwwerken waren pas 75 jaar na de onafhankelijkheid van België klaar.

Bovenaan de triomfboog van Leopold II zien we de realisatie van de beeldhouwers Thomas Vincotte (1850-1925) en Jules Lagae (1862-1931), namelijk een quadriga of vierspan dat de provincie Brabant symboliseert omgeven door de goden Mercurius en Apollo; aan het voeteinde van het vierspan een wapenschild van België door de beeldhouwer Julien Dillens (1849-1904), geflankeerd aan de rechterzijde door voorstellingen van ‘Eendracht en Gerechtigheid’, en aan de linkerzijde ‘Recht en Macht’.

Onderaan, aan de voet van de triomfboog, zijn allegorische beeldsculpturen te zien die de toenmalige overige acht provinciën van België voorstellen, deze zijn onder meer het werk van Charles Van der Stappen (1843-1910) en Jef Lambeaux (1852-1908).

Beelden en gebouwen in het Jubelpark

Beeldhouwwerken en sculpturen

De “Doornikse Toren”

Deze toren is een restant van de nationale tentoonstelling van 1880 en diende toen als promotie voor Doorniks blauw hardsteen. Het is een ontwerp van de architect Hendrik Beyaert (1823-1894), de man die eveneens de Hallepoort in Brussel restaureerde en die de Belgen onbewust nog wel kennen omdat zijn afbeelding op de vroegere bankbiljetten van 100 BEF prijkte.

De sculptuur “De Maaier”:

Les Bâtisseurs de Villes – Charles Van der Stappen
Het standbeeld ‘De Maaier’, is een werk van de beeldhouwer, schilder en graficus Constantin Meunier (1831-1905). Meunier was een artistieke duizendpoot en ook hij is indirect bij veel Belgen bekend. Meunier ontwierp het beeld van de mijnwerker op het voormalig Belgische muntstuk van 50 centiem BEF.

Het beeld “De stedenbouwers”

Deze bronzen sculptuur stelt twee steenbakkers voor tijdens hun middagpauze en is het werk van Charles Van der Stappen, dezelfde kunstenaar die ook de “Mysterieuze sfinx” ontwierp (zie het artikel: “Het witte goud in de kunst”).

Het ‘Congostandbeeld’

Klik op de afbeelding voor een grotere versie
Congostandbeeld / Les pionniers belges au Congo – Thomas Vinçotte, 1921
Deze vrij monumentale beeldsculptuur werd ingehuldigd in 1921 door koning Albert I en is een werk van Thomas Vincotte. Onderaan wordt de Congostroom symbolisch voorgesteld door een krokodil en een zwarte vrouw. Bovenaan op het eigenlijke beeldhouwwerk zien we een beeldengroep die de dankbaarheid van de Congolezen moet uitbeelden.

Het centrale gedeelte is een bas-relief met daarop een voorstelling van de Belgische helden: zendelingen, militairen en ontdekkers die hulde brengen aan een zittende man met baard: Leopold II.

Aan de rechterkant bemerken we een beeld dat de militaire deugden symboliseert, terwijl links een Belgische officier onder de hiel van zijn laars een getulbande arabier het hoofd verplettert, hetgeen symbolisch de strijd tegen de slavenhandel moet uitbeelden. Eén en ander wordt echter de jongste jaren door de Maghrebijnse bevolking in Brussel niet echt gesmaakt, want reeds verscheidene malen werd het Franstalig verklarend onderschrift L’héroisme militaire belge anéantit l’arabe esclavagist (vertaling: De Belgische militaire heldenmoed verdelgt de Arabische slavendrijver) met hamer en beitel verwijderd. Pittig detail hierbij: de Nederlandstalige versie bleef ongemoeid…

Markante gebouwen in het park

Het ‘Paviljoen der menselijke driften’

Klik op de afbeelding voor een grotere versieHet tempelachtige gebouwtje, ietwat in een uithoek van het Jubelpark, werd ontworpen door de Gentse Art Nouveau architect Victor Horta (1861-1947). Deze liet zich bij zijn realisatie inspireren door de vroegere Griekse tempels maar realiseerde uiteindelijk een meer modernere en minder strakke uitvoering.

Het paviljoen herbergt het reliëf ‘De Menselijke driften’ van Jef Lambeaux. De 1ste versie in gips was te bewonderen op de wereldtentoonstelling van 1897. De definitieve versie, uitgevoerd in wit cararamarmer was al in 1899 af, maar slechts drie dagen te zien omwille van de negatieve reacties die er op het kunstwerk kwamen vanuit sommigen puriteinse middens. De ineengestrengelde naakte vrouwen- en mannenlichamen, een onverbloemde voorstelling van de menselijke lusten en driften, werden immers door de clerus en de goegemeente als immoreel beschouwd.

De ‘Grote Moskee’:

Wat nu bekend staat als de ‘Grote Moskee’ was oorspronkelijk het ‘Pavillon Oriental’ van de wereldtentoonstelling ‘Brussel-Tervuren’ in 1897 opgetrokken volgens de plannen van de Belgische architect Ernest Van Humbeek. Je kon er het 114 meter lang panoramisch schilderij van de Brusselse schilder Emile Wauters (1846-1933) bewonderen dat de Nijl bij Caïro voorstelde.

Toen in 1967 de Saoedische koning Faisal (1903-1975) in Brussel op bezoek kwam, kreeg hij van koning Boudewijn (1930-1993) het paviljoen ten geschenke. Na een aanzienlijke restauratie op kosten van de Saoedi’s, uitgevoerd door de Tunesische architect Boubaker, werd het gebouw in 1978 in gebruik genomen als hoofdmoskee van Brussel.

Musea en instellingen in het park

Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis (KMKG)

De oorsprong van het KMKG gaat terug tot 1835 met de oprichting van een museum in de Hallepoort. Het huidige museum in het Jubelpark omvat één van de grootste en meest omvangrijke kunstcollecties van België onderverdeeld in verschillende collecties, afkomstig van legaten, schenkingen of aankopen.

Op 60.000 m² worden zo’n 600.000 voorwerpen uitgestald. De meest tot de verbeelding sprekende zalen zijn deze van het Nabije Oosten, de Klassieke Oudheid, de Europese sierkunsten en de zaal van de niet-Europese beschavingen waarvan één van de bekendste voorwerpen ongetwijfeld het houten beeldje uit Latijns-Amerika is dat de Belgische striptekenaar Hergé (schuilnaam voor Georges Remi 1907-1983) inspireerde bij zijn Kuifjesalbum Het gebroken oor.

Naast de permanente tentoonstelling worden eveneens geregeld tijdelijke exposities ingericht. Voorts beheert het KMKG onder meer het Chinees Paviljoen, de Japanse Toren, de Hallepoort en het Muziekinstrumentenmuseum. Zie ook: www.kmkg-mrah.be

Het Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium

Ook de wetenschappelijke studie van kunstobjecten heeft sinds 1962 in het Jubelpark onderdak gevonden. Het KIK, zoals het instituut vaak wordt genoemd, staat in voor de studie, inventarisatie, conservering en restauratie van het Belgisch roerend en onroerend kunstpatrimonium. Het KIK beschikt over een fototheek, toegankelijk voor het publiek, en bevat een verzameling van meer dan één miljoen foto’s over het Belgisch artistiek erfgoed. Zie ook: www.kikirpa.be

Autoworld

Autoworld, ook wel eens het Musuem van de Automobiel genoemd, is ondergebracht in één van de hallen gebouwd voor de wereldtentoonstelling van 1897. Het museum omvat meerdere collecties en telt alles samen meer dan vijfhonderd waardevolle en uiterst zeldzame oldtimers, maar ook een interessante collectie van motorfietsen en zelfs koetsen. Zie ook: www.autoworld.be

Het Koninklijk Museum van het Leger en de Krijgsgeschiedenis

Legermuseum in het Jubelpark
Het museum werd opgericht ter gelegenheid van de wereldtentoonstelling van 1910 en in 1923 ondergebracht in het Jubelpark. Het museum telt meer dan 100.000 objecten, opgesplitst in verscheidene collecties die zowel in grootte als in diversiteit uniek zijn. De bezoeker wordt er geconfronteerd met meer dan tien eeuwen militaire krijgsgeschiedenis gaande van een indrukwekkende collectie harnassen, bewerkte degens, vuurwapens en uniformen tot hedendaagse pantsers en vliegtuigen.

In 2004 werd in het museum het ‘Forum van hedendaagse conflicten’ geopend dat de bezoeker een overzicht biedt van alle conflicten uit de twintigste eeuw. Zie ook: www.legermuseum.be

In de onmiddellijke omgeving:

Paul Gauchie huis
De beeldvorming van het Jubelpark zou onvolledig zijn, als we geen aandacht zouden besteden aan het ‘Paul Gauchie huis’ dat zich recht tegenover, in de Frankenstraat 5, het park bevindt.

Paul Cauchie (1875-1952) was één van de meest vermaarde Art Nouveau architect-decorateurs. Hij zorgde voor de heropleving van de Sgraffiti-techniek, een decoratietechniek waarbij in de pas aangebrachte pleister op de gevel lijntekeningen of patronen werden aangebracht om vervolgens ingekleurd te worden volgens de frescotechniek. Als motief werden vaak gracieuze vrouwenpersonen, gestileerd fruit of groenten gebruikt.

Het Cauchiehuis dateert van 1905 en is sinds 1975 geklasseerd. Het hoofdtafereel vertoont de negen muzen, de beschermgodinnen van kunsten en wetenschappen in de Oudgriekse mythologie.

×