Kunststad Lübeck – De Koningin van de Hanze

Wie in 1500 vanuit de Oostzee de bochtige rivier de Trave opvoer, stuitte na zo’n twintig kilometer op de vestingstad Lübeck. Het moet voor die tijd een indrukwekkend gezicht zijn geweest. Achter stevige wallen en een vierdubbele hoofdpoort staken zeven hoge spitse torens van rood baksteen de lucht in met langwerpige groenkoperen daken. Het was een teken dat met de burgers van deze stad niet viel te spotten. De onder keizerlijke bescherming staande vrije stadstaat gold lang als de koningin van de Hanze, het verbond van kooplieden en handelssteden.

Hansa

De Holstenpoort in Lübeck (c E. Ruis)
De Holstenpoort in Lübeck (c E. Ruis)
In de twaalfde eeuw was reizen een hachelijke onderneming, vooral voor kooplieden bij wie wat te halen viel. Niet alleen struikrovers, maar ook roofridders maakten reizen vaak tot een hel. Om zichzelf te beschermen gingen handelsreizigers niet alleen gezamenlijk op pad, maar schakelden ze ook huurlingen in voor bescherming. Zo’n eenheid van huurlingen heette in het Oudhoogduits een hansa. Van lieverlee vormden de kooplieden een permanent, maar informeel samenwerkingsverband, dat uiteindelijk werd uitgebreid naar de steden waarin zij woonden. Dat verband van ca. tweehonderd Europese plaatsen werd naar de hansa de Hanze genoemd. In Nederland waren ondermeer de steden Groningen, Kampen, Deventer en Zutphen lid van de Hanze.

St. Annen Museum

Lübeck gold vanaf de veertiende eeuw als de officieuze leider van de Hanze. De stad was rond 1500 schatrijk geworden met de handel in onder meer zout, haring, graan en wijn. Het hoogtepunt van de Hanze was toen al voorbij, mede door de Hollands-Wendische oorlog, die de lucratieve Oostzee opende voor Hollandse handelaren. Middeleeuwse rijkdom werd vooral geuit door het financieren van grote kerken en de aanschaf van religieuze kunst. Sommige kooplieden waren zo rijk dat zij zich kunst konden veroorloven uit de Nederlanden. De Duitse Bruggeling Hans Memling, een leerling van Rogier van der Weyden, en Jacob van Utrecht waren populair.

Altaartriptiek Hans Memling 1491, St. Annen Museum (C) Bildarchiv Lübeck
Altaartriptiek Hans Memling 1491, St. Annen Museum (C) Bildarchiv Lübeck

Maar ook lokale talenten konden zich aan de hand van Nederlandse voorbeelden ontwikkelen, zoals de schilder Hermen Rode en houtsnijder Bernt Notke en zijn leerling Henning van der Heyde. Die laatste is vooral bekend van de ‘St. Jürgen-Gruppe’, een imponerend eikenhouten beeld van Sint Joris die te paard de draak te lijf gaat, terwijl een bedreigde prinses dankbaar toekijkt.

- advertentie -

Maar Lübeck was niet alleen een afzetmarkt voor kunst. Kunstenaars vestigden zich er, omdat het hen de kans bood te werken in een stad die een knooppunt vormde van handelswegen. Hun werken vonden zo hun weg naar Scandinavië. Tegenwoordig bevinden de kunstschatten van Lübeck zich in het St. Annen-Museum. Tot 10 januari 2016 zijn daar de topstukken te bezichtigen in een overzichtstentoonstelling ‘Lübeck 1500’ die de jaren 1460 tot 1540 bestrijkt.

Sint Joris te paard, houten beeld door Henning van der Heyde (1504-1505), St. Annen Museum (c E. Ruis)
Sint Joris te paard, houten beeld door Henning van der Heyde (1504-1505), St. Annen Museum (c E. Ruis)

Beroemde Lübeckers

Orgel St. Marien Kirche (c E. Ruis)
Orgel St. Marien Kirche (c E. Ruis)
Lübeck is echter niet alleen Hanze en laatmiddeleeuwse kunst. In de tweede helft van de zeventiende eeuw speelde Dietrich Buxtehude er op het orgel van de St. Marien Kirche. Johan Sebastiaan Bach zou hem opvolgen, maar de eis dat Bach met Buxtehudes dochter zou trouwen, was teveel gevraagd. Meer recent was Lübeck de geboorteplaats van bekende Duitsers als Willy Brandt en Thomas Mann. Ze worden dan ook herdacht met hun eigen museum.

In de schaduw van de St. Marien Kirche, ligt het Buddenbrookhaus. Het fraaie achttiende-eeuwse pand met rococo gevel kwam in 1842 in handen van de familie Mann, die rijk was geworden in de graanhandel en actief was in de lokale politiek. Ook voor Thomas en zijn oudere broer Heinrich was voorzien in een carrière in de handel of de politiek, maar de jongens wilden kunstenaar worden.

Op 22-jarige leeftijd schreef Thomas zijn beroemde roman de Buddenbrooks over het verval van een rijk Lübecks handelsgeslacht. Het ging eigenlijk over zijn eigen familie. Het werk verscheen in 1900, werd een bestseller en leverde Mann uiteindelijk in 1929 de Nobelprijs voor de Literatuur op. Het Buddenbrookhaus kwam in handen van de gemeente en is nu een museum gewijd aan Thomas Mann, zijn familie en zijn kinderen, die ook allemaal schreven.

Het Buddenbrookhaus (c E. Ruis)
Het Buddenbrookhaus (c E. Ruis)

Lübeck nu

Tegenwoordig is Lübeck, zoals wel meer machtige en aanzienlijke steden uit het verleden, een bescheiden stad met een oude historische kern gelegen op een eiland waar de Trave samenvloeit met de rivier Wakenitz. De oude vestingwerken zijn grotendeels afgebroken en van de vierdubbele poort hebben de bewoners alleen de derde poort, de Holstenpoort, laten staan. In 1942 werd de stad gebombardeerd door de Britse RAF. Het was het eerste geallieerde bombardement op een Duitse stad zonder militaire doelen en een van de eerste bombardementen waarbij brandbommen werden ingezet. Gelukkig bleef 75 procent van de oude stadskern gespaard. Van handel is nauwelijks sprake meer, de lokale economie draait vooral op toerisme en de productie van marsepein.

Rathausmarkt Lübeck
Rathausmarkt Lübeck

Lübeck is een mooie kleine bestemming vergelijkbaar met laatmiddeleeuwse Vlaamse steden als Gent of Brugge. Het is gelukkig niet vreselijk toeristisch. Lübeck is vanuit Nederland makkelijk te bereiken per trein of met een goedkope oranje luchtvaartmaatschappij via Hamburg.

~ Edwin Ruis

Voor meer informatie zie:
– St. Annen-Museum
– Buddenbrookhaus
Lübeck Tourismus

Bekijk ook onze uitgebreide onderwerpenlijst of het personenregister

Dit atikel is afkomstig van online geschiedenismagazine www.historiek.net

Gelijk naar geschiedenisboeken over: