Nieuwe geschiedenisboeken (week 17) – 2022

/
4 minuten leestijd
geschiedenisboeken

Wekelijks verschijnen er nieuwe geschiedenisboeken. Van lijvige studies tot publieksboeken en van naslagwerken tot historische strips. Op Historiek plaatsen we veel voorpublicaties en we bespreken zoveel mogelijk titels, maar alles bespreken is ondoenlijk. Daarom hebben we de rubriek ‘signalementen’. Hier plaatsen we wekelijks een bericht met daarin recent verschenen en besproken titels.


<<< Signalementen week 16 | Signalementen week 18 >>>

Selectie week 17 (2022)

  • De achterkant van de bevrijding

    Voor de oorlog schreven ze bestseller na bestseller: het echtpaar Scharten-Antink. Ze verhuisden naar Italië en waren zeer onder de indruk van Mussolini. Na de oorlog wilde niemand nog met hen te maken hebben. Voor de oorlog was Roel Houwink actief in literaire tijdschriften en bevriend met voorname schrijvers als Hendrik Marsman en Gerrit Achterberg. Tijdens de oorlog bleef hij schrijven en maakte hij leesrapporten voor de Kultuurkamer. Na de oorlog wilde zijn uitgever geeneens een kerstverhaal van hem hebben.

  • Drieduizend jaar navigatie op de sterren

    De zee is een bron van vertellingen. Mythen, sagen, sterke verhalen. Sommige op waarheid berustend, andere helemaal verzonnen. Een Oudnoors geschrift uit de dertiende eeuw, de Koningsspiegel, houdt ons al voor dat mensen geneigd zijn te denken dat alleen waar kan zijn wat ze zelf gezien hebben. De nautische geschiedschrijving staat vol voorbeelden. Amerigo Vespucci’s maansafstandmeting in 1499, de eerste ooit, is nog steeds omstreden. Het Nova Zembla-verschijnsel, het vroegtijdig weerzien met de zon nog voordat de poolnacht ten einde is gekomen, is een ander voorbeeld.
    Fragment: Het sterrenkompas van Odysseus

  • Foute vrouwen

    In Foute vrouwen tekent Paul van de Water opmerkelijke levensverhalen op van Nederlandse en Vlaamse vrouwen die collaboreerden of op andere manieren de bezetter hielpen tijdens WO2. Eenderde van alle leden van de NSB was vrouw. Toch is er nauwelijks onderzoek gedaan naar hun beweegredenen en hun verhaal. In ‘Foute vrouwen’ onderzoekt Paul van de Water de soorten collaboratie waaraan Nederlandse en Vlaamse vrouwen zich tijdens de Tweede Wereldoorlog schuldig maakten.
    Fragment: Van secretaresse van Rost van Tonningen tot succesvol auteur van jeugdboeken

  • Franse tirannie

    De Franse inval in het Rampjaar 1672 maakte een onuitwisbare indruk op de Nederlandse bevolking. Al in 1674 verscheen het anonieme leerboek “De Franse tirannie. Spiegel voor de jeugd”, ‘zodat de jongelui de gebeurtenissen nooit vergeten en kunnen leren van wat ons is overkomen’. Het uiterst anti-Franse boek werd tot diep in de achttiende eeuw tientallen keren herdrukt. Beschrijvingen van politieke verwikkelingen in Frankrijk werden afgewisseld met de wandaden die de Fransen in Nederland verrichtten, en de heldendaden waarmee de Nederlandse bevolking die beantwoordde.

  • Frida Kahlo en Gisèle Freund

    In 1939 organiseert de joodse Duits-Franse fotografe Gisèle Freund (1908-2000) in Parijs haar eerste tentoonstelling van schrijversportretten. In datzelfde jaar volgt in Parijs de eerste Europese tentoonstelling van de Mexicaanse kunstenares Frida Kahlo (1907-1954). Freund weet in 1940 naar Argentinië te vluchten. Als medeoprichter van het fotocollectief Magnum werkt zij de jaren erop in heel Zuid-Amerika. In 1950 is ze in Mexico voor een lezing. Ze raakt hecht bevriend met Frida Kahlo en Diego Rivera en blijft er twee jaar.

  • Moed en tegenspoed

    De Bourgondische tijd was in alle opzichten voorspoedig. Maar niet voor de positie van de edelvrouw. In deze overgangstijd van middeleeuwen naar renaissance pikten mannen het niet langer dat vrouwen in eigen naam bestuurden, ook al deden ze dat meestal uitstekend. De vrouwen verzetten zich tegen deze evolutie. De eerste vrouw die alarm sloeg was Christine de Pisan (†1430), maar ook later bestreden vele edelvrouwen de teloorgang van hun waardigheid en de mannelijke naijver die hen belaagde.

  • Musserts schaduw

    Hij is boomlang, onconventioneel en ongeduldig. Maar hij is ook bang voor honden, een zwakke schutter en voorzien van een goed gevoel voor humor. Hoofdinspecteur Charlie Swieninck is chef van het Bureau Bijzondere Delicten en moet zich verhouden tot de Duitse bezetter, die langzaam maar zeker zijn gezag doet gelden binnen de Haagse politie. Op 29 juni 1940, Anjerdag, wordt Charlie opgeroepen na een moord op station Hollands Spoor. Het slachtoffer is Marnix Maas, een belangrijk juridisch raadsman van de NSB. Onvermijdelijk leidt het onderzoek naar zwaargewichten binnen de partij, onder wie Rost van Tonningen, Feldmeijer, en natuurlijk de leider van de nationaalsocialisten Anton Mussert.

  • Salo Muller

    Op wrede wijze wordt de zesjarige Salo Muller in 1942 na een razzia van zijn ouders gescheiden – zij zouden in 1943 in Auschwitz worden vermoord. Een overlevingstocht voert hem langs negen onderduikadressen. Het is bewonderenswaardig hoe Salo Muller na de oorlog zijn leven vorm weet te geven. Op tweeëntwintigjarige leeftijd begint hij aan zijn carrière als fysiotherapeut bij topclub Ajax, waar hij gaat samenwerken met grootheden als Rinus Michels en Johan Cruijff. In zijn eigen fysiotherapiepraktijk behandelt hij een groot aantal topsporters en (inter)nationale beroemdheden. Algemeen wordt hij gezien als dé pionier op het gebied van sportfysiotherapie.

  • Seks voor geld

    1888, Antwerpen. Anne-Marie begint als prostituee en beseft al snel: er hangt een prijskaartje aan het verkopen van seks. Dat geld krijg je alleen in ruil voor politiecontroles, scheldtirades, medisch toezicht, ongewenste zwangerschap, syfilis. En zij was niet de enige. Vrouwen vonden steeds de weg naar prostitutie, voor langere of kortere tijd, uit vrije wil of onder dwang. Dit boek vertelt de diverse geschiedenis van sekswerk in België, van de Middeleeuwen tot vandaag. Daarbij treden de vrouwen die de hoofdrol spelen eindelijk voor het voetlicht. Het is immers niet alleen een verhaal van ideeën en beleid, maar ook een geleefde geschiedenis, van mensen en hun ambities en teleurstellingen, van kansen en valse beloftes, van controledrang en creatieve pogingen om toezicht te omzeilen.

  • Station Osnabrück naar Jeruzalem

    In Station Osnabrück naar Jeruzalem probeert Hélène Cixous een deel van haar complexe en kosmopolitische familiegeschiedenis te beschrijven. De tekst is een zoektocht naar de Joodse, Duitstalige familie van Cixous’ moeder Ève en haar grootmoeder Omi in Osnabrück. Beiden zijn voor de Tweede Wereldoorlog, in respectievelijk 1929 en 1938, naar Algerije gevlucht. Cixous roept herinneringen op aan verdwenen Joodse familieleden en vrienden, onder wie de familie Pels, de lotgenoten van de familie Frank in het Achterhuis. Ze keert terug naar de jeugd van haar moeder, en die herinneringen gaan over in haar eigen herinneringen. Je weet als lezer soms niet van wie de herinneringen of gevoelens zijn.

Meer geschiedenisboeken:


<<< Signalementen week 16 | Signalementen week 18 >>>

Vorige verhaal

Koks verhieven improvisatie tot kunst aan het front van WOI

Volgende verhaal

Hitler verloor de oorlog al in 1941 door slecht voorbereide aanval op Rusland

×