De troonrede van koning Albert I – 22 november 1918

Belgische vorst kondigde grote hervormingen aan

Op 22 november 1918 sprak koning Albert I (1875-1934) tot het Belgische parlement. In die rede deed hij meer dan zijn zegen geven aan de tripartite (‘driepartijen)-regering die de dag daarvoor was aangetreden. Hij sprak zich ook uit voor meer gelijkheid in België: invoering van het algemeen enkelvoudig stemrecht, invoering van sociale wetgeving en van erkenning van het Nederlands naast het Frans. Dit alles zou het Belgische politieke landschap blijvend veranderen.

Invloed Eerste Wereldoorlog

Albert I van België
Albert I van België
Bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog had de koning opgeroepen tot nationale eenheid. Tijdens de oorlog volgde hij de regering niet in ballingschap, maar bleef hij bij de Belgische troepen. Dit leverde hem naast de bijnaam ‘Koning-Soldaat’ ook veel persoonlijk krediet op. Hierdoor had hij in 1918 voldoende gezag om de politiek op te roepen tot hervormingen (al had hij die niet voor elkaar kunnen krijgen, als niet andere politici ook voorstanders waren geweest).

De hervormingen waren deels onvermijdelijk. Tijdens de bezetting hadden burgers het ook zwaar te verduren gehad. Veel soldaten waren arbeiders. Die wilden nu iets terugzien. Bovendien was er de dreiging van revolutie. In 1917 was de Russische tsaar afgezet en op 9 november 1918 ook de Duitse keizer. Stemrecht en sociale wetgeving waren ook bedoeld om het revolutiegevaar af te wenden.

Invoering enkelvoudig stemrecht

In 1919 zou het algemeen enkelvoudig stemrecht ingevoerd worden voor alle mannen van eenentwintig jaar en ouder. Voor die tijd was het stemrecht voorbehouden aan een deel van de mannelijke bevolking. Gezinshoofden kregen echter een extra stem, en daarnaast kon een extra stem gegeven worden aan personen die een diploma hoger onderwijs en/of vermogen hadden. In totaal kon men maximaal drie stemmen uitbrengen. De gedachte was dat wie iets opgebouwd had, ook meer te verliezen had, en dus meer inspraak mocht hebben.

Het algemeen stemrecht zou de Belgische politiek blijvend veranderen. In de negentiende eeuw werd het land afwisselend geregeerd door katholieken en liberalen, met de socialisten altijd in de oppositie. In de twintigste eeuw zouden juist katholieken en socialisten regeren, liberalen waren geregeld juniorpartner binnen een coalitie. Regeringen van alle drie de partijen (tripartite) zijn er ook geweest.

Particratie

Met de invoering van het algemeen stemrecht nam ook het belang van politieke partijen toe. Dit wordt doorgaans particratie genoemd. Nu partijen regeerakkoorden moesten sluiten, werd het noodzakelijk om een duidelijke eerste minister te hebben. Voor 1918 werd de term niet gebruikt, regeringsleiders waren hooguit primus inter pares, ‘de eerste onder zijn gelijken’.

De politieke stromingen veranderden zelf ook. De katholieke stroming misschien nog het meest. Voor 1918 hadden de katholieke politici zich net zo goed conservatieve politici kunnen noemen. Ze kwamen vooral op voor de belangen van de gevestigde orde en van werkgevers. Zo werd in de film Daens (1992) politicus Charles Woeste (1837-1922) neergezet als een industrieel die geen bezwaar had tegen kinderarbeid. De werkelijkheid was genuanceerder, maar het confessionele gebruik om binnen één partij vertegenwoordigers van zowel vakbonden als werkgeversorganisaties te huisvesten dateert van ná 1918.

Niet alle katholieke politici waren daar gelukkig mee. Sommige conservatieven beschouwden de hervormingen van 1919 zelfs als een ‘socialistische staatsgreep’. Een deel van hen zou in de loop van het Interbellum sympathie gaan koesteren voor het fascisme.

Voor de socialisten veranderde vooral de rol die zij vervulden in het politieke bestel. Van eeuwige oppositiebeweging werden zij nu volwaardig regeerpartner. Zo konden zij sociale wetgeving invoeren binnen het parlementaire bestel.

Dat laatste is geen detail. In België en in Duitsland hadden de socialisten in november 1918 nadrukkelijk gekozen voor parlementaire democratie en tegen de revolutie. Hun Nederlandse geestverwanten dachten er anders over. In de buurlanden traden socialisten in 1918 toe tot de regering. In Nederland gebeurde dat pas in 1939 – deels omdat andere Nederlandse partijen hen na 1918 niet meer vertrouwden.

De liberalen hadden minder geluk. In de negentiende eeuw hadden zij meerdere malen de regeringsleider geleverd, maar dat leek nu verleden tijd. Pas in 1999 kreeg België weer een liberale premier.

Gelijkheid van het Nederlands

Vlaamse beweging - vlag (CC0 - Pixabay - Ben_Kerckx)
Vlaamse beweging – vlag (CC0 – Pixabay – Ben_Kerckx)
Nederlanders begrijpen vaak niet hoe gevoelig de taalkwestie ligt in België. Zestig procent van de Belgen spreekt Nederlands, veertig procent Frans. Vlamingen wijzen erop dat zij in de meerderheid zijn, Walen zien niet in waarom zij een wereldtaal in zouden ruilen voor een ‘streektaal’.

In de negentiende eeuw sprak de Belgische elite vooral Frans. Frans was zelfs de enige officiële taal. De Vlaamse Beweging begon dan ook als culturele emancipatiebeweging. Waarom zou het Nederlands niet gelijkwaardig zijn aan het Frans? Waren Vlamingen minder dan Walen?

Tijdens de Eerste Wereldoorlog waren de officieren Franstalig, maar tachtig procent van de soldaten Nederlandstalig. Dit ging wringen. Op 11 juli 1917 werd de Open brief aan den koning der Belgen, Albert I gepubliceerd, waarin opgeroepen werd tot meer gelijkheid na de oorlog.

In de praktijk bleef de gelijkstelling van het Nederlands achterwege. Deels door omstandigheden: na de oorlog moest veel opgebouwd worden, waardoor taalwetgeving op de plank bleef liggen. Deels echter door een imagoprobleem. Tijdens de oorlog had de Duitse bezetter, uit propagandistische overwegingen, toegezegd dat de Universiteit Gent Nederlandstalig zou worden. Slechts een klein deeltje van de Vlaamse Beweging trapte erin, maar dit was voldoende voor Franstaligen om het ‘collaboratieverleden’ als tegenargument te gebruiken.

Omgekeerd werd de verontwaardiging bij de Vlamingen zo groot dat zij bij een tussentijdse verkiezing in 1928 August Borms, die wegens collaboratie tot levenslang was veroordeeld, aan een parlementszetel hielpen. In 1930 werd de Gentse universiteit alsnog Nederlandstalig. Een deel van de Vlaamse Beweging was echter uit teleurstelling geradicaliseerd. In plaats van gelijkheid voor Vlamingen binnen België, wilden zij nu een onafhankelijk Vlaanderen. Deze gedachtegang is nog steeds aanwezig bij het Vlaams Belang, en bij een deel van de N-VA.

Paradox

In Nederland en België kregen aanvankelijk alleen de mannen algemeen stemrecht. Nederlandse vrouwen kregen stemrecht in 1919, Belgische in 1948. De paradox: achter de schermen in België waren liberalen en socialisten tegen vrouwenkiesrecht en katholieken juist voor. De verwachting was namelijk dat vrouwen op katholieke politici zouden gaan stemmen. Om tactische redenen leek het beter om de katholieken niet aan extra stemmers te helpen. De liberalen waren indertijd ook principieel antiklerikaal.

Herdenking

Donderdag 22 november 2018 herdacht het Belgische parlement, in aanwezigheid van koning Philip, dat honderd jaar eerder Albert I zijn troonrede uitspraak. Twee vooraanstaande Belgische historici, Laurence Van Ypersele en Sophie De Schaepdrijver (de laatste is bekend van het boek De Groote Oorlog: het Koninkrijk België in de Eerste Wereldoorlog uit 1997) hielden een voordracht. Deze werd live uitgezonden door de publieke omroep. Historicus Bruno De Wever en politicoloog Carl Devos gaven commentaar.

Algemeen werd gesteld dat met de rede van 1918 in België een begin werd gemaakt met het invoeren van het algemeen stemrecht, de sociale wetgeving en de taalwetgeving – kortom: met het invoeren van gelijkheid als basisprincipe voor de samenleving.

In Nederland werd in 2017 honderd jaar algemeen stemrecht niet herdacht, omdat vrouwen pas in 1919 stemrecht kregen.

~ Pieter de Jonge

Bekijk ook onze uitgebreide onderwerpenlijst of het personenregister

Helden - Stephen Fry De jodenvervolging in foto's De Bourgondiërs - Bart Van Loo Wij zijn de Bickers - Simone van der Vlugt t Hooge Nest - Roxane van Iperen Vietnam - Max Hastings Boerhaave botanicus - Margreet Wesseling Het gedroomde Noorden - Adwin de Kluyver Vet oud - Gouden Eeuw De zaak Oldenbarnevelt
Gelijk naar geschiedenisboeken over: