Tyrannenmoord
Rome, 31 december 192. Vanouds waren de laatste dagen van het jaar gewijd aan de god Saturnus, een vrolijk feest waarbij de mensen elkaar cadeautjes gaven, die soms iets te maken hadden met het feit dat dit de donkere tijd van het jaar was. Wie rijk was, deelde kaarsen uit, gemaakt van peperdure bijenwas. De hele stad had een feestmuts op, zoals Seneca het ergens typeert. Op oudejaarsdag losten mensen hun schulden af en werden schuldbekentenissen verbrand. Slaven en andere bedienden mochten het rustig aandoen. Soldaten droegen bij aan een ontspannen sfeer door geen wapens te dragen. 31 december was, kortom, de ideale dag om een keizer te vermoorden.

Anders dan zijn vader slaagde Commodus er niet in een werkrelatie op te bouwen. Het rijksbestuur veronderstelde een centrale bureaucratie en het bestuur van de stad veronderstelde de aanwezigheid van troepen, en al zo lang het keizerrijk bestond moest een heerser de strijdende belangen van de senatoren, de ambtenaren en de soldaten in evenwicht houden. Heel belangrijk was hierbij de benoeming van de commandant van de keizerlijke garde, de praetoriaanse prefect, die in feite ’s keizers rechterhand was: hij leidde de militaire zaken en deed de administratie, zodat de vorst zelf zich kon richten op de representatieve taken, zoals de omgang met de Senaat.
Maatschappelijk onaanvaardbare rechterhand
Het is een positie die in alle voorindustriële samenlevingen bestaat. Het beroemdste voorbeeld kent u uit het Bijbelboek Genesis, waarin Jozef carrière maakt in Egypte en zeer reële bestuurlijke bevoegdheden krijgt. In de islamitische wereld heette zo’n bestuurder vizier of sultan, in Japan was de shogun de machtigste man na de keizer. En overal hadden de vorsten hetzelfde probleem: hoe verhinderde je dat je rechterhand de macht overnam? Je kunt lachen om de stripverhalen van vizier Iznogoed, maar de relatie tussen hem en zijn kalief is herkenbaar.
De oplossing was doorgaans dezelfde: rekruteer je rechterhand uit een groep waarvan het maatschappelijk onaanvaardbaar is dat ze ooit de vorst zal leveren. De sultan naast de Abbasidische kalief was geen Arabier maar een Turk. Jozef was geen Egyptenaar maar een Hebreeër. En de prefect van de keizerlijke garde was geen senator, maar een ridder: de tweede laag van de Romeinse aristocratie.
Zo deed ook Commodus het, maar er waren verschillen met wat eerdere keizers hadden gedaan. Zijn praetoriaanse prefecten zochten voor bestuursfuncties steeds vaker mensen van buiten de traditionele families. Dat was niet ongehoord – de regering van Marcus Aurelius zag de schitterende carrière van een Publius Helvius Pertinax, een echte self-made man – maar tijdens de regering van Commodus gebeurde het wel steeds vaker. En, nog veel belangrijker: na de dood van zijn rechterhand Cleander nam Commodus de taken van de prefect in eigen hand.
De keizer zelf wees nu mensen uit niet-senatoriële families als bestuurders aan. Dat was meer dan de Senaat kon verdragen. Er groeiden problemen en er dreigde een crisis. Om die te verhinderen, moest Commodus uit de weg worden geruimd. Dat gebeurde op 31 december 192.
2
Zolang Commodus een praetoriaanse prefect had gehad die als bliksemafleider kon dienen, was het conflict met de Senaat beheersbaar geweest. Nu hij veel nadrukkelijker het rijk bestuurde en zijn prefect wat op de achtergrond was komen staan, konden de senatoren niet langer denken dat het slechts ’s keizers adjudant was geweest die hen negeerde en betrekkelijke buitenstaanders promoveerde naar mooie posities.
Nu was onloochenbaar dat dit het beleid was van de keizer zelf en dat daarin geen verandering zou komen. Dat was onaanvaardbaar en het conflict tussen Senaat en Commodus werd onbeheersbaar.

De keizer-gladiator heeft de aandacht nogal getrokken, maar is oninteressant. Commodus brak met het senatoriële decorum, maar de relatie met de Senaat was toch al bedorven, dus dat maakte niet uit. Zijn relatie met het leger en de stadsbevolking werd er beter door, en dat was wat ertoe deed. Hij kon verder regeren, ging verder met het benoemen van betrekkelijke buitenstaanders op belangrijke posities en vond zonder uitzondering capabele mensen. Het is bijvoorbeeld opvallend dat uit Commodus’ regering weinig rechtszaken bekend zijn tegen oud-gouverneurs.

In 191 plaatste hij de uit de provincie Africa afkomstige Clodius Albinus over van Germania Inferior (de Lage Landen) naar Brittannië. Diens verwant, Asellius Aemilianus, werd tegelijk overgeplaatst van Syrië naar Asia (West-Turkije): een benoeming die vaak werd opgevat als een beloning voor wie als bestuurder goed werk had geleverd. In Antiochië werd Asellius opgevolgd door Pescennius Niger, een capabele generaal die de kwaliteiten had om de oostelijke grens te beheren.
Ik wees erop dat Clodius Albinus afkomstig was uit Africa, een provincie die al wel enige bestuurders had voortgebracht maar toch wat marginaal was. Commodus vond daar, buiten de traditionele bestuurlijke elite, meer capabele mensen: in hetzelfde jaar 191 benoemde hij Lucius Septimius Severus tot gouverneur van Pannonia Superior en zijn broer Geta als bestuurder van Moesia Inferior (noordelijk Bulgarije).
Severus’ aangetrouwde familielid Plautianus was prefect van de vigiles, de politie-brandweer van Rome. Daar werkte hij nauw samen met de burgemeester van de stad, de in het vorige stukje al genoemde Publius Helvius Pertinax: een van Romes beste generaals én een persoonlijke vriend van Severus. Commodus wist in 191 allemaal mensen te benoemen die zowel militair als bestuurlijk van de hoed en de rand wisten.
Het jaar 192 zag echter een verslechtering van de situatie: er was brand in de stad en aan het einde van het jaar ging het gerucht dat Commodus de consuls die op 1 januari 193 zouden aantreden, wilde vermoorden. Dat is althans wat de historicus Cassius Dio schrijft. Het kan waar zijn, maar het moet worden bedacht dat Dio een senator was en doorgaans weinig goeds te melden heeft over vorsten die de Senaat niet met respect behandelden. Een latere historicus, Herodianos, meent dat Commodus’ maîtresse Marcia zich bedreigd begon te voelen en een bondgenoot vond in Laetus, de man die weliswaar praetoriaans prefect was maar, nu de keizer zelf zo nadrukkelijk het bestuur uitoefende, minder invloed had dan zijn voorgangers hadden gehad.
Hoe dit zij: op oudejaarsmiddag vergiftigden ze de keizer. Commodus had echter teveel gedronken en braakte het gif meteen weer uit. Daarop lieten Marcia en Laetus een atleet binnenkomen, Narcissus, die wel wilde worstelen met de gladiator-keizer en hem doodde. Het was het einde van de middag, de bedienden waren al naar huis om oud jaar te vieren en de samenzweerders hadden enkele uren de tijd tot de moord zou worden ontdekt – enkele uren, met andere woorden, om een burgeroorlog te verhinderen.
3
Ik liet u achter met de dood van Commodus die, door gif verzwakt, door een atleet werd gedood. Er waren nu vier mensen op de hoogte van wat was gebeurd in de keizerlijke privévertrekken: om te beginnen zijn maîtresse Marcia; dan de praetoriaanse prefect Laetus; de kamerheer Eclectus; en de atleet, Narcissus. Lang zouden ze het niet stil kunnen houden, want op nieuwjaarsdag zou de keizer de nieuwe consuls moeten verwelkomen.

De keuze viel op de hierboven al tweemaal genoemde Publius Helvius Pertinax. Als burgemeester van Rome en oud-gouverneur van de provincie Africa had hij ervaring met het openbaar bestuur, en hij had als militair een fenomenale staat van dienst: hij had gediend bij de cavalerie in Syrië, had zich onderscheiden in een oorlog tegen de Parthen, was overgeplaatst naar het Zesde Legioen Victrix in York en daarvandaan naar een eenheid ruiters uit Tongeren die de Muur van Hadrianus bewaakte en was vervolgens naar een ruitersquadron aan de Donau overgeplaatst. Kortom: een officier die overal inzetbaar was. Daarna had Pertinax enkele civiele posities bekleed: het bestuur van een fonds dat uitkeringen deed aan weduwen en wezen op de Povlakte en vervolgens een functie bij de voedselvoorziening in Rome.

De keuze viel op de hierboven al tweemaal genoemde Publius Helvius Pertinax. Als burgemeester van Rome en oud-gouverneur van de provincie Africa had hij ervaring met het openbaar bestuur, en hij had als militair een fenomenale staat van dienst: hij had gediend bij de cavalerie in Syrië, had zich onderscheiden in een oorlog tegen de Parthen, was overgeplaatst naar het Zesde Legioen Victrix in York en daarvandaan naar een eenheid ruiters uit Tongeren die de Muur van Hadrianus bewaakte en was vervolgens naar een ruitersquadron aan de Donau overgeplaatst. Kortom: een officier die overal inzetbaar was. Daarna had Pertinax enkele civiele posities bekleed: het bestuur van een fonds dat uitkeringen deed aan weduwen en wezen op de Povlakte en vervolgens een functie bij de voedselvoorziening in Rome.
Pertinax was nu Marcus Aurelius’ militaire adviseur en reisde met hem naar de oostelijke provincies om de jonge Commodus, de beoogde troonopvolger, aan de mensen voor te stellen. Hierop volgden drie commando’s in het oorlogsgebied aan de Donau, en vervolgens promotie naar Syrië, waar de gouverneur verantwoordelijk was voor de oostgrens. In 182 keerde Pertinax terug naar Rome, waar Commodus sinds twee jaar aan de macht was. De veteraan mocht nu hopen op overplaatsing naar een van de twee provincies waarmee verdienstelijke bestuurders werden beloond, Asia of Africa, maar deze benoeming bleef echter uit: Commodus of diens praetoriaanse prefect hadden geen behoefte aan de oorlogsheld. Hij vestigde zich op een landgoed in Ligurië om, zoals dat tegenwoordig zo mooi heet, “zich wat meer te kunnen wijden aan zijn gezin”: hij was net vader geworden.
Twee jaar later kwamen de Britse legioenen in opstand en Commodus nodigde de oorlogsheld uit om deze te onderdrukken, wat Pertinax ook deed. Hij werd er opgevolgd door zijn vriend Didius Julianus en werd zelf beloond met een sinecure-baantje. Rond 190 herhaalde het zich: dit keer was de opstand in Africa, wist Pertinax deze te onderdrukken en werd hij opgevolgd door Didius Julianus. Hij zelf belandde in Rome, als burgemeester.
Als er iemand op de avond van 31 december 192 in aanmerking kwam voor het keizerschap, was het Pertinax. Bestuurservaring, militaire ervaring, bereisd én beschikbaar in Rome. Bovendien was hij al zesenzeventig, zodat hij de macht kon overdragen aan een competente opvolger, zoals een eeuw daarvoor Nerva Trajanus had aangewezen.
Onze bronnen vertellen dat Pertinax onverwacht uit bed werd gehaald, maar we zullen nog zien dat het zo onverwacht niet zal zijn geweest.
4
De moord op Commodus was gepland – onze bronnen zijn daar expliciet over. Maîtresse Marcia, prefect Laetus en kamerheer Eclectus voelden zich bedreigd en namen het zekere voor het onzekere. Hun planning was grondig: ze handelden op oudejaarsdag, toen half Rome de feestmuts op had, en ze hadden in de persoon van de atleet Narcissus een plan-B voor het geval de gifmoord niet zou lukken.

In Rome had burgemeester Pertinax de beschikking over de vigiles, de door Plautianus gecommandeerde veiligheidstroepen. We weten niet welke functie Pertinax’ vriend Didius Julianus in 192 bekleedde, maar het staat vast dat hij in Rome was, net als Pertinax’ schoonvader Sulpicianus.
Plautianus was een vriend en aangetrouwde familie van Lucius Septimius Severus, die eveneens een vriend was van Pertinax en als gouverneur van Pannonia Superior aan het hoofd stond van het dichtstbijzijnde Romeinse leger. Zijn broer Geta commandeerde twee even verderop gelegerde Donaulegioenen. Als de staatsgreep niet liep zoals het hoorde, kon de ene broer – in feite is dit plan-C – snel militaire ondersteuning brengen, terwijl de andere de Bosporus kon afsnijden en beletten dat Commodus versterkingen kreeg uit het oosten. Versterkingen uit het westen zouden sowieso niet komen omdat de troepen daar onder het gezag stonden van Clodius Albinus: gouverneur van Brittannië en oud-gouverneur van Germania Inferior.
Het heeft er dus de schijn van dat het terzijde schuiven van Commodus al enige tijd werd voorbereid en dat Pertinax daarbij samenwerkte met Laetus, die de keizer kandidaten kon voorstellen voor sleutelfuncties. Commodus, die capabele mensen nodig had, versterkte zo in feite de positie van degenen die een einde wilden maken aan zijn positie. Uit de aard der zaak hebben de samenzweerders dit nooit naar buiten gebracht: de officiële lezing was dat Commodus gevaarlijk werd voor zijn naasten, dat zij de keizer noodgedwongen uit de weg ruimden en daarna bij wijze van improvisatie Pertinax vroegen om keizer te worden.
We lezen bij Herodianos dat prefect Laetus en kamerheer Eclectus Pertinax in het holst van de nacht uit zijn bed lichtten en dat de oude man meende dat hij vermoord zou worden. Een mooi verteld verhaal: Herodianos op zijn best. Cassius Dio, die zelf bestuursfuncties had bekleed, vertelt dat Pertinax het nieuws hoorde van enkele gezanten en dat hij, zoals een goed bestuurder betaamt, het bericht eerst liet verifiëren.
Beide auteurs én de Historia Augusta zijn het erover eens dat de mannen vervolgens naar het kamp van de keizerlijke garde gingen, waar Laetus zijn soldaten de nieuwe heerser deed erkennen, al zijn ze het er dan weer over oneens wanneer het gebeurde: volgens de Historia Augusta op oudejaarsnacht en volgens Herodianos op 1 januari bij dageraad. Dio, die weet hoe macht werkt, meldt dat Pertinax de soldaten 12.000 sestertiën premie beloofde.
Zo’n bezoek aan de keizerlijke garde en zo’n premie waren normaal, net zo goed als het bezoek aan het keizerlijk paleis – de nieuwe heerser toonde dat hij ook daar de baas was – en tot slot de formele erkenning van de nieuwe vorst door de Senaat. Er werden bedanktoespraakjes geïmproviseerd en vervolgens vertrokken ijlboden naar de provincies om de gouverneurs en legercommandanten te vertellen dat Commodus was vermoord en Pertinax de macht stevig in handen had. Ongetwijfeld zullen ze eraan hebben herinnerd dat Pertinax een strijdmakker was geweest van Marcus Aurelius. De goede tijden keerden weerom: de tiran was dood, het nieuwe jaar bracht werkelijk hoop en de samenzweerders waren blij dat de staatsgreep zo geruisloos was verlopen.
5
Ik schreef over de staatsgreep waarmee de Romeinse keizer Commodus werd afgezet en Pertinax aan de macht kwam. Alles was zorgvuldig gepland: de keizer zou met gif worden gedood en als dat niet werkte, dan stond er een worstelaar klaar om korte metten te maken.

Pertinax’ regering begon rustig en er waren eigenlijk maar twee wolkjes aan de hemel. Het ene was dat hij al oud was en er geen natuurlijke opvolger was: zijn zoon was pas twaalf en hoewel de Senaat hem alvast als caesar, kroonprins, wilde aanwijzen, vond de vader dat prematuur. Eerbewijzen kon de jongen krijgen als hij ze had verdiend. Er waren verschillende volwassen mannen die eveneens in aanmerking kwamen, zoals Didius Julianus, met wie Pertinax in het verleden had samengewerkt en die hem in verschillende functies was opgevolgd. Een andere kandidaat was de nieuwe burgemeester van Rome, Sulpicianus, die ook Pertinax’ schoonvader was. Omdat de keizer in goede gezondheid verkeerde, was er geen reden aan te nemen dat dit probleem acuut zou worden.
De andere kwestie was de vertraagde uitbetaling van de premie die Pertinax de soldaten van de garde in het vooruitzicht had gesteld: 12.000 sestertiën de man. Dat was meer dan in één klap contant viel te voldoen. Dat pas de helft was voldaan, leidde tot ergernis, maar niet tot werkelijke problemen. Bij eerdere troonswisselingen was de betaling ook langzaam geweest en alle betrokkenen wisten dat de betaling uiteindelijk wel zou plaatsvinden.
Toch kwamen op 28 maart 193 wat kwade soldaten naar het paleis om verhaal te halen. Ze vroegen een gesprek met de keizer, die hen inderdaad te woord stond. De gemoederen liepen hoog op, het kwam tot een handgemeen en Pertinax werd gedood.
Niemand had dit gewild. De soldaten vertegenwoordigden geen troonpretendent – iedereen was eigenlijk wel tevreden met de nieuwe keizer. Wat te doen?

De crisis had hier bezworen kunnen zijn, maar zo was het niet. Pertinax had enkele dagen voor zijn dood namelijk opgemerkt dat zijn hovelingen Didius Julianus met respect moesten behandelen, omdat deze in diverse functies zijn collega en opvolger was geweest. Dit viel uit te leggen alsof Pertinax Julianus als kroonprins op het oog had. Zodoende diende zich aan het einde van de middag een tweed kandidaat aan bij de kazerne van de keizerlijke garde, en deze zegde de soldaten 25.000 sestertiën toe.
Zo werd Didius Julianus keizer. Het verdiende de schoonheidsprijs niet, maar de stad haalde opgelucht adem. Afgezien van Pertinax waren er geen doden gevallen en de nieuwe vorst zou even capabel zijn als zijn voorganger: hij had evenveel bestuurlijke en militaire ervaring. Hij was ook genadig voor zijn rivaal, die op geen enkele wijze nadeel ondervond van het feit dat hij het oog had laten vallen op een functie waarvan Julianus meende dat die hem rechtens toekwam.
Een angstige dag was voorbij en iedereen was opgelucht. Enkele dagen later kwam echter het nieuws dat de Donaulegers in opstand waren gekomen. Bij de moord op Pertinax was er immers een plan-C geweest, en dat trad in werking nu het keizerschap bij opbod was verkocht.
6
Didius Julianus heeft altijd de schijn tegen gehad dat hij het keizerschap als in een veiling heeft gekocht. Zijn eigen visie zal zijn geweest dat hij, doordat zijn rivaal Sulpicianus had willen nemen wat Pertinax aan Julianus had toegezegd, veel geld was kwijt geraakt om de wil van de vermoorde keizer uit te voeren. Dat hij de macht bij opbod had gekocht, is hoe zijn rivalen het in de weken erna definieerden. Die laster klinkt nog steeds door.

Op 1 april 193, vier dagen na de moord op Pertinax, hoorde Lucius Septimius Severus, die zich bevond in Carnuntum bij Wenen, dat Pertinax was vermoord. Severus lijkt betrokken te geweest bij de coup tegen Commodus en hij moet plannen hebben gehad om met zijn leger Italië binnen te vallen als de gladiator-keizer de moordaanslag zou hebben overleefd en de garde wilde inzetten tegen de aanhangers van Pertinax. Die plannen werden nu uitgevoerd – niet meer om Pertinax te beschermen, maar omdat het keizerschap klaar lag om te grijpen.
Stap één was het ondergraven van de legitimiteit van Julianus: we zagen al dat hij werd weggezet als iemand die de macht bij opbod had gekocht. Door het zo te presenteren, won Severus al snel de sympathie van de gouverneurs van de aangrenzende provincies. Dat zal enige dagen hebben gekost, maar op 9 april voelde Severus zich sterk genoeg om de tweede stap te zetten: hij liet zich door het garnizoen van Carnuntum, het Veertiende Legioen Gemina, uitroepen tot keizer en adopteerde de naam van de vermoorde Pertinax. De legers van de Donau en Rijn zullen het hebben gewaardeerd dat Severus hun oude commandant zo eerde.

De uitschakeling van Julianus was hierna een kwestie van tijd. Zijn gezag desintegreerde. De senatoren die hij als gezanten naar Severus stuurde, liepen naar de rebel over. Julianus’ voorstel om de Vestaalse maagden als smekelingen te sturen, werd weggestemd. Dus erkende hij Severus als mede-keizer, waarop deze rechtstreeks bevelen begon te geven aan de keizerlijke garde. Het was min of meer een eigen initiatief van de Senaat om Julianus te laten arresteren en executeren.
Het was 1 juni: Severus zelf was nog ergens in Umbrië. Hij had alleenheerser kunnen zijn, ware het niet dat er inmiddels berichten waren dat de gouverneur van Syrië, Pescennius Niger, zich eveneens tot keizer had uitgeroepen. Gelukkig voor Severus hadden de samenzweerders die Commodus hadden willen afzetten, ervoor gezorgd dat het leger van de Beneden-Donau in betrouwbare handen was: Severus’ broer Geta. Hij trok meteen naar het zuiden om het gebied van de Bosporus te verzekeren. Pescennius kon niet naar Europa komen – maar Severus zou wel naar het oosten moeten.
7
Zoals ik eerder al beschreef, had Septimius Severus, die al voorbereid was op een mogelijke oorlog in Italië, in de vroege zomer van 193 zonder veel problemen de keizertroon veroverd. Zijn westelijke flank had hij afgedekt door Clodius Albinus (die net als hijzelf uit Africa kwam) aan te wijzen als caesar, troonopvolger. In het oosten waren echter meer problemen. Daar had Pescennius Niger zichzelf tot keizer uitgeroepen en die beschikte over tien legioenen. Weliswaar had Geta, Severus’ broer, de Bosporus afgesneden en zo verhinderd dat Niger verder kwam dan Byzantium, maar Niger kon Egypte bezetten en de graantoevoer naar Rome afsnijden.

Hij zal de standaardroute hebben genomen: langs de Sava naar Belgrado en daarvandaan via Sofia en Plovdiv richting Byzantium. Onderweg voegden de Donaulegioenen zich bij hem, zodat hij een aanzienlijke legermacht bij zich had toen hij aankwam bij Byzantium, dat door Niger persoonlijk in staat van paraatheid was gebracht. Severus’ voorhoede was echter al overgestoken naar de Aziatische kant van de Zee van Marmora en Niger had zich teruggetrokken. Severus stuurde zijn leger in de winter achter Niger aan naar het oosten.
Net als enkele maanden daarvoor, toen zijn snelheid voldoende was geweest om de partij van Didius Julianus te doen desintegreren, zo viel ook de steun voor Niger weg. Egypte koos in februari 194 partij voor de man die de burgeroorlog in een handomdraai leek te winnen. Terwijl Niger de passen over de Taurus verdedigingsklaar maakte, koos ook Arabia (het huidige Jordanië en zuidelijk Syrië) partij voor Severus. Diens voorhoede trok zonder veel problemen om de Taurus heen en versloeg Nigers gedemoraliseerde leger bij Issos (beroemd om een overwinning van Alexander de Grote). De inname van de Syrische hoofdstad Antiochië en de moord op Severus’ vijand waren daarna een kwestie van dagen.
Severus had inmiddels alweer andere plannen. Niger had steun gehad van enkele kleine staatjes aan de overzijde van de Eufraat, die een soort buffer vormden met het Parthische Rijk. Een wraakexpeditie om te laten zien dat Rome nog even sterk was als daarvoor, leek een goed idee. Succes zou bovendien bijdragen aan Severus’ legitimiteit.

De campagne staat afgebeeld op de ereboog die in 203, toen Severus tien jaar keizer was, werd opgericht op het Forum Romanum. (De reliëfs zijn door zure regen zwaar beschadigd maar we hebben nog altijd de tekeningen die ik hierbij plaats.) Op een van de reliëfs was – van onder naar boven – te zien hoe de Romeinen in 195 ten strijde trokken, slag leverden met hun tegenstanders en de stad Nisibis bevrijdden, dat als enige van de bufferstaatjes geen steun aan Niger had verleend en dus kon gelden als pro-Romeins. Op de weg terug nam Severus Edessa in, het huidige Sanli Urfa: het reliëf toonde ooit soldaten met een stormram en daarboven de capitulatie. Severus annexeerde het gebied en nam zijn bewoners genadiglijk aan als Romeinse ingezetenen.

Nu het oosten was gereorganiseerd, kon Severus denken aan een expeditie naar het westen, tegen Clodius Albinus. In 195 keerde hij langzaam, in elke stad zaken regelend, terug naar Rome. In Viminacium wees hij zijn zoon Caracalla aan als caesar, wat de implicatie had dat Albinus het niet meer was. Severus had echter geen haast om ten strijde te trekken: als keizer had hij ook andere taken en hij had nog nauwelijks tijd gehad om bijvoorbeeld gezantschappen uit de provincie te aanhoren, Senaatsvergaderingen bij te wonen en voor te gaan in de staatscultus.
Uiteindelijk trok hij naar het front, maar met een omweg langs zijn voormalige provincie aan de Donau. Langs de limes trok hij naar het westen, zodat hij Gallië niet over de Alpen maar over de Rijn binnentrok. (Albinus had inmiddels Lyon bezet en verwachtte een aanval vanuit het zuidoosten.) Op 19 februari 197 kwam het tot een veldslag, waarbij het er even op leek dat Severus zou verliezen, maar uiteindelijk gaf zijn reserve de doorslag.
De burgeroorlogen waren voorbij: Severus zou regeren tot zijn dood in 211 en zou worden opgevolgd door zijn zoon Caracalla. In feite had de crisis in het Romeinse Rijk ruim vier jaar geduurd: meer dan eens zo lang als de troonopvolgingsstrijd na de dood van Nero, die in anderhalf jaar was beslist. In 193-197 werd Commodus vervangen door een keizer die weliswaar wat tactvoller omging met de Senaat, maar verder was er in feite weinig veranderd. Het was niet langer Italië dat het Middellandse Zee-gebied bestuurde: keizers werden niet alleen gemaakt in de provincie, door de legers, maar kwamen ook uit de provincie, uit Africa. Er waren antecedenten voor, zeker, maar de Romeinse wereld begon te homogeniseren, met Italië als een van de vele regio’s, als een provincie onder de provincies.
December 2014
De ineenstorting van het Romeinse gezag in het Westen
Het einde van de Romeinse Republiek
De moord op de Romeinse keizer Caligula
‘Wetenschap is pas af als ze is gecommuniceerd’
Hoe zag een Gallisch dorpje eruit?
Romeinse mijlpalen – Belangrijke markeringspunten