//

Wilhelmina zou overtredingen van militaire regels hebben uitgelokt

Koningin Wilhelmina bezoekt in mei 1942 de Prinses Irene Brigade in het trainingskamp in het Engelse Wolverhampton.
Koningin Wilhelmina bezoekt in mei 1942 de Prinses Irene Brigade in het trainingskamp in het Engelse Wolverhampton. (CC0 - Nationaal Archief, Fotocollectie Anefo)

Koningin Wilhelmina heeft meer dan eens doelbewust uitgelokt dat militairen de regels overtraden – om ze vervolgens te laten straffen. Familieleden van enkele militairen die daarvan de dupe werden, hebben dat laten weten aan historicus Gerard Aalders.

Aalders meldt dat in zijn Oranje zwartboek, De ontluisterende geschiedenis van onze koninklijke familie. Na verschijning werden in oktober 2020 meteen liefst vijf drukken opgelegd, inmiddels is de negende van de pers gerold. Om hoeveel exemplaren het in totaal gaat, wil uitgever Hans van Maar van Just Publishers niet zeggen. “Dat is iets tussen uitgeverij en boekhandel.”

In een bespreking van Oranje Zwartboek (Historiek, 2 november 2020) viel te lezen dat het geen nieuwe feiten bevat. Dat is niet helemaal waar. In hoofdzaak zet Aalders inderdaad op een rijtje wat anderen en ook hijzelf al eerder aan minder fraaie feiten over de familie Van Oranje-Nassau hebben opgediept. Toch blijkt dat Oranje zwartboek in elk geval twee brokken nieuws bevat – één over Wilhelmina en één over prins Bernhard.

Telkens dezelfde karaktertrek

Het opmerkelijkst is hoe koningin Wilhelmina – die de strijdkrachten een zeer warm hart toedroeg – zich soms gedroeg als ze op bezoek was bij militairen. Aalders vernam daarover na publicatie van Wilhelmina. Werkelijkheid en fictie (2018). “Een aantal lezers van mijn boek Wilhelmina heeft de moeite genomen mij per e-mail enkele staaltjes van haar regel- en tuchtdrift toe te sturen. Die verhalen circuleerden in familiekring”, schrijft hij. Aalders onderstreept dat het niet mogelijk is die verhalen op juistheid te controleren, “maar het is frappant dat in alle dezelfde karaktertrek van Wilhelmina wordt beschreven”.

‘Bent u doof?’

Wilhelmina te paard bij troepenmanoeuvres in het Gooi. Het is april 1917.
Wilhelmina te paard bij troepenmanoeuvres in het Gooi. Het is april 1917. (Nationaal Archief, Fotocollectie Elsevier/Fotopersbureau Holland)

Het eerste overgeleverde verhaal verwoordt hij als volgt.

“Het was een schildwacht verboden tijdens zijn dienst enig woord – met wie dan ook – te wisselen. Ook niet als Hare Majesteit de Koningin hem persoonlijk aansprak. Dus begroette Wilhelmina op een dag de dienstdoende schildwacht tijdens een van haar ‘testen’ met ‘Goedemorgen schildwacht!’ Ze kreeg een strakke blik als antwoord, maar de man hield zijn kaken op elkaar. ‘Schildwacht, ik zei goedemorgen en u hoort niet wat ik zeg.’ Als de man bleef zwijgen ging ze door met provoceren: ‘Goedemorgen schildwacht, bent u soms doof?’ Wanneer de soldaat zich dan gedwongen voelde te antwoorden, ontstak ze in woede en eiste ze maatregelen tegen de onverlaat die het had bestaan de regels met voeten te treden.”

Een ander incident geeft Aalders zo weer:

“Als ze te paard troepen te velde inspecteerde, mocht de officier die de troepen presenteerde Hare Majesteit niet dichter dan tot op zes paard-breedtes naderen. Toen ze op een dag weer in een van haar buien was, verzocht ze de officier zijn paard zijdelings naar haar toe te verplaatsen. Na vijf van die manoeuvres stonden de paarden van Wilhelmina en de officier bijna flank aan flank. Dat was ook haar bedoeling, want toen kon ze straf laten uitdelen.”

Uitlokking

Die straffen berustten uiteraard op de toenmalige militaire regelgeving en niet op het strafrecht. Zou dat laatste wel het geval zijn, dan zou een rechter zonder twijfel concluderen dat sprake was van uitlokking – en dat is strafbaar. Volgens het Wetboek van Strafrecht (artikel 47) worden niet alleen degenen die een strafbaar feit plegen ‘als daders gestraft’, maar ook ‘zij die (. . .) het feit opzettelijk uitlokken’. Dat uitlokken kan volgens het Wetboek van Strafrecht onder meer gebeuren door giften in het vooruitzicht te stellen, door beloftes te doen of door geweld toe te passen. Maar ook door ‘misbruik van gezag’. Dat laatste lijkt naadloos te passen bij de uitlokking die Wilhelmina toepaste in de hierboven aangehaalde gevallen.

Bernhards reislust

Het tweede brok nieuws in Aalders’ Oranje Zwartboek betreft zoals gezegd prins Bernhard. Het gaat over de met zijn reislust gemoeide kosten, waarmee Bernhard na de Tweede Wereldoorlog de rijksoverheid opzadelde. Dát hij op kosten van de belastingbetaler er graag op uittrok, is inderdaad geen nieuws.

Dat handelsmissies onder leiding van de koning(in) of een ander lid van de koninklijke familie voor de Nederlandse economie niet of nauwelijks iets opleveren, is ook al langer bekend. Huub Ruël, die aan Hogeschool Windesheim onderzoek deed naar handelsmissies, legde het in 2015 nog eens uit. Op de website van de NOS werd hij op 2 april dat jaar zo geciteerd:

“Er komen nooit direct contracten uit zo’n missie rollen. Vaak duurt dat na een eerste contact nog twee jaar voor een concrete samenwerking ontstaat. Uiteindelijk is het niet meer naar de koning te herleiden. Een staatshoofd trekt natuurlijk wel veel aandacht. Maar uiteindelijk gaat het er om of de bedrijven elkaar vinden. Een koning kan daarin niet sturen, hij kan het ene bedrijf niet voortrekken op het andere en houdt daarom afstand, anders dan een president of premier.”

Op 19 maart 1950 komt prins Bernhard na een reis naar Latijns-Amerika terug op Schiphol. Hij wordt opgehaald door koningin Juliana en hun vier dochters (naast Juliana menen we prinses Margriet te zien).
Op 19 maart 1950 komt prins Bernhard na een reis naar Latijns-Amerika terug op Schiphol. Hij wordt opgehaald door koningin Juliana en hun vier dochters (naast Juliana menen we prinses Margriet te zien). (Nationaal Archief, Fotocollectie Anefo/J.D. Noske)

Harde guldens

De drie reizen die prins Bernhard in 1948, 1950 en 1951 maakte naar Midden- en Zuid-Amerika noemt Aalders mede daarom plezierreisjes. Nieuw is dat hij in Oranje Zwartboek een aantal in harde guldens uitgedrukte kostenposten aan die reizen hangt. Die cijfers heeft hij opgediept uit het Nationaal Archief. Om de forse kosten aan het zicht te onttrekken werden ze de ene keer over drie, de andere keer over vier ministeries verdeeld en in het derde geval geboekt als ‘Onvoorziene Uitgaven van de Rijksbegroting’.

Voor alleen al zijn vervoer maakte Bernhard voor de drie reizen samen 608.782 gulden kosten. Stoppen we dat bedrag in een rekentooltje van het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis, dan rolt er het hedendaagse equivalent uit: ruim 2,4 miljoen euro.

Schadepost voor KLM

Voor de reis in 1948 werd een vliegtuig gecharterd á raison van 138.000 gulden (nu dik 632.000 euro). Najaar 1950 vroeg en kreeg de prins de beschikking over een DC-4 van de KLM. Het toestel kon daardoor 32 dagen niet vliegen voor de Koninklijke. Schadepost voor de luchtvaartmaatschappij: 200.600 gulden (nu bijna 725.000 euro). Een gedeelte van een van zijn reizen wilde Bernhard ter plekke maken met de regerings-Dakota. Het toestel werd gedemonteerd, met vliegdekschip Karel Doorman, dat toch die kant op ging, naar Latijns-Amerika gebracht en daar weer in elkaar gezet. Kosten: 10.000 gulden (dik 39.000 hedendaagse euro’s).

~ Ronald Frisart

Boek: Oranje Zwartboek – Gerard Aalders
Ook interessant: Koninklijk wangedrag

Nooit uitgelezen...

Historiek is uw online geschiedenismagazine. Ons archief bevat duizenden artikelen. Bekijk hier onze alfabetische onderwerplijst en blijf lezen. Of bekijk onze tips op de voorpagina.

Meer informatie of samenwerken? Klik dan hier. Heeft u zelf een artikel dat u wilt publiceren, mail ons dan. Informatie voor uitgevers is hier te vinden.

Honderden auteurs publiceerden al op Historiek. Bekijk hier wie

Doorzoek ons archief: