China en Taiwan

De geschiedenis van twee China’s

Op neutrale bodem, een hotel in Singapore, gaven de presidenten van China, Xi Jinping, en Taiwan, Ma Ying-jeou, elkaar zaterdag een historische handdruk. De handdruk duurde volgens de Chinese staatstelevisie ruim een minuut. De handdruk is historisch te noemen, omdat de twee landen, de Republiek China en de Volksrepubliek China, officieel op voet van oorlog staan tegenover elkaar.

Een artikel van Histoday

Ma Ying-jeou en Xi Jinping (Still YouTube)
Ma Ying-jeou en Xi Jinping (Still YouTube)
De Volksrepubliek beschouwt Taiwan als een afvallige provincie, en de Republiek China beschouwt zichzelf als het échte China, en het grote China als een door de communisten gekaapte gruwel. Deze status quo bestaat al sinds 1950.

Aan het begin van de twintigste eeuw was een groot deel van de wereld gekoloniseerd (geweest) door westerse mogendheden. Een deel was tegen die tijd alweer onafhankelijk geworden, zoals de landen van Zuid-Amerika, en een deel van de naties van de wereld, vooral oude Aziatische rijken, was kolonisatie echter grotendeels bespaard gebleven. China en Japan hadden in de negentiende eeuw onder sterke druk gestaan van westerse mogendheden zoals Groot-Brittannië, maar wisten eeuwenoude politieke structuren in stand te houden, ondanks de bemoeienis van het westen en verschillende oorlogen en conflicten.

- advertentie -

In 1912 kwam er echter desondanks een einde aan het Chinese Keizerrijk, dat had bestaan sinds 221 v.Chr., toen het land werd verenigd onder de eerste keizer van de Qin-dynastie. Aan het eind van de negentiende eeuw was een deel van de Chinese bevolking zeer ontevreden over het bestuur van het land, waar vaak hongersnood heerste. Het regime stond daarnaast onder druk van een hele reeks imperialistische mogendheden, die hoopten steeds grotere stukken van de enorme Chinese taart te kunnen afsnijden.

De coalitie viert zijn overwinning in de Verboden Stad
De coalitie viert zijn overwinning in de Verboden Stad

Boxeropstand

Een deel van de Chinese bevolking wilde niks hebben van al die hebzuchtige koloniale machten, en een opstand tegen allerlei vormen van buitenlandse aanwezigheid brak uit, de Boxeropstand. Buitenlandse functionarissen, waaronder missionarissen, werden aangevallen. Een ongekende alliantie van maar liefst acht landen, Groot-Brittannië, Frankrijk, Duitsland, Oostenrijk-Hongarije, Italië, de Verenigde Staten, Rusland en Japan startte in 1900 een gezamenlijke invasie van China, die, door deze landen zelf althans, werd gezien als een poging om eigen onderdanen in het land te beschermen, en als een humanitaire interventie.

China werd niet veroverd, maar de positie van de keizer was zodanig verzwakt, en de onvrede onder de bevolking zo groot geworden, om niet te zwijgen van het grote leed dat het neerslaan van de opstand door de buitenlandse machten, net als latere opstanden door keizerlijke troepen, had veroorzaakt. De situatie in de Verboden Stad in Peking was onhoudbaar geworden, en in 1911 leidde de Wuchang Opstand tot de instelling van een voorlopige regering van de nieuwe Chinese Republiek, met de revolutionair en leider van de nationalistische Kwomintang Sun Yat-sen aan het hoofd. De laatste keizer, Puyi, deed troonsafstand op 12 februari 1912.

Sun Yat-sen
Sun Yat-sen
Met de val van de keizers was de rust echter verre van weergekeerd in China. Een strijd tussen verschillende regionale machthebbers brak uit. Sun Yat-sen vroeg hulp van dezelfde westerse mogendheden die twaalf jaar eerder het land onder de voet hadden gelopen bij het beëindigen van deze interne strijd, maar het westen was deze keer niet bereid om in te grijpen.

Daarop wendde Sun Yat-sen zich in 1921 tot de nieuwe macht: de Sovjet-Unie. In 1923 sloten de Sovjet-Unie en de Republiek China een overeenkomst om China te herenigen. Sun stuurde zijn luitenant Chiang Kai-sjek naar Moskou voor training en onderhandelingen.

De lange onvrede over westerse bemoeienis en het bestuur van de keizers, evenals de alliantie met Moskou, zorgden ervoor dat de al in 1912 opgerichte Communistische Partij van China (CPC) steeds groter en groter werd. Onvermijdelijk zou er binnen de regering ruzie ontstaan tussen de communisten en de nationalistische Kwomintang, een geïmproviseerd bondgenootschap van twee groeperingen met soms zeer uiteenlopende visies.

In 1927 besloten Chiang Kai-sjek en andere leiders van de Kwomintang dat de toekomst van China bij de communisten niet in goede handen was, onder meer vanwege de invloed die Moskou had op de Communistische Partij. De Kwomintang ging ondertussen door met de strijd tegen de verschillende regionale heersers, en wist de hoofdstad Nanjing in 1928 te veroveren. De internationale gemeenschap erkende daarop prompt de regering onder leiding van Chiang Kai-sjek als het enige echte bestuur van China, een gegeven dat consequenties zou hebben.

Mao Zedong
Mao Zedong
De communisten begonnen direct aan een opstand tegen deze regering. De oude bondgenoten waren nu bittere vijanden geworden. De Japanners zagen nog steeds een verzwakt China, en de regering moest zich weren tegen een Japanse invasie. In de provincie Hunan begon een, in eerste instantie mislukte, boerenopstand, geleid door de latere Chinese leider Mao Zedong.

Een openlijke Chinese burgeroorlog brak uit in augustus 1927, werd verstoord door de Japanse bezetting van Mantsjoerije in 1937 en het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog, maar de vijandigheden tussen de nationalisten en de communisten laaiden weer op toen de oorlog in 1945 ten einde kwam. Door de overwinning van de Sovjet-Unie kregen de communisten de overhand in China, en Chiang Kai-sjek was gedwongen zich terug te trekken naar gebieden die niet door de communisten of de Sovjets bezet waren, toen de Japanners zich terugtrokken.

Taiwan, de Republiek China

Het eiland Taiwan hoorde tot het gebied dat nog in handen van de nationalisten was. Het eiland, het voormalige Formosa, was in 1683 geannexeerd door de Chinese keizer, maar had al veel langer dan dat te maken gehad met grote invloed van keizerlijk China. De Kwomintang behield daar tot op de dag van vandaag in zekere zin de macht.

Chiang Kai-shek
Chiang Kai-shek
Uiteindelijk zouden pogingen van Chiang Kai-sjek, die tot zijn dood in 1975 president van de Republiek China bleef (dat wil zeggen Taiwan) om de communisten te verslaan steeds mislukken. Sterker nog, onder Mao vestigde de partij zich stevig in het centrum van de macht van het Chinese vasteland. In 1950 kwam een einde aan de openlijke vijandigheden.

De twee China’s ontwikkelden zich daarna heel verschillend: Mao voerde drastische Stalinistische maatregelen door, die miljoenen mensen het leven kosten, en Taiwan richtte zich op het westen. Ondertussen zijn beide landen op hun eigen manier economische grootmachten geworden. De burgeroorlog is echter nooit definitief ten einde gekomen, en tot op de dag van vandaag vinden mensen op het vasteland en op het eiland dat ze de enige echte erfgenamen van het Chinese keizerrijk zijn, en het enige echte China.

Korea kent ook een tweedeling: een Maoïstisch noorden en een westers zuiden. China kent eenzelfde tweedeling. De vijandschap tussen Noord- en Zuid-Korea is openlijker en pregnanter, omdat er geen zee tussen beide landen is. De twee Korea’s voeren echter geen strijd over de vraag welk land het echte Korea is: het zijn er gewoon twee.

Maar de vijandschap tussen de Volksrepubliek en de Republiek China zit misschien nog wel dieper: er kan theoretisch gezien maar één China zijn dat de opvolger is van de keizers. De vraag is waar die sentimenten in de toekomst nog toe zullen gaan leiden.

~ Ties RamekersHistoday

Dit atikel is afkomstig van online geschiedenismagazine www.historiek.net

Meer van dit soort berichten? Like ons dan!

Gelijk naar geschiedenisboeken over:
Ook adverteren op Historiek?
Goede keus! Klik hier