Communistisch Manifest opnieuw vertaald

Uitgeverij Vantilt presenteert aankomende vrijdag (13 november) tijdens een bijeenkomst in het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis in Amsterdam een nieuwe vertaling van Het communistisch manifest van Karl Marx en Friedrich Engels. Voorafgaand aan de presentatie zijn er enkele lezingen over het invloedrijke manifest. Zo legt Marcel van der Linden (IISG) uit hoe het werk tot stand kwam en vertelt Dennis Bos (HDC) hoe het manifest in de negentiende eeuw ontvangen werd. Elsbeth Etty leidt hierna een discussie rond de vraag waarom Het communistisch manifest vandaag de dag nog interessant is. Op Historiek aan fragment uit de nieuwe vertaling van Het communistisch manifest, verzorgd door Hans Driessen:


Bourgeois en proletariër •

De geschiedenis van elke maatschappij tot dusver is de geschiedenis van klassenstrijd. Vrije en slaaf, patriciër en plebejer, baron en lijfeigene, gildemeester en gezel, kortom, onderdrukkers en onderdrukten, stonden voortdurend tegenover elkaar. Ze leverden onafgebroken strijd, nu eens heimelijk, dan weer openlijk – een strijd die elke keer met een revolutionaire hervorming van de hele maatschappij eindigde, of met de gemeenschappelijke ondergang van de strijdende klassen.

Karl Marx en Friedrich Engels
Karl Marx en Friedrich Engels
In eerdere periodes van de geschiedenis vinden we bijna overal een volledige onderverdeling van de maatschappij in verschillende standen, een veelsoortige schakering van maatschappelijke posities. In het oude Rome zien we patriciërs, ridders, plebejers en slaven; in de Middeleeuwen feodale heren, vazallen, gildemeesters, gezellen, lijfeigenen, en daarbij in vrijwel elk van deze klassen weer speciale schakeringen. De moderne burgerlijke samenleving, die is voortgekomen uit de feodale maatschappij, heeft de klassentegenstellingen niet opgeheven; ze heeft alleen de oude klassen, de oude omstandigheden van onderdrukking, de oude vormen van strijd door nieuwe vervangen. Onze tijd, de tijd van de bourgeoisie, kenmerkt zich door het vereenvoudigen van de klassentegenstellingen. De hele maatschappij splitst zich in toenemende mate op in twee grote vijandelijke kampen, in twee grote, direct tegenover elkaar staande klassen: bourgeoisie en proletariaat. Uit de lijfeigenen van de Middeleeuwen kwamen de buitenpoorters van de eerste steden voort en uit deze buitenpoorters ontwikkelden zich de eerste elementen van de bourgeoisie. De ontdekking van Amerika en de omzeiling van Afrika schiepen een nieuw terrein voor de opkomende bourgeoisie. Door de Oost-Indische en Chinese markt, de kolonisatie van Amerika, de contacten met de kolonies en de toename van het aantal ruilmiddelen en waren in het algemeen, namen de handel, de scheepvaart en de industrie een ongekend hoge vlucht, en als gevolg hiervan ontwikkelde het revolutionaire element in de uiteenvallende feodale maatschappij zich in hoog tempo. De productiewijze, die tot dan toe berustte op feodale omstandigheden of gilden, hield geen gelijke tred meer met de groeiende behoeften van de nieuwe markten. De manufactuur nam haar plaats in. De gildemeesters werden verdrongen door de industriële middenstand; de verdeling van de arbeid onder de verschillende corporaties verdween om ruimte te maken voor de verdeling van de arbeid in de afzonderlijke werkplaats.

Maar de markten bleven groeien, de vraag bleef toenemen. Ook de manufactuur volstond niet meer. Daarop revolutioneerden de stoom en de machines de industriële productie. In plaats van de manufactuur kwam de moderne grote industrie, in plaats van de industriële middenstand kwamen de industriële miljonairs, de chefs van hele industriële legers, de moderne bourgeois. De grote industrie heeft de wereldmarkt geschapen, die door de ontdekking van Amerika werd voorbereid. De wereldmarkt heeft de handel, de scheepvaart, de communicatie tussen de verscheidene landen een onmetelijke impuls gegeven. Deze had weer zijn uitwerking op de uitbreiding van de industrie, en in de zelfde mate waarin industrie, handel, scheepvaart en spoorlijnen zich uitbreidden, rijpte de bourgeoisie, vermeerderde ze haar kapitalen en schoof ze alle klassen die na de Middeleeuwen waren overgebleven, op de achtergrond.

- advertentie -

We zien dus hoe de moderne bourgeoisie zelf het product is van een lange rijpingsgeschiedenis, een reeks ingrijpende veranderingen in de productie- en verkeerswijzen. Elk van deze rijpingsniveaus ging gepaard met een navenante politieke vooruitgang. In haar hoedanigheid van onderdrukte stand onder de heerschappij van feodale heren, in die van bewapende en zichzelf besturende associatie in de commune, nu eens onafhankelijke stadsrepubliek, dan weer derde belastingplichtige stand in de monarchie, tegenwicht tegen de adel in de op standen gebaseerde dan wel absolute monarchie ten tijde van de manufactuur, maar hoe dan ook voornaamste basis van de grote monarchieën in het algemeen – kortom in al die hoedanigheden bevocht de bourgeoisie ten langen leste – sinds het ontstaan van de grote industrie en de wereldmarkt – voor zichzelf de exclusieve politieke macht in de moderne representatieve staat. De moderne staatsmacht is alleen maar een college dat de gemeenschappelijke zaken van de hele bourgeoisieklasse behartigt. De bourgeoisie heeft dus in de geschiedenis een uiterst revolutionaire rol gespeeld.

Waar de bourgeoisie aan de macht is gekomen, heeft ze alle feodale, patriarchale, idyllische omstandigheden vernietigd. Ze heeft de bontgekleurde feodale banden, die de mens met zijn natuurlijke meerderen verbonden, meedogenloos geslaakt en geen andere band tussen de ene en de andere mens overgelaten dan het naakte belang, de van alle gevoelens verstoken ‘gangbare betaling’. Ze heeft de heilige huiver van de vrome dweepzucht, van de ridderlijke geest, van de spitsburgerlijke weemoed verdronken in het ijskoude water van de egoïstische berekening. Ze heeft de persoonlijke waardigheid opgelost in de ruilwaarde en de talloze schriftelijk vastgelegde en terecht verworven vrijheden vervangen door die ene gewetenloze vrijheid van handel. Ze heeft – in één woord gezegd – de door godsdienstige en politieke illusies verhulde uitbuiting vervangen door de openlijke, schaamteloze, directe en onverbloemde uitbuiting.

De bourgeoisie heeft al haar tot dusver eerbiedwaardige en met vroom ontzag bekeken activiteiten van hun stralenkrans ontdaan. Ze heeft de arts, de jurist, de priester, de poëet en de man van de wetenschap veranderd in haar betaalde loonarbeiders.

De bourgeoisie heeft het gezin zijn ontroerend-sentimentele sluier afgerukt en het gereduceerd tot een pure financiële eenheid.

De bourgeoisie heeft onthuld hoe de brute machtsuitoefening – de reden waarom de partij van het behoud de Middeleeuwen zozeer bewondert – haar adequate tegenhanger vond in de sufste lusteloosheid. Zij heeft als eerste bewezen wat actieve mensen tot stand weten te brengen. Zij heeft heel andere wonderwerken verricht dan Egyptische piramides, Romeinse waterleidingen en gotische kathedralen; zij heeft heel andere tochten geleid dan volksverhuizingen en kruisvaarten.

Het communistisch manifest (nieuwe vertaling)
Het communistisch manifest (nieuwe vertaling)
De bourgeoisie kan niet bestaan zonder de productie-instrumenten, de productieverhoudingen en dus alle maatschappelijke verhoudingen voortdurend te revolutioneren. Daarentegen was het onveranderlijke behoud van de oude productiewijze de eerste bestaansvoorwaarde van alle vroegere industriële klassen. De voortdurende ingrijpende verandering van de productie, het ononderbroken aan het wankelen brengen van alle maatschappelijke toestanden en ten slotte de eeuwige onzekerheid en beweging kenmerken bij uitstek het tijdperk van de bour-geoisie. Alle stevig ingeroeste omstandigheden worden ontbon-den, met in hun kielzog de oude eerbiedwekkende voorstellingen en opvattingen; alle opnieuw gevormde verouderen voordat ze kunnen verstarren. Alles wat op standen en op het bestaande berust verdampt; al het heilige wordt ontwijd en de mensen worden ten slotte gedwongen hun positie in het leven, hun wederzijdse betrekkingen, met nuchtere ogen te bezien.

~ Karl Marx & Friedrich Engels
Vertaling: Hans Driessen

• – Met de naam ‘bourgeoisie’ wordt de klasse van de moderne kapitalisten aangeduid die de maatschappelijke productiemiddelen bezit en loonarbeid uitbuit; met ‘proletariaat’ de klasse van de moderne loonarbeiders die, aan gezien ze geen eigen productiemiddelen bezit, erop aangewezen is haar arbeidskracht te verkopen om te kunnen leven.

Bestel dit boek bij:

Bekijk ook onze uitgebreide onderwerpenlijst of het personenregister

Dit atikel is afkomstig van online geschiedenismagazine www.historiek.net

Gelijk naar geschiedenisboeken over: