De Brusselse Sint-Niklaaskerk, een bijzonder godshuis

Op amper enkele passen van de Brusselse Grote Markt staat één van de oudste godshuizen van de stad. De kerk dateert uit het begin van de twaalfde eeuw en is opgedragen aan Sint-Nicolaas, de patroonheilige van de kooplieden. De kerk heeft een bewogen geschiedenis achter de rug en is omwille van de talrijke kunstwerken die ze herbergt nog steeds een toeristische trekpleister.

Vroege geschiedenis

Léon van Heil
Léon van Heil
Al in 1152 is er in een stadskroniek sprake van een klein bedehuisje nabij de Brusselse Grote Markt. De kapel, want meer was het niet, verkreeg al vrij snel de allures van een echt godshuis. In de daaropvolgende eeuw werd een begin gemaakt met de bouw van een imposante klokkentoren, naast de eigenlijke kerk. Deze moest tegelijkertijd als belfort dienen om zo de macht en rijkdom van de stad te symboliseren. In 1367 werd de toren tijdens een hevige storm zwaar beschadigd en stortte gedeeltelijk in. Het stadsbestuur besloot op de Romaanse onderbouw een nieuwe toren op te richten met een achthoekige bovenstructuur.

Het verdere verhaal

Halfweg de zeventiende eeuw voorzag de Brusselse architect Léon van Heil (1605-ca.1664) de toren van een bijkomende verdieping en koepel waar in 1662 een volledig nieuwe beiaard werd geplaatst met maar liefst 38 klokken.

Zoals de meeste gebouwen op en rondom de Brusselse Grote Markt liep de Sint-Niklaaskerk zware schade op tijdens het Franse bombardement op de stad door de troepen van maarschalk de Villeroy in augustus 1695. Alleen de vroegere kapel en het koorgedeelte bleven enigszins gespaard. De kerktoren zelf vatte vuur en stortte uiteindelijk onder veel geraas voor de tweede keer in elkaar. Tot op heden is in één van de zuilen in het middenschip van de kerk een kanonskogel ingemetseld die aan de beschieting van 1695 herinnert.

- advertentie -
Interieur van de Brusselse Sint-Niklaaskerk
Interieur van de Brusselse Sint-Niklaaskerk

Opbouw en rampspoed

Het was de architect Willem De Bruyn (1649-1719), één van de sleutelfiguren verantwoordelijk voor de heropbouw van de panden op de Grote Markt die enige tijd later van het stadsbestuur ook de opdracht toevertrouwd kreeg om de belforttoren van de Sint-Niklaaskerk te restaureren. De Bruyn bedacht om op de resten van de toren drie verdiepingen te bouwen met daarop een stenen spits. Waarschijnlijk had hij onvoldoende rekening gehouden met het gewicht van de klokken want het stenen gevaarte begaf het al in 1714, amper een jaar na voltooiing. De Brusselaars hielden het na deze derde keer dat de kerktoren instortte definitief voor bekeken. Het godshuis moet het sindsdien zonder klokkentoren stellen.

In de jaren vijftig van de vorige eeuw werden aan het inkomstportaal en de westzijde van de kerk door de Brusselse stadsarchitect Jean Rombaux (1901-1979) ingrijpende restauratiewerken uitgevoerd. Hierbij kwamen per toeval enkele fundamenten aan het licht van het oorspronkelijke twaalfde-eeuwse godshuis. In dezelfde periode werd boven het toegangsportaal een glasraam geplaatst ontworpen door de kunstenaar Guy Chabrol.

Het kerkinterieur

De Maagd met het Slapende Kind, toegeschreven aan (een leerling van) Peter Paul Rubens in de St-Niklaaskerk in Brussel - cc
De Maagd met het Slapende Kind, toegeschreven aan (een leerling van) Peter Paul Rubens in de St-Niklaaskerk in Brussel – cc
De kerk bevat enkele opvallende kunstwerken. Eén ervan is het schilderij “De Maagd met het slapend Kind“ dat door sommige kunsthistorici toegeschreven wordt aan Rubens of op zijn minst aan één van de leerlingen uit zijn atelier. Voorts zijn er in de zijbeuken naast werken van onder meer Joseph Stallaert (1825-1903) en de Antwerpse kunstschilder Willem Herreyns (1743-1827) ook een reeks schilderijen te zien uitgevoerd door Jan van Orley (1665-1735) waaronder het doek “Christus tussen de schriftgeleerden“. Bijzonder fraai zijn eveneens de veertiende-eeuwse koorstoelen versierd met medaillons die het leven van Sint-Nicolaas als bisschop van Myra uitbeelden.

Een opmerkelijke kunstschat

In 1572 veroverden de watergeuzen onder leiding van Willem II Van der Marck (1542-1578) en Guillaume de Blois (1529-1594) het Zuid-Hollandse stadje Den Briel op de Spanjaarden. Kort daarna gaf ook het verderop gelegen Gorkum zich aan de geuzen over. Zeventien katholieke priesters en twee lekenbroeders werden er in hechtenis genomen, overgebracht naar Den Briel waar ze gefolterd en uiteindelijk terechtgesteld werden. Ze gingen de geschiedenisboeken in als de ‘Martelaren van Gorkum’. In de kerk worden in een prachtig verguld koperen reliekschrijn ontworpen door de Duitse goudsmid Franz Xavier Hellner (1819-1901) enkele botresten van deze martelaren bewaard.

~ Rudi Schrever
Brusselse stadsgids | Rondleidingen op aanvraag | rudi.schrever@skynet.be

Bekijk ook: Bezienswaardigheden in Brussel
Boek: Brussel – Geschiedenis van een Brabantse stad

Haring - cc
Iedereen kent de vraag “wat eten wij vandaag” En het antwoord is…
Willekeurige afbeelding van een poepende man - cc
Stront, poep, plas, diarree of andere vuiligheid? Viezigheid is van alle tijden!…

Dit atikel is afkomstig van online geschiedenismagazine www.historiek.net

Meer van dit soort berichten? Like ons dan!

Gelijk naar geschiedenisboeken over:
Ook adverteren op Historiek?
Goede keus! Klik hier