Week van de koloniale geschiedenis
Dark
Light

Droombungalows in Callantsoog

8 minuten leestijd
Sandepark anno 2023, Callantsoog
Sandepark anno 2023, Callantsoog – Foto: Kees Zwaan

Al meer dan 130 jaar geleden werd in Callantsoog de eerste vakantievilla gebouwd en kwamen de eerste badgasten om te genieten van wat Callantsoog en omgeving ze bood: zon, zee en strand. Vanaf het einde van de Tweede Wereldoorlog kwam de bouw van vakantiewoningen in een stroomversnelling. Callantsoog wordt dan ook steeds drukker mede doordat steeds meer grond gebruikt wordt voor de bouw van vakantieparken. Architectuurhistoricus Mieke Dings, die er promotieonderzoek naar deed, noemt de huidige ontwikkeling ‘de roompottisering van het Nederlandse landschap’. In de jaren zestig werd het eerste vakantiepark in Groote Keeten gerealiseerd.

Pieter Kuik en Sunclass

Na de Tweede Wereldoorlog kregen Nederlanders steeds meer vrije tijd en ze hadden ook meer te besteden. De vijfdaagse werkweek werd ingevoerd en men kreeg recht op tenminste één week vakantie. Dat had vooral te maken met een sterke economische groei in de jaren zestig. Steeds meer mensen brachten hun vrije tijd door in een badplaats. De wat beter gesitueerden kochten er een tweede huis. In de jaren zestig speelden projectontwikkelaars er handig op in. Zo stond er in het begin van de jaren zestig opeens een flink aantal op een tent lijkende zomerhuisjes op een kaal weiland in Groote Keeten.

De eerste huisjes
De eerste huisjes – Historische Vereniging Callantsoog

Projectontwikkelaar Pieter Kuik van Sunclass Bungalows Bouw en Exploitatiemaatschappij NV uit Aerdenhout pakte het plan op Groote Keeten ‘recreatief’ te ontsluiten. Het gemeentebestuur had al eind jaren vijftig zestien hectare grasland in het bestemmingsplan aangewezen als ‘recreatieterrein’. Land dat in gebruik was voor het beweiden van koeien zou een andere bestemming krijgen. De gemeente gaf landschapsarchitect Jan Vroom uit Glimmen in de gemeente Haren opdracht een plan te maken, waaraan projectontwikkelaar Kuik gebonden zou zijn. Vroom was een nakomeling van bekende landschapsarchitecten die onder andere veel tuinen in Engelse landschapsstijl (slingertuinen) voor Groninger herenboeren ontwierpen.

Vroom ging in Groote Keeten voortvarend aan de slag en binnen korte tijd was het terrein bouwrijp gemaakt, voorzien van wegen, riolering, een kanovijver, sportvelden en veel beplanting. Het zou tenslotte een terrein worden met een parkachtig uiterlijk.

Sunclass zomerhuis in aanbouw - Historische Vereniging Callantsoog
Sunclass zomerhuis in aanbouw – Historische Vereniging Callantsoog
Ondernemer Kuik gaf architect Pieter Mient Hoekstra, ook uit Glimmen, opdracht om een vakantiehuis te ontwerpen. Hoekstra had veel ervaring met het ontwerpen van woningwetwoningen, bungalows, villa’s en twee-onder-een-kap woningen en nam opdrachten daarvoor uit heel Nederland aan. Zelfs Willem Kloosterboer, de voorzitter van de VVV, liet hem een villa ontwerpen, die echter nooit gebouwd is.

Hoekstra vond dat men meteen een vakantiegevoel moest krijgen als men de recreatiewoning binnenging. Hij koos daarom voor een tentvormig bouwsel. Het geraamte en het overige houtwerk werd als bouwpakket vanuit Zweden kant-en-klaar op de bouwplaats afgeleverd. Het dak werd gemaakt van kunststof golfplaten uit België. Al met al een vrij simpel huisje.

Er zouden in eerste instantie honderdvijftig worden gebouwd op kavels van 350-400 vierkante meter. Allemaal vrijstaand zodat je er omheen kon lopen. Dat had ook weer te maken met de filosofie van Hoekstra. Je bent met vakantie of met ‘weekend’ en je wilt je vrij voelen in je vrije tijd. Veel beplanting en hoge struiken zouden de recreanten extra privacy bieden. De bungalows waren met een oppervlakte van bijna eenentwintig vierkante meter van beperkte omvang. Toch bood zo’n gebouwtje plaats voor een keukentje, een wc en een douche. Bovendien zouden er zes tot acht personen in kunnen slapen. Iedere bungalow werd zo’n zes meter hoog. De fundering bestond uit asbest buizen die met beton werden volgestort. Bovendien waren ze niet duur: voor iets minder dan 20.000 gulden kon je de eigenaar worden van een ‘originele, moderne en artistieke recreatiewoning’.

Algemeen Handelsblad 10 april 1964
Algemeen Handelsblad 10 april 1964

Een krant meldde medio 1964 dat er al 34 woningen klaar waren. Nog 117 te gaan en dan zou de bebouwing van het park helemaal klaar zijn. Merkwaardig was wel dat Kuik de huisjes alleen aan Nederlanders wilde verkopen en niet aan Duitsers. Volgens hem niet omdat hij boos was op onze Oosterburen vanwege de Tweede Wereldoorlog, maar omdat hij vond dat Nederlanders in ‘hun eigen sfeer’ van hun vakantie moesten kunnen genieten. Hij kon echter niet tegenhouden dat de woningen na kortere of langere tijd toch in handen kwamen van Duitsers.

Minister legt bouw stil

Pieter Bogaers, januari 1964 - Collectie gemeente Deurne
Minister Bogaers opent de eerste ‘Bogaerswoning’ in Deurne – Collectie gemeente Deurne
Op het terrein lagen tientallen bouwpakketten te wachten op montage. In juni 1964 zag het er echter naar uit dat het hele project vertraging zou oplopen of helemaal niet zou doorgaan. Op last van minister Pieter Bogaers van Volkshuisvesting en Bouwnijverheid werd de bouw in juni stilgelegd. De minister was van mening dat hij vergunning moest verlenen voor het bouwen van de woningen. En dat had hij niet gedaan en was hij ook niet van plan.

Bogaers was minister in een tijd dat de woningnood groot was, net als nu, en zag liever dat er ‘gewone’ woningen gebouwd werden. Hij stelde alles in het werk om de woningnood te verzachten. Zo werd een goedkoop model eengezinswoning, een twee-onder-één-kapper, naar hem vernoemd. Een woning van dat model kostte in januari 1964 slechts 14.000 gulden, dus heel wat goedkoper dan de recreatiewoningen van Kuik. In het hele land waren er toen zo’n 180 van in aanbouw. Woningbezit werd vanuit het Rijk gestimuleerd door subsidies – later de zogenaamde premie A en B woningen – zodat een eigen woning ook voor ‘gewone’ mensen haalbaar zou zijn. Betaalbare woningen waren net als nu meer dan nodig.

Bogaers bracht een bezoek aan Deurne (Noord-Brabant) waar hij de eerste naar hem vernoemde woning plechtig opende en overdroeg aan de nieuwe bewoners. In de visie van Bogaers waren tweede woningen luxe objecten die niets zouden bijdragen aan de woningnood en bovendien relatief duur waren.

Op het moment dat de minister de bouw stillegde had Kuik er al een miljoen gulden in geïnvesteerd. Alvorens hij was begonnen met het project had hij uitvoerig overlegd met het gemeentebestuur, met name met burgemeester Willem Leendert Correljé, die hem had verzekerd dat het project geen extra vergunningen nodig zou hebben. Bovendien bedacht Correljé een juridische truc om de huisjes niet onder de ministeriële regels te laten vallen. Het waren recreatieobjecten en hiervoor zouden enkel gemeentelijke vergunningen benodigd zijn. Maar daar dacht de zeer kritische minister dus heel anders over. Hij stond bekend als een progressieve katholiek en was één van de oprichters van de PPR. Ook een – wat kleiner – project in Zeeland werd door hem stilgelegd. De minister had z’n zinnen gezet op ‘echte’ woningen. Uiteindelijk trok hij toch aan het kortste eind. Het hele terrein mocht bebouwd worden. De timmerlieden van Kuik konden weer aan de slag gaan.

Een net gebouwd huisje - Historische Vereniging Callantsoog
Een net gebouwd huisje – Historische Vereniging Callantsoog

Droomhuis in de zon

Het bedrijf van Pieter Kuik had nog veel meer ijzers in ’t vuur. Op een mistroostige dag in januari 1966 nam ‘de altijd glimlachende’ Pieter Kuik op Schiphol plaats in een door hem gecharterd vliegtuig om naar Italië te vliegen, om precies te zijn naar de Lago Maggiore. Daar zouden bungalows van hetzelfde model als in Groote Keeten gebouwd gaan worden. Het vliegtuig zat vol met aspirant-kopers van door hem te bouwen recreatiebungalows vlakbij het prachtige meer. ‘Laat het niet bij dromen maar ga met de bezichtigingsvlucht mee’ had Kuik ze per advertentie aangemoedigd, waarin hij de huizen omschreef als ‘artistieke, ideaal bewoonbare droomhuizen’ met een ‘groots en ongebreideld uitzicht over het Lago (meer) en de Zwitserse Alpen’.

Na drie uur vliegen was het nog een uurtje rijden per touringcar naar de plaats van bestemming. Als de reizigers een bungalow zouden aanschaffen was de reis gratis en anders zouden ze een klein deel van de kosten moeten betalen. Eenmaal op bestemming aangekomen werden de belangstellenden toch wel een beetje onder druk gezet, want ze moesten snel beslissen. Het was toch een koopje? Zo kwamen er veel handtekeningen onder de koopcontracten.

Advertentie in de Leeuwarder Courant 1 december 1966
Advertentie in de Leeuwarder Courant 1 december 1966

Veel van de kopers waren niet onbemiddeld en kwamen niet uit het arbeidersmilieu. Sommigen zagen het als een goede investering voor later, als aanvulling op een pensioen of als bron van inkomsten door de bungalow in de verhuur te zetten. De reizigers hadden ’s ochtends het luchtruim gekozen en landden ’s avonds weer op Schiphol. Kuik heeft veel van zulke vliegtochten ondernomen. Het bleek een lucratieve verkoopmethode.

In 1969 kopte een krant: ‘Tweede woning straks normale zaak.’ De journalist beweert dat binnen korte tijd iedere stadsbewoner een tweede huis zou hebben als ‘verlengstuk’ van vrijetijdsbesteding. In het jaar 2000 waren er volgens hem zo’n 800.000 tweede woningen. De meesten zullen hun vakantiehuis een groot deel van het seizoen verhuren, stelt hij. In zijn artikel merkt de journalist op dat er in de Kop van Noord-Holland al complexen met vakantiewoningen in Callantsoog en Julianadorp zijn gerealiseerd, maar, zo vindt hij, ze zijn niet allemaal even ‘ooglijk’. Het ‘onooglijke’ karakter is inmiddels niet meer van toepassing. Het parkachtige uiterlijk van het terrein heeft plaatsgemaakt voor een weelderige bosschage, waarin de huisjes bijna schijnen op te lossen.

In 1972 kwam een Callantsoger wethouder onder vuur te liggen wegens veronderstelde belangenverstrengeling. Hem werd verweten met voorkennis in met grond te hebben gespeculeerd. Vier jaar tevoren had hij dan ook vijf hectare grond gekocht waarop een recreatiebestemming lag (plan Garnekuul) en had deze doorverkocht aan Sunclass. Hij had daarmee een winst geboekt van maar liefst 156.000 gulden. In de gemeenteraad werd een motie van wantrouwen ingediend die het niet haalde. Alleen de PvdA stemde voor. De zaak werd zelfs in de Tweede Kamer besproken maar er werden geen maatregelen tegen de wethouder genomen. Blijkbaar was alles volgens de regels gegaan. De wethouder zelf verklaarde ‘een rein geweten’ te hebben.

Recreëren in de duinen

Al in de vijftiger jaren was het gemeentebestuur bezig meer recreatieterreinen te realiseren buiten Callantsoog. Zo kwam burgemeester Correljé in het nieuws omdat de gemeente in de Noordduinen, tussen Callantsoog en Groote Keeten, een groot stuk duingrond kon kopen dat hij wilde bestemmen voor recreatiewoningen. Het duinterrein zou in stukken van 500 vierkante meter worden opgedeeld waar dan zo’n 150 huisjes op gerealiseerd konden worden.

Burgemeester Correljé en zijn vrouw
Burgemeester Correljé en zijn vrouw – Historische Vereniging Callantsoog
Rijkswaterstaat zag het plan aanvankelijk wel zitten. Er zou een weg naar het strand gemaakt worden en ook zou er waterleiding en elektriciteit worden aangelegd. De percelen moesten slechts 60 gulden per jaar aan huur kosten met een vijfjarig contract. Correljé hoopte dat zich veel gegadigden bij hem zouden melden.

Een jaar later lag de provincie echter dwars vanwege de kwetsbaarheid van het gebied. Bovendien zouden de duinen ter plaatse veel te smal zijn voor een dergelijk recreatief gebruik. Het plan kon geen doorgang vinden. Er zouden dus geen recreatiewoningen tussen Groote Keeten en Callantsoog komen. Als Correljé zich zou hebben verdiept in de geschiedenis van zijn voorgangers zou hij hebben ontdekt dat burgemeester Lovink in 1919 ook al had geprobeerd om in de Noordduinen bebouwing te krijgen, maar hij had voor ogen draagkrachtige bewoners naar Callantsoog te lokken. Het zouden villa’s worden. Het plan liep echter stuk op tegenwerking van de toenmalige eigenaar van de Noordduinen én Rijkswaterstaat. Rijkswaterstaat was tegen het plan om dezelfde reden waarom in 1951 de provincie het plan niet zag zitten: het gebied vond men toen ook veel te kwetsbaar.

Goede woonomgeving

Sunclass timmert nog steeds aan de weg. Huisjes van het type tent of ervan afgeleid kun je op veel plaatsen aantreffen. In België in Durbuy, in Italië niet alleen bij het Lago Maggiore, maar ook bij het Gardameer. En een vijverdorp in het Nationaal Park de Hoge Kempen in België, net over de grens bij Lanaken. De vakantieparken schieten overal in Europa als paddenstoelen uit de grond. In Nederland zijn er al 1500.

Idyllisch landschap in het Sandepark anno 2023 – Kees Zwaan
Idyllisch landschap in het Sandepark anno 2023 – Kees Zwaan

Ook in Groote Keeten zijn plannen om het huisjesbestand flink uit te breiden met een park in Callens. Niet iedereen ervaart dat als wenselijk. De tijd dat de burgemeester er flink voor moest vechten om projecten van de grond te krijgen is voorbij. De huidige burgemeester hoeft er geen moeite voor te doen. Projectontwikkelaars krijgen alle ruimte van de gemeente Schagen. Nu is het ‘de stikstof’ die roet in het eten strooit.

Architectuurhistoricus Mieke Dings ziet dat nieuwe parken de oude ‘uit de markt’ drukken. Ze pleit er voor om geschikte bungalows op vakantieparken om te dopen tot volwaardige, gewone woningen en de meerwaarde te benutten om de natuur te herstellen en oude parken te saneren. Een vakantiepark ziet zij als een goede woonomgeving. Een woonomgeving om van te dromen…