De geheimzinnige verdwijning van Andreu Nin

Bijna een jaar nadat de Spaanse Burgeroorlog was uitgebroken vlogen linkse groeperingen elkaar in Barcelona in de haren. Deze opstand van anarchisten en trotskisten tegen het wettige republikeinse gezag duurde van 3 tot 7 mei 1937 en wordt wel de burgeroorlog binnen de burgeroorlog genoemd. Nadat de opstand was neergeslagen werd Andreu Nin, een van de leiders van de opstand, door communisten gearresteerd en vermoord.

Revolutie in Catalonië

Andreu Nin
Andreu Nin
De militaire opstandelingen delfden in juli 1936 in Catalonië het onderspit tegen de zich fel verzettende bevolking onder aanvoering van de anarchistische vakbond CNT (Confederación Nacional del Trabajo) met aan haar zijde de POUM (Partido Obrero de Unificación Marxista), een communistische partij ontstaan op Spaanse bodem die zich in aanvang liet inspireren door de ideeën van Trotski en anti-Stalinistisch was. De POUM werd aangevoerd door Andreu Nin. De Engelse schrijver George Orwell had zich als vrijwilliger aangesloten bij de POUM en ook de Nederlander Henk Sneevliet steunde deze partij. Er vond in Catalonië een ware revolutie plaats en overal werd het lokale bestuur vervangen door revolutionaire comités. Deze comités werden verondersteld de lokale bevolking te representeren en namen alle bestuurlijke werk over van de bestaande organen. Voor de centrale regering betekenden deze revolutionaire acties een enorme bestuurlijke complicatie in de strijd tegen de troepen van Franco vooral omdat in diverse regio’s de organisatie van een eigen legermacht ter hand genomen werd. Ook de Generalitat (bestuur) van Catalonië probeerde een eigen leger te organiseren, zeer tegen de zin van de regering.

Op 3 mei 1937 besloot de regering de macht terug te nemen in Catalonië en de eerste stap was een poging van de oproerpolitie om het door de anarchisten beheerde gebouw van de Telefónica te bezetten. Dit lukte weliswaar, maar de anarchisten openden vanuit datzelfde gebouw het vuur als waarschuwing aan alle arbeiders dat het nu menens was. Barricades werden opgericht en men bereidde zich voor op een gewapend treffen tussen de politie-eenheden van het centrale gezag en de arbeidersbevolking die overwegend was aangesloten bij de anarchistische CNT. De POUM riep de bevolking op om de strijd met het gezag aan te gaan en de revolutie te redden. Overal in der stad braken gevechten uit toen de oproerpolitie zich probeerde meester te maken van gebouwen in handen van de anarchisten. Pogingen van anarchistische leiders om met president Lluís Companys tot een vergelijk te komen, bleven steken in goede bedoelingen en er restte Companys weinig anders dan een beroep te doen op de centrale regering in Valencia om de orde te handhaven. Dat bracht premier Francisco Largo Caballero in een lastig parket.

Barricade in Barcelona - mei 1937
Barricade in Barcelona – mei 1937

Hij wilde de samenwerking met de CNT in zijn regering niet op het spel zetten, maar ontkwam niet aan de beslissing om troepen te sturen naar Barcelona. Uiteindelijk wisten de leiders van de CNT – bang voor het ontstaan van een chaos – de arbeiders zover te krijgen dat zij hun wapens neerlegden en weer aan het werk gingen. CNT en POUM verloren hiermee hun sinds juli 1936 opgebouwde machtspositie en het was afgelopen met het anarchistische beheer van de regio. De communisten zagen hun kans schoon, zij startten een campagne tegen de POUM om een einde te maken aan invloed van trotskisten in Spanje. De POUM werd zelfs beschuldigd van het onderhouden van contacten met de fascistische tegenstander, een idee dat in Nederland door het communistische blad Het volksdagblad (de voorloper van De Waarheid) klakkeloos werd overgenomen.

- advertentie -

Op 11 mei schreef het blad:

‘Hoe meer feiten bekend worden omtrent de Trotzkistische opstand in Barcelona, des te duidelijker blijkt, dat de Trotzkistische leiders in overeenstemming handelden met de leiders van de fascistische opstandelingen-benden. De Trotzkistische bandieten van de POUM werkten ten nauwste samen met de groepen anarchistische apaches, onder welke zich vele agenten van Franco bevinden. [….].
Nin, de Trotzkistische leider in Barcelona, vuurde openlijk zijn bandieten aan. Op 1 Mei schreef hij in zijn krant „La Batalla”: „Vandaag is het nog mogelijk, morgen zal het te laat zijn”. Op 4 Mei trachtte hij het bloedbad tot elke prijs voort te zetten, hij wekte zijn mannen op „zich als blijvend gemobiliseerd te beschouwen”. „Het is nodig, het begonnen offensief voort te zetten en te versterken”, scheef Nin. Merkwaardige woorden — want tezelfdertyd werd een gelijkluidend appèl tot Barcelona gericht door de fascistische radio-zenders! Het fascistische radiostation te Lissabon seinde: „Zet de aanval voort, houdt niet op met vuren!” En generaal Queipo de Llano sprak in openhartige woorden zijn sympathie voor de Trotzkisten uit, toen de beruchte beul van Sevilla voor de radio zich met de volgende woorden tot de Trotzkistische opstandelingen richtte: „Gij hebt onze sympathie en wij zullen U helpen. Zet het verzet voort!” Alle bladen in Madrid, de communistische zowel als de socialistische en republikeinse, eisen van de regering, dat een eind zal maken aan het fascistische agentschap van de POUM in het achterland.’ Het zijn deze handlangers van het fascisme, die in Nederland door Sneevliet worden ondersteund. [….] Laat u niet misleiden – steun aan de Sneevliet-organisaties is hulp aan de fascisten!’

Henk Sneevliet
Henk Sneevliet
De suggestie dat de POUM samengewerkt zou hebben met de militaire opstandelingen was bedoeld om de POUM zwart te maken. Natuurlijk, Franco kon zich gelukkig prijzen met de openlijke verdeeldheid in het linkse kamp en dat generaal Queipo de Llano van de gelegenheid gebruik maakte om zout in de wonde te strooien lag voor de hand. Maar de POUM afschilderen als handlangers van de militairen was ronduit belachelijk. De toonzetting van het artikel in Het volksdagblad geeft aan hoezeer het venijn was doorgedrongen in de denkwereld van de Nederlandse communisten.

De rol van de communisten

De revolutie in Catalonië die vooral door de anarchisten getrokken werd en waarbij de POUM een belangrijke rol speelde, werd door de communisten met argusogen bekeken. Op de achtergrond speelde natuurlijk het al langer spelende conflict tussen Stalin en Trotski, een tegenstelling die in Spanje tot heftige ruzies leidde binnen de centrale republikeinse regering die onder leiding stond van de socialistische premier Francisco Largo Caballero. In deze regering had Largo Caballero alle linkse groeperingen weten te verenigen inclusief communisten en anarchisten. Belangrijkste opdracht die de regering zichzelf had gesteld was natuurlijk het winnen van de strijd tegen de militaire opstandelingen (de nationalisten onder aanvoering van Franco) en daarin speelde de reorganisatie van het centrale leger een hoofdrol.

Largo Cabellero
Largo Cabellero
Het feit dat de westerse mogendheden het vertikten om wapens te verkopen aan de republikeinen had de Spaanse regering in de armen gedreven van de Sovjet-Unie die bereid bleek om tegen overdracht van de Spaanse goudvoorraad de republikeinen van wapens te voorzien. En van deze situatie maakten de communisten gebruik om hun invloed op leger en regering te vergroten. Eind 1936 begon de reorganisatie van het republikeinse leger gestalte te krijgen. Opmerkelijk element daarin was de aanstelling van commissarissen die als taak hadden te waken over het welzijn van de troepen en om commandanten in de gaten te houden. De toenmalige minister van Buitenlandse zaken, Julio Álvarez del Vayo, lid van de PSOE, maar een medestander van de communisten, wist Largo Caballero ertoe te bewegen hem als commissaris-generaal te benoemen en kreeg daardoor de gelegenheid om de benoeming van communisten op belangrijke legerposten te bevorderen. Struikelblok bij de vorming van een hecht en goed geleid republikeins leger was de aanwezigheid van grote aantallen anarchisten die niets moesten hebben van bovenaf opgelegde discipline en de communisten wantrouwden die steeds meer bevelhebbers leverden. De verovering van Málaga door de nationalisten in februari 1937 deed de ruzie tussen communisten en Largo Caballero oplaaien. De communisten verweten Largo Caballero onvoldoende aandacht besteed te hebben aan de bewapening van de verdedigers van de stad. Een tweede bron van ergernis voor de communisten was het besluit van Largo Caballero om de in juli ’36 opgerichte Junta de Defensa van Madrid te ontmantelen. Deze Junta was aangesteld nadat de regering vlak voor de aanval van Franco op Madrid in november 1936 naar Valencia was uitgeweken en in deze junta hadden de communisten veel invloed. Largo hief de junta op naar aanleiding van een rapport van de anarchist Melchor Rodríguez García, directeur-generaal van de Madrileense gevangenissen, die een eind maakte aan de wegvoering en executie van nationalisten in november 1936 (het bloedbad van Madrid). In dit rapport deed hij een boekje open over de rol van de communisten in deze schandelijke moordpartij. De communisten – waaronder de veel Russische adviseurs – waren razend en vastbesloten Largo Caballero ten val te brengen.

Het conflict tussen de communisten en Largo Caballero bereikte haar climax na de gebeurtenissen begin mei 1937 in Barcelona. De twee communistische ministers eisten van Largo Caballero dat hij de POUM zou opheffen, maar daartoe was Largo niet bereid. Een partij opheffen die een jaar daarvoor met grote inzet de militaire opstandelingen had bestreden, kwam de premier voor als broedermoord. Maar de druk op Largo nam toe en op 17 mei trad hij af. Zijn opvolger was zijn partijgenoot Juan Negrín die door het communistische hoofdkwartier in Moskou als betrouwbare werd beschouwd.

Het leven van Andreu Nin

Andreu Nin, leider van de POUM die werd opgericht in 1935, was een goede bekende van Stalin met wie hij langdurig een hechte band had. Nin werd geboren in 1892 in het havenplaatsje El Vendrell aan de Catalaanse kust, vijftig km ten zuidwesten van Barcelona. Zijn vader was schoenmaker en zijn moeder kwam uit een boerenfamilie. Andreu Nin ontpopte zich als een briljant student en redenaar en voelde zich aangetrokken tot de linkse beweging van de anarchosyndicalisten die in die tijd een bloei doormaakte in Catalonië. Ook raakte hij gefascineerd door de Bolsjewistische Revolutie van 1917. Uiteindelijk vertoonde hij een voorkeur voor het bolsjewisme, maar bleef in contact met zijn anarchistische vrienden. In 1921 leverde hij een bijdrage aan de oprichting van de Derde Internationale waar hij leiders als Lenin en Trotski informeerde over de situatie in West-Europa. Op zijn terugreis in 1922 werd hij aangehouden in Duitsland. Dit op verzoek van de Spaanse politie die hem wilde verhoren in verband met de moord op de toenmalige premier Emilio Dato. Bang voor complicaties keerde Nin terug naar Moskou waar hij tot 1930 werkte voor de Rode Internationale Vakbonden (Profintern). Hij trouwde met en Russische vrouw die zijn politieke opvattingen deelde. Het echtpaar had twee kinderen.

Rond 1927-’28 bereikte de persoonlijke rivaliteit tussen Stalin en Trotski een hoogtepunt. Laatstgenoemde ging in ballingschap, wat Stalin niet belette hem het leven zuur te maken en uiteindelijk – in 1940 – liet Stalin zijn rivaal in Mexico vermoorden. In dit conflict koos Nin partij voor Trotski, wat hem in levensgevaar bracht, want zuiveringen vierden hoogtij in die dagen. In 1930 wisten de Nins het land uit te komen en naar Catalonië te reizen waar zij door de anarchisten als helden werden verwelkomd. Gaandeweg nam Nin afstand van de opvattingen van Trotski die zijn volgelingen rond 1934 aanraadde zich aan te sluiten bij de Tweede Internationale om deze van binnenuit te radicaliseren. Nin koos er echter voor om aansluiting te zoeken bij het Spaanse Volksfront (een combinatie van socialisten, communisten en links-republikeinen). In januari 1936 sloot de POUM zich aan bij dit volksfront dat de verkiezingen in februari zou winnen, zij het dat de POUM slechts één zetel wist te veroveren.

Niet alleen in Catalonië, maar op meer plaatsen in Spanje greep de revolutie om zich heen nadat de militaire opstandelingen daar verslagen waren. Een revolutie die iemand als Largo Caballero altijd voor ogen had gestaan en die naar zijn idee zou moeten eindigen in een proletarisch bewind. Largo gokte er erop dat de opstand snel zou kunnen worden neergeslagen en er geen langdurige burgeroorlog zou ontstaan. Dat laatste was precies datgene waar de aanstichter van de opstand, Emilio Mola, zijn zinnen op had gezet, maar dan met een andere uitkomst: het snel uitroeien van de links-revolutionairen. Nin deelde de mening van Largo en bepleitte een revolutie die minstens zo diep zou gaan als de Russische Revolutie van 1917.

Maar dat gebeurde niet. Er moest geregeerd worden in Catalonië waar een coalitie werd gesmeed van anarchisten, socialisten en de links-nationalistische ERC (Esquerra Republicana de Catalunya). De POUM verliet de trotskistische koers en sloot zich aan bij deze combinatie van burgerlijke en revolutionaire bewegingen. Nin werd benoemd als regionale minister van Justitie (conseller de Justicia) in de Catalaanse regering die in september 1936 onder leiding van president Companys van start ging. In deze rol probeerde Nin volkstribunalen te creëren die ‘het recht van de werkende klasse’ zouden toepassen ter vervanging van de zittende rechters die onder zware druk werden gezet om te verdwijnen. Maar Nin werd al na twee maanden de voet dwars gezet door de communisten, waarbij de hoofdrol was weggelegd voor de in augustus te Barcelona gearriveerde Russische consul-generaal, Vladimir Antonov-Ovsejenko. Ovsejenko was ooit in de jaren twintig een overtuigd trotskist geweest, had zich ‘bekeerd’ tot de ware orthodoxie en was op bevel van Stalin naar Spanje gestuurd, waar hij zich kon bewijzen door ervoor te zorgen dat Nin uit het zadel zou worden gelicht. Dat lukte. Ovsejenko zette Companys onder druk door te dreigen met het intrekken van de Russische hulp als de Catalaanse president niet bereid was om Nin van zijn functie te ontheffen. Companys bezweek onder die druk en ontsloeg Nin op 12 december.

De dood van Andreu Nin

Antonio Ortega
Antonio Ortega
Direct na gebeurtenissen van begin mei in Barcelona werden diverse leiders van de opstand gearresteerd, waaronder Nin die spoorloos verdween. Verantwoordelijke voor deze arrestaties was kolonel Antonio Ortega, hoofd van de veiligheidsdienst die ressorteerde onder de minister van Binnenlandse Zaken, Julián Zugazagoitia. Ortega was benoemd in deze functie vlak na het aantreden van Negrín zonder dat de premier ervan op de hoogte was dat Ortega communistische sympathieën had.

Wel had Negrín al snel spijt van deze benoeming omdat Ortega in zijn ogen niet goed functioneerde en een ontslag hing in de lucht. Toch kreeg het hoofd van de veiligheidsdienst opdracht om uit te zoeken wat er met Nin was gebeurd. Het verslag dat Ortega uitbracht aan zijn superieur Zugazagoitia was van een verbijsterende onwaarschijnlijkheid. Nin zou zijn overgebracht naar Alcalá de Henares (een voorstad van Madrid) om verhoord te worden. Een groepje als leden van de Internationale Brigades vermomde agenten van de POUM en van de Gestapo zou zijn binnengedrongen en Nin hebben bevrijd en overgebracht naar de nationalistische zone. Na dit verhaal te hebben aangehoord ontsloeg Zugazagoitia Ortega op staande voet, zij het dat dit ontslag pas medio juli formeel ingang kon vinden, maar daarna verdween Ortega naar het front.1 Het verhaal van Ortega was niet het enige dat de ronde deed. Via Juan Vidarte, de rechterhand van Zugazagoitia, vernam de minister dat Nin was ontvoerd en overgebracht naar Alicante waar een Russisch schip gereed lag om Nin naar de Sovjet-Unie over te brengen. Aangezien er geen spoor te vinden was van dat schip nam Zugazagoitia aan dat hem een fabeltje was opgedist.

Uit Sovjet-archieven die in de jaren negentig zijn geopend valt met zekerheid te concluderen dat Nin na zijn arrestatie verhoord werd en beschuldigd van spionage voor Franco. Het bewijs daarvoor was een militaire kaart van het front die Nin zou hebben gestuurd naar het franquistische kamp en waarop in onzichtbare inkt een gecodeerde boodschap was aangebracht gericht aan Franco, ondertekend door ‘N’. De ondervragers van Nin trachtten de POUM-leider een bekentenis te ontfutselen, maar na drie dagen van marteling zagen zij in dat Nin niet zou toegeven en werd hij door hen vermoord en begraven.

In de vergaderingen van de ministerraad ontspon zich een heftig debat over de positie van Ortega. De twee communistische ministers accepteerden het ontslag van hun geestverwant niet en eisten van Zugazagoitia dat deze zou aangeven wat zijn motieven waren om Ortega de laan uit te sturen. Toen de minister van Binnenlandse Zaken niet direct antwoord gaf, wees Negrín de communisten erop dat het ontslag van Ortega niet bedoeld was als een aanval op de communistische partij (de PCE ofwel Partido Comunista de España). In zijn memoires verhaalt Zugazagoitia dat op dat moment de minister van Oorlog, Indalecio Prieto, het woord nam en op niet mis te verstane bewoordingen zijn menig ventileerde over de communisten. Prieto schilderde Ortega af als een harlekijn die danste naar de pijpen van de Sovjets. Vervolgens verklaarde Zugazagoitia dat Ortega zonder medeweten van zijn superieuren de POUM-leiders had laten arresteren en dus buiten zijn boekje was gegaan. Daarom was hij ontslagen. De communistische ministers toomden in en verklaarden dat zij geen crisis wilden bewerkstelligen mits Ortega netjes behandeld zou worden. De communisten kregen eind december hun zin: de POUM werd illegaal verklaard, zij het dat deze verklaring weer werd ingetrokken in oktober 1938. Bij die gelegenheid werden de leiders van de POUM vrijgesproken van verraad en spionage, maar wel schuldig bevonden aan het opnemen van de wapens tegen de centrale regering en die van Catalonië.

De positie van Negrín

Alexander Orlov
Alexander Orlov
Uit notities die Negrín – die Nin niet persoonlijk kende – maakte vlak voor zijn dood in 1956 blijkt het volgende. Enkele weken nadat Ortega de opdracht gekregen had om Nin op te sporen, werd Negrín gebeld door de Russische ambassade met her verzoek een verslag aan te horen van Alexander Orlov, een een verbindingsofficier van de NKVD (het Russische Volkscommissariaat voor Binnenlandse Zaken). Orlov diste hetzelfde verhaal op wat Ortega aan Zugazagoitia vertelde, waarop Negrín antwoordde dat hij niet in staat was dit te beoordelen, maar dat het te mooi was om waar te zijn. Orlov repliceerde dat dit een belediging was voor de Sovjet-Unie, waarop Negrín hem de deur wees. De premier belde vervolgens met ambassadeur Marchenko die zijn verontschuldiging aanbood voor dit incident en dat Orlov op gepaste wijze zou worden gestraft.2

Toch bleef het verhaal van Ortega/Orlov hangen, vooral in communistische kringen waarin Nin werd uitgemaakt uitmaakt voor een verrader van het Marxisme. In Nederland schreef Het volksdagblad op 12 augustus 1937:

‘Het Volk meent te moeten aannemen, dat de Trotzkist Nin „door een bende beulsknechten uit de gevangenis is gesleept en vermoord”. Waar dit geloof op berust, staat er niet bij en blijkt ook uit niets. Intussen heeft de Spaanse regering, [….] over deze zaak ‘n nieuwe verklaring gepubliceerd. Volgens deze verklaring is Nin nooit ter beschikking van de justitie gesteld. Een onderzoek heeft uitgewezen, dat Nin na zijn arrestatie is overgebracht naar het commissariaat van politie te Madrid, vanwaar hij is kunnen ontvluchten. Een speciale opdracht is gegeven aan den procureur-generaal van de republiek, om alle feiten en verantwoordelijkheden omtrent de zaak, evenals het verblijf van Nin vast te stellen, om hem aan de justitie over te leveren.
Aldus de verklaring van het ministerie van justitie te Valencia. Herinneren wij eraan, dat Nin de leider was van de POUM, en dat het aan de opstokerij van deze „partij” te wijten is, dat in Mei, tijdens het hoogtepunt van het fascistische offensief, de onlusten te Barcelona zijn uitgebroken, die duizend doden hebben achtergelaten.’

Juan Negrin
Juan Negrin
Onder socialisten van de Tweede Internationale heerste scepsis. Zij beschouwden Nin als een verrader van de Tweede Spaanse Republiek, maar dat hij zijn land zou hebben verlaten om zich aan te sluiten bij de nationalisten van Franco, dat werd toch zeer onwaarschijnlijk geacht. Dit scenario was inderdaad te mooi om waar te zijn. Dat was ook de mening van president Azaña. Toen deze aan Negrín vroeg hoe precies zat met Nin, antwoordde de premier dat hij niet kon uitsluiten dat de brief in onzichtbare inkt had bestaan en dat het de Gestapo was geweest die Nin had ontvoerd. Waarop Azaña reageerde met ‘Is dat niet erg romanesk?’

Premier Negrín bevond zich in een uiterst lastige positie. Hij besefte heel goed dat de communisten een vuil spelletje speelden, maar kon hen niet openlijk afvallen, bevreesd als hij was voor het intrekken van de steun van de Sovjets. Als die wegviel zou de strijd tegen Franco’s troepen bij voorbaat verloren zijn. Negrín stond erop dat de waarheid over de verdwijning van Nin achterhaald moest worden, maar als het onderzoek zou uitwijzen dat Nin vermoord was door communisten, dan kon hij niet anders dan deze bevinding geheim te houden tot aan het eind van de oorlog. De Tweede Republiek zat volledig in de houdgreep van de Sovjets dankzij de weigering van de westerse mogendheden om wapens te verkopen aan de Spaanse regering.

~ Willem Peeters

Noten & Bronnen

Bronnen
– Delpher (www.delpher.nl)
– Jackson, G., Juan Negrín, Médico, Socialista, y Jefe del Gobierno de la II República Española (hst 4), Crítica, Barcelona 2008.

Noten
1 Ortega werd gearresteerd door de franquisten en op 15 juni 1939 geëxecuteerd.
2 Orlov deserteerde in 1938 naar de VS, bevreesd voor de Stalinistische zuiveringen en overleed in 1973. Marchenko overleefde de zuiveringen niet en werd na zijn terugkeer naar de Sovjet-Unie in 1941 geëxecuteerd.

Dit atikel is afkomstig van online geschiedenismagazine www.historiek.net

Meer van dit soort berichten? Like ons dan!

Gelijk naar geschiedenisboeken over:
Ook adverteren op Historiek?
Goede keus! Klik hier