Een strandwandeling aan ‘de kaloot’, een verlaten strand bij Borssele in Zeeland, ligt aan de basis van deze bijdrage. Tijdens deze wandeling aan de oever van de Westerschelde vond ik immers enkele geldkauri-schelpen. Ik ben helemaal geen schelpenkenner, maar ik wist zeker dat deze tropische schelp dezelfde was als de schelpen die ik zo talrijk vond op een strand in Galle (Sri Lanka), enkele jaren voordien.

De geldkauri, monetaria moneta, is een zeeslak die voorkomt in de Indische oceaan. Dit kan misschien een verklaring geven waarom ik deze schelpen vond in Sri Lanka, maar het is duidelijk dat de kaurischelp van origine niet in Zeeland voorkomt.
Handel en slavernij
Na onderzoek vond ik een verklaring in de handel en meer bepaald in de Trans-Atlantische driehoekshandel tussen de zestiende en de negentiende eeuw. Bij deze handel werden industriële producten uit Europa vervoerd naar West – Afrika, waar ze geruild werden voor slaven, goud en ivoor. Deze slaven werden vervolgens verscheept naar het Caraïbisch gebied om te werken op de plantages.
Tenslotte werden de afgewerkte producten van de plantages zoals koffie, thee, katoen en tabak, verscheept naar Europa, waar er een grote afzetmarkt bestond voor deze luxegoederen.1 Deze driehoekshandel, met als meest lugubere onderdeel de slavenhandel, werd uitgevoerd door Britten, Portugezen, Spanjaarden, Fransen en Nederlanders. Hierbij werden naar schatting 550.000 mensen door Nederlandse slavenhandelaars verhandeld.2

Van Ceylon tot Zeeland
Toen de Vereenigde Oostindische Compagnie (VOC) het imperium in Azië in de zeventiende eeuw veroverde op de Portugezen, werden deze schelpen ook door hen verhandeld.5 Waarom ik deze schelpen precies vond in Sri Lanka kan dan ook verklaard worden door de aanwezigheid van de VOC aldaar. Vissers uit de Malediven verzamelden deze schelpen en verkochten ze door aan de VOC-vestigingen op Ceylon (Sri Lanka).6 Met de gekochte kauri’s konden vervolgens door de West-Indische Compagnie (WIC), de Middelburgse Commercie Compagnie (MCC) en andere afnemers, slaven gekocht worden in West-Afrika.
Amsterdam ontpopte zich in deze tijd tot het ‘kauricentrum’ van de wereld. Regelmatig vonden er veilingen plaats, waar Franse, Engelse en Nederlandse slavenhandelsrederijen hun waar konden aanschaffen.7 Ook in Middelburg waren er verschillende VOC- pakhuizen die deze schelpen herbergden.8 Aangezien er voor de handel grote hoeveelheden van deze schelpen nodig waren, gebruikte men ze tevens als ballast voor de schepen. Zo werd de stabiliteit van het schip verhoogd en bovendien was deze ballast nog verhandelbaar ook. Wanneer zo’n handelsschip echter voor de kust zonk, kwamen al deze kaurischelpen in het water terecht. Hier vinden we dan ook de verklaring voor het vinden van kaurischelpen aan Zeeuwse stranden.
Gepubliceerd op 5 mei 2014
2 – Jones, G., 2007. Tussen onderdanen, rijksgenoten en Nederlanders. Nederlandse politici over burgers uit Oost en West en Nederland 1945-2005. In: sl:Rozenberg Publishers, p. 56.
3 – Stipriaan, A. v., 2007. Op zoek naar de stilte : sporen van het slavernijverleden in Nederland. In: sl:KITLV, p. 101.
4 – Voor meer informatie omtrent de karavaanhandel kan u mijn artikel ’52 dagen tot timboektoe’ lezen op www.vigorclius.weebly.com
5 – Visser, W. D., 2001. Piet Hein en de zilvervloot: oorlog en handel in de West. In: sl:Uitgeverij Verloren, p. 30.
6 – Emmer, P. C., 2011. De Nederlandse slavenhandel 1500-1800. In: sl:Arbeiderspers.
7 – Emmer, P. C., 2011. De Nederlandse slavenhandel 1500-1800. In: sl:Arbeiderspers.
8 – Jan J. B. Kuipers, R. J. S., 2005. Het verhaal van Zeeland. In: sl:Uitgeverij Verloren, p. 121.
Naar de wc op zee
De VOC in India – Kletsbankjes en een onbekende held
Heren Zeventien (VOC)
De Engels-Nederlandse Oorlogen (1652–1784)