Week van de koloniale geschiedenis

De Republiek der Letteren

De Europese intellectuele wereld 1500-1760

Sinds de tijd van Erasmus duidt het begrip ‘Republiek der Letteren’ de virtuele gemeenschap van geletterden of geleerden aan, die in beginsel voor iedereen openstond en waarin nationale en confessionele grenzen zouden moeten worden overstegen en een gemeenschappelijke taal werd gehanteerd, aanvankelijk het Latijn en vanaf de zeventiende eeuw steeds vaker het Frans. Deze staat, die zich voornamelijk tot West-Europa beperkte, kende tot het midden van de achttiende eeuw een groot aantal afzonderlijke culturele centra die met elkaar in verbinding stonden. Ontegenzeggelijk speelden Frankrijk de Noord-Nederlandse Republiek daarin een vooraanstaande rol, maar het ideaal van een harmonieuze ‘republiek’ bleek meestal een utopie. Historicus Hans Bots deed onderzoek naar de Republiek der Letteren en publiceerde daarover recent het boek: De Republiek der Letteren – De Europese intellectuele wereld 1500-1760 (Vantilt). Een fragment op Historiek, dat beschouwd kan worden als inleiding op het onderwerp:

Het begrip ‘Republiek der Letteren’

De term ‘Republiek der Letteren’ wordt sinds een aantal decennia regelmatig gebruikt in weekbladen en in de culturele supplementen van enkele landelijke kranten. Zo heeft Vrij Nederland al vele jaren de vaste rubriek ‘Het literaire leven/De Republiek der Letteren’. De term zelf en het concept hebben een lange geschiedenis en gaan terug tot de tijd van de Renaissance en het humanisme. Al vanaf de Middeleeuwen trof men her en der geleerde centra aan, universiteiten, kringen van gelijkgezinden en kloosters, waar verwerving van kennis en uitwisseling van ideeën de belangrijkste activiteiten waren. Maar pas in de tijd van de Renaissance krijgt het concept scherpe contouren. De vroegste vindplaats van de term als zodanig is in een Latijnse brief van 6 juli 1417 van Francesco Barbaro (1390-1454) aan Poggio Bracciolini (1380-1459). De humanist Barbaro was vol lof voor de geleerde en schrijver Poggio. Deze had de handschriften van verschillende in de vergetelheid geraakte klassieke Latijnse teksten opgespoord in enkele Europese kloosters en deze opnieuw verspreid voor de Respublica litteraria, de Republiek der Letteren. Op die wijze konden de geletterden van zijn tijd er hun voordeel mee doen.

Titelpagina van De politia litteraria van Angelo Decembrio
Titelpagina van De politia litteraria van Angelo Decembrio
Iets later in de vijftiende eeuw beschrijft de Milanese humanist Angelo Decembrio (1415-na 1467) in zijn De politia litteraria het literaire leven aan het hof van Ferrara. Dit geschrift zou pas bijna een eeuw later, in 1540, worden gepubliceerd. Deze politia litteraria doet al sterk denken aan de Republiek der Letteren. Zij duidt in feite de gemeenschap van geletterden aan die een speciale groep vormt binnen de staat. Deze groep heeft tot taak de mensen van de politieke staat te beschaven en te polijsten tot geletterden.

Tot op heden zijn nog maar enkele andere vindplaatsen van de term Republiek der Letteren bekend van voor de vijftiende eeuw. Vanaf het eerste kwart van de zestiende eeuw wordt de term echter veel vaker gebruikt. De Venetiaanse humanist en uitgever Aldus Manutius (1449-1515) hanteert de term in 1502 in de opdracht van zijn Ovidius-uitgaven. In het werk van Desiderius Erasmus (1466?-1536), die zelf door een tijdgenoot een vorst wordt genoemd van de gehele Republiek der Letteren – totius Reipublicae litterariae monarcha –, komt de term ook meerdere keren voor. In de zestiende eeuw wordt de term nog voornamelijk in zijn Latijnse vorm gebruikt, want het Latijn was de taal waarin de humanisten met elkaar communiceerden. Voor degenen die zich behalve in het Latijn ook in de eigen landstaal uitdrukten, bleef de inhoud van het begrip steeds identiek: ‘Republic of Letters’, ‘Gelehrtenrepublik’, ‘République des Lettres’, ‘Commonwealth of Letters’ of ‘Republiek der Letteren’ had geen andere betekenis dan Respublica litteraria. Wel kon het gebeuren dat een auteur de term op een andere wijze inhoud geeft. Zo heeft Descartes in de Latijnse uitgave van zijn Discours de la Méthode (1637) met de term Respublica litteraria niet zozeer echte geleerden of vakbroeders op het oog, maar een breed publiek van geïnteresseerde lezers.

- advertentie -

De verschillende betekenissen van het concept

De betekenis van de term Respublica litteraria en zijn equivalenten in de verschillende landstalen concentreert zich rond twee polen: enerzijds gaat het om de wat diffuse, niet heel nauw omschreven inhoud van het begrip. Het gaat dan om de kennis zelf en de educatie van de ‘letteren’, evenals om de beoefenaren, de geletterden in het algemeen. Anderzijds wordt met de woorden meer nauwkeurig de gemeenschap van geletterden of geleerden uitgedrukt. Deze laatste betekenis wordt vooral op het einde van de zeventiende eeuw nader uitgewerkt.

Soms heeft de term ook de betekenis van ‘academie’. Zo duidt een van de leden van de Accademia della Crusca zijn academie aan met ‘Republiek der Letteren’, maar een dergelijk gebruik komt maar zelden voor. Vaker gebeurt het dat met de term Respublica litteraria de universiteit wordt aangeduid. Dat is met name het geval in een aantal Latijnse redes van Duitse geleerden, omdat de structuur van deze instellingen vergelijkbaar was met die van staatkundige eenheden.

Frequent duidt de term Republiek der Letteren degenen aan die zich met de letteren bezighouden. Daarbij is het wel zo dat het type van de geletterde per periode verandert en afhankelijk is van de betekenis die aan het woord ‘letteren’ wordt gegeven. ‘Letteren’ of litterae omvat volgens de woordenboeken van de zestiende en zeventiende eeuw alle takken van wetenschap en kennis die door studie worden verzameld en in boeken zijn neergelegd. Dat betekent dat met dit woord zowel alfa- als bètawetenschappen worden ingesloten en dat de geleerden of geletterden die deel uitmaken van de Republiek der Letteren niet alleen de beoefenaren zijn van de letteren zoals in onze hedendaagse faculteiten geesteswetenschappen, maar tevens die van de natuurwetenschappen.

Pierre Bayle
Pierre Bayle
Vanaf het einde van de zeventiende eeuw duidt de term Republiek der Letteren en zijn varianten in de verschillende landstalen zowel de geleerde wereld aan als de geschriften die daar worden geproduceerd. Die laatste betekenis heeft hij bijvoorbeeld in de titel van het geleerdentijdschrift van Pierre Bayle (1647-1706), Nouvelles de la République des Lettres, alsook in die van Boekzaal der Geleerde Wereld (verschenen vanaf 1715) en Republyk der Geleerden (vanaf 1714), twee geleerdentijdschriften uit het begin van de achttiende eeuw.

De semantische ontwikkeling van het woord ‘letteren’ komt ook tot uitdrukking in het lemma gens de lettres van Voltaire (1694-1774) in de Encyclopédie (1757). Met het woord ‘letteren’ duidde hij toen het totale reservoir aan kennis aan. Daarbij tekende hij wel aan dat toen al niemand meer in staat was het totaal van de wetenschappen te overzien. Sinds het einde van de zeventiende eeuw verdelen de letteren, alle wetenschappen, zich over meer en meer uiteenlopende specialistische gebieden. De beoefenaren van de wetenschappen die zich voordien moesten kunnen bedienen van een kritische filologische benadering, dienden nu te zijn uitgerust met een filosofische geest. Tegelijk met de compartimentering van de wetenschappen blijkt de term ‘letteren’ zich in de loop van de achttiende eeuw steeds vaker te beperken tot het specifieke terrein van de letterkunde en de bellettrie. Hij krijgt dan zijn huidige betekenis. Literaire werken kenmerken zich dan door specifiek esthetische normen. Maar zowel in de periode voor als na de fragmentering of specialisering van de wetenschappen zijn de scheidslijnen tussen wetenschap en literatuur veel minder scherp dan vaak wordt gedacht. Vaak zijn de grenzen poreus.

Het begrip van een ideële staat of republiek waarin de geletterden zich verenigen, gaat terug tot het humanisme van de Renaissance; ook Erasmus stond een eigen geestelijk territorium voor de geletterden duidelijk voor ogen. Zo spreekt hij over het ‘imperium van de letteren’ en over de ‘geletterde wereld’. Al bij Erasmus biedt de Republiek der Letteren dus een kader waarbinnen geletterden uit alle windstreken elkaar in vriendschap kunnen ontmoeten. Ondanks politieke en confessionele geschilpunten en onderlinge twisten, beoefenen zij daarin samen wetenschap, gedreven door een tomeloze begeerte tot steeds meer kennis.

Pas rond 1700 verschijnen er enkele geschriften waarin het concept van de Republiek der Letteren nader wordt bestudeerd. De auteur Vigneul-Marville (1634-1704) ziet de Republiek der Letteren als een staat en beschrijft die op gedetailleerde wijze:

‘Deze republiek is groter en roemrijker dan alle andere, ze telt meer inwoners en nergens geniet men grotere vrijheid. Ze strekt zich uit over de gehele aarde en alle volkeren zijn er vertegenwoordigd; het gaat om mensen van iedere leeftijd, behorend tot alle rangen en standen. Vrouwen en kinderen maken er deel van uit. De vrije kunsten gaan er samen met de letteren en ook werktuigbouwkunde heeft er haar plaats. De godsdienst is niet voor iedereen dezelfde en net als in andere republieken vermengen de zeden zich met goed en kwaad. Naast losbandigheid treft men er ingetogenheid aan.’

Soortgelijke omschrijvingen treft men in de daaropvolgende jaren nog herhaaldelijk aan. Telkens wordt daarbij benadrukt dat het om een afzonderlijke staat gaat waarin vrijheid hoog in het vaandel staat en waar alles onder het gezag van de waarheid en de rede wordt geplaatst.

Belangrijkste kenmerken van de Republiek der Letteren

Aan de hand van reflecties uit vooral de eerste decennia van de achttiende eeuw, waarin auteurs het begrip Republiek der Letteren tot object van onderzoek nemen, springen de volgende kenmerken van deze geletterde gemeenschap in het oog: de geletterden maken deel uit van een ideële staat of republiek die de bestaande politieke eenheden in Europa overstijgt, met eigen regels en wetten; de geletterden zelf voelen zich ‘burgers’ van deze gemeenschap en treden ook vaak in die hoedanigheid naar buiten; deze republiek is universeel en omspant in de zeventiende en achttiende eeuw geheel Europa. Haar burgers zijn elkaars gelijken.

De filosoof Pierre Bayle (1647-1706) geeft al eind zeventiende eeuw enkele karakteristieken van het concept van de Republiek der Letteren. Volgens hem moeten alle geletterden elkaar idealiter als broeders tegemoet treden, ongeacht hun sociale herkomst en geloofsovertuiging. De Republiek der Letteren overstijgt derhalve de verscheurdheid van christelijk Europa; er is plaats voor verschillende confessies. Vrijheid en onafhankelijkheid vormen de ziel van deze gemeenschap: iedere burger van deze staat moet geheel soeverein en ongebonden wetenschap kunnen beoefenen. De Republiek der Letteren is dus een republiek van vrije geesten die zich onder het beschermend gezag van de rede plaatsen en zich tot doel stellen de wetenschap en de waarheid te dienen, te onderwijzen en te verdedigen, alsook die voor het nageslacht veilig te stellen.

De Republiek der Letteren - Hans Bots
De Republiek der Letteren – Hans Bots
Een dergelijke wetenschapsbeoefening en overdracht van kennis behoorde volgens de Duitse theoloog Christian Loeber in een te Jena verdedigde verhandeling uit 1708 ook plaats te vinden op universiteiten en academies. Deze instellingen waren echter kleinschalig en particulier en ontbeerden het universele karakter van de Republiek der Letteren. Later in de achttiende eeuw werden academies en universiteiten door andere geletterden als afzonderlijke kolonies van de grote Republiek der Letteren beschouwd. Binnen die universele gemeenschap van gelijkgezinden moest iedereen te allen tijde vrijelijk zijn mening kunnen uiten met wederzijds respect voor elkaars opvattingen. Iedere vorm van sektarisme of fanatisme was er uit den boze.

~ Hans Bots

Boek: De Republiek der Letteren – De Europese intellectuele wereld 1500-1760

Bestel dit boek bij:

Bestel dit boek bij de Historiek Geschiedeniswinkel

Bekijk ook onze uitgebreide onderwerpenlijst of het personenregister

1001 vrouwen in de 20ste eeuw - Els Kloek Napoleon - De man achter de mythe (Adam Zamoyski) De rechtvaardigen - Hoe een Nederlandse consul duizenden Joden redde (Jan Brokken) Reconquista - Miquel Bulnes Leonardo da Vinci - Sprekende gezichten De bokser - 
Het leven van Max Moszkowicz (Biografie) 80 jaar oorlog - Gijs van der Ham / NTR Het goede leven - Annegreet van Bergen Hitlers Derde Rijk in 100 voorwerpen - Roger Moorhouse De Zonnekoning - Glorie en schaduw van Lodewijk XIV (Johan Op de Beeck)
Gelijk naar geschiedenisboeken over: