Slag bij de Nijl (1798)

Eerste Slag bij Aboukir
////
11 minuten leestijd
De ontploffing van de L’Orient. Schilderij door George Arnald (1763–1841), 1825-1827. NMM, Greenwich, Londen, Greenwich Hospital Collection (ID: BHC0509)
De ontploffing van de L’Orient. Schilderij door George Arnald (1763–1841), 1825-1827. NMM, Greenwich, Londen, Greenwich Hospital Collection (ID: BHC0509)

“The unexampled series of our naval triumphs has received fresh splendour from the memorable and decisive action, in which a detachment of my fleet, under the command of Rear-Admiral Lord Nelson, attacked, and almost totally destroyed a superior force of the enemy, strengthened by every advantage of situation.”

– Uit de speech van King George III voor de Houses of Parliament op 20 November, citaat uit William James’ The Naval History of Great Britain during the French Revolutionary and Napoleonic Wars Volume 2, 1827.

Van 1 tot 2 augustus 1798 bezorgde de Britse Royal Navy de Franse marine haar ergste nederlaag van de achttiende eeuw. In de Baai van Aboukir te Egypte wist admiraal Horatio Nelson elf van de dertien vijandelijke slagschepen tot overgave te dwingen ofwel te vernietigen. Zulke complete overwinningen zijn zeldzaam in de maritieme geschiedenis.

Deze zeeslag had verregaande strategische gevolgen voor de oorlog tegen Napoleon en Frankrijk. Daarnaast bezegelde ze het lot van Nelson om de geschiedenis in te gaan als een van de meest briljante militaire leiders die de wereld ooit heeft gezien. Deze zege was immers onder andere de vrucht van maandenlange nauwgezette voorbereidingen en teambuilding waarbij de admiraal zich omringde met een hechte groep van gelijkgezinde kapiteins die quasi onoverwinnelijk werd. Zijn eskader noemde Nelson zelf met recht en reden “the finest squadron that ever graced the ocean”. Dit artikel zal kort deze belangrijke zeeslag uit de Britse en maritieme geschiedenis onder de aandacht brengen.

Historische Achtergrond

Het jaar was 1798. Groot-Brittannië zuchtte al zes jaar onder een uitputtende oorlog tegen de revolutionairen van Frankrijk. Nog niet zo lang geleden hadden Spanje en Nederland zich met hun machtige vloten aangesloten bij de Fransen. Gelukkig wist de Britse admiraal John Jervis succesvol de Spaanse oorlogsschepen met een blokkade in hun havens te houden. Daarnaast had in oktober 1797 admiraal Adam Duncan voor de kust van Camperduin de Nederlandse vloot uitgeschakeld. De Fransen waren echter nog steeds heer en meester in de Middellandse Zee, een strijdtoneel dat de Royal Navy genoodzaakt moest verlaten in 1796 door een tekort aan eenheden. Door de recente overwinningen op Spanje en de Bataafse Republiek waren er weer schepen beschikbaar om de oorlog aldaar te hervatten. De timing kon niet beter zijn: op dat moment bereidde generaal Napoleon Bonaparte de invasie van Egypte voor met zo’n 30.000 manschappen.

Admiraal François-Paul Brueys d'Aigalliers. Schilder onbekend, voor 1895. Museum van Versailles
Admiraal François-Paul Brueys d’Aigalliers. Schilder onbekend, voor 1895. Museum van Versailles
Voor het vervoer kon Napoleon rekenen op zo’n driehonderd transportschepen en voor de bescherming kreeg hij als escorte dertien linieschepen uit de Zuid-Franse havenstad Toulon onder het bevel van admiraal François-Paul Brueys d’Aigalliers. De Corsicaanse generaal wilde met de verovering van Egypte het verlies van de Franse kolonies in Amerika compenseren. Daarnaast was het de bedoeling van de expeditie om het Land van de Nijl om te vormen tot een basis van waaruit de Fransen konden opereren tegen Brits India, het kroonjuweel en de belangrijkste bron van inkomsten van het Britse Rijk.

De Britse regering wist dat er een expeditie op til was, maar door de strikte geheimhouding rond de hele operatie was het gissen over waar Napoleon zou toeslaan. De Britten kondigden terstond de terugkeer van hun vloot in de Middellandse Zee aan en de Admiraliteit van Engeland besloot dat hun opkomende ster, Horatio Nelson, daar de toekomstige operaties moest gaan leiden. Admiraal Jervis stuurde hem alvast naar de Zuid-Franse kust met enkele schepen om een oogje in het zeil te houden. Rond diezelfde periode liet Londen een eskader slagschepen uitvaren dat zich zo snel mogelijk bij Nelson diende te vervoegen.

Toen Nelson op 19 mei voor Toulon arriveerde, waren de Fransen nog steeds in hun haven. Toen sloeg echter de Middellandse Zee onverbiddelijk toe met een van haar typische, onverwachte mistrals. Dit type storm doemt ogenschijnlijk uit het niets op vanuit de Zuid-Franse kust. De mistral overmeesterde het eskader van Nelson en blies deze ver weg van hun wachtpost. De grotere slagschepen geraakten toen afgezonderd van de Britse fregatten. De fregatten en slagschepen zouden elkaar niet meer terugzien gedurende de rest van de campagne. Dit betekende een groot gemis voor Nelson aangezien hij hierdoor niet meer de beschikking had over een verkenningsmacht. Het vlaggenschip HMS Vanguard liep serieuze schade op tijdens deze storm en dit noodzaakte Nelson om enkele dagen herstellingswerken te laten uitvoeren in Sardinië. Toen hij op 31 mei voor de Franse kust terugkeerde, bleek zijn grootste schrik te zijn uitgekomen. De Fransen waren spoorloos verdwenen. De Britse admiraal had geen idee waar zijn vijand vertoefde en zijn gebrek aan fregatten maakte het er zeker niet gemakkelijker op.

Admiraal Horatio Nelson. Schilderij door Lemuel Francis Abbott (1760-1802), 1799. National Maritime Museum, Greenwich, London, Greenwich Hospital Collection (ID: BHC2889)
Nelson besloot om zijn speurtocht te beginnen langs de Italiaanse kust. Ondertussen arriveerden op 7 juni de versterkingen uit Engeland waardoor de Britse strijdmacht opliep tot dertien 3e-klasse linieschepen (74 kanonnen), één 4e-klasse schip (50 kanonnen) en een 6e-klasse sloep. De Franse vloot bevond zich op dat moment al in Malta. Napoleon besloot het eiland in te nemen vanwege zijn strategische ligging binnen Middellandse Zee. Toen Nelson in Sicilië aankwam, vernam hij het nieuws over deze Franse verovering. Hieruit maakte de admiraal op dat Napoleon zich richting Egypte begaf. Hij liet terstond zijn slagschepen uitvaren om de Fransen te achterhalen. Op basis van onnauwkeurige berichtgeving meende Nelson echter dat Napoleon al in Alexandrië geland was. De Fransen waren echter later uit Malta vertrokken dan de Britten dachten. Nietsvermoedend zeilde de Royal Navy op de nacht van 24 op 25 juni de Franse vloot voorbij. Deze episode vormt een van de bekendste “wat als”-scenario’s uit de Franse revolutionaire en napoleontische oorlogen. Wat als Nelson de Franse slagschepen en transportschepen toen op volle zee had onderschept? Wat als de Britten destijds Napoleon, zijn generale staf en troepen hadden uitgeschakeld of gevangengenomen? Hoe zou de oorlog er dan hebben uitgezien?

In elk geval kwamen de Britten op 28 juni aan in Alexandrië. Tot hun grote verbazing was er geen enkele Fransman te bespeuren. Dit was een slag in het gezicht van Nelson die ervan overtuigd was hier zijn vijand te zullen aantreffen. Twee dagen later lichtte hij het anker om zijn zoektocht voort te zetten langs de Turkse kust. Het lot wilde dat Napoleon slechts vierentwintig uur daarna veilig aankwam in Egypte. De Franse generaal, opgelucht vanwege de Britse afwezigheid, liet meteen zijn troepen aan wal brengen. Pas een maand later op 28 juli kwam de Britse admiraal te weten dat de revolutionairen dan toch in Egypte waren geland. Tegen die tijd was het Land van de Nijl echter al volledig in handen van het Franse leger. Toch kon Nelson nog serieuze schade berokkenen aan de Franse expeditie door hun vloot uit te schakelen. Zonder dralen zette de Royal Navy koers richting Alexandrië.

De Zeeslag

Toen Nelson op 1 augustus in de Egyptische havenstad arriveerde, was geen enkel linieschip van de Corsicaanse admiraal Brueys in zicht. Het duurde echter niet lang voordat de admiraal te weten kwam dat de vijand voor anker lag in de Baai van Aboukir, zo’n 32 kilometer ten noordoosten van Alexandrië. Hier had admiraal Brueys zijn gevechtsschepen in een defensieve lijn voor anker laten liggen langs de westelijke ondiepten van de baai. Brueys wilde op deze manier zijn vloot omvormen tot een ondoordringbare muur die langs één kant werd beschermd door onbevaarbare zandbanken en langs de andere kant werd afgeschermd door het geschut van zijn schepen. Toen de Royal Navy aan de horizon opdoemde, was het al bijna avond. De Fransen gingen ervan uit dat hun tegenstander zou wachten tot de volgende dag om de confrontatie aan te gaan. Brueys onderschatte duidelijk de vastberadenheid en het ongeduld van de Britse admiraal en kapiteins. Bovendien had Nelson zich al voorbereid op een zeeslag in de duisternis met een voor anker liggende vloot. Hij verordende dat zijn schepen ter herkenning allemaal vier lantaarns lieten branden aan hun achtersteven.

De Slag bij de Nijl, 1 augustus 1798. Schilderij door Nicholas Pocock (1740-1821), 1808. National Maritime Museum, Greenwich, London, Caird Collection (ID: BHC0513)
De Slag bij de Nijl, 1 augustus 1798. Schilderij door Nicholas Pocock (1740-1821), 1808. National Maritime Museum, Greenwich, London, Caird Collection (ID: BHC0513)

Hoewel de Britse slagschepen niet in een strakke formatie waren en een tweetal schepen achterop was geraakt, beval Nelson rond 17:30 zijn vloot om zonder aarzelen af te stevenen op de Fransen en “to form the line as most convenient”. Het plan van de admiraal was om eerst de salvo’s van zijn schepen te concentreren op de Franse voorhoede en centrum. De Britten voeren met de wind mee vanuit het noordoosten terwijl de Fransen met hun voorstevens in de wind voor anker lagen. Aldus werd het quasi onmogelijk voor de achterhoede van de tegenstander om de voorste schepen te hulp te snellen zolang de wind niet van richting veranderde.

De Britse aanval werd geleid door kapitein Thomas Foley in zijn HMS Goliath en kapitein Samuel Hood in HMS Zealous die met elkaar wedijverden om als eerste de vijand te bereiken. Deze eer zou uiteindelijk toekomen aan Foley. Wat hij toen met zijn Goliath ondernam, zou de maritieme geschiedenis ingaan als een van de meest beslissende manoeuvres ooit tijdens een zeeslag. De kapitein zag namelijk nog een nauwe, bevaarbare ruimte tussen de ondiepten en het leidende Franse schip Guerrier. Hij zag zijn kans schoon en liet rond kwart over 6 zijn schip positioneren tussen de kust en de Franse voorhoede. De drie Britse schepen daarachter volgden het kielzog van de Goliath en bonden de strijd aan met de Fransen langs deze kant. Nelson liet vervolgens zijn HMS Vanguard en de daaropvolgende schepen langs de andere zijde de tegenstander aanvallen. Dit betekende dat de voorhoede van Brueys gevangen zat in een nietsontziend spervuur vanuit twee richtingen. De schade die de Royal Navy in de eerste uren aanrichtte aan de voorste vijandelijke schepen was niet te overzien. De Fransen waren volledig ontredderd. Nooit hadden ze gedacht dat de slagschepen van Nelson het zouden wagen hen langs de kustzijde aan te vallen. De bemanningsleden waren dan ook volledig onvoorbereid om aan twee fronten te vechten. Bovendien waren er op sommige schepen gewoonweg niet genoeg matrozen om al de kanonnen te bemannen. Een groot aantal zeelieden bevond zich immers nog aan land om te foerageren. Zij konden gedurende heel het treffen niets anders doen dan machteloos toekijken hoe hun schepen ten onder gingen door het Britse hellevuur.

Kaart met de manoeuvres van de Britse schepen. Let op hoe de Britten de Fransen langs twee zijden aanvallen.
In korte tijd stortte de Franse voorhoede als een kaartenhuis in elkaar. De schepen aldaar streken één voor één hun vlag. Toch ging niet alles van een leien dakje voor de Britten. HMS Bellerophon en HMS Majestic hadden op een verkeerd moment hun anker uitgegooid waardoor ze zonder ondersteuning op zeer kwetsbare posities kwamen te liggen tegenover het nog intacte Franse centrum. Hier bevond zich onder andere de gigantische L’Orient met zijn 120 kanonnen. Deze Britse linieschepen kregen het zwaar te verduren. De Bellerophon werd volledig ontmast en de kapitein beval de ankerkabels door te snijden. Het schip dreef langzaam weg van het gevecht waardoor het nog gered kon worden van de totale vernietiging. De kluiverboom (wegneembare boegspriet) van de Majestic raakte op zijn beurt verwikkeld in het klimnet van het slagschip de Tonnant. Ook op dit schip liep het slachtofferaantal hoog op. Kapitein George Blagdon Wescott liet er het leven bij door een welgemikt schot van een Franse musket. Later wist de vervangende bevelhebber, luitenant Robert Cuthbert, zijn schip te ontwarren uit het want van de Tonnant en hij kon tegen 20:30 met de Majestic een meer gunstige gevechtspositie innemen.

De Tonnant bij de Slag bij de Nijl, 1 augustus 1798. Schilderij door Louis Le Breton (1818–1866). National Maritime Museum, Greenwich, London (ID: PX8975)
De ontploffing van de L’Orient, 1 augustus 1798. Print gebaseerd op een schilderij door Thomas Whitcombe (1763-1824), 1816. National Maritime Museum, Greenwich, London. Caird Fund (ID: PAD4067)

Het lot van de Fransen werd definitief bezegeld toen rond 20:00 uur de achteropgeraakte slagschepen HMS Alexander en HMS Swiftsure het strijdperk betraden. Deze twee linieschepen hadden nog geen enkele schot gelost en hun bemanningsleden waren uiterst gretig om zichzelf te bewijzen. De aankomst van deze twee kersverse, onbeschadigde slagschepen gaf een hernieuwde energie aan de Britse aanval waaronder uiteindelijk ook het vijandelijke centrum bezweek. Rond 21:00 uur werd er brand gesignaleerd op het Franse vlaggenschip L’Orient. Kapitein Hallowell van de Swiftsure liet zijn geschut vervolgens op dit punt concentreren om het blussen nagenoeg onmogelijk te maken. Een half uur lang trachtten de Fransen tevergeefs hun vlaggenschip te redden. Rond 21:37 uur bereikten de vlammen uiteindelijk echter het kruitmagazijn waarop een explosie van apocalyptische proporties volgde. Het beeld van deze onvergetelijke climax grifte zich in het geheugen van al de matrozen die de pijnlijk lange doodstrijd van de L’Orient hadden gadegeslagen. Deze ontploffing zou later een centraal punt vormen in de publieke perceptie van de zeeslag. Zo toont het merendeel van de schilderijen van de Slag bij de Nijl de ondergang van de L’Orient. Deze episode ging symbool staan voor de quasi totale vernietiging van de Franse vloot die tussen 1 en 2 augustus 1798 plaatsvond.

Van de dertien Franse linieschepen ontsnapten er slechts twee van de achterhoede. Deze achterste eenheden konden gedurende de gehele slag door de ongunstige wind niet anders doen dan toezien hoe de Royal Navy hun vrienden decimeerde. Uiteindelijk wisten de Britten negen Franse slagschepen in bezit te nemen en twee te vernietigen. Dit maakt de Slag bij de Nijl tot de meest complete overwinning op zee van de achttiende eeuw.

De ontploffing van de L’Orient, 1 augustus 1798. Print gebaseerd op een schilderij door Thomas Whitcombe (1763-1824), 1816. National Maritime Museum, Greenwich, London. Caird Fund (ID: PAD4067)
De Tonnant bij de Slag bij de Nijl, 1 augustus 1798. Schilderij door Louis Le Breton (1818–1866). National Maritime Museum, Greenwich, London (ID: PX8975)

Nasleep en conclusie

De gevolgen van de Slag bij de Nijl waren verreikend. Ten eerste had Napoleon plotseling geen vloot meer en zat hij bijgevolg opgesloten in Egypte. De Franse dominantie in de Middellandse Zee was definitief voorbij. Deze drastische verandering van de strategische situatie zette verschillende naties zoals het Ottomaanse Rijk, Oostenrijk en Rusland ertoe aan om de strijd met Frankrijk aan te binden en een nieuwe coalitie te vormen.

Tot slot toonde deze slag aan dat Nelson niet alleen een dappere kapitein was, maar eveneens een briljant leider. Gedurende de maanden die de slag voorafgingen, gaf Nelson vorm aan een hechte groep kapiteins die hijzelf omdoopte tot zijn “band of brothers” (een referentie naar de “St Crispin’s Day Speech” van koning Hendrik V voor de Slag bij Agincourt in het stuk Henry V van William Shakespeare). Hij nam zijn bevelhebbers voortdurend terzijde om met hen onder vier ogen een gesprek op amicale wijze te voeren over tactiek en leiderschap. Via deze discussies kon hij zijn ideeën over deze onderwerpen bij hen overbrengen. Bijgevolg wist elke kapitein wat hem te doen stond in het geval van een zeeslag. Nelson peilde tijdens deze discussies voortdurend naar hun mening en gaf zo het gevoel mee dat hun opinie ertoe deed. Er ontstond bijgevolg een hechte band tussen Nelson en al zijn kapiteins. Dit type leiderschap was toen vrijwel onbekend binnen de Royal Navy. Meestal was de relatie tussen de admiraal en zijn officiers afstandelijk en koud. Nelsons aanpak wierp zijn vruchten af. Deze relatie gebaseerd op wederzijds respect en vriendschap resulteerde in een officierscorps dat elkaar en hun admiraal door en door kende en perfect kon samenwerken. Enkel zulke nauwe coöperatie kon zulke beslissende overwinningen als bij de Nijl bewerkstelligen. Horatio Nelson bewees met deze zeeslag dat hij de meest bekwame admiraal van zijn tijd was. Toen hij er zeven jaar later bij Trafalgar nog eens in slaagde een dergelijke complete overwinning te behalen, verzekerde Nelson met recht en reden zijn plaats in de geschiedenisboeken als een van de beste militaire leiders die de wereld ooit heeft gezien.

~ Olivier Goossens

Bibliografie

-Allen, J., Battle of the British Navy, Vol. 1, 1853.
-Lavery, B., Empire of the Seas, 2009.
-Robson, M., A History of the Royal Navy: the Napoleonic Wars, 2014.
-Rodger, N, Command of the Ocean, 2004.
-Warner, O., Nelson’s Battles, 1965.
-Warner, O., The Battle of the Nile, 1960.
-Wilson, B., Empire of the Deep, 2013.
Abonneer
Stuur mij een e-mail bij
guest
0 Reacties
Inline feedbacks
Bekijk alle reacties
Eerder gepubliceerd

De slag bij Actium (31 v.Chr.) – Scharnierpunt in de geschiedenis

Hierna verschenen

Nederlands schip waarschuwde Titanic voor ijsbergen

0
Reageren op dit bericht?x