De Ghaznaviden: de eerste Turkse sultans

Een Perzo-Turkse dynastie
/
9 minuten leestijd
Mahmud van Ghazni (midden) van de kalief Al-Qadir
Mahmud van Ghazni (midden) van de kalief Al-Qadir

Sinds het midden van de negende eeuw werd een onomkeerbaar proces van decentralisering ingezet binnen het kalifaat van de Abassiden. Dit enorme islamitische rijk bleek gewoonweg te groot om vanuit Bagdad efficiënt te besturen. Hierdoor ontstonden er nieuwe islamitische staten in de perifere gebieden die weliswaar nominaal het oppergezag van de kalief bleven erkennen, maar de facto onafhankelijk waren.

Grootste omvang van het rijk der Ghaznaviden
Grootste omvang van het rijk der Ghaznaviden
Vooral de Perzische wereld werd meegesleurd door deze nieuwe dynamiek. Eerst zwaaiden vanuit Bukhara de Samaniden de scepter over Centraal-Azië. De geleidelijke desintegratie van dit emiraat zorgde ervoor dat tegen het einde van de tiende eeuw nieuwe dynasten de kans kregen hun gezag te laten gelden. Vanuit de assen van dit Perzisch koningshuis verrees zo de dynastie van de Ghaznaviden die het uitzicht van de islamitische wereld voorgoed zouden veranderen.

De Ghaznaviden waren namelijk moslims van Turkse afkomst die op het hoogtepunt van hun macht heersten over een rijk dat zich uitstrekte van het huidige West-Iran tot in India. Dit was de eerste keer in de geschiedenis dat het Turkse volk in de islamitische wereld (dar al-islam) zulke dominante machtspositie bekleedde. De Ghaznaviden vormden als het ware een aankondiging van wat nog komen zou: een islamitische gemeenschap waarin machtige Turkse sultans een bepalende rol spelen (cfr. Seltsjoeken, mammelukken, Ottomanen…). Daarnaast worden de Ghaznaviden in de Indische geschiedenis beschouwd als de eerste islamitische overheersers van het subcontinent en maken zij daarom eveneens daar een belangrijk deel uit van het verleden. Er zijn dus redenen genoeg om dit weinig bekende onderwerp terug onder de aandacht te brengen. Dit artikel zal summier deze interessante en cruciale dynastie uit de West- en Centraal-Aziatische geschiedenis bespreken en dit vooral vanuit een militair en politiek oogpunt.

Vroege Ghaznavidische geschiedenis

Voorgeschiedenis

Om de opkomst van de Ghaznaviden beter te begrijpen, moet men eigenlijk bijna tweehonderd jaar terug in de tijd gaan. Toen vond in het begin van de negende eeuw de vierde fitna (islamitische burgeroorlog) plaats tussen de broers Al-Ma’moen en Al-Amin. Deze vochten om de heerschappij over het kalifaat na de dood van hun vader. Al-Ma’moen riep hierbij de hulp in van een machtige krijgsheer uit de provincie Khorasan in ruil voor buitengewone privileges zoals een erfelijk gouverneurschap over deze schatrijke regio. Na zijn overwinning zat Al-Ma’moen echter met een nieuw probleem: zijn voormalige bondgenoot en thans nieuwe gouverneur van Khorasan was naar zijn zin veel te machtig geworden. Voor de daaropvolgende strijd tegen Khorasan gingen Al-Ma’moen en vooral zijn opvolger Al-Mu’tasim een nieuwe praktijk introduceren in de islamitische wereld: het gebruik van Turkse slaafsoldaten afkomstig uit de Centraal-Aziatische steppen (ghulams). Hun redenering was dat men beter mensen in dienst kon nemen die voor de rest geen banden of machtspositie hadden binnen de oemma, de wereldwijde islamitische gemeenschap.

Voortaan zouden islamitische heersers uit het Oosten zich voor de opbouw van hun leger hoofdzakelijk wenden tot de Turkse slavenmarkten. Spoedig hadden de meeste emirs, lokale machthebbers, hun eigen gevolg van Turkse slaaf-soldaten. Deze konden ondanks hun onvrije status bijzonder machtig worden binnen het leger, de administratie of aan het hof. Al gauw werden deze krijgers uit de steppen een te duchten component van de samenleving waar zelfs de emir rekening mee diende te houden. Het is binnen deze context dat de Ghaznaviden zich een weg wisten te banen richting de absolute macht over Centraal-Azië.

De opkomst van de Ghaznaviden: Sebüktegin

Moderne buste van Alptigin in Pınarbaşı, Kayseri, Turkije. In Turkije wordt Alptigin nog steeds geëerd als een van de “grote” Turken uit het verleden
Moderne buste van Alptigin in Pınarbaşı, Kayseri, Turkije. In Turkije wordt Alptigin nog steeds geëerd als een van de “grote” Turken uit het verleden. (CC BY-SA 4.0 – Vikiçizer – wiki)
Rond 942 werd in het Kirgizische Barshkhan een zeker Abu Mansur Sebüktegin geboren. Tijdens de onophoudelijke oorlogen tussen de verschillende steppevolkeren werd hij gevangengenomen en als slaaf afgevoerd naar het Samanidenrijk. De Samaniden waren een Perzische dynastie die sinds de negende eeuw over Centraal-Azië heerste vanuit hun weelderige hoofdstad Bukhara. Sebüktegin kwam terecht in de rijke Samanidische handelsstad Nisjapoer waar een machtige Turkse slaaf-soldaat, Alptigin, hem opmerkte en opnam in zijn gevolg. Deze Alptigin was op dat moment druk in de weer met het veiligstellen van een eigen machtspositie binnen het afbrokkelende Samanidische emiraat. Toen de emir Abd al-Malik (r. 954-961) in 961 stierf, probeerde Alptigin een marionet op de troon van Bukhara te plaatsen. Fa’iq, een prominente hoveling en grote tegenstander van de Ghaznaviden, was hem echter te slim af met een eigen troonpretendent. Alptigin week vervolgens met zijn gevolg uit naar Ghazna in het huidige Afghanistan. Vanuit deze stad stelde hij voor zichzelf in de periferie van het Samanidenrijk een groot territorium veilig. Tegen zijn dood in 963 had Alptigin de weg naar de macht bereid voor Sebüktegin die enkele jaren daarop de leider werd van Alptigins gevolg.

Sebüktegin consolideerde zijn positie met zijn slaaf-soldaten vanuit Ghazna verder en was de facto een autonoom heerser. Desondanks riep hij nooit de onafhankelijkheid uit en bleef hij als een nominaal gouverneur het oppergezag van de emir van Bukhara erkennen. Een van Sebüktegins belangrijkste aanwinsten was het bevelhebberschap over de troepen van de Samanidische provincie Khorasan. Khorasan was een historische regio die delen van het huidige Iran, Afghanistan, Tadzjikistan, Oezbekistan en Turkmenistan omvatte en schatrijk was dankzij diens ontwikkelde landbouw, bloeiende handel en rijke ondergrond met onder andere goud, zilver en lapis lazuli. In 997 stierf Sebüktegin en hij verdeelde zijn nalatenschap onder zijn familie, met name zijn twee zoons Isma’il en Mahmud.

De leider van de Karachaniden, Ilig Khan, geeft zich over aan Mahmud, trots gezeten op zijn olifant. Perzisch miniatuur schilderij uit de veertiende eeuw.
De leider van de Karachaniden, Ilig Khan, geeft zich over aan Mahmud, trots gezeten op zijn olifant. Perzisch miniatuur schilderij uit de veertiende eeuw.

Mahmud: het ontstaan van het sultanaat

Na de dood van zijn vader ruimde de ambitieuze Mahmud al snel zijn oudere broer Isma’il uit de weg. Hij kreeg zo nagenoeg heel de erfenis van Sebüktegin in handen. Rond deze periode barstte er in het hart van het emiraat van de Samaniden een grote strijd los om de macht. Hier onttroonde de reeds genoemde hoveling, Fa’iq, emir Mansur II en dit wederom ten behoeve van een eigen kandidaat, Abd al-Malik II. Deze staatsgreep gebruikte Mahmud als voorwendsel om in te grijpen en zijn aloude vijand Fa’iq voor eens en altijd uit de weg te ruimen. Mahmud versloeg in 999 de strijdmacht van Abd al-Malik II en Fa’iq.

Een verzwakt emiraat zonder leger bleek voor een andere mogendheid, de Karachaniden, te aantrekkelijk om te negeren. Dit Turkse volk stak zonder dralen de grens met de Samaniden over en nam zonder weerstand Bukhara in. Abd al-Malik II werd afgezet en aldus hield het emiraat van Bukhara op te bestaan. De resten van het eens zo machtige Samanidische rijk werden verdeeld onder de Karachaniden en de Ghaznaviden. De val van de laatste emir gaf Mahmud trouwens het recht om zijn eigen vorstendom als een onafhankelijke islamitische staat, een sultanaat, te gaan profileren. Hij kreeg dan ook van de kalief van Bagdad de toestemming om zichzelf sultan te noemen, een belangrijke islamitische heerserstitel.

Na de uitschakeling van de Samaniden kreeg Mahmud te maken met een ander gevaar: de Karachaniden die zopas grote delen van het voormalige emiraat hadden ingenomen. Mahmud verkoos echter om voorlopig al zijn energie te steken in zijn lucratieve campagnes tegen India. Hij sloot om die reden een vredesverdrag met de leider van de Karachaniden. Deze overeenkomst bleek tevergeefs: de leider van dit Turks khanaat was niet in staat om zijn oorlogszuchtige mannen in bedwang te houden. Ze bleven strooptochten houden in het rijke Ghaznavidische Khorasan. Hier kon Mahmud geen vrede mee hebben. Hij maakte terstond rechtsomkeert richting de geteisterde provincie. Daar versloeg hij zijn vijand te Balkh in 1008 met behulp van zijn gepantserde olifanten.

De verdrijving van de Karachaniden betekende echter niet het einde van Mahmuds oorlogen in het westen van zijn rijk. Hij droomde ervan heel Centraal-Azië onder zijn gezag te brengen. Een van zijn voornaamste doelwitten was Khwarezm (ook wel Chorasmië genoemd in het Nederlands). Hier zwaaide de machtige dynastie van de Ma’moeniden de scepter. Deze rijke streek was gecentreerd rond een oase met een bloeiende agricultuur. Khwarezm was daarnaast een druk commercieel kruispunt waardoorheen zeer belangrijke trans-Aziatische handelswegen liepen. Mahmud huwelijkte eerst zijn zus uit aan de emir van Khwarezm om via haar meer controle uit te oefenen op deze heerser. Daarna zette de sultan de emir onder druk om zijn suzereiniteit over Khwarezm te aanvaarden. Dit kon niet door de beugel voor vele lokale aristocraten die hun onafhankelijkheid koesterden. Ze kwamen kort daarop in opstand tegen de Ma’moeniden. Tijdens deze onlusten verloor de emir het leven. Mahmud vertrok met zijn leger om orde op zaken te stellen en annexeerde Khwarezm in 1017.

De ruïnes van de tempel van Somnath in de 19de eeuw
De ruïnes van de tempel van Somnath in de 19de eeuw (CC0 – Ms Sarah Welch – wiki)

Mahmud in India

Na deze episode kon de sultan zich nu eindelijk volledig toeleggen op India. Hier was Mahmud gedurende zijn leven het actiefst vanwege de aanlokkelijke lokale rijkdommen evenals door de mogelijkheid om deze campagnes te gebruiken voor zijn zelfpresentatie als verdediger van de islam tegen het heidendom. Hij zou zich met zijn troepen maar liefst zeventien keer begeven in het subcontinent. De climax van deze veldtochten was zonder twijfel het jaar 1025. Toen had hij zijn zinnen gezet op het hindoeïstische tempelcomplex van Somnath wier rijkdom mythische proporties had verkregen in de middeleeuwse wereld. Dit heiligdom verrees in Gujarat, meer bepaald in het zuiden van het grote schiereiland van Somnath. Volgens de overlevering liet de sultan het gehele complex door zijn manschappen grondig plunderen en sloeg hij hoogstpersoonlijk het vergulde standbeeld van Shiva aan stukken. De resten van dit beeld zou hij later laten incorporeren in de trappen van de Vrijdagmoskee van de hoofdstad Ghazna om de vernedering compleet te maken. Hij zou verder zo’n twintig miljoen dinar hebben geroofd, een astronomisch bedrag voor die tijd. Daarnaast zouden zo’n 50.000 inheemse bewoners het leven hebben verloren tijdens deze wrede inval van het Ghaznavidische leger.

Het grafmonument van sultan Mahmud in zijn hoofdstad Ghazna, Afghanistan.
Het grafmonument van sultan Mahmud in zijn hoofdstad Ghazna, Afghanistan. Foto: Internet Archive (Afghan Media Resource Center).

Tijdens zijn Indische campagnes legde Mahmud de basis voor de anderhalve-eeuw-durende Ghaznavidische heerschappij over het huidige Pakistan en Noord-West-India. Hij dwong lokale heersers tot acceptatie van zijn oppergezag en de betaling van tribuut. Menig historicus is de mening toegedaan dat de Ghaznavidische overheersing beschouwd kan worden als het echte begin van de islamitische periode van India. Wat er ook van zij, na een bewogen leven van onophoudelijke militaire campagnes stierf sultan Mahmud in 1030. Hij werd begraven in de hoofdstad Ghazna, waar zijn monumentale tombe nog steeds te bewonderen is.

Verdere geschiedenis van de Ghaznaviden

De komst van de Seltsjoeken

Miniatuur van de Slag van Dandanaqan, 1040, die het lot bezegelde van de sultan Masud en het Ghaznavidenrijk definitief naar het Oosten deed oriënteren.
Miniatuur van de Slag van Dandanaqan, 1040, die het lot bezegelde van de sultan Masud en het Ghaznavidenrijk definitief naar het Oosten deed oriënteren. (Publiek Domein – wiki)
Na de dood van Mahmud dienden nieuwe problemen voor de Ghaznaviden zich al heel snel aan. Een machtige groep nomaden trad vanuit de anonimiteit van de steppen op de voorgrond om zijn plaats in de wereldgeschiedenis op te eisen: de Seltsjoeken waren gearriveerd. Deze botsten op de grenzen van de Ghaznaviden en een grote oorlog tussen de twee Turkse dynastieën brak uit. De inzet? De heerschappij over Centraal-Azië. De zoon van Mahmud, Masud I (r. 1030-1040), moest het onderspit delven en verloor de beslissende veldslag van Dandanaqan nabij de stad Merv in het huidige Turkmenistan. Het gevolg van dit treffen was dat de dynastie definitief diens westelijke territoria verloor waaronder de rijke provincies Khorasan en Khwarezm. Als geluk bij een ongeluk voor de Ghaznaviden waren de Seltsjoeken in de eerste plaats geïnteresseerd in het westen en lieten zij de rest van het Ghaznavidenrijk ongestoord. Het sultanaat hield dus nog stand in Afghanistan, Pakistan en India. Deze veldslag bezegelde ook het lot van Masud die werd gevangengezet en uiteindelijk vermoord na een paleiscoup door zijn broer Muhammad. Dit bleek niet het einde van de kwestie: er volgde nog veel twist binnen de dynastie. In tien jaar tijd zouden maar liefst zes verschillende sultans de Ghaznavidische troon bestijgen.

Het sultanaat van Ghazna zou op politiek en militair gebied nooit meer zulke hoge toppen scheren als onder Mahmud. Ze ervoeren nochtans gedurende de tweede helft van de elfde eeuw een relatief rustige en welvarende periode. Rond de eeuwwende kregen ze echter weer te maken met de opdringerige Seltsjoekse dynastie. Dit Turks vorstenhuis ging zich steeds meer bemoeien met Ghaznavidische affaires. Uiteindelijk zou de Seltsjoekse sultan Ahmad Sanjar in 1117 een dynastieke twist als excuus gebruiken om de hoofdstad binnen te vallen en een marionet, Bahram Shah, op de troon plaatsen als vazal: de Ghaznavidische erkenning van Seltsjoekse suzereiniteit was daarmee een feit.

Zwanenzang van de Ghaznaviden: de komst van de Ghowriden

Ondanks al hun verliezen tegenover de Seltsjoeken, was het een andere dynastie die verantwoordelijk zou zijn voor de uiteindelijke val van de Ghaznaviden: de Ghowriden, gedurende de elfde eeuw en de eerste helft van de twaalfde eeuw vazallen van Ghazna. Ze waren een etnisch Perzisch en Tadzjieks vorstenhuis uit de provinciestad Ghowr in het hedendaagse Afghanistan. Ze bleven het Ghaznavidische oppergezag erkennen totdat in 1149 Bahram Shah een lid van hun familie liet vergiftigen. Ze gooiden terstond hun vazalstatus van zich af en verklaarden de oorlog aan hun voormalige meesters. De Ghowriden wisten kort daarop de hoofdstad Ghazna in te nemen, maar de Ghaznaviden konden ze weer verdrijven met de hulp van hun nieuwe suzerein, de Seltsjoekse sultan Ahmad Sanjar.

In 1163 wisten de onverschrokken Ghowriden echter na een hernieuwde poging definitief de hoofdstad van hun vijand in te nemen. De dood van Ahmad Sanjar in 1157 betekende immers het einde van de Seltsjoekse hegemonie in Centraal-Azië en dus het verlies voor de Ghaznaviden van hun voornaamste beschermheer. Het einde was nu in zicht. Het Ghaznavidische hof verplaatste zich naar Lahore in het huidige Pakistan waar het nog enkele jaren standhield. In 1186 werd de laatste heerser van het eerste Turkse sultanaat van de dar-al-islam afgezet door Muhammad Ghowri.

~ Olivier Goossens

Boek: The Ghaznavids: Their Empire in Afghanistan and Eastern Iran

Bronnen

-Bosworth, C., The Ghaznavids: Their Empire in Afghanistan and Eastern Iran: 994: 1040, 1973.
-Bosworth, C., The Later Ghaznavids: Splendour and Decay, The Dynasty in Afghanistan and Northern India: 1040-1186, 1977.

Vorige verhaal

Lulkoek, leuterkoek en kletskoek

Volgende verhaal

Krijgsvrouwen in de Vikingtijd

×