Week van de koloniale geschiedenis

De geschiedenis van de bril

Oplossing voor slecht zicht

De uitvinding van glazen schijfjes voor het compenseren van refractiefouten van het oog is waarschijnlijk in de Middeleeuwen gedaan. Wanneer, waar en door wie de bril precies is uitgevonden, is tot nog toe onbekend en onderwerp van speculatie. Een korte geschiedenis van de bril.

Nimrud-lens in het British Museum (CC BY-SA 4.0 - Geni - wiki)
Nimrud-lens in het British Museum (CC BY-SA 4.0 – Geni – wiki)
De Sumeriërs waren in de periode 3000 tot 2000 v.Chr. het eerste volk dat glas maakte van ruw materiaal. De oudst bekende lens, door Austen Henry Layard gevonden bij het Assyrische paleis van Nimrud, stamt uit de periode tussen 721 en 705 v.Chr. Vanwege de perfecte staat waarin die in 1850 werd gevonden, is de Nimrud-lens de beroemdste lens uit de oudheid. Het is niet bekend of de primitieve lens werd gebruikt om voorwerpen te vergroten.

Water

De oude Grieken en Romeinen gebruikten kleine glazen bollen, gevuld met water, om hun zicht te verbeteren en om kleine voorwerpen beter te kunnen zien. Zij waren echter niet bekend met de beginselen van de optica en refractie en schreven het vergrotende fenomeen toe aan het water en niet aan het gebogen glas. Redenaar Cicero (106-43 v.Chr.) klaagde dat zijn zicht was verminderd door ouderdom en dat hij geen middel kon vinden om dit te verhelpen. De meest betrouwbare oudheidkundige tekst over lenzen komt van de hand van Lucio Anneo Seneca (4 v.Chr.-65 n.Chr.), die schreef:

“De letters, ook al zijn ze klein en verward, lijken groter en helder wanneer men kijkt door een glazen bol gevuld met water.”

De smaragd van Nero

Van keizer Nero (1e eeuw n.Chr.) is bekend dat hij een geslepen, holle, groene smaragd voor zijn ogen hield als vergrootglas om de duels van de gladiatoren beter te kunnen zien. Het onderzoek naar het gebruik van de smaragd van Nero begon met de publicatie van Quo Vadis in 1896, door de Poolse schrijver Henry K. Sienkiewitz. Hij ontving hiervoor in 1906 de Nobelprijs voor Literatuur. In dit boek vermeldt Sienkiewitz het gebruik van de smaragd door Nero, als een manier om zijn zicht te verbeteren. Andere onderzoeken wijzen in de richting van de hypothese dat Nero de steen gebruikte vanwege het kalmerende effect op zijn ogen omdat die de schittering van de zon wegnam.

- advertentie -

Twee claims

De dominicaanse broeder Ugo di Saint-Cher,  1352 (Publiek Domein - wiki)
De dominicaanse broeder Ugo di Saint-Cher, 1352 (Publiek Domein – wiki)
Twee mannen claimen de uitvinden van de bril, maar van hen is weinig bekend. Tijdens zijn preek op 23 februari 1306 in de kerk van Santa Maria Novella in Florence, refereerde monnik Beato Giordano da Rivalto naar de uitvinder van de bril, twintig jaar daarvoor. Hij noemde echter niet diens naam. Dat zou betekenen dat de bril in 1286 werd uitgevonden. Een Latijnse kroniek van het Dominicaanse klooster van Santa Caterina D’Alessandria in Pisa verwijst naar Alessandro Spina (1238-1313). In de necrologie van Spina uit 1313 wordt melding gemaakt van het feit dat hij brillenglazen had gezien bij een onbenoemd persoon die de uitvinding voor zichzelf wilde houden. Hierbij moet gesteld worden dat broeder Da Rivalto een medebroeder was van Spina. De hypothese wordt overigens betwist door Edward Rosen, een geschiedkundige uit de twintigste eeuw. Hij beweert dat professor in geneeskunde en literatuur Francesco Redi (1626-1697) de Kroniek verkeerd heeft gekopieerd.

De uitvinding van de brillenglazen wordt ook toegeschreven aan Salvino degli Armati (geboortejaar onbekend, tot 1317), een Florentijns edelman. Auteur Ferdinando Leopoldo del Migliore publiceerde een boek in 1684 waarin hij verwijst naar een inscriptie op het graf van Almati, in de kerk van Santa Maria Maggiore in Florence. Daar zou hebben gestaan:

“Hier rust Salvino degli Armati, zoon van Armato van Florence, uitvinder van de bril. Moge God zijn zonden vergeven. A.D. 1317”.

Aangezien de kerk sinds de veertiende eeuw al meerdere keren is herbouwd, is dit grafregister niet terug te vinden. Del Migliore beweert dat het graf van Armati is vernietigd door de restauraties. De Italiaanse geleerde Isidoro del Lungo (1841-1927) wijst erop dat de term ‘uitvinder’ in het veertiende-eeuwse Italië nog niet bestond in de spreektaal. Daarnaast vestigt hij aandacht op het feit dat ‘Salvino degli Armati’ in 1340 is overleden en dat hij een nederige ambachtsman was die nooit met glas had gewerkt. Dus zijn er ook twijfels over deze claim.

Venetië en China

Er wordt niet alleen gespeculeerd over de exacte datum, maar ook over de plaats waar de brillenglazen zouden zijn uitgevonden. Er is enige consensus over het Italië van de dertiende of veertiende eeuw, eerder in Venetië dan in Pisa of Florence. In die periode was er in Venetie, zoals nu nog, een fabriek waar glas wordt geproduceerd (Mourano). In 1284 werd een gilde van kristalmakers opgericht.

Niet geverifieerde bronnen plaatsen de uitvinding van de brillenglazen in China, en het meebrengen ervan door Marco Polo naar Venetië toen hij terugkwam van zijn reizen (1295). Chinese rechters zouden glazen van kwartskristal voor hun ogen hebben gehouden om hun zicht te verbeteren. Een beter onderbouwde referentie is te vinden in het boek Dong Tien Quing Lu:

“brillenglazen kunnen een oude man helpen kleine letters te lezen. Zonder de glazen kan hij niet goed zien en niet lezen”.

Populariteit

Aanvankelijk was het gebruik van een bril beperkt. Maar de interesse van het volk nam toe nadat Gutenberg in 1450 de typografie had uitgevonden en het aantal gepubliceerde boeken sterk toenam. Brillen waren al in gebruik sinds het midden van de veertiende eeuw. De vroegst bekende kunstzinnige voorstelling van het gebruik van brillenglazen dateert uit 1352. Het gaat om een fresco in de kapel van het klooster van San Nikolo in Treviso, gemaakt door Tommaso da Modena (1326-1379). Op het fresco staat de Dominicaanse monnik Ugo di Saint-Cher, met een bril op zijn neus, lezend en teksten kopiërend.

- advertentie -
De Madonna met kanunnik Joris van der Paele, een schilderij van Jan van Eyck, 1436 (Publiek Domein - wiki)
De Madonna met kanunnik Joris van der Paele, een schilderij van Jan van Eyck, 1436 (Publiek Domein – wiki)

De eerste brillen hadden bolle lenzen en konden alleen worden gebruikt voor verziendheid. In de vijftiende eeuw kwamen exemplaren met holle lenzen, die gebruikt konden worden voor bijziendheid. De brillen voor bijziendheid werden uitgevonden door Nicholas van Cusa (Nicolaus Cusanus, 1401-1464), Duits kardinaal, filosoof, jurist, astronoom en uitmuntend humanist. Het eerste bewijs voor het gebruik van de holle lenzen voor bijziendheid is te zien op het schilderij Madonna met kanunnik Joris van der Paele, door Jan Van Eyck in 1436.

Tot aan het eind van de achttiende eeuw was het gebruikelijk dat venters op straat en kleine handelaren, goed op de hoogte van het principe van de bril, hun waren verkochten. Oogartsen hielden zich bezig met oogziekten en stuurden hun patiënten naar deze handelaren als ze dachten dat dit nodig was. Het enige criterium voor een bril was de leeftijd van een patiënt, als het zicht afnam naarmate men ouder werd. Later begonnen glasbewerkers brillen te maken met verschillende sterkten voor zowel ver- als bijziendheid. Het eerste theoretische boek waarin het testen van de ogen en de verkoop van brillen werd vastgelegd was dat van de Spanjaard Benito Daca de Valdes, ‘Uso de los Antoios Para Todo Genero de Vistas’ (1623).

Bifocale bril

Benjamin Franklin
Benjamin Franklin
De volgende belangrijke innovatie in de geschiedenis van de bril was de uitvinding van de bifocale bril. Dit maakte het mogelijk om één bril te gebruiken in het geval een persoon zowel bij- als verziend was. Benjamin Franklin (1706-1790), Amerikaans diplomaat, wetenschapper en opticien, wordt wereldwijd erkend en bewonderd als de uitvinder van de bifocale bril en andere praktische uitvindingen. De volgende doorbraak in de behandeling van brekingsafwijkingen was teweeggebracht door de beroemde Nederlandse oogarts Franciscus Cornelis Donders (1818-1889) met zijn uitmuntend werk op het gebied van refractie en astigmatisme. In 1862 publiceerde hij een monografie waarin hij een uitvoerige beschrijving gaf over het meten en correctie van astigmatisme met cilindrische lenzen. Een paar jaar daarvoor, in 1848, had Donders een ander artikel gepubliceerd over ”het gebruik van prismatische lenzen voor de behandeling van scheelzien”.

Tot slot: aan het begin van de achttiende eeuw werden brillen niet op de neus gedragen, maar in de hand voor de ogen gehouden. Ze heetten fassamano. Dit waren brillen voor de aristocratie en de rijken, voornamelijk in Frankrijk, als een uiting van intelligentie, status en rijkdom. Pas in 1730 creëerde de Londense opticien Edward Scarlett de voorloper van de moderne bril met de glazen aan twee pootjes die op de oren rusten.

~ Pandelis Fotiou
Vertaald door Sandra de Boer

Ook interessant: Het ziekenfondsbrilletje – Goedkoop, maar wél vergoed
Bekijk ook onze lijst van uitvindingen
Boek: 1001 uitvindingen die onze wereld veranderd hebben


Archiefstukken:

Meer tips ➱

Verder speuren:

Bekijk ook onze uitgebreide onderwerpenlijst of het personenregister