We kennen het woord ‘jumbo’ als zelfstandig naamwoord in de betekenis van dikzak of vet persoon. Als voorvoegsel betekent het enorm of gigantisch, een betekenis die veel gebruikt wordt in de voedselindustrie zoals bij jumbogarnaal of jumbotaart. Vermoedelijk was het vliegtuig Boeing 747, bekend als de jumbojet, in 1964 het eerste Nederlandse woord dat ‘jumbo-‘ in zijn naam had. Het woord jumbo is in onze taal terechtgekomen door een olifant die eind negentiende eeuw uitgroeide tot wereldster. Dit artikel brengt in kaart wie Jumbo was en hoe hij een internationale dierengrootheid werd.

‘Voorwerp van vrees’
De olifant stond tijdens zijn verblijf in de London Zoological Gardens, van 1865 tot 1882, bekend als een van de grootste olifanten ter wereld; in 1882 was hij sowieso de grootste olifant in gevangenschap. De naam Jumbo voor dit gigantische beest was dan ook toepasselijk. Vermoedelijk is de naam een afkorting van mumbo-jumbo, dat in de Afrikaanse taal Mandingo zoveel betekent als ‘voorwerp van vrees’, ‘medicijnman’ of ‘fetisj’. Zeker is dit echter niet. De naam kan ook ontleend zijn aan het Oost-Afrikaanse Swahili, waarin jumbe ‘baas’ of ‘leider’ betekent.
Jumbo groeide op in de Londense dierentuin en werd daar letterlijk en figuurlijk groot. Jumbo werd hét cultdier van de Londense Zoo en raakte alom geliefd. Met name koningin Victoria en de koninklijke familie waren grote fans van het dier. De bezoekers, ook kinderen, mochten voor een penny op Jumbo’s rug zitten en op diens gigantische lijf een rondje door de dierentuin maken. Want gigantisch was Jumbo: het reuze-exemplaar woog op zijn top ongeveer 5900 kilogram, met een schouderhoogte van 3,70 meter. Met zijn kop erbij torende hij minstens vier meter boven de grond uit. Het kolossale beest moest natuurlijk veel eten om in vorm te blijven. Elke dag verstouwde Jumbo maar liefst 91 kilo hooi, een emmer aardappelen, vijftien broden, een partij uien en vijf liter water vermengd met whiskey.

De London Zoological Gardens besloot in 1881-1882 om Jumbo te verkopen. Niet alleen had de olifant regelmatig woedeaanvallen, vermoedelijk vanwege zijn ongewone groeitempo, ook waren zijn verzorgers bang dat Jumbo compleet zou gaan flippen als zijn vaste begeleider Matthew “Scotty” Scott overleed.

Jumbomania in Amerika
Eind maart 1882 stopte men Jumbo in een grote kist. Toen het getij gunstig was en Jumbo een flink ontbijt en een partij bier achterovergeslagen had, kon het schip Assyrian Monarch met de olifant aan boord aan de oceaanreis beginnen. Aan boord waren ook 600 opvarenden, onder wie naast 90 bemanningsleden vooral Joden die naar de Verenigde Staten emigreerden. Er was voldoende proviand aan boord voor Jumbo, waaronder 65 hooibalen, 140 kilo scheepsbiscuits en 50 witte broden. Na een goede reis van bijna twee weken kwam het schip op 9 april 1882 aan in de haven van New York. Verscheidene journalisten gingen aan boord en Jumbo kreeg een fles whiskey om te drinken op de goed verlopen reis. Op de kade stonden ongeveer 10.000 toeschouwers die de olifant een warm welkom bezorgden. Er was sprake van een ware Jumbomania.

Tijdens Pasen 1882 maakte Jumbo zijn debuut in het circus Barnum & Bailey in New York. Het circus trok dagelijks liefst 20.000 bezoekers. Elk jaar maakte Jumbo een binnenlandse tournee. Een aardige anekdote is dat Jumbo en zijn begeleider Scotty, die was meeverhuisd met zijn troeteldier, elke avond voor het slapengaan samen een flesje bier leegdronken. Op een dag was Scotty in slaap gevallen, nog voor het flesje bier leeg was. Jumbo tilde Scotty voorzichtig op en zette hem naast het flesje bier neer, zodat hij het gerstenat alsnog kon opdrinken.
In zijn eerste jaar in New York verdiende Jumbo $1.5 miljoen dollar voor het circus. Geschat wordt dat 16 miljoen volwassenen en vier miljoen kinderen hem live zagen optreden.
Tragische dood
Op 15 september 1885 kwam Jumbo op een tragische manier om het leven op een spoorweg in St. Thomas, Ontario, in Canada. Rond 21.30 uur liep de dierenstoet na een optreden langs een spoorlijn, toen er onverwacht een trein naderde. De machinist probeerde de trein op tijd te stoppen, maar dat mislukte. De trein raakte het kleine olifantje Tom Thumb, die in een sloot geslingerd werd. Jumbo, die voor haar liep, zette het op een rennen. Hij kwam echter onder de locomotief terecht, werd 90 meter meegesleept en met zwaar hoofdletsel overleed hij binnen enkele minuten. De locomotief en wagon ontspoorden en werden verwoest.

Jumbo was voor een half miljoen dollar verzekerd, maar niet op Canadese grond. Daarom spande Barnum een rechtszaak tegen de Canadian Grand Trunk Railway aan, waarin hij $100.000 claimde. Uiteindelijk moest hij genoegen nemen met $10.000. De restanten van Jumbo kwamen via-via uiteindelijk in Tufts University in Madford (Massachusetts) terecht, waar hij in reuzenformaat werd opgezet. Een grote brand op 14 april 1975 vernietigde wat er nog van Jumbo over was.

Jumbo the Elephant: Animal Legends
Bronnen ▼
– Ludo Permentier, Woorden weten alles. Het verhaal van het Nederlands in honderd woorden (2013)
–
– (over ‘barnum’)