Madeira-wijn, geschiedenis van de lang houdbare wijn

’n glaasje Madera, m’dear?
/
4 minuten leestijd
Glas en fles Madeira-wijn
Glas en fles Madeira-wijn (CC BY-SA 4.0 - Origenes.Adamantius - wiki)

Ted de Braak, we kennen hem vooral nog als quizmaster uit de jaren zeventig en tachtig. Daar ging een kortstondige zangcarrière aan vooraf, die met het liedje ’n glaasje Madera, m’dear? in 1966 wel zijn hoogtepunt had bereikt. De tekstschrijver was het natuurlijk in de eerste plaats te doen om de klinkerrijm in deze titel, maar bewust of onbewust bevat ze ook een element waar een historisch verhaal achter schuil gaat.

Mede dankzij de lang houdbare Madeira-wijn konden de ontdekkingsreizigers uit Portugal hun lange zeereizen maken.
Mede dankzij de lang houdbare Madeira-wijn konden de ontdekkingsreizigers uit Portugal hun lange zeereizen maken.
Het is namelijk aan de Engelsen te danken dat de Portugese wijn uit Madeira wereldwijde bekendheid kreeg. Net als met tal van andere buitenlandse producten lieten ze er hun handelsinstinct en -netwerk op los om er een commercieel succes van te maken dat de oorspronkelijke makers nooit gelukt was. Voordien had de drank de Portugese ontdekkingsreizigers overigens al wel in staat gesteld om de wereldzeeën te bevaren en een koloniaal rijk te veroveren, dat zich kon meten met dat van de Engelsen. Beide rijken zijn al lang verleden tijd en dat geldt ook voor de populariteit van de Madeira, die inmiddels nog maar op weinig wijnkaarten kan worden aangetroffen. Ondertussen geniet de naam als vakantiebestemming waarschijnlijk meer bekendheid.

Vulkaaneiland

Madeira is een eiland van vulkanische oorsprong in de Atlantische Oceaan, gelegen ter hoogte van Marokko en ten noorden van de Canarische Eilanden. Toen de Portugezen in de vijftiende eeuw begonnen aan hun verkenningsreizen langs de Afrikaanse kust was Madeira in 1419 op ruim achthonderd kilometer afstand hun eerste ontdekking. De vruchtbare bodem bleek zich in principe goed te lenen voor de verbouw van tarwe, suikerriet en druiven, wat het eiland geschikt maakte als toekomstige bevoorradingspost voor de zeevaarders. De eerste kolonisten vestigden zich aan de zuidzijde omdat die het minst bergachtig is, maar ze hadden al snel te kampen met de droogte die dit gedeelte van het eiland kenmerkt. De dichtbeboste noordzijde daarentegen is zeer waterrijk, omdat de laaghangende wolken van de oceaan hier de hoge, steile kust op drijven en op de boomtoppen condenseren. Men ging daarom een stelsel van smalle kanalen, zogenaamde levada’s, aanleggen om dit water naar het zuiden te laten stromen ten behoeve van de noodzakelijke irrigatie.

Wandelen langs de eeuwenoude levada’s is vandaag de dag een toeristische attractie.
Wandelen langs de eeuwenoude levada’s is vandaag de dag een toeristische attractie.
Een tweede kunstgreep die men daar moest toepassen was terrassenbouw, omdat alleen op die manier de hellingen agrarisch bewerkt konden worden. Aanvankelijk verbouwde men er rietsuiker, die in suikermolens verwerkt werd en via het havenstadje Funchal zijn weg vond naar kooplieden in Europese handelssteden, tot Antwerpen aan toe. De slavenarbeid die hierbij werd ingezet kan beschouwd worden als voorafschaduwing van vier eeuwen slavernij die zouden volgen in het Atlantische koloniale gebied en daarbuiten.

Madeira
Madeira (CC0 – Pixabay – leonidrad)

Druiven

Ook de teelt van druivenrassen uit het Middellandse Zeegebied, met name die van Kreta, deed het verrassend goed en de wijn die men er van maakte werd hoofdzakelijk door scheepskapiteins ingekocht voor hun bemanningen. De zoetwatervoorraad raakte bij het passeren van de tropen al snel bedorven, terwijl de wijn langer houdbaar bleef door de conserverende werking van de alcohol. De wijnboeren van Madeira gingen er zelfs extra alcohol aan toevoegen om de houdbaarheid nog verder te verlengen en zo ontstond een ‘versterkte’ wijn van wel 18%. Deze werd in extreem grote vaten met behulp van lieren aan boord van de schepen gebracht vóór vertrek naar hun verre bestemmingen in Azië en Amerika. Onderweg bleek de wijn alleen maar beter te gaan smaken omdat het rijpingsproces gebaat is bij een relatief hoge temperatuur, terwijl andere wijnen voor dit doel juist jarenlang in koude kelders moeten worden opgeslagen. Kapiteins gingen daarom een nog grotere voorraad meenemen, om bij terugkomst het bijzonder smaakvolle restant tegen een hoge prijs te verkopen, onder andere aan Engelse kooplieden. Zo was bijvoorbeeld William Shakespeare (1564-1616) er omstreeks 1600 al bekend mee, wat blijkt uit de lofzang op de Madeira-wijn van John Falstaff in het toneelstuk ‘Henry IV’.

De export naar Engeland begon sterk toe te nemen na het huwelijk van koning Karel II Stuart (1630-1685) met de Portugese prinses Catharina van Braganza (1638-1705) in 1662. Het was tegelijkertijd een strategische alliantie tussen beide landen om sterker te staan tegen gezamenlijke vijand Spanje. In ruil voor militaire bijstand kreeg Engeland lucratieve handelsvoordelen op de markten van Portugal en haar koloniën. Via de Engelse havens kwam de Madeira-wijn vanaf toen ook in India, West-Indië (het Caribisch Gebied) en Noord-Amerika terecht. Founding Father Thomas Jefferson (1743-1826) was er bijvoorbeeld een groot liefhebber van en toen hij als president een dronk uitbracht op de Verenigde Staten deed hij dat met Madeira-wijn.

Engelsman John Blandy begon zelf een wijnhuis op Madeira, dat als familiebedrijf in de zevende generatie nog steeds bestaat.
Engelsman John Blandy begon zelf een wijnhuis op Madeira, dat als familiebedrijf in de zevende generatie nog steeds bestaat.
De Engelsen kwamen erachter dat een driejarige rijping op land dezelfde aromatische wijn opleverde als een zeereis, mits de temperatuur maar hoog genoeg was. Ze gingen zich zelf met de productie bemoeien en de pionier op dit gebied was John Blandy (1783-1855). Hij liet in 1838 een voormalig klooster op Madeira verbouwen tot wijnhuis, waarin het eerste jaar van het rijpingsproces zich op de zolders voltrok, om daarna via een jaar op de eerste etage en een jaar op de begane grond te worden voltooid. Zes generaties later gevenThe Blandys of Madeira nog altijd leiding aan de Madeira Wine Company.

Eind negentiende eeuw maakte de Madeira-wijn een moeilijke periode door. Na de opening van het Suezkanaal in 1869 waren de zeereizen naar India en het Verre Oosten aanmerkelijk korter geworden, waardoor de wijn niet langer tot het dagelijks rantsoen van de schepelingen behoorde. Bovendien sloeg de druifluis vanaf 1875 ook genadeloos toe op Madeira, waardoor er voor de wijnboeren niets anders opzat dan over te stappen op andere rassen, waarvan de Tinta Negra de belangrijkste was. Hoewel het hier een variant van de Pinot Noir betreft, ontwikkelde de ‘nieuwe’ Madeira-wijn dankzij de mineraalrijke vulkanische bodem en het constante klimaat toch weer een geheel eigen smaak. In de vorige eeuw werd ze met name gewaardeerd als dessertwijn of aperitief voor diners in de betere kringen.

Vaten Blandy-maderia
Vaten Blandy-maderia (cc0 – Pixabay – AndrewIanHalloway)

Funchal is nog altijd het belangrijkste productiecentrum, al is de rijpingstijd tegenwoordig vaak teruggebracht tot drie maanden door kunstmatige verwarming op een temperatuur van 45 graden Celsius. Kenners proeven echter een duidelijk verschil met de wijn die door enkele huizen nog volgens het traditionele ‘Canteiro-procedé’ wordt gemaakt, waarbij enkel de zon warmte levert en het rijpingsproces vijf jaar duurt. Wie nog wil proeven hoe Madeira-wijn oorspronkelijk smaakte kan het proberen met een ongeopende fles van twee eeuwen terug, want er zijn voorbeelden bekend van een dermate langdurige houdbaarheid.

~ Marc Busio

Ted De Braak – ’n glaasje Madera m’ dear

Vorige verhaal

Koks verhieven improvisatie tot kunst aan het front van WOI

Volgende verhaal

De eigenheimer – Een aardappel én een persoonstype

×