Merkwaardige feiten uit de kunstgeschiedenis

Boeken over kunstgeschiedenis zijn er genoeg, maar het in 2011 verschenen boek Het oor van Vincent (Uitgeverij Becht, Haarlem) van Antoon Erftemeijer – werkzaam bij het Frans Hals Museum / De Hallen te Haarlem – is erg origineel. Hij verzamelde duizenden merkwaardige, vreemde en schokkende feiten uit de kunstgeschiedenis. Het boek, dat momenteel slechts 7,90 euro kost, is een mooi naslagwerk voor historici die alles over kunst willen weten.

Opbouw

Het oor van Vincent - Antoon Erftemeijer
Het oor van Vincent – Antoon Erftemeijer
Het boek bestaat uit 26 hoofdstukken met tal van feitjes, die thematisch gerangschikt zijn. Zo komen onder meer aan bod: de meest opmerkelijke ateliers, kunstenaars die op kinderleeftijd al wonderkinderen waren, autodidactische kunstenaars, merkwaardige signaturen op kunstwerken, grote panoramaschilderingen, dieren die optreden als kunstenaars, criminele kunstenaars en de merkwaardigste kunstwerken uit de menselijke geschiedenis.

Erftemeijer verwoordt het doel van zijn boek, na een korte verhandeling over welke maatstaf hij aanlegt voor ‘feiten’, als volgt:

“Met het adjectief ‘merkwaardig’ in de ondertitel wordt bedoeld: opmerkelijk en curieus, wonderlijk vaak ook, en daarom waard om te worden opgemerkt en geboekstaafd. (…) Uiteindelijk gaat ‘Het oor’ over zo’n vijfentwintig eeuwen westerse en westers georiënteerde kunstgeschiedenis, met zo nu en dan een uitstapje naar niet-westerse kunsten. Het accent ligt op beeldende kunst; architectuur komt in veel geringere mate aan de orde, en toegepaste kunsten spelen niet meer dan een bijrol. De lezer surft al bladerend voortdurend door die lange kunstgeschiedenis heen, van heden naar verleden en weer terug. Hij zal daarbij onder meer ontdekken dat vele zogenaamd recente verschijnselen en vondsten in de moderne en hedendaagse kunst minder nieuw zijn dan vaak wordt gedacht.” (10)

Aangezien het ondoenlijk is om alle feitjes in dit boek recht te doen, pik ik er een paar merkwaardige voorbeelden uit en werk die kort uit. Ik hoop zo een indruk te geven wat men inhoudelijk van het Oor van Vincent kan verwachten.

- advertentie -

Tijl Uilenspiegels witte schilderij

Een mooie anekdote gaat over het schilderij van Tijl Uilenspiegel. Uilenspiegel was een ondeugend personage uit de Nederlands-Duitse folklore van begin zestiende eeuw, die allerlei grapjes uithaalde met andere mensen. Uilenspiegel zou volgens de sage geleefd hebben in Vlaanderen en Duitsland, eind dertiende, begin veertiende eeuw.

Op een dag vroeg de graaf van Hessen Uilenspiegel een zaal vol te schilderen met zijn voorvaderen. Met een aantal kompanen ging Uilenspiegel met deze opdracht aan de slag, maar hij liet de wanden wit. Toen de graaf op zekere dag de vorderingen wilde bekijken, hield Uilenspiegel hem het volgende voor dat personen die onwettig verwekt waren zijn schilderij niet konden zien. Hetzelfde vertelt hij aan de gravin en een aantal jonkvrouwen. Wat Uilenspiegel verwachtte, gebeurde ook: niemand zag ook maar een glimp van een schilderij, maar alle toeschouwers zwegen. Maar dat duurde niet lang:

“Totdat een ‘zottin’ in het gezelschap opmerkt: ‘Meester, ik zie hier geen schilderwerk, al zou ik eeuwig een onecht kind blijven.’ Uilenspiegel werd nu ontmaskerd als bedrieger en uit het land verbannen.” (336)

Overigens zijn er in de kunstgeschiedenis daadwerkelijk personen geweest die ‘onzichtbare kunst’ maakten. Een voorbeeld is de Franse schilder Yves Klein (1928-1962), die in 1958 verbijstering opriep met zijn creatie Le Vide (De Leegte). In de Parijse galerij Iris Clert ‘toonde’ hij drie weken lang een lege, witgeschilderde ruimte. Drieduizend mensen woonden de opening bij, terwijl er daarna dagelijks 200 bezoekers kwamen kijken naar Kleins ode aan ‘het niets’ (Klein werd onder meer geïnspireerd door zen-ideeën). Volgens Klein bleven sommige mensen uren binnen om het werk te bekijken, terwijl sommigen begonnen te beven of zelfs begonnen te huilen.

De tweeling-/tekenbroers Anton en Henri Pieck

Interessant is het hoofdstuk over ‘criminaliteit bij kunstenaars’. In dit hoofdstuk komen onder meer de bekende Haarlemse fijnschilder Anton Pieck (1895-1987) en zijn tweelingbroer, en eveneens schilder, Henri Pieck (1895-1972) aan bod. Anton Pieck gebruikte zijn schilderstalent doordat hij in staat was om minutieus officiële stempels te tekenen die niet van echt te onderscheiden waren. Daarnaast verzorgde hij tijdens de Tweede Wereldoorlog onder meer begrafenissen voor overleden onderduikers.

Tweelingbroer Henri, een goede portretschilder, was uit ander hout gesneden. Hij spioneerde in het interbellum voor de Russen:

“Pieck was weliswaar een professioneel geschoold artiest, maar werkte [in de jaren 1930] vooral als spion voor de communisten. Met veel artistieke flair en een dankzij Moskou goed gevulde portemonnee wist deze schilder van met name portretten door te dringen tot belangrijke kringen in Zwitserland en Engeland.” (444)

Net als zijn broer Anton was Henri betrokken bij het verzet tegen de nazi’s. Om die reden werd hij door de Duitsers opgepakt en gevangengezet in onder meer kamp Buchenwald. Pieck overleefde de ontberingen van dit kamp. Tijdens zijn verblijf in Buchenwald maakte Pieck schetsen van het wrede gevangenisbestaan, die hij na afloop van de oorlog verder uitwerkte.

Picasso bezat schilderij van chimpansee Congo

Naar het schijnt weet de wetenschap sinds 1875 zeker dat apen in staat zijn om schilderijen te maken. Dat jaar observeerde een aap in de dierentuin van Berlijn het zoontje van de directeur, met wie de aap vaak speelde, en imiteerde de tekeningen van het jongetje. Voor het eerst ontstond in wetenschappelijke kringen het besef dat apen net als mensen in staat zijn om kunstwerken te schilderen, of ‘na te apen’.

Een schilderij van de chimpansee Congo - cc
Een schilderij van de chimpansee Congo – cc
Een van de bekendste experimenten met apenschilderijen werd uitgevoerd in de jaren 1950 en 1960, met de chimpansee Congo (1954-1964):

“Congo werd toen hij anderhalf jaar oud was, aan het tekenen en schilderen gezet door de Engelse zoöloog Desmond Morris (die zelf ook schilderde). Bonte waaierpatronen, en zelf cirkels, toverde het dier op papier; figuratief werd het echter nooit. Congo klodderde niet maar wat raak, maar componeerde, en maakte een werk ook echt ‘af’. (…) In Congo’s werk zijn door kenners een ‘blauwe fase’, een ‘waaierfase’ en een ‘dubbele waaierfase’ aangewezen. Het kwam zelfs tot een expositie in het Institute for Contemporary Art in Londen. Joan Miró bewonderde Congo’s werk, en Pablo Picasso had werk van hem in zijn atelier hangen.” (289,290)

Tegenwoordig brengen schilderijen en tekeningen van de chimpansee Congo, hij maakte honderden kunstwerken, veel geld op op veilingen.

~ Enne Koops

Boek: Het oor van Vincent – Antoon Erftemeijer

Openingsfoto: Tekening van een cel in het Oranjehotel in Scheveningen door Henri Pieck (oranjehotel.nl)

Bestel dit boek bij:

Bekijk ook onze uitgebreide onderwerpenlijst of het personenregister

Gelijk naar geschiedenisboeken over: