Menig wandelaar die het idyllisch plantsoen van de Kleine Zavel in Brussel doorkruist, gaat vaak achteloos voorbij aan het standbeeld van Philips van Marnix. Toch heeft deze historische figuur als telg uit een adellijk geslacht, diplomaat, schrijver en vertrouweling van Willem van Oranje zonder enige twijfel zijn stempel gedrukt op de geschiedenis. Alvast dus redenen genoeg om in te zoomen op deze opmerkelijke man.
Marnix’s jonge levensjaren

Historisch tijdskader
In 1555 doet keizer Karel (1500-1558) afstand van de Nederlanden ten gunste van zijn zoon Filips II (1527-1598). Deze benoemde de buitenechtelijke dochter van zijn vader, Margaretha van Parma (1522-1586), tot landvoogdes der Nederlanden. Geen al te beste keuze, zoals later zou blijken, want haar politiek, godsdienstig en sociaal-economisch beleid vormden al snel de voedingsbodem voor wat later de geschiedenis zou ingaan als de opstand der Nederlanden tegen Spanje, beter bekend onder de benaming van de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648).
De spreekwoordelijke lont in het kruitvat dient echter in Brussel, en meer bepaald in 1566 gezocht te worden. Op 3 april van dat jaar begaven zich in een plechtstatige stoet zo’n vierhonderd edellieden naar het paleis van de landvoogdes met een smeekschrift om onder meer een tolerantere godsdienstige politiek te bepleiten en de afschaffing van de inquisitie te vragen. Haar raadsman, Charles de Berlaymont (1510-1578) fluisterde haar de denigrerende woorden toe: “N’ayez pas peur, ce sont que des geux”, of vertaald, “Wees niet bang, het zijn slechts armoezaaiers”. Maar Berlaymont had de grieven en het onderliggend ongenoegen duidelijk verkeerd ingeschat. Marnix, aanwezig als één der edellieden bij het verzoek aan Margaretha van Parma, was dermate verbolgen over haar onbuigzaamheid dat hij kort daarop troepen probeerde te ronselen in een poging om tegen de Spaanse overheersing actie te ondernemen. De aanloop tot wat later zou ontaarden in een gewapend conflict dat de geopolitieke kaarten binnen het vroegere rijk van keizer Karel danig zou dooreenschudden.

Marnix’s stempel op de geschiedenis
Intussen escaleerde de situatie van kwaad naar erger. In datzelfde jaar raasde de Beeldenstorm als een niets ontziende orkaan door de Lage Landen. De komst in 1567 van Don Fernando Alvarez de Toledo y Pimentel, beter bekend als de Hertog van Alva (1507-1582) voorspelde al evenmin veel goeds. Vrijwel onmiddellijk na zijn aankomst in Brussel met een keurkorps van 10.000 soldaten richtte Alva de Raad van Beroerten op. Deze Bloedraad, zoals ook wel genoemd, was een soort rechtbank met als doel iedereen te bestraffen die op één of andere wijze deel had genomen aan de onlusten of aan de Beeldenstorm. Op vijf juni 1568 liet Alva de graven Egmont en Hoorn publiekelijk onthoofden op de Grote Markt van Brussel.

In 1571 trad Marnix als diplomatiek gezant in dienst bij Willem van Oranje. Het jaar daarop vond de inname van Den Briel plaats waarbij de watergeuzen de stad veroverden op de Spanjaarden. Een belangrijk militair succes, want overmoedig geworden door deze onverwachte overwinning, zou de rebellie zich verder uitbreiden. Spottend werd dan ook al vlug gezegd: “Op 1 april 1572 verloor Alva zijn bril”. De verovering van Den Briel had echter ook minder fraaie kanten. Kort na de inname werden er enkele katholieke religieuzen uit Gorkum ter dood gebracht. De stoffelijke resten van deze ‘Martelaren van Gorkum’ worden nu in een rijkelijk versierd reliekschrijn bewaard in de Sint-Nicolaaskerk te Brussel.

In zijn laatste levensjaren verhuisde Philips van Marnix, Heer van Sint-Aldegonde, naar Leiden waar hij op 15 december 1598 overleed. Hij ligt er begraven in het koorgedeelte van de laatgotische Sint-Pieterskerk.