De ‘Dulle Griet’ van Pieter Bruegel de Oude

Bruegels ‘Dulle Griet’ (detail)’
In zijn “Schilder-boeck” uit 1604 roemde de Noord-Nederlander Karel van Mander de Brabantse kunstschilder Pieter Bruegel de Oude als een veelzijdig schilder die oock veel (…) spoockerijen in de zin van Bosch, tooverijen en Hellen gemaakt heeft. Hij noemde “Dulle Griet” (verder afgekort tot DG, behalve in citaten) bij naam: een dulle Griet, die een roof voor de Helle doet, die seer verbijstert siet, en vreemt op zijn schots toeghemaeckt is: ick acht dees en ander stucken oock in s’Keysers Hof zijn.

Al snel verdwijnt DG uit de openbaarheid, meer dan waarschijnlijk in de collectie van een Habsburger. Van Mander heeft indirect naar keizer Rudolf II verwezen. In de zeventiende eeuw stond DG op de inventarislijsten van het Hradçanypaleis te Praag. In 1648 plunderden de Zweden de stad en namen ze de DG als oorlogbuit mee. In 1894 dook DG op een veiling te Köln op waar Fritz Mayer – van den Bergh het op aanraden van Max Friedländer kocht, op. Na Mayers dood in 1901 ging het deel uitmaken van de verzameling van het naar Mayer genoemde Antwerpse museum. Eindelijk kon de gewone man het bewonderen.

DG is een olieverfschilderij op hout van 115 bij 161 centimeter. Uit 1561. De handtekening is bijna onleesbaar.

- advertentie -
Suske en Wiske – De Dulle Griet

Breugels werk en vooral dan DG heeft veel kunstenaars beroerd. Charles Baudelaire had het in 1857 over een deel van Bruegels grafisch werk dat een satanisch pandemonium is, alleen verklaarbaar als een soort bijzondere gratie van de duivel. Dichteres Hilde Keteleer dichtte onder invloed van de hemel: de Dulle Griet is vlammenverf. Tachtiger August Vermeylen verwees naar het fantastische van Bosch en stond in bewondering voor de weergaloosheid van donker-vurige kleurtonaliteit.

Het schilderij spreekt erg aan. Tal van handelszaken waaronder niet weinig restaurants en eethuisjes dragen de naam. Typ DG maar eens in een of andere zoekrobot in.

Velen leerden DG kennen via Willy Vandersteens “Suske en Wiske”. Ze speelde in één van de verhalen de hoofdrol. Wiske noemt haar Een symbool van de oorlogswaanzin van de mensheid. DG typeert zichzelf als Bloeddorstig van natuur! en Symbool van de oorlog! Terecht?

Toen ik DG voor het eerst in het echt zag, moest ik dadelijk aan Francis Ford Coppola’s Apocalypse Now denken, een verfilming van Heart of Darkness van de Pools-Amerikaanse schrijver Konrad Korzeniowski, beter bekend als Joseph Conrad. Vreemd is dat Coppola het actieterrein verplaatst heeft van de vroegere Congo-Vrijstaat, eigendom van de op zijn minst controversiële Belgische koning Leopold II en voorloper van Belgisch Congo, naar het Vietnam van de zestiger jaren van vorige eeuw.


Dulle griet, 1561 – Pieter Bruegel de Oude

Bruegel heeft veel aandacht aan DG besteed. In het Museum der Akademie der Bildende Künste te Düsseldorf is er een voorbereidende studie: een pentekening bijgewerkt met waterverf op schaal één derde. Voor de figuur van DG heeft Bruegel zich gebaseerd op een pentekening van zichzelf, “Ira”, Latijn voor “de Gramschap” uit de Galleria degli Uffizi te Firenze.

Wie of wat was DG?

Margaretha van Antiochië
Van Dale heeft het over een dolle Griet die een boos, kwaad wijf zou zijn. Vreemd. Bij dol vindt men maar liefst elf betekenissen, maar geen enkele heeft het over boos of kwaad. Eén van de synoniemen voor dul daarentegen is boos. Geen enkele link echter met oorlog. Griet is afgeleid van Margaretha. De heilige Margaretha van Antiochië wou niet met een heiden trouwen, werd in de gevangenis, waar ze door duivels belaagd werd, opgesloten en uiteindelijk in het jaar 305 terechtgesteld.

Eén van die duivels werd door haar vastgebonden zodat hij in haar macht was. Dit is terug te vinden in het spreekwoord: “De duivel op een kussen binden.” Bij haar gevecht met de duivel ging Margaretha zo kwaad en wild tekeer dat ze wel op een DG moet geleken hebben.

Wat heeft Bruegel willen meedelen? Men gaat ervan uit dat het verhaal dat het schilderij zou kunnen verklaren, verloren gegaan is. Er bestaan dan ook tal van interpretaties. Een, misschien wel dé verklaring, is te lezen bij van Mander, Bruegels eerste biograaf.

Hij had het over een dulle Griet die duidelijk op de voorgrond treedt. Ze is niet alleen op weg. Ze wordt begeleid door een grote groep van wie ze de leidster is. Men kan dit afleiden uit het feit dat ze groter is afgebeeld en de enige is die er met kuras, helm en zwaard militaristisch uitziet.

Van Mander schreef over een dulle Griet die een roof voor de Helle doet. Links is een vreemd stenen gebouw met kantelen in de vorm van een hoofd met een angstaanjagende mond, maar zonder onderkaak te zien. “Een roof voor de hel doen” betekent: nergens voor terugdeinzen, alles op het spel zetten, een stout stuk verrichten met hoop op winst.

De Kinderspelen, 1560 – Pieter Bruegel de Oude

Er wordt inderdaad geroofd. DG heeft een geldkoffer, huisgerei en in een laken misschien wel eten bij zich. Hoewel ze zich in de omgeving van de hel in gevaarlijk gebied waagt, verraadt ze geen enkele emotie. Ze lijkt haar verstand op nul gezet te hebben. Alles moet wijken voor het ultieme doel: plundering. DG moet overigens niet bang zijn. Ze wordt gevolgd door haar bende huisvrouwen die niets anders doen dan vrolijk de inboedel van een huis te roven.

Bruegel heeft het spreekwoord letterlijk opgevat en in beeld gebracht zoals hij dat zo vaak gedaan heeft in werken als Vlaamse spreekwoorden uit 1559 en De kinderspelen uit 1560.

Beweren dat de vrouwen niets anders doen dan plunderen, is overdreven. Er moet genuanceerd worden: ze plunderen en vechten tegen monsterachtige en hybridische, tegen lach- of afschrikwekkende wezens die niets anders dan de bewoners van de hel kunnen zijn en het schilderij ‘bewonen’. Ze tarten de duivels door voor de poorten van de hel te roven, winnen en binden ze al dan niet op een kussen vast.
Twee vreemde wezens net vóór DG halen een ophaalbrug op. Willen ze de vrouwen beletten om zelfs de hel leeg te roven? Waarom zit de poort dan niet vast aan het monsterachtige hoofd?

Zoals reeds geschreven zijn de monsters over het hele schilderij uitgezwermd. Het lijkt wel of alle duivels op aarde zijn gekomen. Het lijkt wel dat de aarde hel geworden is.

Een andere figuur, van onbepaald geslacht, beheerst mee het schilderij. Hij zit op het dak van het geplunderde huis, draagt een boot op de rug en haalt met een lepel geld uit zijn eiervormige achterste. Hij strooit het geld kwistig in het rond. Opnieuw wordt een spreekwoord, “opscheppen met de grote lepel” wat rijkelijk leven en verkwisten betekent, letterlijk verbeeld. Is de boot niets anders dan de blauwe schuit, symbool voor verkwisting?

Kan het dan zijn dat DG gramschap, gulzigheid en hebzucht symboliseert en het tegengestelde van de andere figuur is? Is DG een synthese van menselijke verdwazing, oorlog, plundering, roof en verwoesting, eigen aan de zestiende eeuw? Denk aan het opkomen van andere religies en het plunderen van Vlaanderen als gevolg van de oorlogen tussen Frankrijk en Spanje. Klopt deze interpretatie? Wie zal het zeggen?

De val van de opstandige engelen,1562 – Pieter Bruegel de Oude

Het hallucinante van DG is ook te zien op de apocalyptische De val van de opstandige engelen uit 1562 uit het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten te Brussel en De triomf van de dood uit 1562 in het Museo Nacional del Prado te Madrid. Het zou de moeite zijn om de gelijkenissen tussen de drie schilderijen nader te onderzoeken. Zou daaruit kunnen blijken dat Bruegel de verscheurdheid, ontreddering en het zinloze van zijn eeuw geëvoceerd heeft?

Wie ben ik echter om bevestigend te antwoorden? Eindig ik niet beter met te zeggen dat Bruegels werk al haar betekenissen nog lang niet heeft prijsgegeven?

Rik Wouters
Toeristische gids voor Vlaanderen, Barcelona
en gidsingen op aanvraag én maat
e-mail: rik.wouters@pandora.be

Dit atikel is afkomstig van online geschiedenismagazine www.historiek.net

Meer van dit soort berichten? Like ons dan!

Gelijk naar geschiedenisboeken over:
Ook adverteren op Historiek?
Goede keus! Klik hier